about
Toon menu

Burgeranalyse - politiek bedrijf - levensbeschouwing: dl. 2 wetgeving

donderdag 14 maart 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

'De neutrale overheid is er voor zowel gelovigen als vrijzinnigen: beiden moeten ze die dus verdedigen'

Bovenstaande schreef Patrick Loobuyck, moraalfilosoof verbonden aan de universiteiten van Gent en Antwerpen op 2017/03/16 in Knack.be

Onze samenleving is gebaseerd op het inzicht dat we het best aan politiek doen op basis van vrijheid en gelijkheid. De overheid moet al haar burgers als vrije en gelijke individuen behandelen.
Wie nu die uitgangspunten vrijheid en gelijkheid aanvaardt, moet ook instemmen met een opvatting van staatsneutraliteit. Staatsneutraliteit is de andere kant van dezelfde medaille van vrijheid en gelijkheid.

Staatsneutraliteit impliceert o.a.:

  • een scheiding van kerk en staat waarbij de overheid zich niet mag uitspreken over de waarde, noch over de waarheid van bepaalde levensbeschouwelijke strekkingen en levensstijlen die mensen erop nahouden. Dat is geen uiting van relativisme, maar van respect voor burgers als vrije en gelijke individuen.
  • dat de overheid het aan zichzelf verplicht is om het huwelijk/samenlevingscontracten open te stellen voor homo's en lesbiennes. Er is immers geen niet-levensbeschouwelijke reden om te discrimineren.
  • dat een school- of leerplicht te rechtvaardigen is. Niet op basis van de idee dat slimme, geschoolde mensen beter zouden zijn dan ongeschoolde mensen, maar omdat vrijheid en gelijkheid goed onderwijs impliceert. De vrijheid van niet goed geïnformeerde mensen is immers een valse vrijheid. Vrijheid impliceert de mogelijkheid tot zelfreflectie en het kunnen overwegen van alternatieven.

Wetten en decreten moeten steeds met politieke, seculiere, levensbeschouwelijk neutrale argumenten te verantwoorden zijn. Dit betekent concreet dat religieuze of levensbeschouwelijke argumenten nooit doorslaggevend kunnen zijn om politieke maatregelen goed of af te keuren.
Staatneutraliteit is dus niet tegen godsdienst of levensbeschouwing, maar is de voorlopig beste voorwaarde die we hebben om samenleven in diversiteit op een faire manier mogelijk te maken. En neen, Ignace Demaerel (godsdienstleraar en auteur), 'religieuze neutraliteit van de overheid' betekent niet dat overheidsinstellingen binnenkort alleen nog niet-gelovige mensen in dienst zal nemen.
Religieuze burgers moeten zich dus niet afzetten tegen staatsneutraliteit maar ze, zelfs uit eigenbelang, verdedigen.

Waar wel een knelpunt zit is de vraag of de overheidsneutraliteit zich moet beperken tot de overheidsgebouwen en het onpartijdig handelen van de ambtenaren (en leerkrachten), dan wel of die neutraliteit ook zichtbaar moet zijn in de (levensbeschouwelijk) neutrale kledij van ambtenaren.
In deze discussie botst de godsdienstvrijheid van ambtenaren met de vrijheid van burgers om bij hun omgang met de overheid niet met levensbeschouwelijke uitingen geconfronteerd te worden. M.a.w. moet de overheid zichtbare neutraliteit garanderen, of moet de burger tolerant zijn ten aanzien van zichtbare diversiteit bij ambtenaren?
Persoonlijk vind ikzelf dat ook ambtenaren die neutraliteit moeten uitstralen. Een werkgever heeft het recht de kledingvoorschriften op zijn werkvloer te bepalen. En in veel werkomstandigheden is een typisch kledingvoorschrift van tel: garage, bouw, ziekenhuis, … En dat betekent niet dat de werkgever hierdoor anti-islam, auto-joods of anti-christen is.

