about
Toon menu

Een lange tekst over culturele identiteit, ontmoeting, samenleven.

woensdag 13 april 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Ik schrijf dit artikeltje omdat ik in deze tijd van vluchtelingen, migratie, botsing van extremistische en gematigde religieuzen, breed verspreide opkomst van populistische en nationalistische partijen in Europa, te pas en te onpas de term “identiteit” zie opduiken, als iets waar we weer naar op zoek moeten, iets waar we ons niet voor moeten schamen, iets wat anderen niet hebben, laat staan kunnen begrijpen, iets wat ons onderscheidt van ..... en dergelijke meer.

Maar verder dan “ja maar, dat is toch zo!” geraakt het betoog meestal niet. Daarom een kleine uiteenzetting over culturele identiteit. Pas op lezer, het kan belerend overkomen. Ik heb er een beetje structuur in aangebracht. “Pedagoog zijn” is geen onbetekenend onderdeel van mijn identiteit.

 Het artikel is aanvankelijk beschrijvend, en zo objectief mogelijk. Tegen het einde weerspiegelt het standpunten en keuzes. Ik zal onderweg waarschuwen.

 Ik bouw deze tekst op rond drie stellingen:

  • Culturele identiteit is onontkoombaar, en essentieel
  • Culturele identiteit is contextgebonden en dus dynamisch
  • Culturele identiteit verandert, zij het niet van harte

 Culturele identiteit en de realiteit van het dagelijkse leven

 In hun dagelijkse werkelijkheid leven mensen vanzelfsprekend, als het ware moeiteloos. Ze hebben van kindsaf aan leren leven in hun omgeving, met andere mensen, en ze hebben zich in dat leerproces een hele batterij aan handelingen, vaardigheden, opinies, rituelen, taal, enz. eigen gemaakt. Daardoor zijn ze “lid” geworden van een gemeenschap, een leefwereld waarin ze zich – in regel – als een visje in het water bewegen. Dit geldt voor vrijwel ieder van ons.

 We hebben een identiteit gekregen, of aangenomen. We noemen dit ook “culturele” identiteit, omdat ze tot stand komt in de context van een communicatieproces met betekenisvolle andere leden van “onze” gemeenschap of “cultuur”, met wie we een omgeving delen. Onze eigen, persoonlijke identiteit bestaat voor een deel uit genetische, erfelijke elementen, zoals onze karaktertrekken (introvert bv.) en hoe we eruit zien (blank of zwart bv., of groot of klein), en voor een ander deel uit culturele, verworven elementen, zoals bv. religie en taal en goede manieren. Op het eerste hebben we nauwelijks invloed, en op het tweede aanvankelijk – zeker in onze kinderjaren - ook niet zoveel, omdat ze een vrij dwingend karakter hebben, en ook moéten hebben.

 Rollen, verklaringen, gewoontes, tot en met vrij rigiede rituelen, taboes, morele regels en regels van openbare orde worden geïnternaliseerd, eigen gemaakt. Dat hoort zo omdat je als mens in je omgeving vanzelfsprekend moet kunnen leven. Anders word je stapelgek. Zonder geïnternaliseerd kompas zou je de dag niet doorkomen. Voor je ’s morgens het huis verlaat (je weet dus tenminste ook al wat “huis” is), heb je al een pak regels toegepast, zoals kleren aantrekken, iets eten (of niet), beslissen waar je naartoe gaat - naar school, naar het werk, naar de winkel,... en daar heb je niet te hard over moeten nadenken. Het merendeel van onze beslissingen zijn zo vanzelfsprekend dat je ze zelfs niet meer moet nemen: je hebt het met de paplepel binnengekregen en je stelt het nooit nog in vraag.

 Een kleine terzijde: een belangrijk hulpmiddel in het “onderhoud” van die culturele identiteit is de dagelijkse conversatie. Anderen, waarmee je je dagelijkse leefwereld deelt, hanteren voor een groot deel dezelfde set van vaardigheden, waarden, opinies, regels, taal, van kleine uitdrukkingen, die – het ene uiterste - slechts binnen een kleine groep (bv. dialectgroep, vrienden, of familie, of beroepsgroep – d.i. “jargon”) begrepen of gehanteerd worden, tot en met – het andere uiterste - wetten, die voor grote groepen, bv. alle inwoners van een land, gelden.

