about
Toon menu

Drie quick wins om armoede echt aan te pakken.

maandag 20 augustus 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

We staan op minder dan twee maanden van de gemeenteraadsverkiezingen en alle partijen in dit land vertrappelen elkaar om het meest sociale, meest groene en meest logische imago te claimen. Omdat de programma’s zelden in detail gaan over hoe men een en ander wilt gaan realiseren doe ik een voorzichtige aanzet richting effectief sociaal beleid.
Huurgeld in de juiste handen.
Het is een heilig huisje voor nogal wat rechts-liberale partijen: de maximale individuele vrijheid, het genot van eigen have en goed en het terugdringen van overheidsingrijpen. Ik doel met deze beleidssuggestie dan ook heus niet op de eerlijke harde werker die een tweede huisje heeft vergaard en dit verhuurt in piekfijne omstandigheden. We kunnen echter niet voorbij aan de zelden besproken paradox waarbij heel veel gemeenschapsgeld dat we willen inzetten om armen te helpen in foute handen beland. 
Het fenomeen bestaat in alle grootsteden: een leegstaand handelspand of een oud industrieel gebouw wordt voor een prikje gekocht en dan zonder investeringen of renovatie opgedeeld in verschillende kamerwoningen. Het is een schimmige business die grof geld verdient aan armoede. Bijna elke kamer wordt immers bevolkt door een cliënt van het OCMW omdat die nergens anders welkom zijn. In de feiten storten wij dus gewoon een hele boel gemeenschapsgeld recht op de rekening van een huisjesmelker en dit enkel omdat het het enige alternatief is voor effectieve dakloosheid. 

En daar zijn we dan met het ‘gezonde boerenverstand’ waar de mensen allemaal op zitten te wachten: waarom zouden we dit niet collectiviseren? Of we nu dat geld rechtstreeks aan de huisjesmelkers geven of als overheid zelf investeren in renovatie van dergelijke panden om ze dan zelf te verhuren en de opbrengsten opnieuw te investeren, wie kan daar nu tegen zijn?

Leg de schuldindustrie aan banden.

Een tweede onuitgesproken put waar heel veel gemeenschapsgeld dat bedoeld is voor de zwaksten onder ons in terecht komt zijn de incassobureaus. En ik zeg hier nergens dat armen hun rekeningen niet moeten betalen. De situaties in de praktijk zijn echter niets meer of niets minder dan misdadig te noemen.
Gladde jongens die op pad gaan om contracten af te sluiten, zo zijn er genoeg in ons land. Ook bij ondergetekende komen ze elke week langs. Dan eens een florissant bedrijf dat diepvriesvoeding aan huis levert, dan weer een van de vele nutsmaatschappijen die toch echt wel nog goedkopere dure elektriciteit kan aanleveren. Voor mij lukt het nog altijd redelijk goed om met de glimlach ‘neen’ te zeggen maar heel wat mensen in armoede hebben wel oren naar de praatjes over besparen en hun situatie verbeteren. Vaak zetten ze echter hun handtekening onder een wurgcontract avant la lettre dat een paar weken later al naar de deurwaarder kan.
Maatschappelijk Assistent is een zogenaamd beëdigd beroep. In principe zouden we hen dus met dezelfde rechten kunnen uitrusten als de juridische dames en heren op het incassobureau. Als vanuit de beroepsethiek en het sociaal/financieel onderzoek van de maatschappelijk werker blijkt dat cliënt X ter goeder trouw is zou er een soort noodrem moeten bestaan om de boetes bovenop de schuld te blokkeren. Waarom zouden we oogluikend toestaan dat goedgelovige mensen honderden euro’s boete moeten betalen omdat ze om de tuin zijn geleid? Het verschuldigde bedrag terugbetalen, jazeker, maar het moet gedaan zijn met belachelijke boetes innen van mensen die al geen nagel hebben om aan hun gat te krabben. 

Versnipper de papierberg!

Mijn echte fans, zij die al mijn vorige blogs gelezen hebben, zullen merken dat ik hier in herhaling val. De roep om extra hulpverleners weerklinkt al lang bij mij, misschien omdat ik er zelf één ben en ik ook soms graag meer tijd zou willen voor mijn cliënt.
In armoede leven is een dagelijkse strijd. Die mensen effectief helpen gaat over veel meer dan die tien minuten dat ze ons kunnen spreken op kantoor. Voor elke maatschappelijk werker in Vlaanderen is er ook een vertegenwoordiger die targets moet halen, een advocaat die pro deo’s en collectieve schuldbemiddelingen doet, deurwaarders, huisjesmelkers, twintig soorten belastingen, retributies, dokters die hun consults betaald willen zien, etc. De strijd is totaal ongelijk. En daarenboven hebben we onze hulpverleners vandaag vooral herleid tot registratie-kantoorklerken die niets anders doen dan verslagen schrijven en facturen uitpluizen. Totaal wars van de ideologie waarmee deze mensen aan hun opleiding begonnen en ook redelijk knullig voor de mens die aan de overkant van het bureau zit, totaal verloren en aan de grond.

Ik pleit voor de 50/50 regel: maximaal de helft van de werktijd mag nog 'back office' doorgebracht worden met administratief werk en de andere helft van de tijd is bedoeld om de cliënt terug aan de hulpverlener te geven en omgekeerd. Ik ben er ook zeker van dat de burn out - cijfers in onze sector drastisch zullen zakken als de mensen weer meer voeling met hun eigenlijke roeping zullen krijgen. 
De enige reden om het niet te doen is politieke onwil.
We moeten dringend leren aanvaarden dat heel veel OCMW-cliënten géén profiteurs zijn maar echte sukkelaars. Die kunnen met hun leefloon vandaag in Vlaanderen geen fatsoenlijk appartementje betalen, die kunnen hun EGW - factuur niet betalen, die kunnen geen gezonde voeding kopen, die hebben geen geld om te leven, enkel om net te overleven. En over het lot van hun kinderen heb ik het dan nog niet eens. Genoeg studies, task forces en gehakketak in de marge. We moeten iets doen, praatjes vullen geen gaatjes. 
Nu ingrijpen op de woningmarkt. Nu ‘stop’ zeggen aan de schuldindustrie. En nu maken dat er personeel vrijgesteld wordt van hun duizend administratieve taken om echt te gaan helpen op de pechstrook van het leven. Het zijn perfect haalbare voorstellen die een onmiddellijke impact zouden hebben op de levensomstandigheden van mensen in armoede.