about
Toon menu

Gravelines: Het Fukushima aan de Noordzee ?

maandag 28 augustus 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Net over de grens met Frankrijk, in de buurt van De Panne, ligt het dorpje Grevelingen (Gravelines). Ten midden van de haven- en industriezones tussen Calais en  Duinkerke, op amper 30 km van de grens, dus van de uithoek van de Belgische (west-)kust en De Panne.

Op het noordzeestrand van Gravelines staat de op één na grootste kerncentrale van Europa, het tweede grootste nucleaire complex ter wereld. Het Centre nucléaire de production d'électricité de Gravelines, uitgebaat door EDF,  mag je met zijn zes reactoren gerust een mastodont noemen. In vergelijking met Doel (4 reactoren) met een productiecapaciteit van 2905 Mw en Fukushima (6 reactoren) 4700 Mw is Gravelines met 5460 Mw dus een grotere broer, een zeer grote centrale.

Grotere broer mag je bijna letterlijk nemen, omdat zowel  leeftijd als het soort reactoren tot dezelfde generatie behoren. De start van hun constructie situeert zich rond 1970-75, de ingebruikname tussen 1980 en 1985. De reactoren van Gravelines, ontwikkeld en gebouwd met een aanvankelijke levensduur van 30 jaar, later verlengd door de  belangenvereniging van de Europese nucleaire industrie (FORATOM) tot maximaal 40 jaar, behoren dus net als Doel en Tihange tot de overjaarse kerncentrales in West-Europa. Ook Fukushima kent dezelfde leeftijd. Net als de huidige Belgische regering de levensduur van onze kerncentrales in mei van 2016 verlengde met 10 jaar, plant ook de Franse overheid de levensduur van Gravelines te verlengen tot ver na 2020, het jaar waarin ze eigenlijk zouden moeten sluiten. Vandaag zet ook het Belgische beleid, de N-VA voorop, de deur wagenwijd open voor onze centrales met een levensduur die 2025 ver overstijgt, tot minimaal 2030.

Te land, ter zee en uit de lucht

De kernramp van 11 maart 2011 in Fukushima was het gevolg van de zeebeving en de daaropvolgende tsunami voor de kust van Okuma (Japan). Gravelines ligt in een seismologisch rustiger gebied. De impact van geologische situatie van Gravelines mag op het eerste zicht ongevaarlijk lijken, toch mag zijn ligging niet afleiden van het feit dat de ondergrond waarop zijn reactoren zijn gebouwd niet tot de meest stabiele behoren. Zand en krijtgesteenten vormen de eerste lagen waarop deze reactoren zijn geplaatst. Daarnaast bestaat het hele hinterland van de centrale uit de zogenaamde ‘Polders’, welke uiteraard sterk overstromingsgevoelig zijn, lokaal zelf 5 m onder de zeespiegel liggend. Deze situatie kan in combinatie met buitengewone weersomstandigheden, ook op zee, tot isolatie van de centrale en omgeving leiden. Uiteraard met nefaste gevolgen voor een normale werking.  De storm van de eeuw, waarvoor ook onze overheid vreest, wordt meer en meer waarschijnlijk, in een tijdspanne van opwarmend klimaat en stijgende zeespiegel. Het hoeft dan ook geen betoog dat Gravelines op dat vlak tot de meest kwetsbare kerncentrales ter wereld behoort, net als Fukushima dat was voor aardbevingen en bijhorende tsunami. Ook al schermt men met het argument dat essentiële onderdelen van deze Grevelingse centrale tussen 6.9 en 9 meter boven de zeespiegel ragen, zijn incidenten hieromtrent nooit uit te sluiten. De weinig verheven plaatsing van de reactorkuipen, tegenover de zeespiegel, en dat mag u letterlijk nemen, vormen een niet te verwaarlozen constructiefout, mochten er zich problemen voordoen in deze kerncentrale of van buitenaf. De rechtstreekse contaminatie door de Noordzee is helemaal niet ondenkbeeldig. Ook de koelwatervoorziening, met noordzeewater is gevoelig voor dergelijke buitengewone weers- en klimaatomstandigheden.