 Culturele identiteit is van levensbelang: ze zorgt voor geborgenheid en zekerheid: je hoort ergens bij, je weet wat er van je verwacht wordt en wat anderen van je verwachten. Je kunt vanzelfsprekend handelen, zonder dat elke beweging in vraag gesteld wordt, noch door anderen, noch door jezelf. Je hebt “het leven” ingeoefend, en je kunt het. Je bent veilig en je wordt gewaardeerd.

  •  Ik heb hier voor de term culturele identiteit gekozen, omdat ik denk dat de term duidelijk is. Er bestaan andere termen in de vakliteratuur. “Habitus” of “leefwereld” worden ook wel plusminus als synoniemen gehanteerd, maar de term culturele identiteit maakt duidelijk dat het om iets persoonlijks gaat, iets eigens, subjectiefs, nl. identiteit, naast de term cultuur, die naar de onontbeerlijke context verwijst (objectiever – geldig voor meerdere mensen). Je moet dan “cultureel” wel in de brede betekenis zien, als alles wat met gedrag, waarden, normen, meningen, smaak, zelfs kennis te maken heeft. Je kunt het ook “referentiekader” noemen. In sommige publicaties wordt ook over “kennisvoorraad” gesproken, waarbij kennis dan ook heel breed moet geïnterpreteerd worden: alles wat je kent, kunt, weet, maar ook wat je denkt, voelt, meent, oordeelt, gelooft.... hoort daarbij. Hierbij kun je je het beeld van een gereedschapskoffer voor ogen halen, die je helpt met gemak aan alle levenssituaties het hoofd te bieden. Ik zal dat beeld verderop nog gebruiken.


Culturele identitet is contextgebonden.

 Alles wat je je je hele leven lang eigen gemaakt hebt, wat je geworden bent, is gebonden aan de omgeving waarin je (= je culturele identiteit) tot stand gekomen bent. Die omgeving omvat je gezin, je regio, je stad of dorp, je taalgemeenschap, je vriendenkring, school, werkomgeving, enz. Ook je religieuze en of maatschappelijke, bv. partijpolitieke achtergrond hoort daarbij, en sinds een halve eeuw de audiovisuele media, met de “nieuwe” media -heel recent de sociale media - als jongste telg. Ben je geboren en opgegroeid in een ondernemersgezin, of bij overtuigde syndicalisten, bij hippie-achtige 68-ers, die een vrije opvoeding hanteren, of bij een streng boerengezin, als enig kind of als lid van een kroostrijk gezin, ..... Al deze dingen tekenen je, maar hoeven je niet volledig te bepalen, want er zijn meerdere contexten, die mekaar in meerdere of mindere mate beïnvloeden, mekaar deels overlappen, maar soms ook vrij ver van mekaar staan. Het speelt ook op het strikt Culturele “veld”: gaan je ouders naar de boekhandel en naar concerten en tentoonstellingen en nemen ze je overal mee of zit je in een boekenloos huis waar enkel arbeid telt (of bij generatiewerklozen: geen boeken én geen werk, maar bv. armoede, verwaarlozing,...)

 Maar omdat de wereld complex is, en we allemaal in meerdere deels –maar soms helemaal niet- overlappende contexten leven, is onze culturele identiteit ook gelaagd. Een voorbeeld: een jongere hanteert een ander taalgebruik en gedragspatroon als hij in zijn vrije tijd in zijn vriendenkring beweegt, dan wanneer hij thuis is, in zijn familie. Daarom is dat gedrag niet tegenstrijdig, en is de achtergrond (opinies, waarden, overtuigingen) in beide situaties grotendeels gelijk, maar er worden andere accenten gelegd, andere mappen uit de kennisbibliotheek gehaald en bovenop de stapel gelegd. Wat je opsteekt in de ene context kan nuttig zijn voor de andere, maar dat hoeft niet zo te zijn. Zo kan je jeugd in de sportclub of jeugdbeweging je leren wat verantwoordelijkheid en samenwerken betekenen, wat je dan weer in je latere beroepsleven goed kan gebruiken. Of evengoed niet.

