about
Toon menu

Na het verdriet om de moorden te Oslo

vrijdag 5 augustus 2011
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Misschien is het, na het verdriet en de racistische moorden thans te Oslo en voordien te Antwerpen, inderdaad tijd om eens na te denken. Maar dan ten gronde.

Het is nodig, ieder ten minste voor zichzelf, tot een analyse te komen die toelaat een samenhangende verklaring te geven voor de maatschappelijke gebeurtenissen. Een verklaring die stand houdt niet alleen voor Noorwegen en België, maar ook voor Europa en de landen daarbuiten en die ook stand houdt over een langere periode in de tijd. Als we van mening zijn dat wat er misloopt niet het gevolg is van een natuurramp, maar van gewone menselijke beslissingen, dan moet het mogelijk zijn een begrijpelijke redenering te plaatsen tegenover de evidente leugens en onsamenhangende verklaringen van het officiële discours.

            Het is een analyse waarzonder het niet mogelijk is op doelmatige manier strijd te leveren. Ze moet ons behoeden tegen de ontmoediging om na jaren vast te stellen dat onze inzet niet tot verbetering kon leiden. Anderzijds moet ze ons ook het nodige geduld geven.

            Gezien het opzet, zal de tekst nogal disparaat zijn, in die zin dat verschillende elementen worden samengebracht  zonder dat hier plaats is om ze uit te diepen.

 

Waarneming.

            Vooreerst is er de overproductie. Men kan bv. meer auto’s produceren dan er verkocht kunnen worden. Andere voorbeelden zijn de overproductie van vlees en landbouwproducten. Ook vliegtuigzetels: de vervoerscapaciteit van de luchtvaartmaatschappijen is groter dan wat de behoefte is. Anderzijd zijn er zaken die niet geproduceerd worden of onvoldoende. Een voorbeeld is gezond voedsel.

            Dan is er de enorme werkloosheid. Officiëel zijn er zo’n 450.000 mensen werkloos in België. Het feit dat er op een bepaald ogenblik bv. 10˙000 plaatsen beschikbaar zijn, verandert daar weinig aan.

            Niet alleen ongeschoolden zijn werkloos, ook hoger geschoolden. Men krijgt wel een verschuiving naar beneden, doordat mensen werk aanvaarden beneden hun kwalificatie. Er zijn meer werkloze vrouwen dan mannen. Oudere mensen, volledig bekwaam om te werken en met veel ervaring, omdat ze duurder zijn dan jongeren.

            Er zijn ook indirecte gevolgen van de werkloosheid. Jongeren die studeren en op dat ogenblik een zware inspanning leveren om zich kennis en bekwaamheid eigen te maken, beseffen dat de kans groot is dat ze geen werk zullen vinden. De zelfstandigheid van jonge mensen komt in het gedrang doordat ze langer afhankelijk blijven van hun ouders.

            Zeer vele mensen hebben een onzekere, voorlopige arbeidsovereenkomst.De truck met de interim-kantoren laat de werkgevers toe beroep te doen op wegwerparbeid (In Mortsel alleen al zijn er 9 interim-kantoren). De werknemers van een interim-kantoor kunnen niet deelnemen aan een staking in de onderneming waar ze tewerk gesteld zijn. Ook vallen zij ,voor wat de veiligheid betreft, niet onder de bescherming van het Comité Preventie en Bescherming (het vroegere Comité voor veiligheid) van het bedrijf waar ze werken en waar hun collega’s de specifieke risico’s kennen. Zij kunnen hun sociale rechten dus niet verdedigen.

            Welke elementen moeten wij nog in overweging nemen? De enorme tegenstelling in rijkdom en mogelijkheden. Enerzijds mensen die stinkend rijk zijn. Rijkdom die niet door arbeid verworven werd. Anderzijds ziet men mensen bedelen op straat. Heel mijn jeugd, zelfs in de oorlog en tot ongeveer 1980, heb ik dat nooit gezien in Antwerpen. Als mensen bedelen is dat slechts het topje van een ijsberg. Ik ben daarover beschaamd.

