about
Toon menu

Ruimtelijke planning.

donderdag 28 mei 2015
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


Ik verwacht van de overheid dat ze het samenleven tussen mensen organiseert, zodat dit leven op een aangename manier gebeurt. Is dit te veel gevraagd? We verwachten toch ook dat bedrijven ons van stroom voorzien, dat we eten kunnen kopen, dat we ... Iedereen doet zijn job in de maatschappij naar behoren, behalve de overheid. 

Het maken van afspraken over het gebruik van de ruimte om ons heen lijkt mij een belangrijke taak voor de overheid. En inderdaad, gespreid over een aantal jaren tussen ongeveer 1960 en 1970 ontwikkelde de overheid het gewestplan. Dit plan bepaalt wat er waar mag gebeuren. Waar er industrie mag komen, waar er huizen mogen komen, waar natuurgebieden en landbouwzones zijn enz. Sindsdien durft men, voor de gewone man, nauwelijks aan de plannen veranderen. Bestemmingen wijzigen kan immers een lucratieve bezigheid zijn. De wijzigingen die er tot op heden zijn gemaakt bestonden er altijd uit, dat er gronden van natuur en landbouw werden afgesnoept.

In 1997 startte men met een update, het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen. Alleen is het plan nog steeds niet af. Landbouw claimde 750 000 ha, natuur 150 000ha. Alleen door wat buitenland te annexeren gaat Vlaanderen dit kunnen waarmaken. Er zijn nu eenmaal te veel gegadigden om de laatste stukjes open ruimte in Vlaanderen op te souperen.

Met ruimtelijke uitvoeringsplannen, RUP's, kan men een gedetailleerde, gewijzigde bestemming geven aan een bepaald gebied. Een RUP dient ter ondersteuning van het ruimtelijk structuurplan. Althans, dat is de theorie. In Hasselt werd een agrarisch gebied met landschappelijk waardevol karakter herbevestigd in het Ruimtelijk structuurplan. Enkele jaren later werd het gebied via een RUP toch nog omgevormd, zodat Ikea er een winkel kan bouwen. Vanuit het beleid vond men dit heel erg nodig, precies alsof Limburgers momenteel geen meubels in hun huis hebben staan...

In de landelijke gebieden is de ruimtelijke planning op zijn zacht gezegd achterhaald. Getuige hiervan zijn de beelden van de betogende landbouwers tijdens de Ronde van Vlaanderen. Er is geen ruimte meer voor landbouw. Overal staan de bedrijven verkeerd. Te dicht bij bewoning, te dicht bij natuur... Enkele voorbeelden van het mismeesterde en achterhaalde ruimtebeleid op het platteland:

Piringen is een klein Haspengouws dorpje nabij Tongeren. Een dorp, dat is toch bewoning, dacht men. Dus werd het dorpje indertijd ingekleurd tot woonzone op het gewestplan. Ook voor dorpskernvernieuwing werden, voor de toekomst, al een aantal zones woonuitbreiding ingekleurd. Meestal achterliggende gronden, die via de aanleg van een aantal nieuwe straten tot wijken zouden kunnen worden omgevormd. Blijkbaar had niemand er bij stil gestaan dat Piringen een agrarisch dorp was. Dat de bewoning een verzameling van boerderijen was. Bijna 50 jaar later zijn de landbouwbedrijven vrijwel volledig verdwenen uit Piringen. Landbouwers krijgen geen vergunning meer. Op de dure  gronden in woonzone zijn de bedrijven niet over te nemen bij een generatiewissel. Bedrijven zijn te klein geworden. Uitbreiding is niet meer mogelijk omdat de boerderijen volledig ingesloten zijn door bewoning. De boeren die overbleven hebben nieuwe bedrijven moeten bouwen in open ruimte in landbouwzone.

Bij de opmaak van de gewestplannen waren melkveebedrijven ver in de meerderheid. Gans de zomer kwamen koeien 2 x per dag binnen en buiten om gemolken te worden. Boerderij en gronden hoorden samen te liggen. Om deze reden besliste men dat boeren loodsen, stallen en een bijhorende woning mogen bouwen in landbouwzone. Ondertussen zijn de bedrijven enorm in aantal geslonken. Veel bedrijven zijn te groot om hun dieren nog buiten te kunnen laten grazen. Groentebedrijven, fruitbedrijven, akkerbouwbedrijven..., er zijn nog weinig bedrijven die nood hebben aan een huiskavel. Het meest extreem is het gesteld met de industriële veebedrijven. Deze bedrijven voeren het voeder voor de volle 100% in vanuit het buitenland. Kleine achteraf straatjes zijn de enige plaatsen waar deze megabedrijven ver genoeg van bewoning nog terecht kunnen. Door deze straatjes moeten dan de enorme vrachtwagens met voeder, mest, dieren... 

Het zou goed zijn indien de overheid zones zou voorzien voor landbouwbedrijven. Zelfs onteigening zou tot de mogelijkheden moeten behoren, zodat gronden op het juiste moment op de juiste plaats ter beschikking kunnen worden gesteld.  Bestaande straten waar nu al verspreid landbouwbedrijven staan, en verder geen bewoning, zijn ideaal voor dit doel. Megabedrijven zouden best verzameld worden in daartoe voorziene zones. Als bioboer zie ik de industriële veehouderij natuurlijk niet zitten. Als het dan toch moet, laten we dit soort bedrijven dan groeperen, weg uit het landschap. Liefst allemaal samen als 1 bedrijf in de haven van Antwerpen of Zeebrugge. Als dieren dan toch allemaal samengepakt zitten maakt het niet meer uit of het er 1000 of 100000 zijn. Met 100000 is men tenminste eerlijk. Het is gewoon industrie, het heeft niets meer met land-bouw te maken.