 Als je je voorstelt tot welke werelden je allemaal behoort, kun je je ook voorstellen welke dingen er eerder in de ene situatie op de voorgrond treden dan in een andere. Je bent bv. ambtenaar bij de federale overheid, waar je objectief dossiers moet behandelen, en tegelijk aan een politieke partij gebonden gemeenteraadslid in je eigen dorp. Je rol is telkens anders, en de accenten die je legt kunnen ook meer of minder op de voorgrond komen: in je job sta je bekend als iemand met een grondige juridische dossierkennis, streng en rechtvaardig, terwijl je in je gemeente niet zo objectief bent, en de belangen van het natuurbehoud belangrijker vindt dan bv. die van de middenstanders. Tegelijkertijd kan je een betrokken familievader zijn, die streng is tegen de kinderen, maar ’s avonds op een feestje graag een pintje drinkt en soms zelfs eentje teveel.

 Je bent daarom niet telkens iemand anders, maar je identiteit kent contextgebonden uitingen. In bepaalde contexten worden sommige uitingen ook meer uitgelokt dan andere. Zo kan persoon X even Vlaamsgezind zijn als persoon Y, maar nooit met een bedreiging van dat element (die “laag”) van zijn culturele identiteit te maken hebben, terwijl die persoon Y in Brussel woont en moeite moet doen om in zijn taal gehoord te worden. Je legt dan meer of minder nadruk op die “laag” van je identiteit. Het gaat zoals met je spieren, die je naargelang de noodzaak meer of minder oefent.

 Die contextualiteit maakt ook dat culturele identiteit nooit àf is, omdat contexten niet dezelfde blijven, en jouw positie binnen die context(en) kan veranderen. Dat kan lastig zijn, of net niet.... Zie verder.

Culturele identiteit is dynamisch

De ontwikkeling van een culturele identiteit is precies dat: een ontwikkeling. Je hebt geen voldragen culturele identiteit als je 12, 18, 45 of 75 jaar oud bent. Je wordt voortdurend je identiteit. Want contexten veranderen, en mensen leren. In wat Ulrich Beck “de risicomaatschappij” noemde, of anderen “een turbulente samenleving”, zijn contextwijzigingen misschien sterker en frequenter dan “vroeger”, toen alles uiteraard beter was ;-)

 De vanzelfsprekendheid waarmee je je culturele identiteit “inzet” in je omgeving of context wordt soms door wijzigingen in die context uitgedaagd of zelfs onderuit gehaald. Dat kan oppervlakkig zijn, maar ook zeer diepgaand. Toen ik deze redenering voor het eerst ontwikkelde, kwamen de computers net in het beroepsleven binnen. Samen met het carbonpapier en de stencil verdween de typiste. Er zijn mensen die hun job kwijtraken door technologische ontwikkelingen. Een job is niet enkel een inkomen, maar ook een redelijk belangrijke laag in je culturele identiteit. Je vraagt op een receptie of familiefeest niet voor niks “en wat doe jij in het leven?” waarbij je het dan meestal over beroepsbezigheden hebt. Je stelt jezelf ook meestal met je beroep voor: ik BEN ..... (advocaat, krantenverkoper, loketbediende, melkboer,...). Dat is niet niks. Een wijziging in de context kan dus destabiliserend werken, je vaste grond onder de voeten wegtrekken. Een essentieel element van je identiteit wordt aan het wankelen gebracht. Mensen die door een computer vervangen worden krijgen daarnaast ook te maken met een aantasting van hun zelfvertrouwen, geloof in eigen kunnen en toekomstmogelijkheden. Dat kan een behoorlijke schok geven. Voor andere mensen zijn het andere elementen in hun identiteit die doorwegen: dat kan geloof zijn, creativiteit, politieke overtuiging..... Er zijn elementen, lagen in je identiteit die misschien wel geschokt worden, maar niet meer dan een rimpeling teweeg brengen, niet alles onderuit halen. Terwijl andere veranderingen je totaal stuurloos maken.

