about
Toon menu

Ecce homo (pseudo-) neoliberalis

maandag 18 september 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Op een random morgen voel ik me een beetje zoals Stoffel Vandoorne die zijn McLaren bolide op de een of andere manier even performant moet proberen te krijgen als de F1-wagens van zijn tegenstrevers, ook al zit hij met duidelijk inferieur materiaal opgescheept. ( Ik laat hier effen de F1 race in Singapore buiten beschouwing, waar Vandoorne net zijn beste race van het seizoen heeft gereden )

Ik neem daarvoor achtereenvolgens: een pilletje sulperide & escitalopram (zit met een vaag spasmofilie-syndroom opgescheept sinds het anti-malariamiddel Lariam in 2003 faliekant uitdraaide, sindsdien ben ik nooit meer echt zonder ‘spul’ geweest, al heb ik het wel geprobeerd); daarna wat magnesium (een echt wondermiddel voor mij), en uiteraard stevige koffie (om de concentratie wat aan te scherpen, want concentratieverlies is een van de neveneffecten van sulperide, zeker op langere termijn). Daarna nog wat omeprazol erbovenop om mijn maag niet helemaal om zeep te helpen. Als ik dan geluk heb, verdwijnt de ‘mist’ in mijn hoofd na verloop van tijd, beginnen de neuronen in mijn hersenen te vuren, en kan ik aan de slag.  Ik moet hopen dat ik de belangrijkste taken van de dag heb afgewerkt tegen dat de ‘mist’ in mijn hoofd terug begint op te steken, en ik over teksten heen begin te lezen. Ik heb een job in ‘knowledge management’ en moet dus grote  hoeveelheden tekst scannen (en af en toe wat grondiger doornemen). Twitter is ook een must in mijn job. Veel “mist” kan ik dus niet echt gebruiken, ik ben Stephen King niet.

Uiteraard ben ik gedisciplineerd genoeg om ’s avonds vroeg te gaan slapen, en weinig af te spreken met vrienden (zeker ’s avonds) omdat ik de dag erop sowieso de prijs daarvoor ga betalen – lees: niet “performant” ga zijn.

In het weekend ga ik – discipline is my middle name – ’s morgens wat joggen, in de ijdele hoop dat metabolisme van me terug aan de praat te krijgen (zoals vroeger). Maar daarna moet ik meestal recupereren voor de rest van de dag, zeker omdat ik dan ook koffie-luwe periodes probeer in te lassen.

Ik prijs me min of meer gelukkig – het had (veel) erger gekund, besef ik, in vergelijking met veel andere mensen – ook omdat mijn job best boeiend is, ik fijne collega’s heb en een begripvolle baas. Maar tegen het eind van de week – meestal na wat nachten van (te) weinig slaap (wegens de koffie in mijn lijf) – zit ik toch meestal diep in het rood, en vraag ik me af “is dit echt waarvoor we met zijn allen hier op de aardkloot rondlopen?” Het weekend dient dus vooral om te recupereren.

Ik hoop dat ik die bolide van mij nog een aantal jaar zo kan “tunen”, want werkloos worden wil je niet in deze “eigen schuld dikke bult” tijden. En ik moet, zoals de meesten onder ons, ook nog voor mijn gezin instaan, een extra “incentive” (je merkt, ik heb het vereiste jargon ook geïnternaliseerd) om door te gaan. Een lange boeddhistische retraite ergens op een berg in Noord-Indië zit er dus niet direct in.

Ik merk ook dat het er in andere sectoren niet veel beter aan toe gaat, om het zacht uit te drukken, het is een systeem-probleem. Wouter Lamon gaf dat terecht aan vorige week in een opiniestuk in De Standaard, dat ondertussen allang weer is ondergesneeuwd geraakt onder de hoera-berichten van de Dijsselbloem’s en Van Overtvelt’s dat ‘Griekenland er eindelijk weer bovenop geraakt’, uiteraard door hun fijne recepten van de afgelopen jaren.   

Voorlopig blijft die ‘onderstroom’ van mensen die moeilijk meekunnen met het helse ritme, om de een of andere reden, en sowieso maar weinig geloof meer hebben in het economische systeem, het afleggen tegen de adepten van ‘sneller, harder en met minder mensen’.  Ik vraag me een beetje af waarom: is het omdat de gemiddelde N-VA kiezer gelooft dat er niks anders opzit (“want we moeten toch concurrentieel blijven met de rest van de wereld”), of integendeel omdat die lui zelf nog vooral de voordelen van dit helse leven ondervinden, in de levensfase waar ze zich in bevinden – je weet wel, “work hard, play hard”. Als het het laatste is, is het in elk geval behoorlijk kortzichtig. En wat het eerste argument betreft, voor zover ik kan beoordelen, komt het met die hyper-competitieve wereld ook niet direct goed, als ik zo door de krant snuister. Zo kunnen we niet verder, het roer moet om.

Maar je zal het altijd zien, als artikelen hierover verschijnen in de krant, wordt experte Elke Van Hoof van stal gehaald om haar licht te laten schijnen over een en ander. Da’s een beetje zoals vragen aan Dijsselbloem en Schaüble wat je moet doen om de Griekse sociale crisis aan te pakken.

Voorlopig blijven we dus (met tevelen) braaf meelopen in de neoliberale tredmolen, ook al beseffen we (net zoals almaar meer mensen) dat dit systeem zo perfide is als wat. Tot we – Senna gewijs – uiteindelijk tegen de muur crashen. Ik hoop dat moment dus nog even uit te stellen. Tot, hopelijk, onze samenleving op een andere (en meer menselijke) leest geschoeid is.

Mijn stem gaat alvast naar diegenen die daarvoor ijveren.