about
Toon menu

Juist ja, bevolkingsgroei is het probleem niet. We kunnen het niet oplossen, bedoel je.

donderdag 13 april 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Een zeer onpraktische kritiek op twee artikels. 

Merkwaardig. Op 1 week tijd lees ik twee artikels over hetzelfde onderwerp, met dezelfde teneur: “Bevolkingsgroei is het probleem niet”, staat er in Wonder en is gheen Wonder, uitgave van Skepp, lentenummer 2017, in een voorpublicatie uit een boek (Bodelier en Visscher), en in Knack nr 14 vertelt de beroemde wetenschapsjournalist Fred Pearce dat het wel meevalt met de overbevolking en de daarmee samengaande milieucatastrofes. Leuk om weten dat we er in de eerstvolgende decennia nog niet zullen aan gaan, vermits de cijfers uitwijzen dat de bevolkingsgroei stilletjesaan stagneert, overal ter wereld, en de doemdenkers die ten tijde van Malthus, 18de eeuw, en - in de jaren ’70 van vorige eeuw - de Club van Rome, ongelijk gekregen hebben met hun stelling dat de voedselproductie geen gelijke tred zou kunnen houden met de bevolkingsgroei. Oef. Fijn. Daar kunnen we alleen maar blij om zijn. Er zullen als maar minder mensen verhongeren. Goed zo.

Maar betekent dat dan ook dat er niet teveel mensen zijn? Een filosofische vraag, eerder dan een praktische. Waar ligt de grens en wie bepaalt ze? Niemand bepaalt ze, in de praktijk, en niemand heeft ze ooit bepaald, en dus is er ook geen grens. Dus kun je ook niet stellen dat we “goed bezig zijn”, of net niet. Je kunt alleen vaststellen dat er minder mensen van honger sterven en dat geboortecijfers dalen, en dat de groei waarschijnlijk zal stagneren op 10 à 11 miljard, zoals Fred Pearce doet. Is dat goed of niet? Pearce zegt dat dat goed is. Ralf Bodelier en Marco Visscher beweren ongeveer hetzelfde. Ik beweer dat er veel te veel mensen zijn. 3 miljard vond ik in 1960 al teveel. Maar ik leg me neer bij die 10 miljard binnenkort. Omdat ik niet anders kan, en U ook niet. En volgens de stellers van hogergenoemde artikels zullen die 10 à 11 miljard het als maar beter hebben. Ik deel hun optimisme, maar niet helemaal. Alléén wat de mens betreft. 

En voor ik begin te argumenteren tegen de hogergenoemde artikels dus hier al mijn conclusie: er is een enorme hoeveelheid mensen teveel op deze aarde, maar daar kunnen of willen we om morele redenen niets aan doen. De vraag stellen: “hoe bestrijden we overbevolking?” is dus vrij nutteloos. De vraag “hoe leven we zo goed samen op een volgens sommigen overbevolkte planeet?” is een betere vraag om ons mee bezig te houden.

 Hoewel het dus geen enkel praktisch nut dient, blijf ik het oneens zijn met de twee hogergenoemde artikels, en wel hierom.

In het “Wonder...”-artikel wordt vermeld dat het bij overbevolking om een zogenaamd taboe zou gaan, iets waarover niet gesproken “mag worden”. Maar het gebeurt de hele tijd. De schrijvers stellen dat het daarom een vals taboe is. Daarmee ben ik het ten dele eens: over het probleem wordt gesproken, in vaak onheilspellende termen, maar over de mogelijke oplossingen wordt niet gesproken. Precies dààr ligt het taboe. Alleen over “fatsoenlijke”, “humane” oplossingen spreekt men, zoals vrijwillge geboortebeperking, en het initiatief van vrouwen om minder kinderen te krijgen, waarbij vastgesteld wordt dat ze niet, of onvoldoende, of net wél werken, afhankelijk van de “grens van teveel” die men hanteert. Zolang er geen nastrevenswaardige grens overeengekomen wordt, is elk debat over haalbaarheid, efficiëntie praat voor de vaak. Oplossingen om de wereldbevolking te verminderen zijn en blijven taboe. Ondenkbaar. Hierover verder meer.

