about
Toon menu

Oorlog baart vogelvrije baby’s…(Vrije tribune door Gerlinda Swillen)

donderdag 14 januari 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Bij man noch vrouw heeft oorlog ooit een embargo gelegd op seksuele drang en behoefte. Wel integendeel : hij schept vaak moeilijk te beheren stresssituaties net zoals machtposities. Oorzaak tijdens conflicten zijn niet alleen materiële elementen, zoals het uitvallen van elektriciteit, voedseltekorten, gebrek aan uitgaans- of vermaaksgelegenheid, schuilen voor aanvallen… Vooral angst, onzekerheid, verveling en vooral machteloosheid tegenover het donkere oorlogsgevaar drijven tot onmiddellijke vluchtreacties. Seks biedt dan misschien wel de meest voor de hand liggende ontspanning, gaande van de innigste tederheid tot de grofste brutaliteit.

Het zou wellicht een te gemakkelijke projectie van een prille westerse cultuur zijn, als we aan de betrokkenen verweten niet aan contraceptie te denken – indien voorbehoedsmiddelen ook al voldoende gekend, toegankelijk en betaalbaar zijn tijdens conflicten. Misschien is het wel verwaandheid te veronderstellen dat mensen meer dan andere dieren aan de natuurlijke voortplantingsdrang kunnen ontsnappen als hun soort wordt bedreigd. Voorbije oorlogen en huidige conflicten bewijzen maar al te zeer dat kinderen juist dan vaker in de wereld worden geworpen. Verwekkers en aard van relaties zouden er niets moeten toe doen. Objectief gesproken moet elke maatschappelijke groep zich over een geboorte kunnen verheugen en geen kinderen als bastaarden uitspuwen. De realiteit is echter helemaal anders.

Kinderogen blikken fotogeniek in de camera’s van journalisten, hulpverleners en ramptoeristen, ondanks de algemene blindheid zowel in het verleden als vandaag voor de droefheid die ze niet zouden mogen uitstralen. Want zoals de baby’s verwekt door de 20ste-eeuwse wereldoorlogen en koloniale conflicten nooit een thema voor historici werden, trekken die oorlogskinderen in beperkte zin onder de huidige vluchtelingen die in Europa terechtkomen, niemands aandacht. Dat ze in hun land van herkomst worden verworpen, dat sommigen op de vluchtweg vaak gewelddadig door medevluchtelingen werden verwekt of het gevolg zijn van de overzetprijs die vrouwen moeten betalen, daar kraait geen haan naar.

Recent historisch onderzoek naar kinderen verwekt door de Tweede Wereldoorlog[1] wijst uit dat ze meestal ten gevolge van het vigerende recht in hun geboorteland of de plaats van herkomst van hun verwekster staatloos zijn, geen filiatie hebben en bijgevolg geen aanspraak op enige wettelijke bescherming kunnen maken. Ze zijn vogelvrij, aas voor om ’t even welke mensenhandelaar. Sommigen zijn niet eens aangegeven bij een burgerlijke stand. Ze kunnen in de plooien van de geschiedenis verdwijnen. Groeien ze echter op, dan worden ze vroeg of laat met een zoektocht naar hun identiteit geconfronteerd.

Want hoewel het Verdrag inzake de Rechten van het Kind inschrijving van het kind voorziet naast het recht op nationaliteit en op het kennen van zijn identiteit, zijn filiatie – met hulp van staatsdiensten bij het zoeken ernaar  ̶ , kunnen de Verenigde Naties de staten niet dwingen tot het garanderen van die rechten. Dat maakt de problematiek van die kinderen onder de vluchtelingen des te schrijnender in een land als België dat in de aanpak van de migrantenpolitiek al jarenlang blindemannetje speelt via voortdurende compromissen op korte termijn.