Elkeen weet dat onze westerse democratiën schatplichtig zijn aan de christelijke godsdienst. Tot spijt van wie het benijdt zijn onze autochtone atheïsten en vrijzinnigen in wezen culturele christenen. Dat betekent dat de integratie van de (allochtone) islam, haar gelovigen en de culturele moslims (die bestaan ook) in onze westerse waardecultuur geen kans van slagen heeft, als de overheid doet alsof het christendom niets te maken heeft met onze beschaving.
We kunnen de toekomst van onze beschaving en waarden niet veilig stellen, als de vertegenwoordigers van de christelijke religie uitgesloten worden van het debat over de grote maatschappelijke en ethische vragen. De dialoog met van oorsprong niet-Europese culturen en religies kan enkel tot emanciperende integratie leiden, als die dialoog wordt gevoerd via de spirituele inspirator van de Europese beschaving.
Burgemeester Delannou van Tourcoing zei het zo: 'Als we willen dat onze waarden standhouden, moeten we ophouden om de eigenheden van alle levensbeschouwingen te negeren, maar moeten we zoeken naar instrumenten om ze samen te brengen.’
Dat weten ze in Frankrijk al enkele decennia. Dat beseft vandaag ook de Belgische premier Charles Michel. Op 24 maart 2017 had hij immers een ontmoeting met de vertegenwoordigers van de erkende erediensten. Na afloop van de vergadering zei hij dat hij aan de regering zou voorstellen om het overleg een permanent karakter te geven. Ook de vertegenwoordigers van levensbeschouwingen zijn de idee van een permanent overleg genegen. Nu nog de rest van de politieke klasse overtuigen ...

 

Waarom is een religieuze overtuiging meer waard, dan een niet-religieus engagement?

Logia, orthodoxe Joden en fundamentele moslims hebben met elkaar gemeen dat ze religieuze voorschriften laten voorgaan op fundamentele regels. Volgens hen bevatten hun eeuwenoude religieuze boeken meer waarheid dan democratische regels, zelfs dan sommige mensenrechten.
Laat ik het eens voor altijd duidelijk stellen: de godsdienstwetten zijn steeds ondergeschikt aan seculiere/maatschappelijke wetten. Dat betekent dat het religieuze individu, net als het seculiere individu, ultiem verantwoordelijk wordt geacht voor wat hij met zijn geloof/binding doet. En de consequentie hiervan is dat men nu eenmaal vanuit zijn geloof niet eender wat kan opeisen.
Er zijn al diverse pogingen geweest om ondubbelzinnig in de grondwet te laten opnemen dat de seculiere wet steeds primeert op religieuze voorschriften. Maar blijkbaar verzet de denktank Logia, de drijvende kracht achter de humanitaire visa die worden verleend aan Syrische christenen, zich met hand en tand hiertegen. En hun invloed is niet onaanzienlijk.

Wat met andere woorden centraal komt te staan is niet langer de vraag vanuit welke positie een claim wordt geformuleerd (gaat het nu wel/niet om een religie?), maar wel wat er precies wordt geclaimd en in hoeverre die claim redelijk kan worden geaccommodeerd. En in een seculiere en superdiverse samenleving lijken er veel meer claims in aanmerking te kunnen komen voor de bescherming die uitgaat van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (cfr. erkenning van de vrijheid en morele gelijkwaardigheid van de mens). Dus staan religieuze (vb. hoofddoek) en prozaïsche (vb. tattoo) claims op dezelfde hoogte.
Er zijn twee opties van handelen: ofwel niks toelaten, ofwel aan de hand van redelijke criteria proberen het kaf van het koren te scheiden. De eerste optie is duidelijker (maar mist de erkenning voor identitair verschil), de tweede optie is vager (maar doet wel een poging rekening te houden met constitutieve bindingen). Er valt voor de beide opties iets te zeggen.

Vrijheid van religie is dus geen absoluut recht. Wat wel problematisch is, is dat de vrijheid van religie vaak absoluut wordt toegepast, alsof het een onbeperkt recht is, aldus Hendrik Vuye & Veerle Wouters. De vrije meningsuiting geniet niet diezelfde bescherming.