Gravelines behoort net als Fukushima tot de drukwaterreactoren of hogedrukreactoren (Engels: pressurized water reactor, PWR). Het is een type kernreactor van de tweede generatie dat (zee-)water onder hoge druk gebruikt als koeling. De ligging van deze centrale, letterlijk op het strand van Gravelines, stelt haar dan ook bloot aan gevaren, specifiek verbonden aan de Noordzee. Aan de drukst bevaren zeeroute ter wereld, waar dagelijks honderden schepen van allerlei pluimage voorbij varen, zijn ongevallen nooit uit te sluiten. De natuurlijke bevoorrading van het koelwatersysteem zou bij een scheepsongeluk, bijvoorbeeld een olietanker en bijhorende olie(v)lek, in het gedrang kunnen komen. Nog niet te spreken over mogelijks rechtstreekse ongevallen en de impact, met bijvoorbeeld LNG-tankers, die ook deze route druk bevaren tussen Algerije en Zeebrugge.

Maar ook van op land is de ligging van deze centrale ronduit gevaarlijk te noemen. De nabijheid van de industrie- en havenzones van Calais en Duinkerke zijn hierbij niet vreemd. Enkele Seveso bedrijven en zware industriële complexen kunnen een rechtstreeks gevaar inhouden voor de werking van de centrale en omgekeerd. Calamiteiten in de omgevende industrie kunnen een rechtstreekse impact hebben, net als calamiteiten in de kerncentrale gevolgen kunnen hebben op de omringende (gevaarlijke) bedrijven.

De menselijke, ongewilde en minder ongewilde inbreuken op de veiligheid van buiten af mag men niet negeren. Zo werden reeds tot twee maal toe incidenten genoteerd (1999-2002) waarbij vluchtelingen zich, zonder van kwaad bewust te zijn, in de aanpalende gebouwen van de centrale huisvestten, nadat ze verstopt in vrachtwagens de centrale waren binnen gereden, nota bene in een vrachtwagen beladen met radioactief materiaal. De ongeveer 1.700  werknemers van EDF op de site worden aangevuld met 400 externe en tijdelijke werknemers. Daarenboven worden jaarlijkse zo’n 2000 tussenkomsten uitgevoerd door onderaannemers bij het onderhoud en de werking van de centrale van buitenaf. De opvolging van nieuwe personeelsleden en bijhorende (gespecialiseerde) opleidingen dienen als belangrijk beschouwd te worden, maar gelijktijdig ook als een mogelijk hiaat in de veiligheid, ook in tijden van terroristische dreigingen.

Dat terroristisch potentieel en zeer intens luchtvaartverkeer vormen dan weer gevaar dat uit de lucht kan komen. In tegenstelling tot de nieuwe kernreactoren die dubbelwandig zijn ontworpen, zijn de zes van Grevelingen beschermd door een enkelvoudig omhulsel. De moedwillige of toevallige en accidentele impact van bijvoorbeeld vliegtuigen, hebben een nefaste uitwerking op de veiligheid van de centrale,  te meer dat de normen die 40 tot 50 jaar geleden gehanteerd werden bij bouw en constructie, veel lager waren. Vliegtuigen en de nauwkeurigheid waarmee ze kunnen worden gebruikt (misbruikt) vandaag, zijn gewijzigd tegenover vroeger, net als het gewicht en de resulterende impact ervan. Gravelines ligt niet enkel op een zeer druk bevlogen luchtvaartroute, maar is ook omgeven door tal van internationale, regionale en zelf plaatselijke luchthavens. De kwetsbaarheid van deze kerncentrale is dus duidelijk verhoogd tegenover de periode waarin ze werd geconstrueerd.

Zes op een rij met MOX

Het ongeval in Fukushima leert ons dat de opstelling van de zes reactoren in lijn, vragen om mogelijke kettingreacties bij mogelijke incidenten en/of accidenten tussen de verschillende reactoren. Het verhoogde stralingsgevaar bij incidenten in één reactor, zorgt er voor dat de veiligheid, ook fysiek niet meer kan gegarandeerd worden voor alle personeel van alle andere reactoren. De opstelling in lijn zorgt voor een bijzondere kwetsbaarheid. Daarnaast zijn rechtstreekse uitval en beschadiging van andere reactoren niet uit te sluiten bij calamiteiten in één van hun buurreactoren op dezelfde site.

Zo herinneren wij ons nog duidelijk de beelden van de ontploffing van één van de reactorgebouwen in Fukushima. Belangrijkste oorzaak hiervan was het gebruik van MOX in combinatie met Zirconium Carbide (ZrC) in deze centrale. MOX is een goedkoper alternatief voor het laagverrijkt uranium dat in andere kernreactoren wordt gebruikt. Het gebruik van MOX, impliceert het gebruik van bijgevoegde plutonium (7%) en resulteert in meer radioactief (rest-)afval (zo’n 4% plutonium na gebruik).  Ofschoon MOX een besparing voor de uitbaters van deze kerncentrales geeft, zorgt MOX ook voor een versnelde veroudering en grotere onderhoudsnood voor de kernonderdelen van deze overjaarse centrales. In combinatie met Zirconium Carbide (ZrC) wordt MOX ook een explosieve mix.