In beide artikels wordt documentairemaker Richard Attenborough opgevoerd, naast andere natuurbeschermers van naam (Goodall, Cousteau,...) , die waarschuwen voor overpopulatie, en worden zijn/hun argumenten tegengesproken. Alleen jammer dat het zijn/hun argumenten niet zijn. Beide artikels gaan namelijk uit van een denkfout, of als je wil een verzwegen, of al dan niet moedwillig vergeten vooronderstelling. Om dat te illustereren een citaat uit “Wonder..., p. 31, voorlaatste kolom, onderaan: “Hoe meer mensen erbij kwamen, hoe beter het met ons ging. Als er ook maar iets waar zou zijn van de sombere voorspellingen van (...hier enkele namen), dan heeft het bewijs hiervoor zich bijzonder goed verstopt”.

Ten eerste, maar dit is mijn hoofdbezwaar niet, wordt hier een oorzakelijk verband gesuggereerd, door de zinsbouw, door de uitdrukking “hoe meer ... hoe beter”. Het is correct dat voor de start van een industriële revolutie, die productie van massagoederen - incl. voedsel en gezondheidszorgen, mogelijk maakt - een zekere kritische massa van mensen nodig is, zowel voor productie als voor consumptie. Een markt, met overschotten. En dus bevolkingsaangroei. Daarvoor aanvaard ik een oorzakelijk verband. In het huidige stadium van de (post-) industriële revolutie durf ik te betwijfelen of een vergroten van die kritische massa nog steeds nut heeft is, tenzij je vindt dat ieder land in bvb. Afrika op zichzelf alle stadia naar industrialisering - en er voorbij - moet doorlopen. Ik denk niet dat we met nog meer moeten zijn om het nog beter te hebben. In Knack stelt Pearce dat met een zich stabiliserende wereldbevolking er tijd is om de échte problemen aan te pakken - vermits overbevoking dat niet (meer) is, nl. klimaatopwarming en milieuproblemen, consumptie, vergrijzing, migratie. Zo lijkt het alsof die échte problemen niets met overpopulatie te maken hebben. Dat hebben ze natuurlijk wel.

Maar mijn tweede en belangrijkste bezwaar gaat over de verborgen vooronderstelling. Als je nl. zegt – zie citaat hierboven: “...hoe beter het met ons ging”, wie is dan “ons”? Minder oorlogsdoden, minder hongersnoden.... dus het gaat beter met de mens. En de rest van de planeet? Toen ik a long time ago in de middelbare school hoorde dat we àl met drie miljard waren, waren massa’s diersoorten, die we nu op zwarte, rode en oranje knipperlichtlijsten zetten, nog niet bedreigd. Er worden nu jaarlijks 100.000 hectaren oerwoud gekapt in een relatief klein land als Equador; in grote landen als Brazilië of Canada is dat nog veel meer. Ik heb zelf foto’s gemaakt van machtige gletsjers in de Alpen die je nu een kilometer of twee hogerop moet gaan zoeken. Ik las ook deze week een artikel over Glacier National park, in de VS, waar er nu nog 25 gletsjers zijn, ipv 150, toen het gebied in 1910 “Nationaal Park” werd. De mens is waarschijnlijk goed bezig zichzelf te redden, lees ik dus, maar de rest? Het artikel in “Wonder...” begint met de zin “De wereld biedt volop ruimte aan een hele hoop mensen”. OK, prima, fantastisch, en wat dan met de ruimte voor de sterk afnemende groep niet-mensen? Oerbossen bvb, en ijsberen, en gletsjers, en kabeljauwen? Attenborough et sui zijn natuurbeschermers. Het artikel getuigt van een antropocentristische visie, die misschien in het opgevoerde eco-humanisme thuishoort; ik heb daar geen mening over, want ik ken die stroming onvoldoende. Maar ik gun al die andere wezens en dingen hun fair deel van de planeet, en ik heb liever dat de mens ze met rust laat.

