about
Toon menu

Mobiliteit is een basisrecht : De MOBIB-kaart van Marcel.

maandag 16 oktober 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De MOBIB-kaart in handen van sociale afbraakpolitiek.

Reeds geruime tijd ontplooit De Lijn op aangeven van Minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) de elektronische MOBIB-kaart. Volgens de bevoegde voogdijminister en De Lijn om verplaatsingen eenvoudiger te maken en het huidige ticketsysteem, vooral de papieren vorm, te vervangen. Het gebruiksgemak en de voordelen van deze kaart, kent volgens Ben Weyts en de Vlaamse regering geen grenzen.

Het spreekt voor zich dat de transitie naar het digitale tijdperk, ook in en bij het openbaar vervoer zijn plaats dient te krijgen, ook met digitale vervoersbewijzen. In de handen van een neo-liberale denkwijze en bij het daarbij horend efficiëntiedenken krijgt een dergelijk digitaal systeem ongekende mogelijkheden. Mogelijkheden die niet altijd in het voordeel van de burger, gebruiker of reiziger uitvallen. Toch de kern van een openbare dienstverlening die De Lijn zou moeten bieden. Mobiliteit dient immers als openbare voorziening elke burger te bereiken. Mobiliteit is een basisrecht, waarin de overheid dient te voorzien naar alle burgers toe.

Eén van de voordelen die steeds weer wordt aangehaald bij het gebruik van deze kaart, is het feit dat de overheid het gebruik van het openbaar vervoer beter kan monitoren, net als het gedrag van elke reiziger. Het registreren van het gebruik van het netwerk door de reiziger met de kaart, laat de overheid en De Lijn toe “middelen meer efficiënt” in te zetten en de kostendekkingsgraad te verbeteren. De busrit als dienstverlening wordt aldus gereduceerd tot een te verkopen inspanning van de overheid. Het wordt als het ware een product dat wordt overgeleverd aan de (vrije) marktprincipes en als dusdanig in de toekomst ook verkocht zal worden aan private bedrijven. Aandeelhouders en winstmaximalisatie loeren om de hoek; multinationals krijgen mobiliteit op een dienblaadje aangeboden. De dienstverlening aan de reiziger wordt ondergeschikt aan de marktlogica.

Met deze MOBIB-kaart worden bezettingsgraad van lijnen en gebruik van haltes netjes in kaart gebracht. Men spreekt van de kostendekkingsgraad. Bij het decreet op basismobiliteit, zoals het sinds 2007 bestaat, krijgt de burger de garantie op de toegang tot het openbaar vervoer. De redelijke afstand tot een opstapplaats, maar ook tot frequentie en aanbod zijn wettelijk gegarandeerd. Dit decreet zal in de toekomst worden geschrapt en vervangen door een decreet op basisbereikbaarheid. Indien het basisrecht op mobiliteit enkel en uitsluitend nog afhankelijk zal worden gemaakt bij de zegen van het gebruik van de MOBIB-registraties, komt de burger in een zeer kwetsbare positie terecht. Immers verliest hij de afdwingbaarheid van zijn opstapplaats langs het decreet op basismobiliteit zoals het nu bestaat.  In de toekomst zullen opstapplaatsen en haltes of zelf hele lijnen worden geschrapt op basis van de registratie langs die MOBIB-kaart. De mobiliteitsgarantie komt op losse schroeven te staan.

Als klap op de vuurpijl staat in de beheersovereenkomst tussen de Vlaamse overheid en De Lijn (2017-2020) vermeld dat De Lijn zijn elektronische data dient ter beschikking te stellen voor derden. Het spreekt voor zich dat met dergelijke werk- en handelswijze het randje van de privacy wordt opgezocht. Het gaan en staan van elke reiziger wordt precies gemonitord met de MOBIB-kaart. In handen van gewiekste zakenlui en slimme reclameboys natuurlijk een schat aan informatie. De privatisering kan zo in de toekomst à la carte worden aangeboden, waarbij de overheid de lasten houdt en de privé de lusten krijgt op basis van cijfers.

Enkel met de juiste en omkaderende wetgeving kan een MOBIB-kaart als middel gebruikt worden tot een beter en toegankelijker openbaar vervoer. Schrapt men begeleidende en fundamentele wetgeving, zoals het decreet op basismobiliteit, wordt deze kaart een handig politiek en commercieel wapen. In een tijdperk waarin data de sleutel kunnen zijn tot een goed openbaar vervoer, dient de overheid te waken over een correcte inpassing van deze moderne, digitale middelen, ook de MOBIB-kaart.


Marcel heeft ook een MOBIB-kaart.

Marcel Verhaeghe (46j.) uit Watou neemt reeds 15 jaar elke ochtend de bus naar zijn werk in Poperinge. Hij heeft geluk. Net voor zijn deur is er een halte van De Lijn. Dagelijks om 07.45 u. stapt hij op om tevreden naar zijn werk te rijden. Sinds kort heeft hij een MOBIB-kaart. Waar voordien zijn papieren abonnement werd getoond aan de buschauffeur van De Lijn, kan hij nu éénvoudig zijn MOBIB-kaart voor het registratietoestel houden.

Al 15 jaar is hij elke ochtend de enige persoon die bij zijn halte opstapt. Gelukkig is hij niet de enige reiziger die deze lijn gebruikt. Enkele collega’s stappen op in de naburige gemeente Beveren aan de IJzer. Zijn traject wordt goed gebruikt door de plaatselijke bevolking.

Met het nieuwe decreet op de basisbereikbaarheid zal de lijn die Marcel gebruikt, worden omgevormd tot een snelle lijn, tussen alle dorpskernen heen. De haltes waar weinig of geen mensen opstappen worden geschrapt. Immers vervalt het recht van elke burger een halte in zijn buurt af te dwingen op basis van het decreet op basismobiliteit. Ook Marcel’s opstapplaats wordt uit het aanbod gehaald, om de openbare middelen efficiënter in te zetten. Hij is de enige gebruiker die daar opstapt en dat al meer dan 15 jaar. Marcel heeft ook een MOBIB-kaart.