about
Toon menu

Verplichte anticonceptie: Probleem of oplossing?

woensdag 5 oktober 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Een plan van de Nederlandse grootstad Rotterdam deed in Vlaanderen heel wat stof opwaaien. Daar willen ze namelijk bepaalde vrouwen verplicht anticonceptiva te gebruiken, met name een spiraaltje. Zoals je kan verwachten waren er meteen grote voor- en tegenstanders. Deze laatste categorie verwijst meteen naar het spook van de eugenetica, waarbij men door geboortebeperking bepaalde ziekten, handicaps of zelfs rassen uit de samenleving wou wegwerken. Voorstanders wijzen op de schrijnende toestanden waar kinderen in armoede terecht komen. Er wordt dan redelijk bot gesteld dat sommige kinderen gewoon beter niet geboren waren.

Ergens is deze insteek niet onlogisch. Wie een kind wil adopteren moet door een lange, uitputtende procedure, waarbij elk aspectje van het privéleven wordt doorspit, voor moest er toch een elementje opduiken dat een adoptie onmogelijk maakt. Ook het verschil met de kinderopvang is hemelsbreed. Talrijke normen, ondertussen al dan niet afgezwakt, bepalen onder andere wat de ideale verhouding tussen vloeroppervlak en raam is, welke speel- en slaapruimte er minstens moet zijn, of je al dan niet kruidenplantjes op je vensterbank mag hebben, etc. Het contrast met het lot van kinderen in armoede kan bijna niet groter zijn. Daar is het vaak, uit noodzaak, dweilen met de kraan open als het op levenskwaliteit en pedagogie aankomt.

Het voorstel om mensen, in casu vrouwen, te verplichten anticonceptie te gebruiken, kan interessant lijken, zeker vanuit rationeel oogpunt. Toch benadert men dit thema best vanuit een duidelijk kader en moet men heel goed nadenken welk pad men bewandelt. Het is nog altijd wenselijker om te investeren in gezinsondersteuning en in voldoende kinderopvang, zodat ook kinderen uit kwetsbare gezinnen, zelfs bij lage arbeidsintensiteit, een plek kunnen hebben. De sociale rol van kinderopvang en het potentieel belang voor de ontwikkeling van het kind wordt vaak onderschat, en bij een tekort aan plaatsen is het logisch dat het gevoel leeft dat werkenden nu eenmaal voorrang moeten krijgen.

Daarnaast moeten maatschappelijk werkers en gezinsbegeleiders ook voldoende ondersteund worden en methodieken aangeleerd krijgen om in eerste instantie het niet-verplicht gebruik van anticonceptiva en zogeheten geboorteplanning te bespreken met moeders (en vaders) uit kwetsbare gezinnen, door middel van dialoog duidelijk maken dat het hebben van een kind uit psychosociaal en/of financieel oogpunt onwenselijk is. En voorstanders van een lik-op-stukbeleid, met bv. een streng en mogelijk buitensporig activeringsbeleid, moeten zich realiseren dat men niet de ouders kan aanpakken, zonder dat de kinderen getroffen worden en dat kinderarmoede oplossen dwingt tot forse investeringen in bijstand én omkadering.

Misschien is het wel zoals met het recht op vrije meningsuiting. Gevoelsmatig kan je zeggen dat er inderdaad bepaalde grenzen zouden kunnen of moeten gesteld worden. Maar dan is de vraag waar je de grens trekt, en hoe je ervoor zorgt dat die grens niet systematisch opschuift. In het voorstel zou de beslissing genomen worden door een rechter, wat misschien zorgt voor een gedegen controle, maar niets verandert aan het feit dat het zeer verregaand is en moeilijk af te bakenen. Het debat moet zeker worden aangegaan, maar naar mijn gevoel is er nog heel wat marge om te investeren in dialoog, begeleiding en opvang vooraleer de botte bijl te hanteren. Anders draait het verplichten van anticonceptie niet om het vermijden van drama’s, maar is het vooral een verregaand gevolg van een kortzichtig beleid inzake armoedebestrijding.