 Het feit dat onze samenleving als maar diverser wordt, heeft wél voor iedereen nogal vérstrekkende gevolgen. Het heeft voor gevolg dat de homogeniteit, waarbij de groep met wie je éénzelfde cultuur deelde, waarmee je in éénzelfde vanzelfsprekende wereld leefde en die vrijwel de hele samenleving besloeg, voltooid verleden tijd is. Je komt veel vaker mensen tegen voor wie heel andere lagen of elementen van de culturele identiteit belangrijk zijn. Of mensen die op dezelfde terreinen een andere voorgeschiedenis, hebben, andere keuzes gemaakt hebben, een andere cultuur hebben dus, een andere culturele identiteit hebben. Nu heeft iedereen wel een verschillende compositie van zijn culturele identiteit, maar de verschillen kunnen groot of klein zijn, belangrijk of marginaal. Als dat over tafelmanieren, kleur van sokken of zelfs voedselkeuze gaat is dat nog gemakkelijk te verteren, maar als dat over gelijkheid tussen man en vrouw gaat, over respect tegenover mensen met een andere sexuele geaardheid, of de plaats van religie in het openbare leven, is dat andere koek. Soms lijken verschillen onoverkomelijk.

Maar je kan, bij sterk veranderende omstandigheden, niet je hele culturele identiteit bewaren zoals ie was, want dan schaats je om de realiteit heen, en wordt je culturele identiteit “onaangepast”, of misschien is deze term beter: inadekwaat. Je “gereedschapskoffer” van waarden, normen, taal, kennis, meningen, vaardigheden, oordelen, enz. is misschien niet (meer) voldoende uitgerust om een veranderende realiteit het hoofd te bieden. Je hebt dan ander en beter gereedschap nodig.

 Dat geldt bv. voor de vluchteling, die alles wat hij bezit moet achterlaten in oorlogsgebied, en in een maatschappij terechtkomt waarin hetgeen voor hem het allerbelangrijkst was, helemaal niet zo hoog ingeschat wordt. Dat geldt ook voor een economische vluchteling, die met de bewoners van zijn “nieuwe thuis” weliswaar de waarden van “initiatief nemen” en “hard werken” deelt, maar misschien een heel ander leefritme en sociaal vangnet gewoon is. Het geldt ook voor de autochtone Vlaming, die na 50 jaar homogeen dorpsleven in zijn straat een groep vluchtelingen, en nog een paar Oost-Europese migrantengezinnen ziet arriveren. En een homo. En de dorpspastoor blijkt een pedofiel te zijn. En de Amerikaanse ex-pat die naast je is komen wonen is weliswaar heel joviaal en vriendelijk, maar organiseert elke zomerzondag een (stinkende) barbecue, en, en ........

Hier wordt het, beste lezer, gaandeweg iets minder beschrijvend en objectief, omdat mijn eigen maatschappijvisie er af en toe doorheen piept.

 Als je culturele identiteit bedreigd of aangetast wordt, hoeft dat niet op alle terreinen tegelijk in dezelfde mate te gebeuren. Eén laag van je persoon kan vrijwel onaangetast blijven terwijl een andere onhoudbaar wordt. In een wereld waarin alles samenhangt en homogeen is, is elke laag congruent met elke andere, maar in zo’n wereld leven we niet meer. In de psychologie kennen we de term “gefragmenteerd bewustzijn”. Dat wil zeggen dat je niet op elk levensterrein (“veld”) een gelijkaardige of inwisselbare positie inneemt. Ik kan er in de context van dit artikel niet verder op ingaan, maar geef enkel dit voorbeeld: een fabrieksarbeider die in Herstal, in de Fabrique Nationale d’ Armes de Guerre (FN) werkt kan op sociaal vlak zeer links, sociaalvoelend, vakbondsgezind zijn, terwijl hij - op het morele vlak - een vrij rechts standpunt inneemt als hij internationale wapenhandel goedkeurt. In een als maar complexer geworden wereld is het niet meer mogelijk op elk levensterrein een pasklaar antwoord te leveren, dat volledig spoort met al je andere antwoorden op alle andere levensterreinen. Is het nog wel mogelijk altijd consequent te zijn? Hier is ook de reden te vinden waarom “de grote verhalen” uit bv. de traditionele religies voor veel mensen hun aantrekkingskracht (en comfort) verloren hebben: vroeger “werkten” ze altijd en overal; nu soms wel, soms niet, of zelfs helemaal niet meer.

