about
Toon menu

Nieuwe uitdaging voor het middenveld (vrije tribune Masereelfonds)

dinsdag 13 januari 2015
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Vrije Tribune

Nieuwe uitdaging voor het middenveld

Geschreven door Eric Corijn, gepubliceerd in Aktief, ledenblad Masereelfonds vzw, nr 1/2015

Opgedragen aan Koen Dille

De regeringen op Vlaams en federaal vlak hebben een duidelijk project. Ze willen het sociaaleconomisch evenwicht naar rechts verschuiven. Ze willen de overlegeconomie en de welvaartsstaat volkomen laten bepalen door de economische concurrentiekracht. En die wordt vooral afgemeten aan de rentabiliteit van kapitaal en winstverwachting. Daarom ook moeten de bezuinigingen worden betaald door een vermindering van koopkracht, loonstop, indexsprong, langer werken, lager pensioen en door een vermindering van de openbare dienstverlening (NMBS, De Lijn, cultuur, onderwijs, zorg…). Kortom, door een verlaging van de kostprijs van de arbeid. Van vermogens, winsten en belastingen ontwijken moet worden afgebleven. Het gaat dus wel degelijk om een  regimebreuk.

Om dat project te verwezenlijken moet de kracht van bepaalde delen van het middenveld gevoelig worden verminderd: de vakbonden in de overlegeconomie, de sociaal-culturele en artistieke sector, de experten in raden, jury’s en commissies, burgerbewegingen… Vandaar ook een stoer politiek discours en een stormrambeleid dat de confrontatie en de provocatie niet schuwt. Men gaat voor een ander regime, voor een andere politiek, voor een nieuwe hegemonie. Men rekent daarvoor op het rechtse deel van bevolking en electoraat en poogt het andere kamp te verdelen en te discrediteren.

Ik behoor tot dat andere kamp. Samen trouwens met Koen Dille, die me tot dit schrijven uitnodigde en ons jammer genoeg intussen is ontvallen. Voor ons moet niet de samenleving worden bijgesteld omwille van de economische rentabiliteit, maar moet er een economie komen in dienst van het samenleven. De rechtse regeringen, hun profilering en hun beleid, leiden tot een polarisatie, tot het (gelukkige) einde van de pensée unique en tot een confrontatie van verschillende maatschappelijke visies. Het progressieve kamp heeft daarbij drie uitdagingen.

Allereerst moet er efficiënte weerstand worden georganiseerd. Zich verzetten tegen deze agressieve politiek is een morele plicht. Men kan niet zomaar structurele bezuinigingen in het openbaar vervoer, de cultuur en de kunsten, het onderwijs en de universiteiten, het onderzoek, de zorgsector en de jeugd over de kant laten gaan. Omdat ze de openbare diensten echt kwalitatief verzwakken. En vooral omdat daardoor nog meer privatisering, liberalisering en deregulering wordt ingevoerd en er nog meer bedrijfswagens, verkavelingen, belastingarrangementen, reclame, eliteonderwijs en verbrede autowegen komen. Het gaat dus om het soort samenleving dat we willen.

En dan moet er een brede solidariteit worden uitgebouwd. Omdat er op verschillende fronten wordt gestreden. Door de vakbonden omwille van de afbraak van de arbeidsvoorwaarden. Door de burgerbeweging Hart Boven Hard omwille van de ontmenselijking van het samenleven. Door Klimaatzaak omdat onze planeet wordt stukgemaakt. Door Movement X, Kif Kif en anderen omdat het racisme en de discriminatie “relatief” worden genoemd. En vooral omdat er slachtoffers vallen door dit beleid: nieuwe werklozen, uitwijzingen, duurdere scholen en jeugdbewegingen, duurder openbaar vervoer… En omdat die slachtoffers de afgebouwde voorzieningen en steun nu in het middenveld zullen moeten zoeken. Eisenstrijd naar patronaat en staat moet nu worden verbreed naar de uitbouw van eigen voorzieningen in coöperaties, uitwisselingen, zelfhulp, steuncomités en solidariteitsfondsen. Ze sturen ons terug naar AF.