            We zien ook de armoede, de ontbering in wat men de ontwikkelingslanden noemt. Een tijd geleden kwamen in Antwerpen mensen aan die zich verstopt hadden in een open ruimte boven het roer van een vrachtschip. Ze hadden de tocht nipt overleefd. Het zijn wanhoopsdaden van mensen die geen enkel vooruitzicht hebben.

            In wat men “gesloten centra “ noemt, worden mensen gevangen gezet die niets misdaan hebben. Mensen zoals u en ik. Het zijn echte concentratiekampen. U kunt er één zien vlak bij het vliegveld van Zaventem, langs de baan van Mechelen naar Tervuren.

            Over de jaren heen ziet men ook geen verbetering in de “ontwikkelingslanden”. Integendeel; men moest dus geen helderziende zijn om te weten dat dit ergens tot een reactie zou leiden.

            Een belangrijk element is het gebrek aan respect voor de tegenstander. De officiële machthebbers zijn  zodanig van hun eigen gelijk overtuigd dat ze niet meer nadenken over wat de motieven zijn van de tegenstanders. Ze noemen hen terroristen. Men ziet de vernedering en mishandeling o.a. in Guantànamo en Afghanistan. Dit hangt nauw samen met de werkwijze om bij een conflict tussen volkeren het geweld, de militaire aanval, als een middel te aanvaarden om conflicten op te lossen.

            Tenslotte is er de uitputting van de grondstoffen en van het milieu.

            In deze inleiding heb ik een aantal evidente ongerijmdheden samengebracht. Laten we zien of we hiervoor een diepere oorzaak kunnen vinden.

 

Poging tot analyse.

           

            Er is een belangrijke overeenkomst tussen de toestand in de dertiger jaren van de vorige eeuw en nu. Het kapitalisme was, na de beurscrash van 1929, ook toen in een economische crisis. Er was toen ook overproductie. Het verschil is dat men nu, zo mogelijk, de productie stillegt als men niet kan verkopen.

            Toen ook waren er grote financiële schandalen. Zolang de zaken goed draaien, werkt een bedrijf binnen de wettelijke grenzen. Maar de grens tussen wat de wet toelaat en wat daarbuiten valt is, voor een onderneming, niet éénduidig. In tijden van economische crisis is de druk groot om daarover te gaan.

            Maar in een terugblik ,op de jaren dertig, is de meest opvallende overeenkomst, de opkomst van het fascisme. Met het fascisme bedoel ik de achteruitgang van de politieke democratie. De evolutie naar een meer autoritaire staat, ook in wat als een democratisch regime beschouwd wordt, met minder respect voor de individuele vrijheden en meer politiemacht. Waar het discour van de machthebbers geen beroep doet op de mensen hun redeneringsvermogen, maar dit integendeel afgestopt wordt door het voorschotelen van primitieve slogans. Dit is wat o.a. Hitler deed.

            Maar vergis u niet, het fascistisch gedachtegoed was geenszins het monopolie van Duitsland, Oostenrijk, Italië en het Spanje van Franco. Het was eveneens sterk aanwezig in o.a. België, Nederland, Frankrijk en in Engeland.

            Kenmerkend voor het fascisme is ook dat het algemeen ongenoegen te wijten aan de economische crisis, geventileerd wordt naar zogezegde schuldigen. In de jaren dertig de joden, de zigeuners en de homoseksuelen. Nu de vluchtelingen uit de ontwikkelingslanden, of de moslims: racisme dus.

            Ik herinner me goed, als kind vóór de tweede wereldoorlog, de bijna algemene vijandigheid tegenover de joden in Antwerpen en later, gedurende de oorlog, wanneer op de tram voor de eerste maal mensen opstapten met een jodenster, de houding van “het is spijtig, maar het zijn joden”. Is dit niet dezelfde houding die men nu waarneemt tegenover de mensen die uitgewezen worden?

            Ik doe hier onrecht aan de mensen die, reeds in de jaren dertig, beseften wat er gebeurde en waarvan velen hun verzet met hun leven bekocht hebben. Maar de bedoeling is juist te begrijpen waarom ze hun strijd verloren hebben.