 Elke betekenisvolle verandering van context trekt je ouwe getrouwe “culturele identiteit” uit zijn voegen. Omwille van de geborgenheid die de culturele identiteit biedt, samen met het “thuisvoelen” in een bepaalde gemeenschap, spreekt het vanzelf dat je je culturele identiteit, zelfs delen ervan, niet zomaar kunt loslaten. Belangrijke elementen van je culturele identiteit loslaten, betekent zonder meer verlies. Het is een traumatische ervaring, zowel – in bovenstaand voorbeeld van de vluchteling – voor de nieuwkomer, als voor de autochtoon die merkt dat “zijn wereld” niet meer dezelfde is.

 Culturele identiteit houdt niet van verandering. Dat staat vast. De voordelen die eraan gekoppeld zijn, zoals geborgenheid, zelfzekerheid, lidmaatschap van groep en gemeenschap, de mogelijkheid om vanzelfsprekend te handelen, dat geef je niet zomaar op. Dat kun je ook niet opgeven – het zit te diep, te vast verankerd. Elke wijziging in de context heeft invloed op de ontwikkeling van je culturele identiteit, maar liever niet dus.

 Maar soms wordt er heel hard geduwd en getrokken. Heel hard, en het houdt nooit meer op. Gaan we dan maar wat zitten kniezen?

Verder ontwikkelen of ..... ?

 Voor we verder gaan wil ik even 2 strategieën belichten die in het kader van het ontwikkelen en behouden/bewaren/bewaken van je culturele identiteit altijd ingezet worden.

  • De eerste is complexiteitsreductie, een zeer belangrijke strategie, die iedereen toepast in het “kennen” van de wereld, en het beoordelen van de werkelijkheid en de actualiteit. Iedere context en iedere gebeurtenis is in zekere mate te complex om in al zijn aspecten begrepen en beantwoord te worden. Daarom wordt een gebeurtenis, bv. de komst van vluchtelingen uit Syrië en andere landen uit Azië en Afrika naar Europa - een zeer complexe problematiek met vele oorzaken - gereduceerd tot hetgeen je kan plaatsen binnen het kader, de “gereedschapskoffer” van je eigen culturele identiteit: meningen, kennis, overtuigingen, wenselijkheden ook, morele oordelen, enz. Dat is niet erg, je kunt nl. niet anders – je kunt niet denken wat in je eigen wereldbeeld tot nu toe ondenkbaar was. Je kunt niet zomaar goedkeuren wat in je eigen leefwereld afkeurenswaardig geacht wordt.... Het helpt als je je ervan bewust bent dat je de werkelijkheid reduceert tot iets wat in je gereedschapskist past, iets wat voor je culturele identiteit behapbaar is. Maar je mag er vrij zeker van zijn dat er elementen in die nieuwe realiteit zijn die buiten je begripsvermogen vallen. Is dat erg? Aanvankelijk niet, want je kunt niet anders, maar als het zo blijft hebben we een probleem. Ik las ergens dit: “als je inzichten niet veranderen wanneer de werkelijkheid verandert, dan hebben je inzichten niet veel met die werkelijkheid te maken”. Dan zijn ze vals, om het scherp te stellen.
  • De tweede vaak toegepaste strategie is het najagen van distinctieprofijt. Je culturele identiteit linkt je aan een bepaalde groep in de maatschappij, waarvan je deel uitmaakt: je kerk of parochie, je geloofsgenoten, je stamverband, je partij, je subcultuur (van straatschoffies tot intellectuele snobs), je gilde of beroepsgroep of “klasse”, je nationaliteit, je volk, ..... Dat lidmaatschap vind je van essentieel belang en laat je toe je af te zetten tegenover diegenen die dat lidmaatschap niét delen: je benadrukt en koestert het verschil. Wanneer dat het best van pas komt. Distinctie. Distinctieprofijt (wij-tegen-zij) is het – vaak vermeende – voordeel dat je uit je lidmaatschap(pen) en het onderscheid met anderen haalt. Een voorbeeld: je bent een hardwerkende Vlaming met alle westerse waarden en normen die daar sinds de Verlichting bijhoren, en je kunt dan “nieuwkomers” met alle mogelijke middelen buiten je gemeenschap houden (“Migranten terugsturen. Nu!!”), of je kunt ze zeer hoge tot vrijwel onhaalbare aanpassingsdrempels opleggen (een inburgeringstraject volgen, een burgerschapsverklaring ondertekenen of “de taal leren”, tot en met hun vreemd klinkende naam veranderen,....) Door de distinctie die je – als groep – creëert, bescherm en versterk je je culturele identiteit. Wees niet bang, vrijwel iedereen doet dit. Zo hebben de socialisten vooral bij het laagst geschoolde en vaak werkloze deel van hun publiek kiezers verloren aan het Vlaams Belang, omdat deze groep zich nog verder kon en wilde afzetten tegen een groep die hun precaire positie van dichtbij bedreigde: de migranten. Hooggeschoolde intellectuelen met goedbetaalde jobs hoeven zich minder tegen de migranten af te zetten, omdat hun identiteit(-sbesef) en maatschappelijke positie door deze groep nieuwkomers nauwelijks aangetast wordt. Zij hebben andere manieren om zich – met al dan niet reëel profijt - te positioneren tegenover andere groepen: bv. consumptiegedrag, cultuurparticipatie enz.