Bevolkingsgroei is het probleem niet. Juist. Het is een probleem waartegen we niks kunnen doen, dus is het geen probleem dat die naam verdient. Het is niet simpel, en vaak erg contra-productief, zelfs ondoenbaar om te proberen de aangroei van de wereldbevolking te doen stoppen of om te keren. Dat zei ik hoger al.

Maar de “andere problemen”, waar we nu zogezegd tijd voor hebben, omdat we het bevolkingsprobleem kunnen laten liggen, zoals bv. onze westerse consumptiepatronen, zijn ook niet gemakkelijk op te lossen. En daarmee kom ik bij een derde bezwaar: de factor macht, zowel politiek als economisch als militair, komt nergens in deze artikels voor. Er is genoeg voedselproductie, en dat zal nog verbeteren, maar de distributie zit niet goed, en de consumptie is te ongelijk. Laten we dat veranderen, zeggen de eco-optimisten in de twee artikels die ik gelezen heb. Jaja, dat zal wel..... en wie zal daarvoor zorgen? Milieu en consumptie staan niet in de top 10 van de verkiezingsthema’s bij 90% van de mensen en 99% van de politici. Als er in Vlaanderen een betonstop aangekondigd wordt binnen zo’n 25 jaar, en als je weet hoe bossen beschermd worden, dan weet je het wel.

Laten we ons eens 1 en slechts 1 paragraafje lang in diep cynisme onderdompelen: gaan we in het rijke westen de oneindige onbaatzuchtige goedheid opbrengen om de wereldwijde voedselproductie rechtvaardig te organiseren? Laten we eens een veggie-dag proberen! Ik vrees dat er nog eerder een paar miljard mensen planmatig naar de andere wereld zullen geholpen worden, of even planmatig “vergeten”, of achter een muur onzichtbaar gemaakt, dan dat er een rechtvaardige voedselverdeling over de hele wereld ontstaat. Wedden? Zou nochtans scoren op de beurs...

Ik heb altijd geleerd dat het beter, vooral gemakkelijker is, problemen te voorkomen dan ze achteraf te moeten oplossen. Maar overpopulatie voorkomen, daar is het te laat voor. Negeren kan wél nog. En nu het probleem “niet meer moeten oplossen”, omdat het zichzelf opgelost heeft, of dan toch binnenkort stabiliseert, en/of er toch niks aan te doen is, is wel heel kort door de bocht, nog cynischer dan mijn vorig paragraafje: er is weer even niet aan de “collateral damage” bij de natuur, of bij de niet-mensen gedacht. En die schade nemen we er wel bij, die kost rekent toch niemand mee; als het met “de mensheid” maar goed gaat ......

Ondertussen gaat er dankzij de ontkenning helemaal geen aandacht meer naar een zo moeilijke humanitaire oplossing van de overpopulatie. Ondenkbaar, juist.

En hierbij zal ik dan ook volmondig erkennen dat ik die oplossing niet zie, dat ik niet weet hoe zonder een gigantische massamoord een in mijn ogen redelijk aantal mensen de planeet aarde zal bevolken. Dus zullen we het er maar bij laten, en er het beste van maken, met die overbevolking. Dat laatste doen we, we hebben geen keuze, en de ene doet dat al beter dan de ander. Vaak ten koste van de ander. En vooral van de natuur, en de niet-mens op deze wereld. So be it.


Ik herinner me nog vaag een sience-fiction-kortverhaal uit die doemdenkersjaren ‘70, waarbij kinderen op schooluitstap gaan naar “de boom”, omheind natuurlijk, niet aanraken.... “Er was eens....” Ik zal het einde niet verklappen.