about
Toon menu

Ten vrede!

donderdag 7 november 2013
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Ten vrede!

11 november boodschap.

Dag Jongens,

Hier ben ik terug. Tegen 11 november. Zoals ik jullie een paar weken terug beloofde toen ik bij dit kleine soldatenkerkhof rondom het kerkje van Oeren belandde. Het gouden avondlicht legde een warme gloed over de graven. Het was zeldzaam zacht voor de tijd van het jaar. Op een late krekel na was het stil. Ik las de namen en wat er verder nog op de graven stond: Mort pour la patrie, een zeventienjarige oorlogsvrijwilliger, een luitenant, een brancardier, een gewone soldaat uit Luik. Allemaal even dood.

Het was toen, terwijl ik tussen de graven liep, dat ik het hoorde. Ik dacht nog even dat ik het mij verbeeldde, maar het kwam alsmaar duidelijker door: jullie tandengeknars en binnensmondse vloeken. Het zwol aan tot een oorverdovend gefluister. Dat ze het daarboven nog niet begrepen hebben. Dat leuzen gevaarlijk zijn. En dat onvoorwaardelijke vaderlandsliefde dodelijk is, aan beide kanten van het front. Bij jullie moeten ze niet meer afkomen met zulke leuzen. Niettemin liggen jullie hier in de schaduw van de kerk toch weer met het vaderland in bronzen letters op de grafsteen.

We hebben daar nu een woord voor, zei ik. Jullie zijn gerecupereerd. Het systeem heeft jullie dood gerecupereerd. Misschien geloofden ze die slogans zelf ook wel, de lui die aan de touwtjes trokken. Het is niet echt een opbeurende gedachte dat we er zo vele duizenden voor niets het vuur in hebben gejaagd. Dat er machtigen waren die een oorlog wilden en dat daarvoor kanonnenvlees nodig was.

Er kwam een vredesverdrag maar de revanche-gedachte bleef en goed twintig jaar en een economische crisis later brak er een tweede wereldoorlog uit. Met nog moorddadiger wapens en op een ware industriële schaal. Toen die oorlog afgelopen was, waren er eindelijk mensen uit verschillende landen die vonden dat het nu wel genoeg geweest was. Dat het nu wel duidelijk was dat oorlog ons niet overkwam zoals een aardbeving of een overstroming. Maar dat het mensenwerk was. Dat het aan de hersenkronkels van de mensen lag. En dat je daar dus aan moet werken als je de oorlog wil verhinderen. Via opvoeding en cultuur. Door de volkeren elkaar beter te leren kennen. Elkaar te leren ontmoeten in respect. Door kinderen te leren dat anders niet gek of gevaarlijk is. En dat ze moeten uitkijken voor slogans en vooroordelen. En voor het gevaar van het uitsluiten van mensen, omwille van hun huidskleur, hun geslacht, hun overtuiging. De tweede wereldoorlog had genoegzaam aangetoond waartoe zo’n ideologie kan leiden. Daarom gaf de vereniging van naties die Unesco oprichtte, de Organisatie het mandaat om te bouwen aan duurzame vrede door wereldwijde samenwerking te bevorderen op het gebied van onderwijs, wetenschappen en cultuur.

Zo’n verhaal brengen als dat van Unesco is niet simpel. Minder gemakkelijk in elk geval dan het bevel om te schieten of om aan te vallen. Vooral ook omdat Unesco niet in de eerste plaats aan politiek doet, maar eerder de langzame weg kiest van de morele overreding en het oproepen tot solidariteit. Wat de Organisatie er niet van weerhoudt om luid en duidelijk te zeggen waar het op staat. Of om haar nek uit te steken als het er toe doet. Zoals toen de meerderheid van de Unesco-lidstaten besliste om Palestina te laten toetreden tot de Organisatie. Een statement maken noemen we dat nu.

Ondertussen is het al meer dan 60 jaar dat de kanonnen zwijgen in onze streken. We moeten opletten dat we ons daardoor niet in slaap laten wiegen. Want elders gaat het schieten onverminderd door. Even dodelijk als vroeger. Vrede is nooit vanzelfsprekend. Vrede vraagt werk en inzet. En vrede vereist waakzaamheid. Jullie weten als geen ander wat opgeklopt nationalisme kan teweegbrengen. We moeten dus alert blijven als we merken hoe sommigen in de wereld daar weer een respectabel gezicht aan willen geven. En waarschuwen als onverdraagzaamheid en uitsluiting de kop opsteken.

Ik had gehoopt dat we al verder zouden staan. Dat we overal filosoferen met jongeren in het onderwijs zouden hebben. Waarmee we kinderen kunnen leren hoe ze door slogans en propaganda heen kunnen kijken. Dat we hen zouden durven uitdagen om echt kennis te nemen van een andere mening of levensbeschouwing door in de schoenen van de ander te gaan staan en door diens bril naar de wereld te kijken. Zo ver zijn we helaas nog niet.

Volgend jaar herdenken we de eerste wereldoorlog. Die herdenking wordt groots opgezet. De toeristische sector loopt zich al warm. Daar spreken ze van de viering van het eeuwfeest van de Grote oorlog. Want ze verwachten heel wat bezoekers die 100 jaar na datum naar de slagvelden en de begraafplaatsen zullen komen. Natuurlijk gaan ook wij bij Unesco ruim aandacht besteden aan die oorlog. Maar bij ons liever geen tromgeroffel of militaire blaaskapellen. Patriottische kreten evenmin. Daar zijn er al meer dan genoeg van geweest. Wij willen de spots richten op de kleine man en vrouw in die oorlog. Tonen hoe mannen en vrouwen, kinderen en bejaarden overal ter wereld tot op vandaag slachtoffer zijn van die oorlogsmachinerie. Hoe ze geofferd worden op het altaar van leuzen en belangen. En hoe wij er met concrete stappen voor kunnen zorgen dat die waanzin ophoudt.

Ik weet niet of jullie hier bij dit kleine kerkje veel bezoek zullen krijgen. En of er ook kindervoetjes zullen trippelen over de grond waarmee jullie verhakkelde lichamen zich langzaam vermengen.  Zul je het ook aan hen vertellen? Aan de kinderen zowel als aan de ouderen? Dat je aan de kleur van het bloed niet kunt zien of het van vriend of vijand is. En dat het niet uitmaakt of het snerpende metaal dat je buik heeft opengereten in Herstal of bij Krupp werd vervaardigd.

Ik weet niet of ze jullie zullen kunnen horen, die bezoekers. En of ze zullen luisteren. Weet je, laat mij jullie woordvoerder zijn. Zodat ik ze in jullie naam kan vertellen dat oorlog geen problemen oplost. Maar er juist bij creëert. En dat we, vermits we hersenen genoeg hebben om daarmee een oorlog te voeren, we met datzelfde brein ook vrede kunnen opbouwen. Als we dat willen. En dat even planmatig uitvoeren.

Tot nog eens,

Guido Ooghe

Pedagogisch medewerker Unesco Platform Vlaanderen