Terug naar de culturele identiteit, in een toch wel sterk wijzigende context. Wat staat ons te doen?

 Onze context verandert, of we dat nu leuk vinden of niet. En neen, we vinden dat eigenlijk helemaal niet leuk. En de eerste reacties zullen altijd in de lijn liggen van de twee strategieën die ik hierboven beschreven heb: complexiteitsreductie en het najagen van distinctieprofijt.

 Maar ook die posities wijzigen: als hetgeen in je gereedschapskist zit, je culturele identiteit dus, ontoereikend is om met de gewijzigde toestand om te gaan op een manier die de vanzelfsprekendheid van voordien benadert, blijft ze ontoereikend, zolang je de inhoud ervan niet verbetert. Of tot je de context naar je hand zet, maar dat is enkel een zo lang mogelijk gekoesterde illusie. Je houdt aan wat er al is, tot de regels die je tot dan toe al freewheelend toegepast hebt niet meer “werken”, niet meer kunnen werken.

 Je identiteit zomaar loslaten, verwerpen, of van identiteit veranderen, kan niet. Je moet altijd vertrekken van wie je bent. Wat was kan niet uitgegomd worden. Maar je culturele identiteit kan ontwikkelen. In feite heeft de ontwikkeling ervan nooit stilgestaan – tenzij je een tijdje ingevroren geweest bent misschien. Dus waarom niet verder ontwikkelen?

 Dat klinkt veel gemakkelijker dan het is, want de noodzaak van geborgenheid en stabiliteit die we eerder beschreven hebben, speelt onophoudelijk. Voor wat er met je culturele identiteit gebeurt of moet gebeuren heb ik geen pasklare regels. Wat wel vaststaat is dat je met de nieuwe realiteit moet “onderhandelen”. Je moet aanpassen en bijschaven en bijleren, vertrekkende van waar je staat, en zover als je kan gaan, in een min of meer “beter” evenwicht in de verhouding tussen jezelf - en de groep/gemeenschap waartoe je behoort – en de wijzigende context. De partners waarmee je onderhandelt zijn ook niet meer alleen de partners waarmee je aanvankelijk – van kindsaf aan - je stilaan ontluikende identiteit vormgegeven hebt: je ouders, de familie, de vrienden, de school, het volk, de regio, het land, .... Er zijn nieuwe partners, die met de gewijzigde context meekomen, ze letterlijk belichamen. En dat brengt conflict mee. Of we dat erg vinden of niet zo erg, doet niet terzake: we moeten erdoorheen.