            Een ideeëngoed dat eveneens opgang maakte in de jaren dertig, was wat men noemde het “leidersprincipe”. Men vond dat sommige mensen geschikt waren om in de plaats van anderen te denken en op autoritair wijze te zeggen wat er moest gebeuren. De “Führer” was daarvan het prototype, maar ook in de gewone omgang, bv. in het verenigingsleven, speelde deze opvatting een rol.

            Het feit dat men thans bereid is onredelijk hoge lonen te betalen voor managers van grote ondernemingen, is dat niet de uitdrukking van dezelfde idee? Alsof de winst van een bedrijf niet ontstaat door de arbeid van de werknemers, maar door de vindingrijkheid en de brutaliteit van een soort Übermensch.

            Het fascisme is dan in de jaren dertig rechtstreeks aan de macht  gekomen in Duitsland, Oostenrijk, Italië en Spanje. Daarop is de tweede wereldoorlog begonnen. Kan men het voorstellen alsof er geen verband zou zijn tussen de economische crisis van de jaren dertig en tenslotte de tweede wereldoorlog? Alsof het Nazisme, alleen en uitsluitend, de volle verantwoordelijkheid zou dragen voor het uitbreken van die oorlog?

            Natuurlijk is de overeenkomst tussen de jaren dertig en nu slechts gedeeltelijk. Zeer veel elementen verschillen, maar het fundamentele mechanisme blijft hetzelfde: de keuze voor een kapitalistische economie leidt tot overproductie en vervolgens tot enorme werkloosheid.

 

De evolutie naar racisme en nationalisme.

            Bij verkiezingen roepen de traditionele partijen de kiezers met aandrang op om voor democratisch partijen te stemmen. Daaronder ook de partijen die de laatste tientallen jaren de politieke macht hebben uitgeoefend. Zij stellen het dus voor alsof de opkomst van het fascisme, bijvoorbeeld in Vlaanderen, te wijten zou zijn aan het Vlaams Belang.

            Tegelijk neemt de regering, tezamen met de financiële en de industriële macht, maatregelen om de lonen te verminderen, de ziekteverzekering te ontmantelen, te besparen op onderwijs, de pensioenen en de zorg voor gehandicapten.

            De syndicale activiteiten binnen de ondernemingen worden beperkt. Er worden afgevaardigden afgedankt en gerechtelijk vervolgd.

            Mensen die naar Europa vluchten, omdat hun levensomstandigheden hopeloos zijn, worden gevangen gezet en met geweld terug gedeporteerd.           

            Al deze maatregelen zijn niet mogelijk indien de regering en de ondernemingen alle vroegere democratische verworvenheden zouden respecteren. Een evolutie dus naar een sterke staat, de ondernemingen hebben meer macht over de werknemers. De democratie wordt meer formeel, meer op de uiterlijke vorm gericht.

            De politieke groeperingen die een sterke staat en autoritair beslissingen eisen, die tegen de vakbonden en de stakingen zijn, drukken slechts in klare taal de maatregelen uit die door de regering genomen worden.

            Der politie die betogingen en stakingen moet onderdrukken, vindt in deze partijen een geestesverwant.

            De werklozen, onder de oorspronkelijke bevolking, die gastarbeiders aan het werk zien, zullen deze gemakkelijk als concurrenten zien. Dezelfde reactie kan zich voordoen op gebied van huisvesting, gezien het tekort aan sociale woningen. Soortgelijke mechanismen verklaren de evolutie naar rechts van de armere bevolking

            De rijkere bevolking, maar ook de middenklasse die, door de grotere productiviteit, een redelijk loon verdient, is bang haar voordelen te verliezen. Zij zijn voorstander van een sterke staat en eisen meer politiebewaking voor hun bezittingen. Meer politiemacht betekent minder politieke vrijheid.

