about
Toon menu

Mobiliteitsarmoede en het invullen van vacatures.

woensdag 10 januari 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

In Vlaanderen zijn er ongeveer 233.000 werkzoekenden. Regering en ondernemers klagen steen en been dat ze de openstaande vacatures niet krijgen ingevuld. Gelijktijdig zie je dat van die werkzoekenden 1/3 het huishoudsinkomen onder de armoederisicodrempel valt. Armoede en vervoersarmoede gaan veelal hand in hand, net als armoede en werkloosheid met elkaar zijn te verbinden.

Bij gebrek aan mobiliteits-mogelijkheden zijn een grote groep van werklozen uitgesloten of benadeeld in hun zoektocht naar werk. De permanente afbouw van het openbaar vervoer, met het schrappen van het vroege en late aanbod, het schrappen van belbuslijnen en kwalijke betrouwbaarheid spelen aldus sterk in het nadeel van heel wat werklozen in hun zoektocht naar werk en de toegankelijkheid tot een job.

Wie een auto ter beschikking heeft, geraakt op de meeste plaatsen. Wie geen auto heeft, is  sterk afhankelijk van het aanbod en kwaliteit van het openbaar vervoer. Onderzoek bevestigd bijvoorbeeld dat een werkloze zonder wagen gemiddeld 5 tot 7 maanden langer werkloos blijft indien hij geen wagen bezit. De laagste inkomens in Vlaanderen scoren tevens systematisch lager qua rijbewijsbezit, autobezit en fietsbezit dan de hogere inkomens. Als werkzoekende is men mobiliteitskwetsbaar.

De combinatie van de fiets en het openbaar vervoer geeft ook geen garantie om op een redelijke wijze op zijn werk te geraken, laat staan geregeld te solliciteren. Zo constateerde Koos Fransen (RUGent) dat minder dan 20% met de wagen bereikbare arbeidsplaatsen binnen een straal van één uur in Vlaanderen, ook binnen dat uur met het openbaar vervoer bereikbaar zijn.  In stedelijke gebieden is de bereikbaarheid met de wagen van openstaande vacatures tot 90%  hoger dan met het openbaar vervoer.

Heel wat werkzoekenden (20% in een Limburgs onderzoek) geven het gevoel aan dat de werkgever het gebruik van uitsluitend het openbaar vervoer als mobiliteitsmogelijkheid naar het werk als reden tot niet aanwerven gebruiken. Het bezit van rijbewijs en/of wagen geeft schijnbaar een voordeel bij het solliciteren.

Tot de meest kwetsbare groepen naar werkloosheid maar ook naar vervoersarmoede behoren laagopgeleiden, jonge moeders, alleenstaande ouders, nieuwkomers, anderstaligen, oorlogsvluchtelingen en oudere werklozen. De toegankelijkheid en het aanbod (of het ontbreken) van openbaar vervoer naar deze doelgroepen blijkt de afgelopen jaren afgebouwd en moeilijker geworden. De drempels naar taal, gebruiksgemak maar ook naar nieuwe technologische ontwikkelingen zijn net voor deze groepen het hoogst. Met de invoering van het kluwen van vervoer op maat binnen het nieuwe decreet op basisbereikbaarheid dreigt ook het laatste opvangnet met name het recht op basismobiliteit te verdwijnen. Mobiliteit dient inclusief en sociaal rechtvaardig te zijn om vervoersarmoede weg te werken en vacatures in te vullen.

Het huidige beleid van ondermeer Philippe Muyters (N-VA, Minister van werk) en Ben Weyts (N-VA, Minister van mobiliteit) leggen al te dikwijls de verantwoordelijkheid van de werkloosheidstoestand bij de werkloze. In samenzang met het VBO, VOKA en UNIZO wordt het niet invullen van vacatures veelal bij de tekortkomingen van de werkloze gelegd. De opleiding, de wil tot werken, de noodzaak, de vele kansen die schijnbaar worden geboden. De noodzaak ook om de werkloosheidsverzekering in tijd te gaan beperken. Wat mobiliteit betreft kan men deze logica in vraag stellen. Een werkloze heeft gewoon minder kansen omwille van zijn mobiliteitstoestand. In de toekomst zal net dit aspect er niet op verbeteren …