  • Een foto met een religieus hoofddeksel op een identiteitskaart kan, op grond van de vrije godsdienstbeleving.
  • Een overtuigd vakbondsmilitant zal zich tevergeefs beroepen op de vrije meningsuiting om een foto op zijn identiteitskaart te krijgen met een petje van zijn vakbond.

Waarom is een religieuze overtuiging meer waard, dan een niet-religieus engagement?
In het hoger of universitair onderwijs zal men er geen probleem van maken dat iemand met een hoofddoek of een keppeltje komt doceren. Doet men dit met een pin van een politieke partij op de vest, dan wordt men ongetwijfeld ter verantwoording geroepen. Waarom dit verschil? Nogmaals, het zijn gelijkaardige rechten.

De vergelijking wordt nog scherper wanneer men ze toepast op onverdoofd slachten. Dit moet kunnen op grond van religieuze motieven, oordeelt de Raad van State. Roept iemand in dat het zijn innige overtuiging is dat dieren onverdoofd moeten geslacht worden, dan zal deze persoon bot vangen bij dezelfde Raad van State. Is de mening van een niet-gelovige dan minder waard, dan het geloof van een devoot mens?
Waarom mag er meer in naam van een religie, dan in naam van een innige niet-religieuze overtuiging? Ongelijke behandeling tussen gevestigde religies en losse groepen!

Het probleem situeert zich dus in de absolute interpretatie van de godsdienstvrijheid. 'Ik geloof' ... en bijna alles kan. 'Ik meen dat' ... en plots kan veel minder. Dat is wel een paradox die kan tellen. Meer nog, het is een ongelijke behandeling die niet te verantwoorden is.
Ik kan er alleen aan toevoegen dat dit hypocriet gedoe eenvoudig aantoont dat: 'alle Belgen gelijk zijn voor de wet, maar sommige groepen meer dan de rest.'

Maar het gaat nog veel verder! De huidige Dierenwelzijnswet van 14 augustus 1986 schrijft voor dat dieren die moeten geslacht worden eerst moeten worden verdoofd. Wie dit niet naleeft, riskeert celstraffen tot 6 maanden, 1 jaar bij recidive.
Echter, sinds 1995, en dit onder een rood-roomse regering, voorziet artikel 16, zin 2 in een zogenaamd religie-excuus dat maakt dat het volstaat om te beweren aanhanger te zijn van een religie die onverdoofd slachten niet toelaat om strafrechtelijke immuniteit te krijgen. Onverdoofd slachten gaat dus niet alleen over het toebrengen van vermijdbaar en totaal overbodig dierenleed, het gaat er ook over dat de ene (ongelovige of christelijke) burger wél strafsancties riskeert wanneer hij of zij een dier onverdoofd slacht en de andere niet.
En dan komt de Raad van State op de proppen met deze uitspraak: "De beoordeling van de beperking van een grondrecht in het licht van het dierenwelzijn is niet hetzelfde als de beoordeling van een grondrecht door een ander grondrecht." In mensentaal: de vrijheid van religie betekent dat religie altijd en overal kan worden ingeroepen om inbreuken op het dierenwelzijn goed te praten en onbestraft te laten.
Eigenlijk zegt de raad zo impliciet dat het lijden van dieren aanvaardbaar is, als het om een religieuze praktijk gaat, verwoordt Luckas Vander Taelen, journalist, historicus en voormalig politicus bij Groen.