En tenslotte moet doorheen de strijd en de solidariteit worden gewerkt aan een echt alternatieve visie. Want we kunnen het wel met rechts eens zijn dat een terugkeer naar de golden sixties niet aan de orde is. Dus moeten de bakens voor een duurzame en sociale transitie worden uitgezet. Ik ben op de denkdag van Hart boven Hard[1] uitgegaan van drie wereldwijde systemische uitdagingen: onze scheve verhouding met de natuur en in de eerste plaats de klimaatzaak, de onmenselijke en groeiende sociale ongelijkheid en de stedelijke uitdaging van het samenleven in diversiteit. Op de drie vlakken is een progressieve marsrichting duidelijk: voor een radicale verlaging van onze ecologische voetafdruk, voor een eerlijke fiscaliteit en een uitbouw van voor iedereen toegankelijke voorzieningen en tenslotte voor een kosmopolitisch samenlevingsmodel. Die bakens voor een progressieve politiek[2] staan haaks op het gevoerde productivistische neoliberaal marktmodel van het huidige beleid.

Er kan vanaf nu zeer concreet worden gewerkt aan alternatieve modellen, uitgaande van een diagnose van de toestand in, laten we zeggen de 13 Vlaamse stadsgewestelijke regio’s. Daar kan een lokaal platform van de civiele maatschappij nagaan wat er zou moeten worden gedaan om de ecologische voetafdruk naar 1 te brengen, wat er kan worden gedaan aan omslag in mobiliteit, hoe het woningenbestand kan worden gerenoveerd, hoe de biodiversiteit kan worden hersteld… Er kan worden gedacht aan een lokaal werkgelegenheidsbeleid, en vooral aan een voorzieningenbeleid inzake onderwijs, cultuur en sport, aan armoedebestrijding,… Er kan worden gewerkt in buurt- en wijkraden. Er kan worden gedacht aan een voedselplan waarbij wordt ingezet op meer lokale productie en goedkopere distributie. En binnen zo’n stedelijke context kan de strijd tegen discriminatie en racisme worden opgevoerd. Kortom, het gaat erom een sociaal behoeftenkadaster op te maken en daar een vernieuwde economie voor te ontwerpen.

Die agenda is een grote uitdaging voor het middenveld. Dat is de laatste decennia geprofessionaliseerd en voert vooral decreten uit. Vandaag moet het opnieuw meer direct opkomen voor zij die niet in het maatschappelijk model passen. Hart boven Hard heeft de zware opdracht op zoek te gaan naar samenhang in de civiele maatschappij, dwars doorheen sectoren en werkvelden. Het gaat erom weerstand te bieden aan een afbraakpolitiek én te zorgen voor praktische organisatie van de solidariteit én daarenboven te werken aan een alternatief.

Daarbij zullen ook in het eigen kamp oude vormen en gedachten moeten worden bijgesteld. Want dat is misschien nog de grootste uitdaging. We weten dat sociale structuren en denkkaders samen sporen. Het middenveld heeft jarenlang het overleg en de consensus geïnternaliseerd. Nu rechts de aanval inzet en vele mensen terecht verontwaardigd reageren, moet ook het middenveld van positie veranderen. Maatschappelijke analyse. Organisatie. Vorming. Empowerment. Het zijn oude waarden die opnieuw moeten worden ontdekt. Omdat een andere samenleving niet alleen mogelijk is, maar vandaag meer dan ooit nodig wordt.


[1] Zie: http://www.hartbovenhard.be/portfolio-item/eric-corijn-hartslag/

[2] Zie ook Corijn, E. & P. Saey (ed) (2014) Wereldvreemd in Vlaanderen, Bakens voor een Progressieve Politiek, een boek van de Vooruitgroep, EPO, Berchem.