about
Toon menu

Gentse Rabotwijk: de fabrieken, de arbeiders en hun dialect

zondag 3 maart 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

EDDY LEVIS OVER ZIJN GEBOORTEWIJK

Gentse Rabotwijk

 De voorzitter van de ‘Gentsche Sosseteit’ schreef en schrijft diverse verhalen over de fabrieken, de arbeiders en het dialect in de Gentse wijken. Ook die van de Rabotwijk, waar hij ontsproten is.

Eddy Levis‘ overgrootvader was er brugdraaier aan de Gasmeterspoorbrug – gesloopt in 2007 voor de nieuwe trambrug. Zijn grootvader was er seingever in het eveneens verdwenen Rabotstation – waar nu het nieuwe justitiepaleis staat. Een nonkel van zijn moeder, “mijnheer Bethune”, was meestergast in de Linière Gantoise. Jan Samyn, die de ‘Geschiedenis van de Gentse Vlasarbeiders’ publiceerde, schreef daarover: “De triestige sire en schoenpoetser, Jules De (sic) Bethune, kwam bij de spinsters en liet zich als volgt uit: “Bah, gij moet maar harder werken, uwe voorschoten zullen dan langs de voorkant versleten zijn, in plaats van langst achter”. Uit: Geschiedenis der Socialistische vakvereniging van de Vlasbewerkers en bewerksters, Jan Samyn, p. 89, Volksdrukkerij, 1925

In deze quote vinden we meteen de basisingrediënten van dit verhaal: fabrieken, arbeiders en hun taal.

De industrialisatie van de wijk begon in 1802 toen François Lieven De Smet een kleine katoendrukkerij oprichtte langs de kerkweg naar Wondelgem – hors de la Porte de Bruges, près du rempart [stadswal].

Bij een volkstelling in 1786 op bevel van de Oostenrijkers, bleek Gent 48.409 inwoners te tellen. Tien jaar later waren dat er al 54.537, mede door de heropleving van de handel. Die aangroei bleef door de industrialisatie in de negentiende eeuw onverminderd doorgaan tot de Eerste Wereldoorlog: in 1890 waren er 153.000 inwoners en in 1910 reeds 166.450. In anderhalve eeuw was de bevolking bijna verviervoudigd.
Lees het volledige verhaal op persblog.be - Verhalen uit en over Gent