about
Toon menu

Vervoer op maat : dekmantel tot privatisering

woensdag 11 oktober 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


"Vervoer op maat" als dekmantel tot privatisering van het Openbaar Vervoer.

De financiering van het vervoer op maat binnen het concept basisbereikbaarheid.

Het concept basismobiliteit en bijhorende decreet strekt zich uit over de gehele werking van De Lijn. Immers worden haltes, frequenties en aanbod (avond, ochtend, weekend,…) in het totale aanbod van De Lijn afgestemd met een netwerk, toegankelijk voor alle burgers aan een vaste prijs in Vlaanderen en in functie van een grote verscheidenheid aan mobiliteitsnoden. De totale kostprijs van deze werkwijze is moeilijk te bepalen binnen het totale exploitatiebudget van De Lijn omdat deze dan ook verspreid is over dat gehele gevarieerde aanbod van De Lijn. 

In het verleden werden door verschillende actoren in het veld bedragen genoemd voor de ontplooiing van die basismobiliteit tussen 121 en 125 miljoen euro jaarlijks. Het Rekenhof maakte zelf gewag in 2007 dat de kost om en bij 128 miljoen euro jaarlijks zou bedragen. Het aanbieden van basismobiliteit en de invulling er van door De Lijn is alvast moeilijk in concrete becijfering te vatten, gezien alle vervoersactiviteiten van De Lijn erin zitten vervat.

In 2015 bedroeg het totale exploitatiebudget van De Lijn zo’n 851 miljoen Euro. Met de invoering van het model basisbereikbaarheid zoals Ben Weyts (Minister van Mobiliteit, N-VA) ontplooit,  wordt dit budget opgesplitst in functie van de drie netten die worden gepland : een kernnet van vervoer (grotere lijnen), een aanvullend net (aanvoer naar het kernnet) en het vervoer op maat. Wat de financiering van dat toekomstig openbaar vervoer en zijn basisbereikbaarheid betreft, blijft het uitgangspunt dat wordt gewerkt met een gesloten enveloppe, wat betekent dat het totaalbudget op het niveau blijft van het exploitatiebudget van De Lijn van 2015, dus 851 miljoen(*). Het recht op basismobiliteit en bijhorend decreet verdwijnt.

Het vastgelegde exploitatiebudget wordt, volgens een scenario aangebracht door een studiebureau in opdracht van de minister, verdeeld over de verschillende netten, waarbij de budgetten voor het vervoer op maat aan de verschillende vervoersregio’s worden toegewezen. In concreto betekend dit dat het kernnet en aanvullend net, centraal zou blijven aangestuurd, met een bedrag van 738,8 miljoen euro.  Het vervoer op maat, dat wordt uitgewerkt door de vervoerregio’s en dat complementair is aan die hogere vervoersnetten, budgettaire enveloppe van 112,2 miljoen euro (*) ter beschikking zou krijgen. 


Geen belbussen meer voor De Lijn. 

De jaarlijkse exploitatiekost voor de belbussen van De Lijn bedraagt 32 miljoen euro. Op het eerste zicht zou men kunnen stellen dat de 112,2 miljoen euro, die worden voorzien in de enveloppe vervoer op maat een verbetering gaan betekenen in de toekomst voor elke burger. Maar is dit ook zo?  Het concept basismobiliteit, zoals het nu bestaat, overstijgt natuurlijk het aanbod belbussen. De basismobiliteit wordt evenzeer gegarandeerd door een aanbod in frequenties, mogelijke bereikbaarheid (aantal haltes) en aanbod (werkdagen, weekends, …) van zowel reguliere lijnen als de belbussen. Het decreet op basismobiliteit wordt echter afgeschaft. In de toekomst zal het aanbod “vervoer op maat”, ook de belbussen van De Lijn niet meer worden aangeboden door De Lijn zoals in de beheersovereenkomst staat geschreven maar door übers, vrijwilligersvervoer en bijvoorbeeld taxi-diensten, private uitbestedingen. Wat deze laatste betreft zet Ben Weyts en de Vlaamse regering sterk in op de inschakeling van privé-taxidiensten en über, zoals uit zijn conceptnota taxiregelgeving van 24 maart 2017 blijkt. De financiering van deze “diensten” zal dan ook uit de enveloppe komen van het vervoer op maat, die 112 miljoen euro. Kortom, de privatiseringsgolf van het openbaar vervoer wordt lustig verder gezet, en dat met openbare middelen. Immers worden budgetten die ter beschikking stonden van De Lijn gewoon doorgeschoven naar het vervoer op maat.

 

De toekomst is aan über, de kosten voor de burger en gemeenten.

Voor de aanbestedingen van voertuigen, taxidiensten, verhuurdiensten met bestuurders (lees oa.über), vrijwilligersbusjes, het inzetten van werklozen, die in het vervoer op maat kunnen worden ingezet, zal door het departement een standaardbestek worden opgemaakt dat kan worden gebruikt in en door de vervoersregio’s. Vervoersregio’s waar naast De Lijn, ook het Ministerie van Openbare Werken, de gemeenten en studiebureau’s, beslissen over een vervoersregioplan en bijhorend exclusieve vervoer op maat. De Lijn zal aldus systematisch van zijn kerntaak, het vervoer van mensen op mensenmaat, worden ontlast ten koste van die private systemen en initiatieven. Gemeenten, steden en intercommunalen zullen een deel van de financiële last ook naar zich toegeschoven krijgen. Enkele grotere steden schakelen reeds private vervoersbedrijven in om hun vervoer op maat in te vullen onder de vorm van bv. Shuttles in Gent.  De aanhoudende besparingen sinds 2010 bij De Lijn dienen immers ook ergens gecompenseerd te worden. De Lijn wordt in de toekomst langs het decreet op basisbereikbaarheid, de vervoersregioraden en het vervoer op maat in combinatie met zijn beheersovereenkomst (2017-2020) aan handen en voeten gebonden wat het vervoer op mensenmaat betreft.

 

Multinationals langs de achterdeur binnen gebracht. 

Als handigheidje van Ben Weyts worden ook de budgetten voor leerlingenvervoer en de diensten aangepast vervoer ter beschikking gesteld van de vervoersregio’s. Hierlangs kunnen uiteindelijk vormen als vrijwilligersvervoer maar ook leerlingenvervoer ingeschakeld in het vervoer op maat en het geregelde aanbod ter vervanging van het openbaar vervoer. Momenteel is een groot deel van dat leerlingenvervoer georganiseerd door multinationals zoals o.m. Keolis. Deze multinationals komen aldus ook op de (openbare) mobiliteitsmarkt terecht in de vervoersregio’s en treden rechtstreeks in concurrentie met De Lijn. Want waar begint het vervoer op maat door de vervoersregio’s georganiseerd en privaat uitgevoerd en eindigt het aanvullend net door De Lijn aangeboden.

 

(*) commissie Mobiliteit, Ben Weyts (N-VA, Minister van Mobiliteit), Vlaams parlement, april 2017