            In deze moeilijke maatschappelijke omstandigheden bloeit het enge nationalisme omdat een bepaalde streek, bv. Slovenië, rijker is dan de rest van ex-Joegoslavië of omdat Vlaanderen thans meer industriële activiteit kent dan Wallonië – alhoewel de problemen ten gronde  dezelfde zijn.

 

Gedrag van mensen in groep.

            Men had gehoopt dat, met in het geheugen wat er in de vorige wereldoorlog  gebeurd is, mensen zich niet tot racisme en nationalisme zouden laten verleiden. Maar zo werkt het blijkbaar niet. Bepaalde maatschappelijke toestanden hebben bepaalde gedragingen voor gevolg.

            Als een groep mensen als soldaat aan een sterk autoritair regime wordt blootgesteld, blijken deze mensen niet meer instaat om zelfstandig te oordelen en zijn zij in staat onmenselijke daden te stellen.

            Of om een sterk beeld te gebruiken: wanneer men ratten in een te kleine ruimte opsluit, beginnen ze tenslotte mekaar op te eten.

            Een grote groep mensen, de bevolking van een land bv., vertoont een gezamenlijk gedrag dat een andere wetmatigheid kent dan het gedrag van een individu.  Het is te vergelijken met wat er in de natuur gebeurt: als de grond een bepaalde samenstelling heeft, zullen daar planten groeien die in dat milieu thuishoren. Als ge een samenleving opbouwt zoals hierboven beschreven, dan ontstaat daarin noodzakelijk racisme en fascisme. Het is dan slechts een kwestie van tijd om dit gedachtegoed meer en meer macht te zien verwerven, ook in de landen waar het nu nog in mindere mate een rol speelt.

            Het voorgaande neemt de individuele verantwoordelijkheid niet weg voor bv. een racistische misdaad of nog de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een politieke partij die bewust tot racisme aanspoort. We trachten hier meer ten gronde na te denken over wat er gebeurt en hoe een bevolking in haar geheel reageert.

            Het gaat hier niet om een natuurramp. Zoals gezegd is het een menselijke keuze om een maatschappij zó in te richten, om onze economie aldus te laten werken. Ze kan dus ook door een menselijke beslissing veranderd worden.

 

Economische democratie.

            De gemeenschap mag wel de gevolgen beheren van de economische beslissingen, nl. de werkloosheid en de toestroom van vluchtelingen uit de “ontwikkelingslanden”, maar is niet betrokken bij de economische beslissingen. Die worden in het geheim genomen door enkele beheerders van grote banken en ondernemingen. Deze staan zelf onder druk van de aandeelhouders, die maximale winst eisen. Deze financiële en industriële macht is groter dan de politieke macht.

            Indien we van mening zijn dat de democratische werkmethode de beste is om tot een goede beslissing te komen. Dat poltieke beslissingen op deze manier moeten genomen worden – en het ontbreken daarvan zelfs kan gebruikt worden om een land militair aan te vallen – waarom geldt deze werkwijze dan niet voor economische beslissingen.

            In een land dat we als democratisch beschouwen , stopt de redenering over deelname van de bevolking aan de beslissingen, als het om economische beslissingen gaat. Het schijnt als het ware uit ons redeneringsvermogen verbannen te zijn dat opties die betrekking hebben op werkgelegenheid en industriële activiteit in onze gemeenschap, door het geheel van de bevolking moeten genomen worden, vermits zij er ook de gevolgen van draagt.

            Waarom wordt er, voor belangrijke industriële activiteiten, niet op democratische wijze beslist over

1.  Wat er geproduceerd wordt.

2.  Hoeveel er geproduceerd wordt.

3.  Op welke manier er geproduceerd wordt.

 

            Dat er nagegaan wordt hoeveel individuele auto’s er werkelijk nodig zijn en de productiemogelijkheden daaraan aanpast. Dus geen nieuwe autofabriek, uit zuiver winstbejag, waar door een verbeterde productiemethode en een enorme investering, de auto’s per eenheid goedkoper zijn, maar meer auto’s per jaar gemaakt worden. Auto’s voorzien van een nieuwe gadget, waardoor men ze hoopt te verkopen ten koste van de concurrentie (Het voorgaande mechanisme leidt tot steeds grotere bedrijven, accumulatie van kapitaal en overproductie).

