about
Toon menu

“Minouche” over haar bijzonder beroep

zondag 22 april 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Dagblad Vooruit 2 april 1968 – interview Minouche

“Minouche” vertelt over haar bijzonder beroep in dagblad Vooruit in 1968

Woonplaats: Patershol.

Beroep: Naaktmodel.

Leeftijd: 24.

Het was een halve eeuw geleden, op 2 april 1968. “Minouche” heette ze, een artiestennaam. Ze wou liever haar echte naam niet in de pers, want je moest je in 1968 schamen dat je naaktmodel was. Ze woonde in Het Pand in het Patershol – eigenlijk het Caermersklooster aan de Vrouwebroersstraat, want het échte Pand ligt bij Onderbergen aan de boorden van de Leie.

Een half millennium eerder zaten er de Ongeschoeide Karmelieten gekluisterd in hun cellen. Een halve eeuw geleden echter huisde daar de 24-jarige Minouche, die niet enkel haar schoenen uit deed als ze aan het werk was. En zij woonde daar niet alleen. Toen was “Het Pand” een plek voor vrijbuiters, alternativo’s en idealisten die er goedkoop konden wonen in de krotten rond de binnentuin en in de cellen van de monniken. Twee decennia later – toen de vermaledijde slogan rode ratten rol uw matten gold, zou daar nog het het ‘Pandinistisch verblijvingsfront‘ worden opgericht, met Walter De Buck en Freek Neirynck als leidersfiguren. De vrijbuiters en consorten pleegden verzet. Uiteindelijk werd het klooster een expositieruimte.

Binnenplein “Het Pand” Vrouwebroersstraat – jaren ’70 – pic inventaris.onroerenderfgoed.be

Dagblad Vooruit op 2 april 1968: “Achter één van de celdeuren woont een meisje dat ook de vrijheid verkozen heeft. Het appartement bestaat uit twee kleine kamertjes. Muren waarvan de kalk afbladdert. (…)” Zij is één van de naaktmodellen van de Kunstacademie. 

Minouche gaat slechts aarzelend in op het interview. Ze maakt de bedenking: “meer dan bij het poseren geef je dingen prijs die een mens liever voor zichzelf zou willen houden”. Ze had eerder een negatieve ervaring na afloop van een interview met een boekske, waarna ze door de mensen op straat werd nagekeken. Aan wat ze aan de krant toevertrouwt, blijkt hoe preuts de burgermaatschappij een halve eeuw geleden was.

Vrouwebroersstraat – pic inventaris.onroerenderfgoed.be

“Ze zit met opgetrokken benen in een zwartgelakte rieten zetel. Als een opgerolde poes spint ze verder rond het thema van de publiciteit. Vlaanderen blijkt zijn poserende dochters nauwelijks het respect en de achting te geven waar zij recht op menen te hebben” werpt de scribent van dagblad Vooruit op. 

Minouche repliceert: “De mensen denken gewoon dat we de grootste hoeren zijn die er rondlopen. ’t Is maar een naaktmodel zeggen ze dan, en ze zijn er heilig van overtuigd dat de modellen zich lustig laten bevingeren. Maar daar is niets van: d’r gebeurt helemaal niks. Op de Academie gaat alles zeer correct. Leerlingen en professoren hebben geweldig veel eerbied.

O ja, als de leerlingen mij wel eens een koffietje zien drinken met een prof, denken ze misschien dat het gebakken is.”

Erger vindt Minouche het onbegrip en de vrijpostigheid van mensen die niets met haar beroep te maken hebben en die zich toch een oordeel aanmatigen. Een staaltje daarvan kreeg ze in een stempelbureau. Als de school dicht is, moet ze aan werklozensteun zien te komen. (…) Het stempelen is geen onverdeeld genoegen. De luide opmerkingen die door de heren ambtenaars en collega’s werklozen worden gemaakt, gaan van onbescheiden bemoeizucht tot liederlijke toespelingen.”

Sommige naaktmodellen willen niet dat de buitenwereld te weten komt welk beroep ze uitoefenen. Dit ligt anders bij Minouche. Het kan haar niet schelen. Soms heeft ze er schik in, als men naar haar beroep vraagt. Dan schrikken de mensen als ze vlakaf het woord ‘naaktmodel’ laat vallen.

Ze werd opgevoed door welmenende pleegouders. Het jammerlijke van een strenge opvoeding is, vindt ze dat, in de plaats van te zeggen “pas maar op dat je niet met een kleine thuiskomt”, er beter voorbehoedsmiddelen worden gegeven. Op een mooie dag vloog ze uit. Ze liep weg van huis.

Dagblad Vooruit 2 april 1968 – Het Pand interview naaktmodel

Hoewel ze het cliché over haar beroep bestrijdt, bevestigt ze het tegelijk ook. Minouche: “In het begin ging ik bijna elke dag met een ander slapen.” 

Voltijdse naaktmodellen blijken van hun beroep te kunnen leven. Ze verdient BEF 82 netto per uur., zo noteert de scribent (Zowat €2; weliswaar een halve eeuw geleden). Voor Minouche ligt dit blijkbaar anders, want eerder zei ze ook nog een stempel te moeten halen.

Hoe dan ook heeft ze een tweedehandse kindervoiture gekocht – zo noemt ze de auto die een Citroën 2PK blijkt te zijn. Ze is waarschijnlijk de enige autobezitter van “Het Pand”, merkt de scribent van het dagblad Vooruit op. Een monnikencel huren is gelukkig goedkoop. Desalniettemin, vertrouwt Minouche hem nog toe dat ze misschien nog een andere bron van inkomsten zal aanboren.

Lange Steenstraat – hoek Vrouwebroersstraat – Caermersklooster

Ze speelt gitaar en zingt folksongs en blues. Tussen twee vragen door zingt ze “I’am not a girl for love” en “Sometimes I will hope”. De scribent verwerkt nog even zijn eigen gevoelservaring in het verhaal: “In de cellen van Het Pand krijgt een vrijheidslied een vreemd effect” overpeinst hij. Minouche besluit met de gevleugelde woorden: “Wie zichzelf bevrijd heeft zoals ik, voelt zich zelfs in een gevangenis niet opgesloten.” 

Een naaktmodel, een verblijf bij de Ongeschoeide Karmelieten, een wereldberoemd lied van Joe Cocker… Deze cocktail van gedachten brengt persblog.be op de eigen verzonnen oneliner: You can leave your shoes on.

In 1995 wijdde Paul Jambers een mooie VTM-reportage aan de ‘Gènse Brieziet Bardoo’… temidden van haar katten.


Dit verhaal verscheen eerder in persblog.be - Verhalen uit en over Gent