about
Toon menu

Buschauffeur bij De Lijn : flexibele toekomst zonder toilet of toilet zonder toekomst?

maandag 23 oktober 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


Begin dit jaar kwam De Lijn in het nieuws met chauffeurs die bij gebrek aan sanitair aanbod tijdens hun werkuren, wel eens in de problemen raakten. Ondertussen wordt druk onderhandeld tussen directie en vakbonden omtrent de werkomstandigheden waarin de chauffeurs bij De Lijn, al dan niet met sanitaire voorzieningen, de toekomst tegemoet zullen gaan. Een toekomst die er niet al te rooskleurig dreigt uit te zien voor de chauffeurs.

De flexi-job.

Onder het alomtegenwoordige mantra ‘dat De Lijn klaar moet zijn tegen 2020 als de privatisering zich doorzet’ worden de buschauffeurs en hun vertegenwoordigers het flexibiliteitsmes op de keel gezet. Met de flexibiliteitsregels in de hand die hen door een zekere Peeters, Minister van Werk,  zijn aangereikt, dringt de directie dan ook aan dat buschauffeurs in de toekomst ‘beter’ moeten worden ingezet. Ze wenst hiermee “het bedrijf flexibeler en meer wendbaar te maken én de balans werk-privé voor de chauffeurs te verbeteren”.   De berekening van zowel loon als prestaties op basis van een hele werkjaar staat daarbij centraal. Maar ook de verhoging van de wekelijks te presteren maximale bovengrens, zou hierbij moeten helpen. Volgens de directie zou de mogelijkheid meer uren per week te presteren, het private- en gezinsleven verbeteren en de ‘organisatie’ meer armslag geven bij de inzetbaarheid van haar chauffeurs bij de uitdagingen in de toekomst. Dat laatste is duidelijk. Hoe een opgelegde langere werkweek in te passen valt in een evenwichtig gezinsleven is minder begrijpelijk.

Maar ook de versnippering en de duur van onderbroken diensten, staan op het flexibiliseringsprogramma, net als het systeem van ‘vrijwillige’ overwerk(uren). Dat laatste plaatst de chauffeur bij De Lijn in een bijzonder kwetsbare positie. Immers zal hij zelf de (bovengrens)grens, in overleg met zijn directe overste kunnen bepalen, ongeacht de collectieve regels ter zake. Dit worden werkuren waarbij binnen een ‘jaargemiddelde’ niet steeds duidelijk zal zijn of het nu om overuren of flexibele inzetbaarheid gaat. Een dergelijke flexibiliteit en bijhorende kwetsbaarheid uit zich nu reeds in langdurig ziekteverzuim, burn-outs in tal van sectoren. Maar ook het verloop van personeel en vroegtijdige afhakers bij de groep van beginnende chauffeurs bij De Lijn dreigen zo ongekende hoogtes te bereiken. De Lijn heeft nu al alle denkbare moeilijkheden het personeelsbestand op pijl te houden. Over de kwaliteit van het gezinsleven nog gezwegen bij dergelijke nieuwe (werk-)omstandigheden.

De beloning.

‘De verhoogde flexibiliteit en inzetbaarheid van de chauffeurs moeten vooral de productiviteit bij De Lijn verhogen’, aldus de directie. Hiertoe is men bereid die flexibiliteit te belonen, uiteraard op een ‘eerlijke’ basis. Zo is meer onbetaalde rust mogelijk onder de vorm van reële rust, te berekenen op basis van gps-metingen. Gps-metingen die aangeven hoeveel je rijdt, niet hoe lang je in de file staat. Uiteraard kan ook De Lijn niet onder de wettelijk voorgeschreven betaalde rust onderuit. Die wettelijke rust wordt flexibel omzeild door de opeenvolgende prestatieblokken voor chauffeurs te gaan inkorten. Blokjes van 3 uur zijn immers makkelijker in te passen in de noden van de spitsuren en die van ‘het bedrijf’ dan blokjes van 4 uur minimaal, rust incluis. Gesplitste en kortere diensttijden optimaliseren vooral de performantie en de financiële slagkracht van De Lijn; het sociale leven van elke chauffeur al heel wat minder. In compensatie voor de flexibiliteit zich ook naar meerdere standplaatsen te begeven, zelf voor kortere diensttijden en blokjes, is de directie bereid de chauffeurs financieel te vergoeden. Of is het eerder onder druk te zetten? Dat een chauffeur mogelijks een groot deel van de dag onderweg is voor enkele uurtjes dienstverlening zal misschien zijn inkomen wat opfleuren, verhoudingsgewijs het sociale en familiale leven al heel wat minder.

De toekomst.

Geen nood zegt de directie : “we behouden zeker het basisloon van onze chauffeurs”. Joepi zou men zeggen. Wat hebben de chauffeurs bij De Lijn geluk dat met de aanhoudende prijsstijgingen en levensduurte, het basisloon wordt ‘gegarandeerd’. Maar ook de werkzekerheid staat met stip op één. Het is een werkzekerheid met flexibiliteit of het zal niet zijn. Immers dient De Lijn zich aan de veranderde context, lees de keuzes tot verdere liberalisering van de markt door Ben Weyts (N-VA) en deze regering, aan te passen. Ook de bedrijfszekerheid is zeer relatief want in de toekomst kan de Vlaamse overheid uiteindelijk toch beslissen om de uitvoering van de dienstverlening  uit te besteden aan grote privébedrijven, lees kapitaalkrachtige multinationals. En dan vraagt men zich af waarom er wel eens wordt gestaakt bij De Lijn. Een flexibele toekomst zonder toilet of toilet zonder toekomst?