Zirconium Carbide (ZrC) wordt gebruikt als beschermend laagje of verwerkt in de brandstofstaven of MOX-tabletten. Het verhoogt de weerstand en verlaagt de temperatuurgevoeligheid waarin de kernbrandstof kan gebruikt worden. Nadeel bij een ernstig accident en mogelijke meltdown met zeer hoge temperaturen door bijvoorbeeld vrijkomende stoom (van het koelwater of zeewater) is de aanmaak van waterstof(gas) of H². Dit hoogexplosieve gas was mede de aanleiding voor explosies die zich voordeden in de Japanse reactorgebouwen van Fukushima in 2011. Na deze explosies konden radioactieve gaswolken vrij de omgeving in en werden vitale onderdelen en controlecentra op het domein totaal onbruikbaar. Ook in Gravelines maakt men gretig gebruik van deze brandstof (MOX) en Zirconium Carbide.

Over incidenten en accidenten

Wat er zo allemaal kan gebeuren in een kerncentrale kan u al wat afleiden uit bovenstaande opsomming. Fukushima en Tjernobyl indachtig. Men tracht op internationaal niveau deze gebeurtenissen op een schaal in te delen naargelang de ernst. Deze INES schaal (International Nuclear and Radiological Event Scale) spreekt van incidenten (3 niveau’s) en accidenten (4 niveau’s), elk met hun verschillende kernmerken. Niveau 0 betekend normaal functioneren met mineur technische en noodzakelijke (onderhouds-)ingrepen. Algemeen wordt aangenomen dat met de stijgende leeftijd van een kerncentrale ook het aantal incidenten stijgt. Ook de kerncentrale van Gravelines ontsnapt niet aan dergelijke verouderingsproces en bijhorende incidenten. Het gebruik,van zeewater belast dit proces extra.  Net zoals Doel en Tihange te pas en onpas dienen stilgelegd, ziet men ook in Gravelines dergelijke evolutie.

Meest markante en ernstige feit deed zich reeds voor in 1989 op 16 augustus. Het incident van niveau 3 op de INES-schaal werd veroorzaakt door de installatie van een verkeerde schroef op een hogedrukklep op het primaire veiligheidscirquit. Hierdoor werkte de overdrukbeveiliging inefficiënt. De uitbater minimaliseerde achteraf dit incident.

1989 : 1 (niveau 3)

2007 : 4 (niveau 1)

2009 : 2 (niveau 0 en 1)

2010 : 7 (niveau 0 en 1)

2012 : 75 (niveau 0 en 1)

2014 : 49 (niveau 0 en 1)

2015 : 48 (35 niveau 0 + 13 niveau 1)

Tot de meest recente incidenten behoren ondermeer een drukval in het primaire cirquit op 11 maart 2015 (éénheid 2 die werd stilgelegd voor onderhoudswerken) tgv. herstellings- en onderhoudswerken aan een hogedrukpomp. Zo constateerde men een defecte sensor in het reactorvat van éénheid 4 op 4 mei 2015. Incident gemeld bij de controlerende overheden op niveau 1 van de INES schaal en helemaal niet ongevaarlijk. Gedurende de maand november 2015 kende men verschillende opeenvolgende (her-)opstartproblemen van éénheid 2 omdat de analyse van één klepfunctie verkeerdelijk verlopen was.

Fukushima, Tjernobyl en het armageddon van de Westhoek

Kenmerkend voor de kernrampen in Fukushima en Tsjernobyl (Oekraïne, 1986) zijn de gevolgen voor het gebied waarin deze centrales zich bevinden. In beide gevallen kwam men al vrij snel tot de vaststelling dat de veiligheidperimeters, aanvankelijk 3 km, later 10 km rond de centrales, onvoldoende bleken te zijn om de veiligheid van mens en milieu te garanderen tijdens deze rampen. Evacuaties met een perimeter van 30 km en meer  bleken al snel noodzakelijk te zijn tgv. de sterk verhoogde stralingsdosis. Zoals men ook uit het ongeval in Fukushima leert, moest de overheid ten gevolge van de overheersende windrichting zelf een zone in één richting van meer dan 50 km evacueren de eerste dagen na de ramp.

