about
Toon menu

Soldaat Michel ziet een groene damp overwaaien

zondag 11 november 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Michel Depreitere zaliger

Getuigenis van eerste gasaanval WO I. Lees de opgetekende getuigenis van mijn opa zaliger, frontstrijder bij De Ijzer over de eerste gasaanval waar hij als bij wonder aan ontsnapte.

Vandaag wordt het einde van de Eerste Wereldoorlog herdacht. Hij wordt ook wel de ‘Groote Oorlog’ genoemd, met dubbel ‘o’, zoals in de oude spelling. Die oorlog staat vooral bekend als een loopgravenoorlog, en voor het feit dat er gasaanvallen plaats vonden. Mijn grootvader Michel maakte als soldaat een gasaanval mee. Hij vertelde het verhaal uiterst zelden aangezien hij niet graag herinnerd werd aan deze vreselijke ervaring. Mijn vader tekende het verhaal op in zijn familiekroniek.

In februari 1915 werd het regiment der Grenadiers, waarbij soldaat Michel was ingelijfd, ingezet aan het front in de omgeving van Ieper. Een paar maanden later zou de achttienjarige Michel daar een verschrikkelijke ‘vuurdoop’ ondergaan, tijdens de beruchte Slag om Steenstraete. Wat hij daar beleefde zou hem heel zijn verdere leven blijven achtervolgen. Veel jaren later vertelde Michel het verhaal van deze veldslag aan zijn kinderen. Het was een hallucinant spektakel dat weer tot leven kwam, alsof het nog maar pas was gebeurd.

Michel: “Die avond, op 22 april 1915, lagen wij in de loopgraven bij het kanaal te Steenstraete bij Ieper. Het was een betrekkelijk rustige dag geweest met wat geweerschoten over en weer. De Duitsers lagen aan de overkant van het kanaal dat daar een meter of vijftien breed was. We wachtten op onze aflossing. Straks zouden we kunnen uitrusten in het kantonnement achter het front. Op een zeker ogenblik zag ik een groenachtige damp over het kanaal komen uit de Duitse linies. “De loopgraven van de Duitsers staan in brand!” riep één van de mannen. De noordoostenwind joeg het dodelijke chloorgas over het water, links van de brug, naar onze Franse bondgenoten. Het geschut van de kanonnen barstte in alle hevigheid los.

Grote paniek bij de Franse soldaten: hun ogen waren ontstoken of verblind, luchtpijpen en longen werden verschroeid door het gifgas. Wie niet ter plaatse verstikt was, liep al hoestend en schreiend weg. Niemand wist wat er gaande was. Van gifgas had men nog nooit gehoord. De gasmaskers waren nog niet uitgevonden. Honderden soldaten lagen dood in de omgewoelde aarde, het bloederige schuim uit de vernielde longen stond op hun lippen. Wij Belgen waren als bij wonder aan de gasdood ontsnapt. Rechts van de Steenstraete-brug, waar wij lagen, was door de voor ons gunstige wind geen gas voorbijgekomen. Zodra het gas was weggetrokken, begonnen de Duitsers massaal aan te vallen. Zij bereikten al vlug onze kant van de vaart. Belgische machinegeweren schoten rijen aanvallende Duitse soldaten neer. Ze werden geveld als korenaren door de zeis van de maaier. Het zompige veld lag bezaaid met doden en kermende gewonden. Er werd gevochten van man tot man, met de bajonet op het geweer. Het trommelvuur van de vijandelijke artillerie bleef ons bestoken. Rondom mij zag ik kameraden neerstorten, getroffen door granaatscherven. Overal loerde de dood: in de velden, in de bloeiende boomgaarden, bij de hagen waar de vroege meidoorn geurde. De avondschemering bedekte het wrede schouwspel met een zedige sluier. Samen met een paar makkers was ik tijdens een schermutseling afgezonderd van de groep. Het was nu aardedonker. We doolden rond in de modder. Later vonden we enige beschutting in een granaattrechter. Groenachtige en paarse vlammen schoten die nacht door de lucht. Soms gaven ze een fantastische schijn over de streek. Toen begon het zachtjes te regenen. Samen met het vocht uit de hemel kroop ook een akelig gevoel van angst diep in mijn kleren.


De volgende ochtend geraakten wij terug bij onze eenheid. Onze troepen waren gedecimeerd. Er bleven nog maar enkele honderden soldaten over. Wij waren langs alle kanten ingesloten door de vijand. Door een goed gericht spervuur konden onze kanonnen de Duitse opmars tot stand brengen. Het regende obussen en granaten. De verbinding met onze bevoorradingslinies was verbroken. De noodrantsoenen waren op. Stilaan begonnen we honger te lijden. Maar vooral ook dorst. Een tweede nacht zonder slaap of rust was al voorbij. We werden voortdurend beschoten door de Duitse artillerie. De gewonden konden niet geëvacueerd worden. Zij werden dan maar neergelegd tussen de strijdende soldaten. De dorst werd ondraaglijk. Ik voelde me gans uitgeput en dodelijk vermoeid. Ik viel bijna in slaap al rechtstaan. Drie dagen en drie nachten zonder voedsel, rust of slaap, heb ik in die hel doorgebracht.
Op 25 april deden de Franse Zoeaven een hevige tegenaanval die vele uren bleef duren. Zij leden zeer zware verliezen, maar konden uiteindelijk een grote bres slaan in de Duitse rangen. Wij hadden weer contact met het gros van ons leger. De uitgeputte overlevenden konden eindelijk gaan rusten in hun kantonnement.”

De Slag bij Steenstraete was de eerste aanval met gifgas in de geschiedenis. Op de plaats van de veldslag, bij de brug van Steenstraete, staat nu nog een monument dat aan deze feiten herinnert. Méér dan 50 jaar later - Michel was toen al meer dan 70 jaar oud –gebeurde het nog dat hij aan zijn kinderen zegde: “’k heb slecht geslapen vannacht, ‘k heb weer gedroomd van de oorlog.” Auteur: Raf Depreitere zaliger.

Uit: persblog.be - Verhalen uit en over Gent

Lees ook: 
Echte oorlog is niet zoals in videospelletjes      WWI Update & Stories