Nochtans was in geen van de parlementaire teksten sprake van een verbieden van het rituele slachten. In de Belgische wetten op het dierenwelzijn is bepaald dat dieren niet onverdoofd geslacht mogen worden. Een religieuze slachting, waarbij het dier in een bepaalde richting wordt geplaatst en de keel wordt overgesneden, is perfect verzoenbaar met een voorafgaandelijke verdoving.
Toen er lang geleden opgelegd werd om dieren de keel over te snijden, was dit een vooruitstrevende maatregel, om de pijn van het dier zo kort mogelijk te houden. Maar in deze tijd zijn er andere methodes voorhanden om dat te doen. Een dier laten doodbloeden was toen misschien beter dan het de kop in te slaan, maar is nu niet meer of minder dan barbaars. Als een gelovige eeuwenoude voorschriften in hun tijdskader plaatst en bij een religieuze slacht moderne methodes gebruikt, wijst dat niet op een aantasting van zijn geloof. Wel dat hij dierenwelzijn belangrijker vindt dan teksten van eeuwen geleden.
Trouwens nergens in de Koran staat geschreven dat een dier pijn moet lijden tijdens de slacht, wel integendeel.
Invloedrijke moslims zouden er goed aan doen om aan hun geloofsgenoten te zeggen dat een religieuze slacht ook kan, als het dier verdoofd is. Dat is geen beperking van religieuze vrijheid, maar een verzoening van godsdienst en humanisme.

De Raad van State had zo wijs moeten zijn om zich onbevoegd te laten verklaren. Ze verwart het beleven van godsdienst en de Belgische wetten op het dierenwelzijn. Niemand stelde/stelt het recht op ritueel slachten in vraag. Door zijn uitspraak heeft de Raad van State partij gekozen voor een rigide beleving van religieuze regels die ze bovendien nog boven de seculiere wetgeving plaatst. Dat kan niet en is ook niet de taak van een openbaar rechtscollege.

 

Vrije keuze? Geloof dat maar niet!

Een Vlaamse academische opleiding zou ervoor moeten zorgen dat imams Nederlands spreken en kennis hebben van de westerse cultuur. Ook zou ze radicalisering moeten tegengaan en de import van imams uit het buitenland een halt toeroepen. Maar die doelstelling van minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) en minister van Justitie Koen Geens (CD&V), die ik helemaal terecht vind, loopt averij op.
Laat het duidelijk zijn: de taal van de regio spreken, onze cultuur kennen en pedagogisch geschoold zijn, zijn basisvoorwaarden voor elke lesgever van de erkende levensbeschouwingen. Dat heeft niets vandoen met de inhoud van het curriculum.

De Turkse overheid wil zich in ons land blijven mengen via de geïmporteerde imans. M.a.w. zij hebben lak aan het Nederlands leren en vinden kennis hebben van onze cultuur absoluut niet nodig! Wat een arrogantie! Laat ons het heel duidelijk verwoorden: het is wel de Turkse overheid die zich moeit in ons land!
Zoiets kan niet en dergelijke personen moeten direct het land uitgezet worden, maar dat zullen de ‘softies’ binnen de politieke klasse nooit durven doen … Je mag Erdogan immers niet schofferen … Hemeltergend!

En laat onderstaande ook eens gezegd! De vrije keuze is meer dan het recht hebben om te kiezen wiens slaaf men wil zijn. Er is immers geen vrije keuze voor hen die moeten kiezen tussen goddelijke dwingelandij en een archaïsche discriminerende cultuur. Vrije keuze is inherent aan gelijkwaardigheid.
Een groot deel van de mannelijke moslims gaat akkoord met het standpunt van hun religie dat vrouwen gereduceerd moeten worden tot kinderenfabrieken en aanstootgevend lustobject. M.a.w. ze zullen nooit aanvaarden dat ons recht boven hun religieuze verordeningen staan. Maar indien zo, dan horen zij hier niet thuis!

Nog zo iets. De Belgische politieke partij ISLAM, een acroniem voor Intégrité Solidarité Liberté Authenticité Moralité, opgericht in 2012 zegt openlijk dat zij wacht tot zij de meerderheid heeft om de sharia door te voeren. Zij hebben dus duidelijk lak aan ons democratisch bestel, maar gebruiken het wel om aan de macht te geraken.
Bart De Wever zei ooit: “Wat mij nog het meeste stoort, is dat de Syrie-strijders de democratische rechtsstaat verwerpen, maar dan met hangende pootjes terugkeren en zich beroepen op hun burgerrechten als ze voor de rechter verschijnen. En daarbij worden ze dan nog gesteund door advocaten als Abderrahim Lahlali!"
Ik begrijp zijn frustratie volledig … maar waarom zoekt hij niet naar een mogelijke juridische oplossing?