            Waarom wordt niet door de gemeenschap beslist welk voedsel men zal produceren? Wil men enorme hoeveelheden van voedsel, dat er wel goed uitziet, maar slecht is voor de gezondheid door pesticiden en hormonen. Of wil men een meer beperkte voortbrengst van gezond voedsel.

            Een overproductie van elektriciteit uit kernenergie, waarbij bv. elektriciteit zelfs gebruikt wordt voor verwarming van huizen en om warm water te maken. Ofwel een meer beperkte productie, deels met hernieuwbare middelen en deels met kleinere thermische centrales, waarvan de afvalwarmte gebruikt wordt voor stadsverwarming (zodat een woning goedkoop en comfortabel kan verwarmt worden).

            Een voorbeeld van wat in de “vrije markteconomie” niet ontwikkeld wordt, maar met de huidige technologie ongetwijfeld mogelijk is, is een prothese die blinden toelaat om zich zonder problemen zelfstandig te verplaatsen.

 

            De voorgaande democratische werkwijze verondersteld dat de vakmensen onderzoeken wat de mogelijke oplossingen zijn waartussen gekozen kan worden en dat zij daarvan, op objectieve manier, de voor- en nadelen aangeven.

            Tenslotte moet er geleerd worden uit het verleden.

 

Afsluiting en beperkingen.

            Men moet duidelijk onderscheid maken tussen de analyse, het trachten te begrijpen van een toestand en hoe hij ontstaan is, en vervolgens, het zoeken van een mogelijke oplossing. Men moet beide niet door elkaar halen. Deze tekst richt zich op de analyse.

            De voorgaande redenering kan niet als de enig mogelijke allesomvattende verklaring beschouwd worden. Het kan niet zijn dat we zouden handelen volgens een soort blauwdruk. Verder is de economie niet de enige factor die een rol speelt in de samenleving.Maar anderzijds, zoals nu gebeurt, te handelen alsof wat men de “vrije markt” noemt geen rol zou spelen in de opkomst van het racisme, de toegenomen criminaliteit en de ontbering in de ontwikkelingslanden, is moreel oneerlijk.

            Het voorgaande is o.a. gebaseerd op teksten en uiteenzettingen van de economisten Ernest Mandel  en Pol Verbraeken. Het inzicht liet aan Ernest Mandel toe deze economische crisis te voorspellen en te voorzien dat de lonen zouden verminderen, de sociale voorzieningen zouden afgebouwd worden en dat racisme en fascisme terug de kop zouden opsteken.

            Toch is deze tekst niet meer dan een aansporing om zelf, zonder vooroordeel, maar wel ten gronde, na te denken en vervolgens te komen tot wat een oriëntatie moet zijn van een oplossing, een verbetering van de richting waarin wij evolueren. Dit proces moet permanent zijn, tegelijk met de daadwerkelijke inzet daarvoor, want kennis op zich is steriel.

 

(De essentie van deze tekst verscheen, onder de tittel “Haat en

Honger” in MO, het Mondiaal Magazine, nr. 38, nov 2006).

 

 

