about
Toon menu

Waarom we dringend nood hebben aan meer emotionele intelligentie in de opvang en in scholen

woensdag 28 maart 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

“Juf, die jongen heeft me pijn gedaan!” Een jongen – laat ons hem Bart noemen – komt huilend aangelopen.

De juf neemt Bart – die duidelijk overstuur is – aan de kant:

“Je bent toch al groot. Je stopt nù met wenen.”

Bart loopt naar de jongen toe die hem heeft pijn gedaan – laat ons hem Jan noemen – en probeert hem te schoppen.

Vervolgens loopt Bart huilend naar een bank. Daar zit hij stil voor het komende uur. Alleen.


Het is dagelijkse kost.




Wat hebben de jongens hier geleerd? Dat je conflicten oplost door naar de juf te lopen? Of dat naar de juf lopen niets uithaalt? Dat je je gevoelens best maar gewoon inslikt? Dat je er, als puntje bij paaltje komt, alleen voor staat?


Bart vroeg de juf om bescherming en kreeg deze niet. Jan had hem pijn gedaan. De gevoelens van Bart waren een vraag om rechtvaardigheid. Zijn gevoelens werden niet beluisterd door de juf, dus ging hij er zelf mee aan de slag. Niemand toonde hem hoe hij zijn agressie gepast kon uiten. Niemand vertelde hem dat hij niet zomaar hoeft te slikken dat iemand je pijn doet. Er was geen interesse voor de bredere context waarbinnen het incident plaats vond. Bart en Jan leerden niet hoe ze zo'n problemen in de toekomst zelf kunnen oplossen. Hoe ze positief assertief kunnen zijn en aan een ander kind kunnen laten weten wat hun grenzen zijn. Hoe ze hun boosheid kunnen uiten zonder elkaar pijn te doen. Hoe ze conflicten samen kunnen oplossen zodat ze weer dichter bij elkaar komen – in plaats van dat Bart weg zit te kwijnen op een bankje, ver weg van de anderen.


Nochtans zijn emotionele regulatie en conflictmediatie de belangrijkste vaardigheden die een kind kan leren. Ze bepalen het toekomstige succes van kinderen meer dan gelijk welke andere vaardigheden. Wat doe je wanneer er een conflict ontstaat? Wat zeg je? Hoe begrens je de ander wanneer die gewelddadig wordt? Ons maatschappelijk probleem met pesten op school toont aan dat onze kinderen deze vaardigheden meer dan nodig hebben. Kinderen spenderen tenminste 8 uur per dag op school. Hoeveel gemiste kansen passeren niet de revue in deze tijdspanne? Ouders thuis kunnen deze lagune niet opvangen, zij zijn te weinig aanwezig om hun kinderen genoeg positieve ervaringen van gepaste mediatie te kunnen aanreiken. Vaak horen ze te weinig verhalen van wat er op school is gebeurd, om deze situaties met hun kind na te praten en om een probleemoplossende visie aan te reiken.


