about
Toon menu

Burgeranalyse - politiek bedrijf - kiezen: dl. 11 remedie bestuur

zondag 3 maart 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Bezoldigingen

De bezoldiging van de parlementaire- en gemeentelijke mandatarissen start pas na de installatie van de onder hen verkozen voorzitter, dus nooit met terugwerkende kracht. Dit vermijdt allerlei politieke partijspelletjes. Om dezelfde reden start ook voor regerings- en gemeentebestuursleden de bezoldiging pas na de vorming van hun respectievelijke ‘regering’.
Werkeloosheidsuitkeringen na een periode van 5 jaar mandataris of gedwongen ontslag loopt maximum 1 jaar en dit aan 75 % van hun parlementair basisloon. Nadien vallen ze onder de gewone werkeloosheidsuitkeringen zoals andere werknemers waarbij hun parlementaire wedde geen referentie meer is.
Zowel federale als gewestelijke parlementariërs ontvangen dezelfde verloning. De hoogte van de bezoldiging hangt voor 50% af van aanwezigheid en 50 % van inzet.

Het gewestelijk parlement vergadert op maandag, woensdag en vrijdag, het federaal parlement op dinsdag, donderdag en zaterdag. De parlementaire dag start om 09:00 en eindigt ten laatste om 21:00 ongeacht of er een crisissituatie is.

De pensioenleeftijd van de mandatarissen, alsook die van regerings- en schepencollegeleden wordt geregeld zoals bij de arbeidnemers.
Het pensioen van de mandatarissen, alsook die van regerings- en schepencollegeleden wordt geregeld zoals bij de arbeidnemers.

 

Taakverdeling

Raadsleden:
Parlementsleden van federale en gewestelijke besturen kunnen geen lid van de regering worden.
Gemeenteraadsleden kunnen geen lid zijn van het gemeentebestuur.
Parlements- en gemeenteraadsleden vormen de 'raad van bestuur' die het 'directiecomité', zijnde de regering of gemeentebestuur controleren.
Hun tweede taak is legislatieve initiatieven nemen. Bij elke nieuwe wet moeten er 2 oude wetten sneuvelen, waardoor het wettelijk kluwen vereenvoudigd en doorzichtiger wordt.

Bestuursleden:
Regeringsleden en gemeentebestuursleden worden door de parlementaire/gemeentelijke assemblees naar voren geschoven.
Ongeacht het bestuursniveau zijn slechts 8 (leden) + 1 (voorzitter) plaatsen vacant.
Elk lid van de federale, gewestelijke en gemeentelijke 'regeringen' is verantwoording verschuldigd aan alle mandatarissen van het gebied waarover ze regeren. Regeringsleden kunnen zich niet verschuilen omdat ze uit een bepaalde kieskring/gewest afkomstig zijn.
Zowel regering als gemeentebestuur in hun geheel of individuele mandatarissen kan/kunnen maximaal 2 legislaturen na elkaar aanblijven.
Bestuursleden, ongeacht het niveau, kunnen onmogelijk ontslag nemen om kritiek te vermijden bij onverkwikkelijke zaken waar zij verantwoordelijk voor zijn maar geen rechtstreekse schuld aan hebben. Ontslag kan enkel bij een persoonlijke fout of omdat het parlement of gemeenteraad de minister/regering ertoe dwingt.

Voorzitters:
De voorzitter van het parlement wordt verkozen onder de mandatarissen in bijzijn van het staatshoofd. Wie de meeste stemmen haalt wint en bij ex aequo wordt herkozen tot er een winnaar is. Het staatshoofd bekrachtigt onmiddellijk de benoeming.
Dezelfde handelswijze gebeurt voor de verkiezing van de voorzitter van de gemeenteraadsleden. Hier is het de hoogste rechter uit de regio die aanwezig is en de benoeming bekrachtigt.
Ongeacht het bestuursniveau kiezen de regeringsleden en gemeentebestuursleden uit hun midden van 9 leden de voorzitter. Op die wijze wordt het aantal regeringsleden of gemeentebestuursleden op een aanvaardbaarder niveau gebracht.
Enkel de voorzitter is gemachtigd werkgroepen op te richten. Maar elke mandataris of partij kan het opstarten van een onderzoekscommissie eisen.

Administratie:
Elk bestuurslid (minister/schepen) heeft een passende administratie achter zich staan waarvan het hoofd a-politiek is en fungeert als staats-/stadssecretaris voor het betreffende deelgebied.
Wie op corruptie, gefoefel of belangenvermenging betrapt wordt, verliest zijn job en kan nooit meer in om het even welke openbare administratie werken. Kabinetten mogen dus geen 'dubbele' administratie hebben. De administratie is de constante.

Het staatshoofd:
Het staatshoofd, de koning(in) tot troonsafstand, of de president voor een gefixeerde periode van 9 jaar, moet a-politiek zijn, buiten de 3 machten staan en rigoureus onderstaande controleren:

  • of elke wet zich tot één thema beperkt. Indien niet wordt die onmiddellijk vernietigd.
  • of elke nieuwe wet volgens de regels van de grondwet opgesteld is. Indien niet wordt die onmiddellijk vernietigd.
  • of elke wet geschreven is in een begrijpbare taal. Het zijn immers wetten door het volk, van het volk en voor het volk. Juridische spitsvondigheden en achterpoortjes zijn uit den boze. Indien de wet niet begrijpelijk is, moet de assemblee opnieuw beginnen.
  • of de personeelsbezetting van politie, leger en gerecht gedepolitiseerd gebeurt. Zoniet worden de benoemingen onmiddellijk vernietigd.

 

Democratische meerderheid

'Het is de rechtsstaat die ons beschermt tegen de volksvertegenwoordigers.’ Gespierde woorden, van een gespierd verdediger van onze liberale grondrechten: Andreas Tirez, kernlid van de denktank Liberales. 'Iedereen doet altijd alsof de democratie iets geweldigs is', zegt Andreas Tirez. 'Maar zo geweldig vind ik ze niet. Het betekent namelijk dat de helft plus één de baas kan spelen over de rest van de bevolking. Niet het volk, maar de meerderheid heeft de macht. Dat is natuurlijk beter dan bestuurd worden door een clubje oligarchen. Maar de dictatuur van de meerderheid bestaat echt en groepen worden hierdoor soms geminoriseerd.

In die optiek vind ik dat twee wijzigingen zich opdringen.
In een land moeten er altijd minstens 3 tot 5 partijen zijn die naar de gunst van de kiezer dingen. Een 1- of 2-partijen-staat is anti-democratisch.
Wanneer beslissingen/wetten/… moeten genomen worden is ‘de helft + 1’ niet genoeg. Het minimum moet ⅔ of 66,67 % zijn.

 

Transparantie van besluitvorming

Transparantie is nodig om objectief te werk te gaan, aangezien anders de gegevens ontbreken om feitelijke argumenten op te bouwen. Slechts wanneer burgers correct geïnformeerd worden, kunnen ze op democratische wijze de juiste beslissingen nemen voor nu en later.
Elke burger heeft het recht inzage te krijgen in documenten die handelen over de besluitvorming van politici.
In de besluitvorming moet duidelijk zijn welke politicus waarvoor stemde en wat zijn/haar beweegredenen daartoe zijn.