 

'Is de vrijheid van onderwijs wel nog gegarandeerd als de meeste scholen katholiek zijn, maar niet de leerlingen?'

Leni Franken, onderzoeker op het departement Wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen, raakt dit heikel punt i.v.m. de onderwijsnet-structuur aan.
Knack.be : vrije tribune : opinie  
2016-05-16

Conform artikel 24 uit de Grondwet is het onderwijs vrij en is het aan de Gemeenschappen om deze vrijheid te waarborgen. Om de vrijheid van onderwijs geen dode letter te maken, werd in de schoolpactwet (1959) vastgelegd dat vrije scholen door de overheid gesubsidieerd worden wanneer ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Bijna 60 jaar na deze wet betekent dit concreet dat de meeste scholen in België (en in het bijzonder in Vlaanderen) vrije, katholieke scholen zijn.

Dat deze katholieke scholen ervoor kiezen om meer rekening te houden met moslims, en dat ze er daarnaast voor kiezen om, onder meer via het vak Rooms-katholieke godsdienst, hun eigen identiteit te beklemtonen, is hun volste recht. Dat is nu eenmaal de vrijheid van onderwijs, waar politici en beleidsmakers zich niet mee hoeven te moeien.

Om de vrijheid van onderwijs, die Katholiek Onderwijs Vlaanderen zo hoog in het vaandel draagt, de facto te garanderen, volstaat het niet om 'in dialoog te gaan' met andersdenkenden, terwijl deze andersdenkenden nog steeds Rooms-Katholieke godsdienstlessen moeten volgen en er in de Raad van Bestuur van dit onderwijsnet geen ruimte is voor deze andersdenkenden.
Een ander onderwijsmodel dringt zich daarom onvermijdelijk op. Eén van de mogelijkheden is een evolutie naar een pluralistisch onderwijsnet, zoals onder meer Raymonda Verdyck (GO!) voorstelt. Een dergelijk systeem zou niet enkel ten goede kunnen komen aan de reële vrijheid van onderwijs en godsdienst, het zou allicht ook efficiënter zijn en minder geld kosten.
Ik vind dit laatste niet zo’n gek idee, maar wil dan wel enkele logische aanpassingen.
Hierover meer bij remedie.

Als de overheid confessionele scholen toelaat en hen, in bepaalde contexten en onder bepaalde voorwaarden, financieert, dan krijg je sowieso een gesegregeerd onderwijsmodel en dat lijkt mij noch Leni Franken niet het meest wenselijke. Daarbij zie ik alvast heel snel deze problemen opdoemen:

  • Kan je à la carte net zoveel scholen oprichten als ouders van die confessie vragen?
  • Worden die scholen gesubsidieerd en wat zijn de spelregels hiervoor?
  • Mogen scholen van moslims gefinancierd worden door buitenlandse ‘machten’. Hoe hou je dan nog controle op de invloed van die sponsors?
  • Mogen eventuele moslimscholen het Arabisch aanleren? Hoe zit het met het aanleren van de plaatselijke taal van het gebied waar ze resideren, maar ook het Frans, het Duits en het Engels?
  • Hoe komt het dat godsdienstleerkrachten van niet-christelijke religies zonder de vereiste kwalificaties toch les mogen geven?
  • Mogen eventuele moslimscholen buitenlanders van Arabische origine als lesgevers inschakelen? En indien zo, welke zijn daarvoor de vereiste kwalificaties?
  • Hoe en door wie worden de leerplannen, handelingsplannen, enz. opgesteld en gecontroleerd?
  • Hoe zit het met de diploma’s die na het afronden van het curriculum worden toegekend?
  • Laten we buitenlandse inmenging toe of mogen enkel moslims die hier opgegroeid en gevormd zijn, meedoen?

