about
Toon menu

Erdoğan geen sant in eigen land: over Hitler en Syrische oorlogsvluchtelingen

zaterdag 23 juni 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De Turkse noodnummers. Vreemd genoeg krijg je wel stukjes Wikipedia te zien in Google zoekresultaten, terwijl die website voor het overige geblokkeerd is in Turkije.

Een huis van militanten (of het plaatselijke partijhoofdkwartier?) van de HDP in de buitenwijken van Mersin



Ik was vroeg uit de veren want er stond mij een stevig programma te wachten vandaag: eerst 8 km te voet om vanaf de dijk van Mersin de autosnelweg te bereiken, en daarna een paar honderd kilometer liften. De hitte was drukkend, al vanaf de late voormiddag. En zodra ik de snelweg bereikte was er natuurlijk nergens nog een plekje schaduw te bekennen. Gelukkig ging het liften vrij vlot, ik moest nergens lang blijven staan. Daar stond tegenover dat ik met elke lift maar een klein stukje opschoot. De eerste lift was een groezelige oude man in een al even groezelige en krakkemikkige auto. Hij zette me een paar kilometer verderop af, waar ik werd opgepikt door een koppel dat naar Tarsus ging. Met de vrouw aan het stuur, jawel - en zonder hoofddoek.

Na drie lifts had ik de kruising van de autosnelweg bereikt waar ik moest afslaan richting Ankara. Telkens ik werd afgezet aan zo’n kruising moest ik een drietal kilometer te voet doen om de pechstrook van de volgende autosnelweg te bereiken, waar ik weer verder kon liften. Ik werd opgepikt door twee mannen en een kind die naar Niğde gingen. Ze praatten honderduit over dat het toch niet te doen was om met dit weer op de snelweg rond te lopen, en dat maar weinig Turken bereid zijn een lifter in hun auto toe te laten. Ze waarschuwden me ook dat er morgen, vanwege de verkiezingen, maar weinig verkeer zou zijn. Daarom besloot ik Kayseri links te laten liggen en te proberen vandaag al tot in Ankara te geraken.

Ze zetten me af aan het begin van de E90 en vanaf toen ging het snel. Ik werd opgepikt door een leraar lager onderwijs die naar Ereğli ging en me tot de aansluiting met de D750 bracht, de autoweg die recht naar Ankara liep. Daar was ik nog te voet onderweg om tot voorbij de kruising van de twee autowegen (het klaverblad, zoals wij in België zeggen) te gaan, toen er al een auto stopte - zelfs zonder dat ik aan het liften was.

Ik werd meegenomen door Ömer (schuilnaam), een zwijgzame man van halfweg de dertig die me bars toesprak in gebroken Engels en vroeg wat ik daar wel uitvoerde, zo in mijn eentje te voet op de autosnelweg. “Otostop yapıyorum (ik doe autostop)”, antwoordde ik. “Bu tehlikeli! (Dat is gevaarlijk!)”, zei hij, volkomen terecht eigenlijk. “Ken je het noodnummer in Turkije? Nee?” Ik ken enkel het Europese noodnummer 112, realiseerde ik me, en ik weet niet eens zeker of dat wel geldig is in Turkije. “Weet je dat hier mensen zijn, Syriërs bijvoorbeeld, die arm zijn en je misschien wel zouden willen vermoorden voor honderd euro? Daarom moet je het noodnummer kennen.” Wat het Turkse noodnummer dan wel was kwam ik van hem echter niet te weten.

Hij sprak snel en gejaagd, in een staccato ritme, het leek wel alsof hij drugs genomen had. Tussendoor liet hij telkens lange stiltes vallen. “Wees maar blij dat ik gestopt ben en je meegenomen heb!” Dat was ik ook, zeker toen bleek dat hij helemaal tot in Ankara reed en ik heel de rit mee mocht. “Je moet op Allah vertrouwen om een beetje geluk te hebben”, zei hij ook nog, waarop ik antwoordde dat Allah hem zeker gezonden had om mij dat beetje geluk te bezorgen dat ik nodig had. Hij moest lachen en daarmee was het ijs dan toch gebroken.

Ömer was afkomstig van Mersin en kwam daar vandaag ook vandaan. We waren dus van dezelfde plek vertrokken! Toeval bestaat niet, hier moest Allah wel degelijk voor iets tussen zitten, vond Ömer. Hij woonde ondertussen met zijn vrouw en kind in Ankara en was onderweg naar huis. Ik vroeg of hij morgen zou gaan stemmen. “Wat? Nee hoor! Geen denken aan dat ik voor Erdoğan helemaal terug tot in Mersin rijd!” Ik wilde weten of hij dan wel zou gaan stemmen als hij dat in Ankara kon doen. “Niets van!” zei hij. “Morgen slaap ik uit tot in de namiddag!”

Ik meende begrepen te hebben dat hij een aanhanger van Erdoğan was, maar niets bleek minder waar. Na een van zijn typische lange stiltes begon hij er zelf opnieuw over. “Erdoğan is net zoals Hitler. Hij geeft veel te veel geld uit aan de buitenlanders en veel te weinig aan de Turken zelf. Ik voel me een tweederangsburger in mijn eigen land”, zei Ömer. “Er zijn drie miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije. Zíj zouden de tweederangsburgers moeten zijn, want zij zijn buitenlanders. Maar voor hen doet Erdoğan vanalles, zij krijgen gratis alle faciliteiten, en wij Turken mogen dat allemaal betalen! Ik voel me nog meer geapprecieerd als ik naar Rusland ga dan in mijn eigen land. Ik weet waarover ik spreek, want ik ben al zeker tien keer in Rusland geweest.”

Ik denk niet dat Ömer besefte hoe absurd zijn vergelijking tussen Erdoğan en Hitler eigenlijk wel was. Ik weet ook niet of hij wel doorhad dat hij zichzelf in feite een beetje tegensprak in verband met die Syriërs, die volgens hem gratis alle faciliteiten kregen maar wel bereid zouden zijn tot een moord voor honderd euro. Maar ondertussen waren we tot vlakbij het centrum van Ankara gekomen. Ömer gaf me nog wat aanwijzingen over waar ik een goedkoop hotel kon vinden en welke bus ik moest nemen. Dan zette hij me af aan een bushalte en verdween even plotseling als hij was opgedoken.

Peinzend nam ik de bus naar de wijk die hij had aangegeven en ging ik op zoek naar een hotel. Wat zou dat Turkse noodnummer nu eigenlijk zijn? Straks toch maar even opzoeken.