about
Toon menu

Weerwerk in tijden van uitsluiting

vrijdag 15 april 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

In taalkundig opzicht bekken de stellende, vergrotende en overtreffende trap van ‘uitgesloten’ niet erg goed. Maar in de maatschappelijke realiteit zijn ze dezer dagen heel erg in trek. Uitsluiting is een beleidskeuze van de hoogste prioriteit, en hoe zwakker men staat, hoe sneller men in de prijzen valt.

Laure, een Waalse schoonmaakster, deed recent haar verhaal in een vakbondsblad. “Ik ben de helft van mijn loon kwijt, en ik had al geen voltijdse job”, vertelt ze. Een beschutte werkplaats heeft een poetsopdracht weggeconcurreerd bij haar werkgever. Voor 3 euro minder per uur en niet gebonden aan de verplichtingen die schoonmaakbedrijven moeten naleven. “Was mijn opdracht overgenomen door een ander schoonmaakbedrijf, het moest mij minstens 6 maanden behouden, de tijd om iets anders te vinden. Maar nu dus niet. Ik ben echt bang. Met mijn vroegere loon van 1300 euro was het al op het randje, wat moet ik nu beginnen?”

Zo vergaat het de kleine burgers. Ze vallen holderdebolder van de vergelijkende trappen van de uitsluiting. Laure is in normale omstandigheden al de pineut omdat in haar sector een moordende concurrentie heerst met navenante werkdruk, met poetsbeurten in kantoren op ontiegelijk vroege of  late tijdstippen die in voltijds verband niet combineerbaar zijn, al zeker niet met een decent gezinsleven. Nu verliest ze ook nog een deel van haar job aan een werknemer uit een beschutte werkplaats die het voor minder loon moet doen en zonder de arbeidsvoorwaarden van de schoonmaak. Laure wordt uitgesloten van haar sociale rechten. Haar vervanger wordt nog meer uitgesloten, want die maakt niet eens aanspraak op die rechten.

Is één voorbeeld niet overtuigend genoeg? Neem dan de bouw. Loon- en arbeidsvoorwaarden gaan er op de schop omdat werkgevers een beroep doen op  buitenlandse werknemers. De deur van het keldergat staat open, en daar gaan we, stijl naar beneden. Stellende trap: Belgische bouwvakkers verliezen jobs. Vergrotende trap: gedetacheerde buitenlanders doen het werk voor hetzelfde loon, maar wel een hele hap goedkoper omdat zij onze sociale zekerheid niet krijgen. Het is de legale sociale dumping. Overtreffende trap: buitenlandse mensen worden door koppelbazen naar hier gehaald voor uurloontjes tussen 3 en 7 euro, zonder sociale zekerheid, zonder veiligheidsvoorzieningen. Het is de illegale sociale dumping. En nu schiet de taal tekort, na de overtreffende trap is er ook nog een absoluut superlatief nodig. Want terwijl Oost-Europeanen bij ons worden uitgebuit, komen in hun land mensen uit nog oostelijker gelegen landen werken voor nog minder loon en zo mogelijk nog minder bescherming.

Scrol even over een nieuwssite en in geen tijd verzamel je een hele waslijst uitsluitingen. IT-consultant ATOS ontdoet zich van 21 Belgische medewerkers en haalt 28 goedkopere Indiërs naar hier. De zaakvoerster in een filiaal van een kledingketen getuigt dat haar hoofdkantoor arbeidscontracten wil van ten hoogste 25 werkuren per week omdat voltijdse banen de flexibiliteit in de weg staan. Eurostat meldt dat één vierde van de vrouwen die deeltijds werken dat doen omdat ze geen voltijdse job vinden of omdat hun job alleen deeltijds wordt aangeboden. De regering knipt in gelijkgestelde periodes voor de berekening van het pensioen en treft daarmee in de eerste plaats de vrouwen, en dan vooral de arbeidsters.

Het zijn allemaal vormen van uitsluiting, van kwaad naar erger. Het is het perfide effect van het neoliberale maatschappijconcept. Een buitenissig overheidsbeslag en uit de hand gelopen uitgaven worden als alibi gebruikt om de rechten en de solidariteit waar onze sociale zekerheid en onze overlegeconomie voor zorgen, helemaal uit te benen.

En de pijn zit ook nog elders. Mensen die van de maatschappelijke ladder worden geduwd, worden volgens de trappen van vergelijking eveneens uitgesloten van het recht om  weerwerk te bieden.

Stellende trap: de Belgische bouwvakker kan in het verweer gaan, juist, maar het baat niet. Zijn vakbond doet het al jaren en het blijft wachten op goede Europese regelgeving. Vergrotende trap: voor de legale gedetacheerde buitenlandse bouwvakker is het raadzaam te zwijgen over ongelijke arbeidsvoorwaarden. Tenzij hij snel naar vrouw en kind terug wil. Overtreffende trap: de buitenlander die in de fuik  van het zwartwerk gevangen zit, kan zich helemaal niet roeren, of hij stelt zich bloot aan gerechtelijke vervolging.

Schoonmaaksters, werkneemster in de dienstencheques, bewakingsagenten, deeltijdse contracten, en zeker ook uitzendkrachten, worden op een andere manier uitgesloten van weerwerk. Ze horen bij het moderne heir geïsoleerde werknemers, alleen op een werf, slechts voor korte tijd ergens aan de slag, van hot naar her, met bitterweinig mogelijkheden om met collega’s de grieven op tafel te gooien. Deden ze hun werk samen op grote sites, in staalfabrieken zeg maar, ze hadden er al lang het blok op gelegd.

Nu moeten vakbonden eerst zichzelf  opnieuw uitvinden om tegen die vorm van uitsluiting in te gaan. Ze worden trouwens zelf bedreigd met uitsluiting. Werkgevers en regering hebben hun zinnen gezet op een Herenakkoord dat geen spaander heel laat van de vrijheid om vakbondsacties te voeren.

Maar vakbonden zijn zelf ook deel van het probleem. Ze zitten vastgeroest in oude organisatievormen die niet meer voldoen of in ieder geval niet meer volstaan. Mensen werven en mobiliseren vereist een nieuwe aanpak. Het ABVV mag dan wel de syndicale koploper zijn op de sociale media, het staat daarmee nog in lamentabele kinderschoenen. En het ACV heeft dan wel de best uitgebouwde vakbondswebsite, het richt zich met zijn degelijke informatie alleen tot zijn militante en professionele kern. Enkele geslaagde mediacampagnes verschonen deze vaststelling niet.

Hoe pakken we dit  allesomvattende probleem aan? Hoe raken we weg uit de groeiende  uitsluiting? En wie brengt het weerwerk weer op gang? Zou Hart boven Hard een bres in de dijk kunnen slaan?


Vrije Tribune, geschreven door Frank Jacobs, verschenen in Aktief, ledenblad Masereelfonds, 2006 nr 2