Hierrond een deftig kader scheppen dat voor alle gezindten identiek is, lijkt mij dan wel een voorafgaande absolute noodzaak!

 

 "De leraren hebben ons misleid", zo stelt Dimitri Verhulst.

Patrick Loobuyck, moraalfilosoof verbonden aan de universiteiten van Gent en Antwerpen, geeft hierop zijn visie.
Knack.be : Opinie /  2015-11-08

En Dimitri Verhulst heeft voor een deel gelijk: jongeren worden op levensbeschouwelijk vlak in ons onderwijs inderdaad misleid. Maar dat is niet zozeer de schuld van de leerkrachten maar van de handboeken, de leerplannen, én van de overheid die weigert om rond levensbeschouwelijke geletterdheid eindtermen te formuleren.
Enkel de positieve kanten van een godsdienst worden belicht, maar dat een specifieke godsdienst ook tot intolerantie en oorlog kan leiden, menselijke vrijheid kan fnuiken, op erg gespannen voet staat met de huidige wetenschappelijke bevindingen, gendergelijkheid miskent, onderdrukkend kan zijn, enz., het wordt allemaal nauwelijks of niet gethematiseerd.
Hier zou ik even nuanceren: uit ervaring weet ik dat een deel van de leerkrachten die aan godsdienstvorming doen, de negatieve aspecten van hun godsdienst niet zomaar onder de mat vegen.

En we kunnen het de levensbeschouwelijke vakken eigenlijk niet eens kwalijk nemen. In België hebben de levensbeschouwingen immers het grondwettelijk recht om autonoom en zonder inspraak van buitenaf hun vakken in te richten, leerplannen te ontwikkelen, leerkrachten voor te dragen en te inspecteren. De scheiding tussen kerk en staat maakt dat we daar als overheid, als samenleving of als school verder geen controle op hebben. De levensbeschouwelijke vakken doen in principe wat ze zelf willen en staan op dat punt recht in hun schoenen.
De overheid daarentegen valt meer te verwijten. Onbegrijpelijk dat de overheid nooit eindtermen formuleerde voor levensbeschouwelijke geletterdheid. Let op: het gaat hier niet om de religieuze vorming.

Nu al zijn in het onderwijs een aantal lesuren voorzien voor een erkende godsdienst of niet-confessionele zedenleer te geven.
Maar minstens even belangrijk is dat we kinderen/jongeren via onderwijs:

  • onze democratische waarden meegeven. Mensen worden immers niet als democraten geboren. Democratie moet voorgeleefd, uitgelegd én aangeleerd worden.
  • een levensbeschouwelijke geletterdheid meegeven. Inzicht in de verschillende vormen van de islam, jodendom en christendom is onontbeerlijk in een religieus pluriforme maatschappij. Dit geldt ook voor de vrijzinnigheid en de oosterse godsdiensten.

Wel het lijkt mij dan toch vrij eenvoudig op te lossen: voorzie in het onderwijsrooster evenveel lestijd voor levensbeschouwelijke vorming en LEF (Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie).
Door het op deze wijze aan te pakken is Jelle Creemers kritiek (docent aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven) alsof de levensbeschouwelijke diversiteit in het gedrang zou komen, beantwoord.
( Met een 'neutraal' vak over levensbeschouwing komt de diversiteit onder druk te staan' .- Knack.be : Vrije Tribune : Opinie ._ 2016-03-18 )

Toch nog even wat verduidelijkingen aangaande het vak LEF. LEF wil leerlingen niet opvoeden in één levensbeschouwelijke traditie, maar wil adequate kennis bijbrengen over de diversiteit aan levensbeschouwingen in de wereld en in België. Daarnaast is er aandacht voor filosofische en ethische kennis en reflectie, voor kritisch denken en voor burgerschapseducatie. Wie zich ten volle wil ontplooien als burger, moet immers op een redelijke manier in discussie kunnen gaan met zijn medeburgers en hiertoe is een minimale levensbeschouwelijke geletterdheid, net zoals inzicht in wat een samenleving van vrije en gelijke burgers bijeenhoudt en wat de morele en politieke basisvoorwaarden daartoe zijn, onontbeerlijk.
Anders dan de huidige levensbeschouwelijke vakken, valt LEF niet onder de bevoegdheid van de erkende levensbeschouwingen, maar van de staat: de overheid legt eindtermen vast, keurt lerarenopleidingen goed, inspecteert de vakinhoud, benoemt de leerkrachten en is bevoegd voor de leerplannen. Het vak LEF is hiermee geen levensbeschouwelijk vak, maar een vak over levensbeschouwingen, ethiek en filosofie. Het is niet religieus, het is niet anti-religieus, maar het is methodologisch a-religieus, wat betekent dat het principieel geen levensbeschouwelijk standpunt inneemt.

En om dat allemaal wat gemakkelijker te faciliteren stelt Patrick Loobuyck concreet voor om de levensbeschouwelijke vakken uit de grondwet art 24 te halen, en de passage te vervangen door:
"Alle scholen erkend door de betreffende Gemeenschap bieden, tot het einde van de leerplicht, onderricht aan in de mensenrechten, in de uitgangspunten van de Belgische liberale rechtsstaat en van het samenleven in diversiteit op basis van grondrechten, vrijheid, gelijkheid, wederkerigheid en solidariteit".
Wat mij betreft: een prima voorstel!

'Met dialoogscholen zetten we onze identiteit in de uitverkoop'

In dit artikel geeft Jean-Marie Dedecker, voorzitter van LDD, Lieven Boeve een serieuze veeg uit de pan.
Knack.be : opinie / 2016-05-15
God is aan 't verdampen en Allah aan 't overkoken. De kerken lopen leeg en de moskeeën vol. De paaipolitiek voor de islam van Lieven Boeve, de baas van de katholieke onderwijskoepel, hoopt op een christelijk réveil op de vleugelslag van de assertieve islam. We hebben nog maar pas de onderpastoors langs de achterdeur van de school zien vertrekken of de imams worden langs de voordeur binnengehaald.
Het gelijkheidstotalitarisme heeft de onderwijsnivellering al omlaag gehaald zodat elke nieuwkomer gemakkelijker over de lat zou kunnen springen. Nu gaat Boeve ook nog pedagogisch gesluierd knielen in islamitische gebedshuizen die hij wil installeren in zijn katholiek onderwijsnet, samen met islamlessen, aparte zwemuurtjes, halalmaaltijden en de revival van de hoofddoek.

En ja, volgens onderwijssociologen Manon de Heus en Jaap Dronkers is er wel een merkwaardige invloed van religie op schoolprestaties bij leerlingen uit een land waar de islam de dominante religie is. Zij scoren beduidend veel lager dan leerlingen in andere gebieden.
Een cultuur die gedomineerd wordt door een godsdienst die het tekenen, schilderen en beeldhouwen van levende wezens nagenoeg verbiedt omdat het iets aan Gods schepping zou toevoegen, doodt de creativiteit. Filosofie wordt er niet gedoceerd, ze stimuleert immers de bewustwording, gefnuikt door censuur en religieus fanatisme. School lopen in een gemengde school zet jongeren er niet toe aan toleranter te zijn voor andere bevolkingsgroepen omdat de slachtoffercultuur van de islam iedereen provoceert.
Het is nu eenmaal vastgesteld dat  moslims zich vlugger gediscrimineerd voelen, en dat hun opvattingen over eer en over de ongelijkheid tussen man en vrouw een belemmering zijn voor de individuele ontplooiing.

Ik kan hem in zijn analyse geen ongelijk geven maar denk dat in het artikelfragment hier net boven een groot deel van de oplossing verwoord werd.