reacties

2 reacties

  • door froels op zaterdag 6 augustus 2011

    In grote lijnen akkoord. Mits enkele opmerkingen. 1) U schrijft: "Tegelijk neemt de regering, tezamen met de financiële en de industriële macht, maatregelen om de lonen te verminderen, de ziekteverzekering te ontmantelen, te besparen op onderwijs, de pensioenen en de zorg voor gehandicapten. De syndicale activiteiten binnen de ondernemingen worden beperkt. Er worden afgevaardigden afgedankt en gerechtelijk vervolgd". dit is in België (nog) niet het geval. de lonen worden niet verminderd, ziekenzorg. Onderwijs; dat is de vlaamse regering. pensioenen: zijn nog pas aangepast. Delegees: worden inderdaad soms ontslagen, maar dat is altijd al zo geweest. zou hun "bescherming" nu minder zijn dan vroeger? Dus totnogtoe nog geen sociale afbraak (dankzij de anticrisismaatregelen, de vakbonden, Leterme en Milquet). Natuurlijk, wanneer de europese besparingsnormen in voege treden, zullen we nog wat anders zien ("allemaal de schuld van...de PS en EDR!!"). Ik bedoel: we moeten oppassen met overdrijven, dat maakt elk betoog onbetrouwbaar. U schrijft: "Het gaat hier niet om een natuurramp. Zoals gezegd is het een menselijke keuze om een maatschappij zó in te richten, om onze economie aldus te laten werken. Ze kan dus ook door een menselijke beslissing veranderd worden". OK, menselijke beslissingen. Maar van welke mensen? Het antwoord is zéér complex, want de gang van zaken resulteert uit miljoenen belissingen, oude en nieuwe, die interageren. Denk bvb aan de computerprogramma's van de quants, die de beursoperaties uitvoeren, zonder telkens een menselijke tussenkomst. Wat extreem gesteld zijn het dus wel menselijke beslissingen, maar niemand heeft de resultaten voorzien en precies gewild. iedereen tracht zijn voordeel eruit te halen, sommigen hebben heel veel hefbomen (hefboomfondsen!), anderen hebben slechts een stem bij de verkiezingen, of zien niet waar ze invloed zouden kunnen hebben (door syndikaal of partijpolitiek actief te zijn, maar dat toch niet geloven/willen/geen tijd hebben). samengevat: de wereld is best te beschrijven als een ingewikkelde machine. veel is vooraf geprogrammeerd, hier en daar kan een enkeling ingrijpen, maar niemand controleert de afloop. De enen profiteren, de andere zijn slachtoffer. Wie veel heeft, kan tegen een grote stoot; de babies in Somalië hebben geen reserve. Maar DAT is niet echt een beslissing van iemand. Of nog: de gevolgen op afstand (tijd en ruimte) zijn vaak niet zichtbaar, en steeds geldt de regel tot hoevèr rekenen we onze naasten die recht hebben op solidariteit? De analysen en voorstellen zijn daardoor sterk ideologich bepaald, bijvoorbeeld: investeren schept banen, bestrijdt de armoede. Laat ons dus investeren om de mijnen in Afrika te exploiteren, of om bedrijven over te nemen, of om voedsel te exporteren naar Afrika. De Vrijhandelsakkoorden ook. Resultaat: toename armoede en honger. De grote rol die opiniemakers en media spelen verdienen meer aandacht in uw analyse. De meeste mensen begrijpen nergens iets van, behalve dat alles slecht gaat, de politiekers hun zakken vullen, en de allochtonen met onze welvaart weglopen. Zo staat het bij Breivik, en in onze vrije pers en TV. U schrijft: "Waarom wordt er, voor belangrijke industriële activiteiten, niet op democratische wijze beslist over...". U bedoelt denk ik: door de politieke overheden (parlement, regeringen). Kijkend naar de historiek, is het antwoord simpel: een meerderheid in alle europese landen heeft in stappen beslist dat de overheden minder geschikt waren om economische activiteiten uit te voeren, in vergelijking met privé sectoren. Argumenten waren deels: minder creatief en performant, "te duur" (want de belastingbetaler betaalt; in de privé sectoren is het de consument!). Een heel ander soort reden is dat er veel geld kan verdiend worden in de privé-sector. Daar wordt dan ideologisch aan toe gevoegd, dat winst voor sommigen, goed is voor iedereen. De zichtbare rijkdom van een minderheid in een vrije markt, werkt als overtuigingsmiddel: iedereen wil dat hebben! En Kan dat (American Dream). In O Duitsland, SU... zag men dit soort rijkdom niet, dus: slecht (de partijbonzen waren natuurlijk rijker van anderen, maar dat was geen aantrekkingspool voor het regime).

    • door j.vroman@skynet.be op maandag 8 augustus 2011

      Bedankt voor uw opbouwende reactie.

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties