about
Toon menu

De staat Guatemala doorgelicht

dinsdag 21 november 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Voor het lobbywerk dat, naast anderen, ook wij met EU-LAT (vroeger CIFCA en Grupo Sur) leveren, is het belangrijk te weten hoe de relaties van de Europese Unie met Guatemala verlopen. Vandaar dat wij sterk geïnteresseerd zijn in de resultaten van de (derde) evaluatie van het Universeel Periodiek Examen (EPU) waaraan Guatemala, net als elke lidstaat van de VN, om de vier jaar onderworpen wordt.

Begin november was het zover. De lidstaten konden aanbevelingen doen aan de staat die doorgelicht wordt. Dit verliep in de schoot van de Raad voor Mensenrechten van de VN in Genève. Voor Guatemala draaide het - naast nog andere heikele thema's - rond een oud zeer waaromtrent ook de huidige regering geen ernstige stappen onderneemt: Bescherming van journalisten en verdedigers van de mensenrechten

Daarvoor moet een gouvernementeel programma in het leven geroepen worden, gebaseerd op het Actieplan van de VN over veiligheid voor journalisten en het probleem van de straffeloosheid.

Er werden voor dit thema tien aanbevelingen op het hart gedrukt van de huidige regering.

Frankrijk, Griekenland, Chili en Indonesië insisteerden op de ontwikkeling van een gouvernementeel beschermingsprogramma. Luxemburg stipte daarbij speciaal de rechten van de inheemse bevolking aan. Het Verenigd Koninkrijk en Lithouwen uitten hun bezorgdheid vanwege de afwezigheid van een reële onafhankelijke pers en verzocht Guatemala de vrije meningsuiting te respecteren. 'Vrije en onafhankelijke media maken een essentieel deel uit van een democratie die adequaat functioneert.'

Nederland ging voor de rechten van de lesbiennes, homo's, biseksuelen en transseksuelen, vrouwen, journalisten, rechters en verdedigers van de mensenrechten. Het Vaticaan maande de regering aan verder te gaan met haar reeds genomen inspanningen.     

Venezuela verzocht de regering te stoppen met intimidaties en bedreiging van journalisten, sociale organisaties en verdedigers van de mensenrechten. De vertegenwoordiger ging verder met het signaleren dat tijdens de laatste vier jaren 51 verdedigers werden vermoord en tijdens de eerst helft van 2016 minstens vijf journalisten een gewelddadige dood stierven.

 Het antwoord van de vertegenwoordiger van het ministerie van Binnenlandse Zaken blonk zoals altijd uit door gebrek aan verantwoordelijkheid en politieke onwil of onkunde. Hij zei dat 'het gouvernementeel akkoord dat het programma voor bescherming van de journalisten in het leven moet roepen opgenomen is bij de overwegingen over de wettelijke en administratieve vereisten die nodig zijn voor de uitvaardiging.'  Daarmee probeerde hij te verbloemen dat reeds twee jaar geleden de president zelf het voorstel van de Alliantie van Persdiensten goedkeurde. En dat er nog altijd niets van in huis gekomen is.