about
Toon menu

De Wapenstok overtuigt niemand

zondag 8 oktober 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

In het conflict tussen Spanje en Catalonië over het onafhankelijkheidsreferendum lijken de oude demonen van het nationalisme weer helemaal terug. Tijd om een en ander in perspectief te plaatsen.

Groepsgedrag

In de mist van de prehistorie leefden wij in groepen van een 120 tal mensen, samengehouden door clan- en familiebanden. De groepsleden waren voor hun overleving erg afhankelijk van elkaar. Werd de stam te groot om elkaar nog bij naam en toenaam te kennen, dan splitste een groep zich af en zocht een nieuw  territorium dat hen van water en voedsel voorzag. Kwam er een vreemdeling op ons groepsdomein, die onze gebruiken niet kende, dan kon die gemakkelijk onze argwaan opwekken. Misschien was die rare snuiter wel een spion van een andere stam die uit was op onze vis- of jachtgronden. Zo geraakten wij behept met een stevige neiging tot samenhorigheid binnen de groep, met tegelijk een even robuuste vreemdelingenvrees naar buiten toe.

Attributie

Een tweede typische mensentrek in dit verband is de neiging om aan een ander - vaak negatieve – eigenschappen toe te kennen. Eén roodharige die uit zijn dak gaat omdat hij het gepest zat is, wordt : alle roodharigen zijn heethoofden. Eén IS-er die zichzelf opblaast, wordt: alle moslims zijn terroristen. Ook al zijn er meer dan 50 tinten grijs, zwart-wit denken is zoveel eenvoudiger. Gecombineerd met groepsgedrag leidt dit al gauw tot polarisatie, tot vijand-denken. Daar zijn experimenten rond gedaan. Het volstaat om een groep willekeurig in twee te verdelen, elke groep als herkenningsteken een anderskleurig T-shirt te laten aantrekken en beide groepen opdrachten te geven waarbij ze met elkaar in competitie moeten gaan. In geen tijd ontstaat er niet alleen rivaliteit tussen die twee, maar gaan ze elkaar ook verdenken van allerlei lepe trucs en vals spelen. Ontstaat er een vijandbeeld, zeg maar.

Voor God en Vaderland

Als het nog maar om sportwedstrijden gaat, valt dat doorgaans nog wel mee. Al kunnen heetgebakerde ‘fans’ – niet voor niets een afkorting van fanatici – er ook wat van. Veel problematischer wordt het als leiders die menselijke neiging gaan kapen. Dat geldt zowel voor keizerrijken als voor de relatief recente uitvinding van de natiestaat. Per definitie bestaat een staat uit een samengaan van ongelijksoortige subgroepen. Elk met hun tendens tot afsplitsing van het onoverzienbare grotere geheel. Een beetje staatshoofd wil daar eenheid in krijgen. Kwestie van voldoende gewicht te hebben ten opzichte van de nabuurstaten. En omdat macht altijd meer macht wil. De geschiedenis toont hoe rijken telkens weer geprobeerd hebben om via dat ingebakken groepsgedrag de bevolking - goedschiks of kwaadschiks – achter één vaandel, één God en één taal aan te laten lopen. Niets beter dan een echte of vermeende vijand om de menselijke neiging tot verdediging van het eigen nest te rekruteren voor het staatbelang. Met de eerste wereldoorlog als schoolvoorbeeld tot welk bloedvergieten dit staatsnationalisme kan leiden.

Subsidiariteit

Is daar nu niets aan te doen, aan die clash tussen de middelpuntvliedende krachten in de regio’s en stroomlijnende druk van de bovenliggende staat? En dat in tijden van globalisering.              

Daar zit het hem juist. Het is precies die schaalvergroting die de trigger is voor meer regionalisme. Wij, die voorgeprogrammeerd zijn om in groepen van 120 tot 150 bekenden te functioneren, moeten nu rekening houden met massa’s onbekenden, ver van onze voordeur. Terwijl de staat waartoe we behoren minder impact heeft dan vroeger omdat globale afspraken meer en meer richtinggevend worden. Vandaar dat sommigen gaan terugverlangen naar een ‘vroeger’ toen alles beter was. Toen we nog ‘onder ons’ waren. Ook al heeft dit ‘vroeger’ nooit echt in die vorm bestaan. En is het even schimmig en ondefinieerbaar als ‘de volksaard’.

Het antwoord ligt niet in de verkrampte, gewelddadige reactie van de Spaanse regering op het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven. Een onafhankelijkheid die gezien de globalisering overigens evenmin realistisch is. Maar je kunt er je gelijk niet in kloppen, zoals Rajoy wilde. Dat werkt alleen maar averechts. Als een rode lap op een stier.

Een betere uitweg is het verder doortrekken van het subsidiariteitsprincipe. Zoals dat in België en tot op zekere hoogte in de Europese Unie geldt. Dat komt er ruwweg op neer dat de overkoepelende overheid het kader uittekent – gebaseerd op een grondwet of verdrag - waarbinnen een ondergeschikte autoriteit een aantal bevoegdheden kan uitoefenen. Taken die beter op een lager niveau, dichter bij de burger, uitgevoerd kunnen worden. Opdrachten waarvoor die overheid dan ook de middelen toekent.  Anderzijds zijn er diensten die bijvoorbeeld omwille van de globalisering of de Europese integratie meer gebaat zijn bij een grootschaliger niveau, hoger dan de natiestaat. Op die manier kunnen we hier spreken van een op alle niveaus gedeelde soevereiniteit. Waarmee we tegelijk tegemoet komen aan de verzuchtingen van meer autonomie van de regio’s èn aan het garanderen van meer efficiency en solidariteit op staats- of unieniveau.

Maar daarvoor moet je dus onderhandelen. En dat doe je met woorden en met respect.              Niet met de wapenstok.

Guido Ooghe