about
Toon menu

Erdoğan ekber! (Erdoğan is groot!): Een aberratie van de democratie?

woensdag 27 juni 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Na het middageten struin ik wat rond door de buitenwijken van Aziatisch İstanbul. Op een bepaald moment kom ik langs een moskee en ik besluit om binnen eens een kijkje te nemen. Ik doe mijn schoenen uit aan de deur (een belangrijk teken van respect) en betreed het heiligdom.

Nog maar net binnen word ik aangesproken door een grijsharige man van een jaar of vijftig. Het blijkt de imam te zijn. Ik vertel hem eerlijk dat ik geen moslim ben, maar zeg dat ik wel interesse heb in de islam. Hij geeft me een korte rondleiding door de moskee, toont me de zitplaatsen voor mannen en vrouwen, en nodigt me dan uit om te gaan zitten.

Ik ben benieuwd wat hij te vertellen heeft, dus neem ik de uitnodiging aan. We zetten ons in kleermakerszit op het dikke tapijt dat de hele vloer van het gebouw bedekt. Hij vraagt me eerst waar ik vandaan kom en dan of ik een christen ben. Om al te veel moeilijke uitleg te vermijden zeg ik maar ja. Dat blijkt hij heel positief op te vatten. De Koran zegt trouwens ook dat christenen (net als joden) ‘mensen van het boek’ zijn en dus gerespecteerd moeten worden.

Nadat we wat religieuze algemeenheden hebben uitgewisseld vraag ik de imam of hij de politiek belangrijk vindt. “Natuurlijk!”, zegt hij daarop, “Een goede politiek houdt rekening met de religie en is eigenlijk de maatschappelijke verderzetting daarvan.” “Is het dan goed dat Erdoğan gewonnen heeft?” vraag ik, met in het achterhoofd het feit dat Erdoğan’s AK Parti steeds religieuzer wordt. “Jazeker! Erdoğan is echt een heel goede leider”, zegt de imam, “Hij doet het juiste in de politiek om te zorgen dat de religie met respect behandeld wordt door heel de maatschappij, ook door degenen die niet religieus zijn.” Bij die laatste opmerking kijkt hij me schuin aan. Zou hij doorhebben dat het maar zo-zo is met dat christen-zijn van mij?

“En omgekeerd?” vraag ik daarop, “Doet Erdoğan ook het juiste om te zorgen dat de religies elkaar en ook degenen die niet religieus zijn met respect behandelen?” “Wie echt gelovig is behandelt altijd alle anderen met respect, ook al zijn ze niet gelovig”, zegt de imam daarop. Daar was ik het zozeer mee eens dat ik er even stil van werd. “Ook Erdoğan doet dat inderdaad”, ging hij verder, “Erdoğan is waarlijk een groot leider! Daar kunnen velen bij jullie in Europa nog een voorbeeld aan nemen!”

De imam keek op zijn horloge en zei dat het stilaan tijd werd voor het gebed. “Als christen mag je niet met ons mee bidden, maar als je wil mag je wel achteraan in de moskee blijven zitten tijdens het gebed. Dan kan je eens ervaren hoe de ware gelovigen het gebed beleven”, zei hij, en hij gaf me zowaar een knipoog bij die laatste opmerking. Ik nam de uitnodiging in dank aan en installeerde me achteraan tegen de muur, net naast de ingang. De imam begaf zich ondertussen naar de zanginstallatie - blijkbaar was hij tegelijk ook de mueddzin.

Even later schalde zijn stem door de speakers: “Allahu ekber! Allahu ekber! Allaaa-a-a-aa... hu ekber! (Allah is groot)” Onwillekeurig kon ik me niet bedwingen om dat voor één keer te interpreteren als “Erdoğan ekber, Erdoğan ekber...!” Erdoğan is groot, jazeker - minstens een meter tachtig. De vraag is in hoeverre de Turken binnenkort de gevolgen van zijn (ditmaal figuurlijke) grootheid zullen leren kennen en zullen (moeten) ondergaan.

 

Epiloog

En zo komt er een einde aan dit project.

Mijn conclusie? De Turken zijn verdeeld, maar er is duidelijk een (relatieve) meerderheid die achter de president staat. Wij in Europa kunnen daarvan denken wat we willen, maar wie zijn wij om een ander volk te gaan vertellen wat ze moeten denken of doen? Wie zijn wij om een ander volk het recht op een autoritaire leider te ontzeggen, als zij daar behoefte aan hebben?

Dat betekent niet dat ik me geen zorgen maak om Turkije, dat doe ik als democraat zeker wel. Maar in hoeverre is de politiek van Erdoğan een aberratie van de democratie? Wat kunnen wij, als Europeanen, daarover zeggen terwijl in sommige Europese landen (Hongarije, Polen, Italië, ...) hetzelfde of iets vergelijkbaars gebeurt? En waar ligt de grens tussen de vrijheid van een volk tot zelfbeschikking en het recht of de plicht van een ander volk om in te grijpen bij aberraties?