Het onderdrukken van conflict leidt tot niets, behalve onderhuidse woede en een afbrokkelend rechtvaardigheidsgevoel bij jongeren. Laatst was ik aanwezig op een cursus gegeven door Maggie Kline, trauma therapeute in de VS. Bij aanvang van de cursus stelde ze een vraag, waarop niemand antwoordde. “You probably all have some school trauma,” zei ze. Of: “jullie hebben waarschijnlijk allemaal nog schooltrauma.” Eerst dacht ik: ja dat is zo, we durven zelden te antwoorden in groep. We voelen ons bang om beschaamd te worden, of zelfs om plaats in te nemen in de collectieve ruimte. Naarmate ik hier meer over ging nadenken zag ik hoe groot het probleem eigenlijk is. Van de kinderen die gepest worden op school, krijgen velen elke ochtend te horen: “het beste.” De instantie 'school' is zo ingeburgerd dat we er zelfs niet aan denken onze kinderen weg te halen uit school en hen de bescherming te bieden die ze verdienen wanneer ze elke dag geschopt worden, geslagen of bedreigd. Onze terechte boosheid, die zou kunnen uitmonden in de drang onze kinderen te beschermen, lijkt een stille dood gestorven te zijn. We komen zelfs nauwelijks op voor onszelf en onze kinderen nu ons milieu in gevaar is. In die mate zijn we gaan geloven dat we niet opkunnen tegen de bombastische instituties die onze maatschappij regeren. “Het is nu eenmaal zo,” zeggen we allemaal terwijl niemand echt wilt wat er gaande is. We zijn gaan geloven dat we niets kunnen doen. Af en toe schudt een crisis ons wakker: we zien hoe dieren behandeld worden voor ze op ons bord belanden of we horen hoe supermarkten rotten vlees verkopen. We voelen paniek en dan verstillen we weer. Wie durft zien dat ons systeem nu eenmaal menselijk welzijn en de menselijke waardigheid niet centraal stelt? Dat we de uitwassen daarvan niet enkel zien bij de supermarkten die ons eten verkopen dat eigenlijk niet meer geschikt is voor consumptie (herinner je je dat de werknemers zeiden "dit vlees is rot!" De bazen vervolgden "ja maar het is besteld; we moeten leveren" Het moeten meedraaien was belangrijker dan het welzijn van de mensen)., maar ook in in crèches en scholen - waar kinderen maar moeten meedraaien in een systeem dat hun meest basale noden onderdrukt? Kinderen moeten slapen in de crèche, niet omdat ze moe zijn, maar omdat er een wissel is van verzorgsters. Hebben ze geen honger, dan moeten ze toch eten, want dat past in het schema. Vaak hoor ik van ouders hoe hun kinderen in kinderdagverblijven gedwongen zijn om fruit te eten tot overgeven toe. Ze voelen zich al onwel wanneer ze nadien nog maar fruit zien. Dit is mensonterend. Toch wordt deze kinderen vervolgens verteld “dat ze zich niet moeten aanstellen.”


Bij kinderen op school worden dagelijks emoties onderdrukt. De kern van emoties is echter rechtvaardigheid. We zijn droevig wanneer we ons niet erkend voelden, we voelen ons boos wanneer iemand onze grenzen heeft overschreden. Wordt hier gepast mee omgegaan – nadat we gehoord werden – dan behouden we onze zelfwaarde en onze kracht. Ons geloof in onze interne signalen van wat “juist” is en wat niet. Je mag zo veel regeltjes de school insturen – kinderen in onze maatschappij ervaren dag in dag uit futiliteit wanneer ze hun eigen rechtvaardigheidsgevoel bespreekbaar willen maken in de publieke ruimte.


Hoewel sommige leerkrachten en opvoeders vaardigheden in conflictmediatie en emotionele ondersteuning bezitten, is er te weinig stelselmatige aandacht voor het belang van deze vaardigheden om kinderen gepast te begeleiden in crèches en op school. Ouders laten hun kinderen continu achter in settings waar kinderen onderkend worden in hun emotionele behoeften. Kinderen voelen zich beschaamd, en hun terechte boosheid gaat over in passief-agressiviteit of onderdrukking van hun rechtvaardigheidsgevoel. Soms wordt de boosheid gericht op andere medestudenten. Zij voelen dat ze nauwelijks iets kunnen doen om zichzelf te beschermen. De futiliteit die zei ervaren kan uitmonden in eetstoornissen, depressie, zelfmoord. De cijfers van eetstoornissen, depressies en zelfmoord bij kinderen in Vlaanderen zouden ons moeten wakker schudden. Er klopt iets niet. Onze kinderen vertellen het ons dagelijks. Wanneer luisteren we?


P.s. Meer lezen over hoe het ook kan? Hier vind je het vervolg op deze blog.