about
Toon menu

Ons Geld

woensdag 8 juli 2015
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

 Door Frank van Empel

Geld lenen is niet erg in tijden van economische groei, maar het kan dodelijk zijn tijdens economische crises. Zeker als je tientallen jaren achtereen geld moet lenen om de eindjes aan elkaar te knopen. Dan stapelen schulden zich op, zeker als schuldenaars het ene gat met het andere gaan vullen. Een overzichtelijk bedrag aan schuld wordt dan rap onbeheersbaar.

Stel: je leent als persoon of als land €100.000 tegen 7% rente, zonder tussentijds af te lossen. In tien jaar tijd ben je de verstrekker van de lening al het dubbele - €200.000 – verschuldigd. Na 20 jaar verdubbelt de schuld andermaal tot €400.000 en na 30 jaar ben je rente op rente acht ton lichter. Daarna gaat het hard. In 40 jaar is de oorspronkelijke lening van €100.000 opgeblazen tot een wanstaltige 1,6 miljoen euro en na een halve eeuw mag Abraham de som van EUR 3,2 miljoen lappen.

Als de lening is verstrekt om te investeren in een activiteit die elk jaar 7% rendement oplevert, dan loopt de zaak – even afgezien van belastingen – glad. Anders ís het wanneer de lening wordt verstrekt om een eigen huis te kopen, of voor consumptieve doeleinden. In het laatste geval bouw je geen buffer op om later je schuld mee af te lossen. Als je woning na 40 jaar geen 1,6 miljoen opbrengt, zul je de rente- en aflossingsverplichting moeten voldoen uit de inkomsten die je dán hebt. Ga je er reëel (voor prijsstijging gecorrigeerd) al decennia niet in inkomen op vooruit, zoals de meeste werknemers, dan is de verschuldigde rente plus aflossing een hard gelag. De kans is groot dat het je de kop kost. Zie daar de Griekse tragedie en de tragedie van menig huisbezitter in een notendop.

Algemene banken trekken spaargeld aan en brengen tarieven in rekening voor door hen verleende diensten. Een deel van dat geld houden ze aan als zekerheid, om te kunnen voldoen aan gangbare en exorbitante opnames van klanten. De rest, een veelvoud van de hoeveelheid ingelegd spaargeld en kortlopende schuldbewijzen, verstrekken ze als leningen aan klanten en aan elkaar. Banken lenen dus veel meer geld uit dan ze aan spaargeld achter de hand hebben. Het uitgeleende bedrag wordt steevast door de bank bijgeschreven op de betaalrekening van de betreffende klant. De bank verleent ‘krediet’ aan de klant, heet het ook wel. Dit krediet heeft het karakter van een schuldbekentenis, die door de samenleving geaccepteerd wordt als geld. Als door de kredietverlening extra koopkracht in de economie gebracht wordt, dan is er sprake van geldschepping. De bank verdient geld aan de verschillende rentevoeten voor verleende kredieten en spaargeld. Het privilege om geld te creëren is wettelijk verankerd, maar hoeft niet per se bij het bankwezen te berusten. Zeker niet als die banken er een potje van maken. Het alleenrecht om geld te scheppen wordt sinds kort, om die reden, betwist door het burgerinitiatief ´Ons Geld´. ´De schulden worden alleen maar groter,´ aldus ´Ons Geld´ op hun website www.onsgeld.nu. ´Iedere schuld moet met rente worden terugbetaald. Of dat nu een persoonlijke lening, een hypotheek of de staatsschuld is.’ Het geld voor de afbetaling van de schuld plus de rente is steevast ook geleend. Door deze zichzelf versterkende groei in leningen heeft de schuldenlast de neiging alleen maar groter te worden.

Geld ontstaat dus als wij als private personen het van een krediet verlenende instelling (zeg maar: de bank) lenen en, gek genoeg, verdwijnt het ook weer in het niets, als we de lening terug betalen. De economie schiet per saldo dus niets op met al dat geleende geld. Tenzij de leningen niet hoeven te worden terugbetaald en de extra koopkracht in de economie blijft circuleren. Vreemd genoeg kan de Europese economie zo’n koopkracht injectie momenteel goed gebruiken. De Europese Centrale Bank en het IMF vragen de Grieken echter om geld te vernietigen. Fout! ´Het is crisis,´ aldus het burgerinitiatief, ´omdat we teveel schulden hebben en er te weinig geld circuleert om een substantiële koopkrachtige vraag uit te kunnen oefenen.’ De banken ervaren in de praktijk dat leningen niet of maar gedeeltelijk worden afgelost en reageren daarom onnodig schichtig bij nieuwe kredietverzoeken. Burgers lenen niet meer vanwege de onzekere situatie. Met als gevolg dat de geldhoeveelheid krimpt. ´Doordat de overheid ook nog eens ondoordacht bezuinigt,´ betoogt ´Ons Geld´, ´hebben wij burgers minder geld om uit te geven en de overheid zelf heeft te weinig geld beschikbaar om haar belangrijkste taken uit te voeren, laat staan om de economie te stimuleren.´

De problemen stapelen zich op en beperken zich al lang niet meer tot Griekenland. Bedroeg het werkloosheidspercentage in 2012 21,7% in Griekenland, daarmee bleef het in de schaduw van Spanje, met 24,1% van de beroepsbevolking zonder werk. Vanuit het perspectief van Griekenland bekeken is het leed al geleden. De diverse markten, de aanhangers van de neo-klassieke theorie, onder wie Jeroen Dijsselbloem, de voorzitter van de eurogroep, en fantasieloze politici als Mark Rutte, hebben Griekenland toch al veroordeeld tot de tribune. De Grieken mogen toekijken hoe het politiek/financiële Circus OpMERKELijk de hand aan zichzelf slaat. Waarom zouden de Grieken dan ook niet profiteren van de ontstane situatie door inderdaad uit de euro te stappen en die munt eerst te vervangen door IOU´s, de eerder genoemde schuldbekentenissen, en wat later door de oude munteenheid, de Drachme, om die vervolgens flink te devalueren, hetgeen de export en de economische groei ten goede komt. Ten slotte hebben slechts 19 van de 28 lidstaten de euro als nationale munt genomen. Zo afwijkend is Griekenland dus niet als het de euro ten grave draagt. En als de reputatie van de EU een deuk oploopt, dan is dat toch minstens evenveel de schuld van al die pin-striped suits, die de linkse regering van Griekenland wel eens even zouden knechten. Waar veel geleend wordt, wordt evenveel uitgeleend, dienen zij zich te realiseren.

De lakmoesproef voor EU-lid Nederland moet nog komen. Het burgerinitiatief ´Ons Geld´ is op 21 april j.l. overhandigd aan de voorzitter van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven en is inmidddels door de commissie en de Kamer ontvankelijk verklaard. De ondertekenaars van het burgerinitiatief stellen de leden van de Tweede Kamer het volgende voor: ´Het financiële systeem is instabiel, wat nadelige gevolgen heeft voor economie en samenleving. Die instabiliteit hangt ermee samen dat de schepping van geldmiddelen thans hoofdzakelijk in private handen is, namelijk in handen van commerciële banken. Het financiële systeem is te verbeteren door geldschepping tot publieke taak te maken.’ Een discussie in het parlement over een dergelijk delicaat onderwerp zal het imago van Nederland als experimenterende samenleving goed doen, al is dat niet de verdienste van politici als Dijsselbloem en Rutte.