In Tsjernobyl, een betrekkelijk dunbevolkt gebied, werden 116.000 inwoners geëvacueerd uit de 30 km zone. In Fukushima werden tussen de 160.000 en 185.000 inwoners geëvacueerd.

Het spreekt voor zich dat een kernramp in Gravelines vele keren groter gevolgen zou kennen bij een noodzakelijke evacuatie rond de centrale. Alleen in het nabijgelegen Duinkerke wonen meer dan 270.000 inwoners, in Calais om en bij de 80.000. In heel Nord-Pas-de-Calais en Picardie, zeg maar het noorden van Frankrijk aan de kust, gaat het om 6 miljoen inwoners met grootsteden als Arras en Lille.

Toch zijn de Westhoek en bij uitbreiding de hele provincie West-Vlaanderen en zelf België als meest kwetsbare gebieden te ordenen bij een kernramp in Gravelines gezien de overheersende windrichting en windsnelheden in en om Gravelines. De kans op een mogelijke fall-out is in deze regio het grootst. Het aantal inwoners in de hele Vlaamse en Franse Westhoek bedraagt meer dan 220.000. Bij een overheersende Westenwind kan bij incidenten al snel de hele provincie, de kust en de rest van Vlaanderen betrokken raken. In dergelijk scenario spreken we al snel van meer dan 1,2 miljoen mensen in Vlaanderen alleen. Op een zonnige en zomerse vakantiedag en bij een ernstig accident komen daar enkele honderdduizenden nietsvermoedende vakantiegangers aan de kust en in de toeristische centra bij. Deze zouden dan in één oogwenk geëvacueerd dienen te worden. Steden als Oostende, Roeselare en Brugge liggen rechtstreeks in de lijn van een mogelijke nucleaire fall-out en dat reeds enkele uren na een mogelijk accident. Zeker bij een overheersende westenwind. Rekenen we een veiligheidsperimeter van 75 km aan, dan gaat het al snel om 2,4 miljoen te evacueren mensen. De  recente sluiting door Jambon (N-VA) van de kazernes van de civiele bescherming in ondermeer Jabbeke zijn in dat licht onbegrijpelijk. Nog maar te zwijgen over de besluiteloosheid waarmee Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (O-VLD) omgaat met de beslissing omtrent de  verspreiding van jodiumpillen en de reglementering daaromtrent. Nood- en veiligheidsplannen zijn bij de bevolking schielijk onbekend.

De Westhoek, West-Vlaanderen, groentemarkt voor heel België en daarbuiten.

Naast de problemen omtrent mogelijke evacuatie uit de noodzakelijke veiligheidsperimeters ontstaan vrijwel onmiddellijk na een kernramp andere problemen.

Soms wordt wel eens gezegd dat er meer varkens dan mensen wonen in West-Vlaanderen. Relatief gezien is dat ook zo. 55% van de totale varkenshouderij speelt zich af in deze provincie. In heel Vlaanderen leven ondertussen even veel varkens als mensen. De gevolgen voor de veestapel en de economische gevolgen op korte termijn zijn bij een kernramp niet te overzien.

Minder bekend bij de bevolking is echter de groenteteelt in open lucht in de Westhoek en West-Vlaanderen de grootste is in heel België met meer dan 60% van de totale productie in ons land. Net die teelt is bij een mogelijks ongeval met de kerncentrale van Gravelingen zeer kwetsbaar. De groenten zeer snel gecontamineerd. Naast de economische implicaties zijn de menselijke gevolgen niet te overzien. Vrijwel onmiddellijk zou een ongeval met bijhorende evacuatie van bewoners in de Westhoek en West-Vlaanderen de bevoorrading met groenten en vlees voor de rest van de Belgische bevolking en daarbuiten in het gedrang brengen.

Gravelines  : Het Fukushima aan de Noordzee ?

Tot slot dient men bij een dergelijk ongevalscenario rekening te houden met het menselijke aspect bij de orde- en veiligheidsdiensten zelf. Uit de ervaring met Fukushima en Tjernobyl blijkt immers dat medisch en paramedisch personeel, alsook ordediensten, politie en brandweer, eieren voor hun geld (lees familie) kiezen, op het moment dat deze de zekere stralingsdood dreigt. Het is dus niet helemaal ondenkbeeldig dat de dag dat er iets gebeurd in Gravelines, Fukushima tot een zuchtje van nucleair accident wordt herleid, chaos en onzekerheid het land binnen waaien.