about
Toon menu

Het verhaal van de Sint-Baafsabdij

dinsdag 1 mei 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De Sint-Baafsabdij is een paar keer van de ondergang gered. De aanvallen van de Vikings zorgden voor grote ravage. In de Spaanse tijd zorgde Keizer Karel voor verwoesting. Maar eerder al moest Lodewijk de Vrome, troonopvolger van Karel de Grote, een tandje bijsteken.

De stichter van de Sint-Baafsabdij, Amandus, zou geboren zijn omstreeks het jaar 590 in Aquitanië, bij de Atlantische Oceaan in Zuid-Frankrijk. Via omzwervingen als zendeling kwam hij in de streek van Doornik, cultuurgrensstreek tussen zuidelijk en noordelijk West-Francia. In Elnone, het huidige Saint-Amand-les-Eaux in Noord-Frankrijk, stichtte hij een kloostergemeenschap. Van daaruit zou hij in het noorden van West-Francia bekeren tot het Christendom. Daarbij gesteund door de Merovingische koning Dagobert I die hoopte hierdoor meer controle te verwerven over het noorden van zijn rijk dat door ‘verse’ Germanen bevolkt was. De bewoners in het zuiden hadden in hoge mate de Romeinse cultuur en, na haar ondergang, de Christelijke waarden opgeslorpt – niet het noorden. Op zijn oude dag zou Amandus naar Elnone terug keren om er te sterven. Hij werd ongeveer 85 jaar oud en stierf op 6 februari 675 of 676. 

Tussen 630 en 639 treffen we hem aan in het Gentse. De Sint-Baafsabdij werd in de 7e eeuw door hem gesticht. Daartoe aangezet door de bisschop van Noyon-Doornik en gesteund door Dagobert I, vatte Amandus zijn missioneringswerk aan in de Pagus Gandensis waar hij ca. 630-639 een kerk bouwde op de samenvloeiing van Leie en Schelde. Deze plaats stond bekend als Ganda. Hij wijdde zijn kerk aan de apostel Petrus en bracht er een groep clerici onder, geleid door zijn medewerker Flobertus

Opmerkelijk is dat de auteur van de website – historicus Stanny Van Grasdorff, voormalig voorzitter van de vereniging voor familiekunde van Sint-Amands –meent te weten dat Amandus bij zijn aankomst in Gent helemaal niet geliefd was. In tegendeel. Hij werd meermaals in het water geduwd. Amandus’ gezellen lieten hem in de steek toen ze zagen hoe de predikant meermaals in het water werd gegooid. Amandus was dus op zichzelf aangewezen, maar na een tijdje slaagde hij erin met het geld van Dagobert enkele slaven vrij te kopen en won aan populariteit.

Eén van de bronnen waarop de verhaler zich beroept is vermeldenswaard: “Beschryvinge van het zevenhonderdjaerig jubilé van den heyligen Macarius en den heyligen Amandus, 15 juny 1767 door Jan Meyer, Gezwooren Stads-Drukker tot Gend op d’Hoog-poorte in ’t gekroond Zweird.“ 

Het verval van de Sint-Baafsabdij bleek reeds duidelijk toen Karel Martel op het eind van de 8e eeuw het abdijpatrimonium en andere kerkelijke bezittingen onder lekenbeheer plaatste. Reguliere abten werden lekenabten, monniken kanunniken.

Toen Karel de Grote de in Ganda gelegerde vloot in 811 kwam inspecteren, verkeerde de abdij in vervallen toestand. De materiële situatie van de abdij veranderde pas onder zijn opvolger, zijnde Lodewijk de Vrome.

Deze schonk beide abdijen aan Eginhard. In een oorkonde wordt hij voor het eerst als lekenabt van de Sint-Baafsabdij vermeld. Hij verbleef tussen 819 en 839 herhaaldelijk in Gent.

Vanaf die periode verving men de naam Monasterium Sancti Petri in Gandi door die van Sint-Baafs. Bavo zou zich, na een tijdlang met Amandus samengewerkt te hebben, binnen een kluis in het klooster van Ganda hebben teruggetrokken. 

Na het overlijden van Eginhard in 840 ging elke van de abdijen haar eigen beheer voeren.

In 851 legden de Vikings de Sint-Baafsabdij in de as. Daarop vluchtten de meeste kanunniken. Een aantal keerden terug. In 879, tijdens de grote invallen van de Vikings, werd de abdij nog eens verwoest. De Vikings verwierven overmacht, omdat de opvolgers van het rijk van Karel de Grote door hun onderlinge twisten voor verzwakking zorgden. Het westen was een gemakkelijke prooi.

De Graaf van Vlaanderen, Boudewijn II de Kale – zoon van Graaf Boudewijn I met de Ijzeren Arm en de dochter van koning Karel de Kale – had hierbij de kans gezien de hand te leggen op een groot deel van haar bezittingen. 

In 911 kwam het grootste deel van de kanunniken van Sint-Baafs terug naar Gent waar ze door hun zoon, graaf Arnulf I, de Sint-Janskerk of de Sint-Veerlekerk als voorlopig onderkomen kregen toegewezen.

Bij de terugkomst van de monniken van Sint-Baafs, plaatste Arnulf de Bavelingen onder het gezag van de Pieterlingen. De graaf gelaste een vertrouwensman om de Sint-Baafsabdij te hervormen en her op te bouwen. Gezien die persoon eerder hetzelfde had gedaan voor de Sint-Pietersabdij – de monniken waar daar al vroeger naar de abdij teruggekomen, geraakte de Sint-Baafsabdij ondergeschikt.

De abdij herrees uit haar puin gedurende de 10e eeuw en kende haar glorieperiode in de 11e eeuw. Het was een Benedictijnenabdij geworden. Omstreeks 950 begon men aan de heropbouw van de abdijkerk, die pas drie eeuwen later af zou zijn en een van de grootste kerken van Vlaanderen was. 

Sint-Bavo en Sint-Macharius waren de belangrijkste heiligen van de Sint-Baafsabdij. Macharius was een pelgrim die er stierf aan de pest. Zijn naam werd gebruikt om de buurt van de abdij en de kerk aan te duiden. Bavo was een medewerker van Amandus.

Het Sint-Baafsdorp groeide in de 12e eeuw uit tot het centrum van de Sint-Baafsheerlijkheid. 

Door de vernielingen en het terugkopen van de in beslag genomen abdijgoederen was Sint-Baafs gedwongen leningen aan te gaan waardoor ze in de 14e eeuw op economisch vlak in moeilijkheden kwam. In de 15e kende de abdij ook het dieptepunt van haar geestelijk verval. Oorlogen en revoluties zorgden ervoor dat Sint-Baafs nog meer in de problemen kwam en delen van haar grondbezit verkocht.

Spaanskasteelplein

 Het kapittel werd na de opstand van de Gentenaars tegen Keizer Karel V naar de Sint-Janskerk in Gent overgeheveld. Keizer Karel gaf immers in 1540 het bevel om de prachtige abdijkerk af te breken en op de oude abdijsite het Spanjaardenkasteel op te richten. De ruïnes die restten, werden na de ontmanteling van deze dwangburcht nipt gered van de sloop. 

De vorm van de oorspronkelijke romaanse kerk werd nagebouwd met groene heesters.

Ook de Sint-Baafskouter (Rozebroeken) en het Bijgaardepark (Lees op persblog.be: Fabriek wacht op co-housing) waren bezittingen van de Sint-Baafsabdij.

In 1834 begonnen de herstellingswerken door de Gentse Commissie voor de Bewaring van Oude Gebouwen. In 1880 werd de Sint-Machariuskerk gebouwd ter vervanging van de gelijknamige kapel in de abdij. 


Bronnen: Guido Deseyn, Gids voor Oud Gent, Standaard Uitgeverij, 1984; Stadsgids Gent, Visit Gent; Website Stanny Van Grasdorff; Gent, De kracht van een stad, Johan Van de Wiele, 2016, Wikipedia.org.


Deze bijdrage verscheen eerder in persblog.be - Verhalen uit en over Gent in een reeks over Gentse monumenten