 M.i. ligt de enige oplossing in de voortdurende onderhandeling van interpretaties, waarbij je staat waarvoor je staat, en de gesprekspartner op zijn beurt ook. Je kunt de interpretatie toelichten die jij (= je culturele identiteit) geeft aan de realiteit waarin ze vorm gekregen heeft, en de ander kan dat ook, maar jullie moeten je realiseren, dat de nieuwe realiteit niet jouw “oude” realiteit is, en ook niet de “oude” realiteit/context van de ander, de gesprekspartner. Ze is voor ALLE partijen nieuw. Alleen zo geraak je ergens. Het blijven bouwen op distinctie(profijt) ontkent nl. het trauma van het niet meer adekwaat kunnen ageren, wat we hierboven beschreven hebben. En een situatie die “verliezers” in hun verliezersrol dwingt zal zich nooit tot een leefbare situatie stabiliseren. Want iedereen is "verliezer"; iedereen heeft zijn gereedschapskoffer ondersteboven gekeerd en heeft ontdekt dat er hier en daar een “toerneviske” mankeert.

 Dus maken we nieuwe toerneviskes: het verdient aanbeveling het verouderde of ontbrekende materiaal aan te vullen in overleg. Want als er een nieuwe context komt, is het voor iedereen die erin moet leven van belang het best bruikbare gereedschap te hebben. Om op hoofdstukje 2 terug te komen: een culturele identiteit ontwikkel je in een context. En als die context andere en nieuwe deelnemers heeft, zijn dat je partners in die ontwikkeling. Dat is overigens voordien in je leven al zo vaak gebeurd: op een gegeven moment , als je volwassen geworden bent, onderhandel je de betekenis die je aan de wereld geeft niet meer met je ouders. Met een andere context komen er andere deelnemers, andere rollen.

 Een bijkomend ideetje: in plaats van aan onwrikbare maatschappelijke overtuigingen, meningen en posities te werken, zou het misschien beter zijn als mensen in hun ontwikkeling (op school bv.) ervan doordrongen zouden geraken, dat een wereld-in-verandering de natuurlijke gang van zaken is, en dat omgaan met verandering een vaardigheid en/of mentaliteit is die je best in je “culturele identiteit” een prominente plaats geeft. Niets IS, alles WORDT. Dat maakt het leven wat draaglijker. Gemakkelijk is het nooit.

----------------------

Ik heb dit artikel niet als een wetenschappelijke dissertatie opgevat. Er zijn geen citaten noch voetnoten. Het is gebaseerd op veertig jaar studie en beroepspraktijk als sociaal pedagoog, o.m. geïnspireerd door denkers als Pierre Bourdieu (antropologie, sociologie) en Jürgen Habermas (communicatief handelen). Doorheen mijn (beroeps-) leven hebben ook Charles Sanders Pierce, Umberto Eco en Richard Rorty hun indruk nagelaten. En partners en collega’s. En soms praat ik met mensen en lees ik de krant.

Hierbij laat ik het, anders moeten er toch nog voetnoten volgen.

HH, 11-13 april 2016

reacties

Eén reactie

  • door Raf D'haese op vrijdag 15 juli 2016

    Harry, bedankt voor de tekst. Een mooie basis voor een concrete toepassing. Twee kleine reflecties om het meteen wat concreet te maken 1. omdat je het nooit expliciet toepast op de vluchtelingencrisis of de plaats van de islam in onze samenleving (maar ze toch soms als voorbeelden opoduiken in je betoog en het moment dat je het plaatst me ook doet vermoeden dat het naar aanleiding hiervan geschreven is) alvast de expliciete herhaling en hoopvolle boodschap die je zelf geeft dat nieuwe generaties in nieuwe contexten worden geboren en dat deze uitdagingen er dus wel zijn voor 'mensen van deze tijd', maar dat ze ook relatief zijn voor volgende generaties (met voorbehoud van de vraag welke generatie dan de laatste zou zijn 'om hier mee te worstelen' en welke nieuwe context er tegen dan gecreëerd is bv. politiek) 2. de filosofie van Levinas en de Ander biedt volgens mij wel een mooi perspectief op het samen bouwen aan de nieuwe individuele 'culturele identiteit'; het aspect betrokkenheid op elkaar is hierin groot; de religieuze kant van deze filosofie moet je als atheïst dan maar even vergeten

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties