about
Toon menu

Die ochtend in de krantenwinkel: Humor!

maandag 5 februari 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


Die ochtend in de krantenwinkel: Humor!

Heel zeker had je hier als titel verwacht: ‘Die ochtend in de krantenwinkel: HUMO!’ Wel, ‘Humor’, voluit ‘Humoradio’ was de eerste titel van dat weekblad. De lezers die voor den oorlog geboren zijn, rappeleren zich dit misschien nog?
Leer in deze blog over Gentse straten aan de hand van humor!  

  

 

Rembert Dodoensdreef – bij Baudelopark Steendam – Brouwerij Gruut Stadsbrouwerij

In het café aan de Rembert Dodoensdreef smeet hij met één klap de tegenargumenten en twee bierglazen Gentse Gruut van tafel. Deze stijloefening in humor wou ik er graag even tussen gooien. Het leren wat humor precies is of hoe het ‘gemaakt’ wordt, is onderdeel van de leerstof die leerlingen van het humaniora onder de knie moeten krijgen. Waarmee niet gezegd is dat ze dit aan de tap moeten leren in het Gruut-café tussen Steendam en Baudelopark. Humor dient vele finaliteiten, zo bv.: om de aandacht van de groep te trekken, om beladen of netelige kwesties te ontmijnen, om potentiële pesters op de speelplaats te neutraliseren… 

Kapittelstraat – De Calcoenschen Haene als logementhuis

 Humor is een uitstekend wapen tegen pesten. Pesten! Voor je er erg in hebt, noemt een pestvogel je met een scheldwoord op de speelplaats, zoals bv.; “Gij Calcoenschen Haene!”. Foei. Het enige wat in Gent alzo genoemd mag worden, is het oer-oude kruispunt bij de Kapittelstraat, Kwaadham en Nederpolder. In de Kapittelstraat, daar staat ook het huis, genoemd: de Calcoenschen Haene. Het was een afspanning ofte herberg die talrijke keren wordt vermeld in oude geschriften als referentie voor de locatie voor verkochte woningen. 

Klein Turkije – No turkey to be found

Toeristen op kalkoenenjacht. Heeft iemand overigens al gehoord dat kalkoen zou verwijzen naar de herkomst van die tot-de-ovendood-veroordeelde-vogel, met name het Indische Calcutta, thans Kolkata; en dat de Fransen spreken over dinde, wat ook verwijst naar Indië. De Angelsaksen haalden dan weer hun kalkoen uit Turkije. Althans dat zou je denken als je hen met kerstmis over turkey hoort spreken. Raad eens waar ze voor hun kerstmaal naartoe trekken, die Engelse en Amerikaanse toeristen als ze met kerstmis niet thuis, maar in onze stad verblijven – zeker als ze een slechts een klein kalkoentje nodig hebben voor de kerstviering? Antwoord: de Small Turkey Street ofte Klein Turkije.

Huidevetterken – B&B Sleepstreet

Zullen die toeristen allicht geen kalkoen vinden in Klein Turkije, dan ze zullen wél een slaapplek vinden in de Sleepstraat. Of toch vlak om de hoek, namelijk in B&B Sleepstreet in het Huidevetterken. Hoe verwarrend voor die toeristen! Indien ze dan ook nog afkomstig zijn van een – dixit de Amerikaanse president – shit hole country, dan lopen ze ook nog eens het gevaar gediscrimineerd te worden.

Tinnenpotstraat – hoek Zilverhof

Humor is een uitstekend wapen tegen discriminatie. Iedereen weet intussen dat 55-plussers gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt. In vroegere tijden was dit ook het geval voor vrouwen, tenminste als ze niet in de sociale sector werkzaam waren. Nog in recentere tijden hebben anderskleurigen het ook niet voor de wind als ze een job zoeken. En sommige werkgevers doen nog aan discriminatie als het over geaardheid gaat. Met deze wijsheid in het achterhoofd definiëren we – no offense what so ever! – het meest gediscrimineerde profiel op de arbeidsmarkt: een lesbische negerin van boven de 55 jaar! Des te meer als je dan ook nog woont in de hang-niet-zo-de Pot-uit-straat of bij het Potuitpark in Sint-Amandsberg. Idem dito voor de Tinnenpotstraat.

Nekkersputstraat – steegje – ook hier geen ‘nekker’ te bespeuren

En dat hier het woord ‘neger’ te berde komt, is al een discriminatie op zich naar het schijnt… Terwijl het een doodgewoon woord is dat al eeuwen werd gebruikt zonder bijbedoelingen. Het woord zou van het Germaanse ‘nekker‘ afkomstig zijn, wat nog in familienamen (bv. Deneckere) en plaatsnamen (bv. Nekkersputstraat) voorkomt. Het duidt een vreemd wezen aan, wat Afrikanen heel zeker waren ten tijde van, pakweg, Clovis de eerste koning der Franken. Toen was een Afrikaan zo vreemd voor de Europeanen, als zou nu een alien in de straat passeren. 

Visserij – “Eet je getallen als ontbijt?”

 Van ‘neger’ naar Afrika, Olifant… Wie Afrika zegt, zegt olifant. En waarom niet die van de Goudkust. Echter: niet de Belgische chocoladefabrikant-met-olifant-logo, wel een Gentse webontwikkelaar, gooide grote ogen in een jobadvertentie met een wervende tekst, met welke ze recent naar een online marketeer visten. Zo luidt de functieomschrijving bij het bureau Côte d’Or aan de Gentse Visserij: “Je eet getallen als ontbijt en beschikt over originele en creatieve uitspattingen. Je bent de eerste die veranderingen spot in statistieken en krijgt jeuk van sociale media posts met dt-fouten. Heb je reeds een eerste werkervaring achter de rug én ben je op zoek naar een uitdagende job? Join our team!”

Olifantstraat

Was het die andere Côte d’Or geweest, dan had er kunnen staan: “Je eet mignonettes tussen je boterham als ontbijt en beschikt over een zoetbestendig gebit. Je bent de eerste die je tanden zet in een nieuwsoortige chocoladetablet en krijgt jeuk van een wikkel waar een ezelsoor aan zit. Je berijdt een olifant als geen ander, je woont bij voorkeur in de buurt van de Olifantstraat…”

En weet je wat ook grappig is? Je kan het lezen op de site van de chocoladeproducent: Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er een tekort aan cacaobonen en besliste het bedrijf om haar naam niet te associëren met chocolade van lagere kwaliteit. Het ging in die jaren verder onder de naam Congobar.

Kongostraat – Home sweet home

Van Congo naar bars. Congobar is een heel vreemde merkkeuze, mijn gedacht. Nu is het zo dat ik tijdens mijn jeugd talrijke keren op de achterbank van de auto van mijn ouders naar de grootouders gereden werd over een steenweg in La Flandre Profonde en dat we daar halverwege steeds langsheen Bar Congo moesten passeren. Om een onverklaarbare reden – voor mijn

Geen Congobar in Bar Congo – pic lemondedeschocolateriesbelges.skynetblogs.be

toenmalig verstand – brandden daar altijd groene tl-lampen aan de ramen. Eenmaal krijste ik op de terugweg enthousiast: “Papa, gaan we hier stoppen?” En, “mama mag ik daar een chocoladen Congobar gaan kopen?” Eénmaal krijste ik enthousiast… echter géén andermaal. Een ijselijke stilte begeleidde mij in de auto die naar de Kongostraat schreed – Home, sweet home. 

Lieven de Winnestraat – Suzanne kon een lief voor haar hart winnen

Van bar naar de Winne/ Lilar. Tijdens haar jeugd had ze jamais gehoord over de Congobar, noch over bar Congo. Zelf, had ze het allesbehalve bar, Suzanne Lilar, de Gentse schrijfster – geboren Verbist – die haar jeugdig bestaan grotendeels vierde aan de Lieven de Winnestraat. Dit is achter de Coupure. Tussen gegoede families, dus. Ze schreef ergens dat ze er in een klein huisje woonde. Niet noodzakelijk één van die op de foto. Na haar jeugd slaagde ze er in om een eersteklas lief voor haar hart te winnen. Had de man Lieven de Winne geheten, het ware grappig geweest. De man heette echter Lilar Albert Jean Julien François en hij deed in Rechten en werkte à la barre – de balie. Daar had je hem: de barre de Lilar! Un gros légume!

 

Koophandelsplein – Metdepenningen is watching you

De gros légumes. Wie recent in de gazetten stond, zijn de gros légumes, erfgenamen Caron –gereputeerd handelshuis sinds 1890. Die erfgenamen kondigden aan dat ze stoppen met hun zaak van lederwaren Maroquni aan het Koophandelsplein bij het oude gerechtshof, waar de scherpe blik van (het standbeeld van) Hippolyte-Désiré Metdepenningen hen al die tijd in het oog hield. Hiermee valt opnieuw het doek over een authentieke oer-Gentse handelszaak. De reden: de zaak is niet opgewassen tegen de e-commerce.

Aldaar valt thans geen grap te rapen. Het is daar uit met de sacoche. De enigen die hier in het vuistje lachen zijn de e-poezen die tegen bodemprijzen een Delvaux sacoche in hun pollen kunnen krijgen. Voor hen is het in de sacoche.

Veldstraat – Caron – 1975 – inventaris.onroerenderfgoed.be

Van gazetten naar sigaren. Zeven jaar geleden sloot de winkel van Caron aan de Veldstraat, waar het in 1890 allemaal begon, en werd even later geremplaceerd door The Body Shop. Gustave Caron en partner Van de Putte waren in hoofdzaak bekend omwille van hun sigaren en andere rookwaren, wat niet wegneemt dat ze ook nog grossierden in andere spullen. Welke sigarenmerken ze in huis hadden, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat het fictieve merk ‘Cigar Lilar’ best een plaatsje in de etalage had verdiend.

De-smoes-met-de-postzegel – pic postzegelblog

Postzegels, sigarenbandjes en het andere geslacht. Zij het nu toeval dat het object ‘sigaar’ al in mijn jeugd mijn aandacht trok. Dit, omwille van de sigarenbandjes die mijn zuster in een plakboek verzamelde. Ikzelf deed in postzegels en wel om reden van de truc die ik had geleerd, om via ‘de-smoes-met-de-postzegels’, het andere geslacht naar mijn kamer te lokken. “Heb je mijn postzegelverzameling al gezien?”, vroeg ik dan langs mijn neus weg aan het-lief-wier-hart-ik-kon-winnen, waarna er eenmaal boven, er geplakt kon worden. Mijn zuster nam die truc over – weze het met sigarenbandjes, die ze van onze grootvader’s zondagse rookgelag kon betrekken.“Ist veu ne gruuten of veu ne kleinen?” placht ze de potentiële prooi mee naar boven te paaien. Er waren namelijk niet enkel een waaier aan versieringen op die sigarenbandjes, er waren ook grote en kleine maten. Haar hebben ze nooit de Maagd van Gent genoemd.

 

persblog.be - Verhalen uit en over Gent