Want het zou heel mooi zijn vrede te stichten in een oorlogsgebied en zo de vluchtelingenstroom overbodig te maken. Dat zou de wanhouding tegenover de “kinderen van de vijand” en de moeders die voor het behoud van hun zwangerschap – ook al was ze het resultaat van verkrachting – kiezen, geen zier verbeteren. Iedere Europeaan en zeker elke Europese politicus die naam waardig, kent de kwalijke gevolgen die de macht over de seksualiteit van vrouwen, in die landen meestal door mannelijke gezagsdragers uitgeoefend, zelfs in vredestijd voor de erkenning en status van de kinderen heeft.

Op de vlucht naar Europa blijven die verinnerlijkte machtspatronen geldig. Mensen vluchten immers met hun normen en waarden en de daaruit voortkomende vooroordelen en veroordelingen. Zij vluchten met hun verleden en de daaruit ontstane wrokgevoelens tegenover de maatschappij, de hunne en de onze. Want ze verlieten het oorlogsgebied met dromen, die wij evenmin als zij kunnen verwezenlijken. Te zelden wordt immers rekening gehouden met de vluchtfase.

Vluchten voor de oorlog wekt bij ons meer beelden van een dreigende of beginnende vijandelijke overrompeling. In Duitsland houdt het eerder verband met het einde van de Tweede Wereldoorlog, zoals bij de generatie die de Eerste heeft overleefd. In die context trouwens ontstond de eerste Verklaring van de rechten van het kind. De huidige vluchtelingen proberen aan een aanslepend conflict te ontkomen. Vaak koesteren ze in het begin nog hoop op een snelle terugkeer. Waarom dan je taal en cultuur opgeven en een carrière in het nieuwe werelddeel plannen? Maar hoe langer het conflict aanhoudt – en dat is al het geval in de meeste conflictgebieden – des te dringender wordt die overschakeling naar een toekomst in het nieuwe land, vooral belangrijk voor de kinderen. Daarom is er geen enkele reden ze de keuze (die zeer gegrond kan zijn) van het doelland te ontzeggen. Ook als die keuze op heel verkeerde voorstellingen is gebaseerd. Laat een mens zijn vrijheid van dromen en ervaren.

Maar wij mogen niet vergeten dat vluchten meestal heel wat geld vergt. Gegoeden zullen het verder brengen op hun reis. De vraag moet anders worden gesteld : aan wie wordt vluchtvoorrang gegeven, als een gemeenschap of een familie slechts voor één persoon middelen kan opbrengen? De beelden liegen er niet om : vooral jongere mannen staan in de rij om te worden ingeschreven. Ja, soms als vertegenwoordiger van hun gezin – wat toch weer de ondergeschikte of minder mondige status van vrouwen onderstreept. Die optie voor mannen roept toch enige bedenkingen op. Wil een maatschappij haar toekomst vrijwaren, zou ze dan niet beter haar kinderen en de personen die voor hen willen zorgen, eerst evacueren? En hebben gastlanden niet de plicht eerst voor de zwaksten op te komen en te zorgen?

Indien de optie bij een schipbreuk : “eerst vrouwen en kinderen redden” nog opgeld doet, dan moet Europa volgende regels overwegen :

  • ˗ voorrang voor kinderen verwekt door het conflict en de vrouwen die voor hun moederschap kiezen;
  • ˗ controle op de verplichte aangifte bij de geboorte en bij ontbreken ervan onmiddellijke inschrijving bij de burgerlijke stand van de plaats van aankomst;
  • ˗ bescherming van die kinderen en moeders;
  • ˗ een volwaardige status en nationaliteit voor die kinderen van bij hun geboorte en binnenkomen in de Europese Unie.

Daarop moet een humanere aanpak volgen : een beleid op lange termijn van Europees pluralistisch samen-leven.


[1] Openbare doctoraatsverdediging door G. Swillen : Verwekt door de Tweede Wereldoorlog - Oorlogskinderen op de as Brussel-Berlijn, VUB, 19 januari 2016. Informatie op :  www.masereelfonds.be 

Vrije Tribune, geschreven door Gerlinda Swillen, verschenen in Aktief, ledenblad Masereelfonds, jrg 1/2016