about
Toon menu

Er zit een schandmerk op de Sint-Annakerk

donderdag 27 april 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De Kerk zat in hoge nood. Tussen het begin en het midden van de 19e eeuw verdubbelde het aantal inwoners van Gent. Het hoogtepunt van de migratie was 1846, toen meer dan 55.000 personen de landbouwcrisis ontvluchtten naar Gent. Ze kwamen werken in de vele nieuwe manufacturen en leefden in erbarmelijke omstandigheden in beluiken.

De Kerk had al die zieltjes te beheren en in het geval van de Muinkmeersen was de kapel te klein. Er was ook altijd een probleem voor het aanstellen van een onderpastoor in de parochie (die door de vijandige staat moest betaald worden; dus: problemen). Geld was altijd een issue. Het erge was dat de kerk voor de bouw van Sint-Anna met de klak moest rondgaan, niet enkel bij kapitaalkrachtige gelovigen, zoals bv. Ferdinand Lousbergs, maar ook bij de elite van vrijdenkers. Het gezegde bij de duivel te biechte gaan, is niet helemaal van toepassing, maar illustreert een flink stuk hoe de hazen toen liepen.

De nood werd nog groter toen een door haar aangesteld architect – Lodewijk of Louis Roelandt – spreekwoordelijk de kap over de haag gooide. Of beter: er mee stopte. Volgens de enen – die van de Kerk – omdat hij het niet eens was met de constructie van de fundamenten die niet voldeden, en er geen wil en geen geld was om daaraan iets aan te veranderen. Volgens de anderen, die van het vrijzinnige stadsbestuur en haar ingenieurs, omdat Roelandt zijn onkunde had getoond inzake de funderingen.

Volgens de versie van de Kerk hield Roelandt de eer aan zichzelf en nam een jaar na de eerstesteenlegging ontslag bij het kerkbestuur. Maar het is niet ondenkbaar dat hij is zwart gemaakt door de Vrijzinnigen, die zo de vrije hand hadden voor het modelleren van het kerkontwerp volgens hun modernistische plannen.

De fundamenten? Ja, daar was alleszins iets mis mee. De heipalen zaten niet diep genoeg in de grond, en gezien de moerassige ondergrond – de kerk staat op de ooie, gebied begrensd tussen Nederschelde, Oude Schelde en Het Klein Scheldeken – was dit niet goed voor de duurzaamheid van het bouwwerk. Omdat voor het ontwerp voor de kerk al zo veel fondsen werden voorzien, bleef geen geld over om de problemen van de fundamenten aan te pakken. Roelandt vertrok.

Maar had de Schepen van Openbare Werken hem misschien het werken onmogelijk gemaakt? Had hij hem geschoffeerd door hem te reduceren tot slechts een hulpje en door een ontwerp van de hexagrammen op te dringen?

Of vertrok Roelandt niet uit vrije wil, maar was de discussie over de fundamenten van de te bouwen kerk, het voorwendsel om hem het leven zuur te maken? Het probleem van de fundamenten werd door het stadsbestuur in zijn schoenen geschoven. Er werd hem aangewreven dat hij al dezelfde fout had gemaakt bij de bouw van de kazerne in zijn geboortestad Nieuwpoort.

Hij was dus ook al een inwijkeling en allicht als West-Vlaming uit die tijd gespeend van het vrijdenken. Het leven werd hem allicht onmogelijk gemaakt – en hij kreeg allicht geen steun van de Kerk die het omwille van zo veel problemen in haar broek deed en hoge nood had – en hij stapte boos op.

Toen Roelandt vervangen werd door – een logelid van het Grootoosten van Nederland/ La Félicité Bienfaisante – was dit heel zeker niet de keuze van de Kerk. Ze vonden in eigen rangen geen architect meer om hem op te volgen. Had de Kerk Roelandt gebruuskeerd door hem afvallig te zijn? Was de Kerk te zwak om op haar strepen te staan in het stadhuis?

In elk geval, de Kerk zat in allerlei nood en zal om erger te voorkomen, allicht toegegeven hebben aan de opdringerigheid van de Schepen van Openbare Werken, zijn grootste plannen en zijn architect. We mogen hier schrijven: zijn architect-logebroeder.

Met de billen bloot?

In elk geval, toen de nieuwe architect aantrad, werd het probleem van de fundamenten snel aangepakt. De kosten die ermee gepaard gingen, werden bespaard op de gevel – die versoberd werd. Ineens, no issue dus.

Laat het dan ook nog zijn dat er in de periode van plannen tot bouw van de Sint-Annakerk de ‘jonge’ in Ieper geboren bisschop Lodewijk Jozef Delebecque, het bisdom leidde (1838-1864). Was hij onervaren met de intriges van de Vrijzinnigen in Gent? Liet hij zich in de hoek zetten? Moest hij water en vuur verenigen om de bouw van de kerk toch maar gedaan te krijgen? Moest hij met de billen bloot?

Tussen het ontwerp (1848), de eerstesteenlegging (1853) en de (eerste) inwijding (1862) van de Sint-Annakerk verliepen 14 jaar. Andere bronnen spreken over een (nieuwe) plechtige inwijding op 12 juni 1866 door de bisschop Hendrik-Frans Bracq. Zijn voorganger Delebecque was in 1864 overleden. Architect Roelandt stierf overigens in datzelfde jaar 1864.

De Belgische staat was jong en zijn elite was de vorige bewindvoerders – Napoleon Bonaparte en Willem I – nog niet vergeten. Beiden hadden voor de Vlaamse economische elite het voordeel gehad dat ze de grenzen van hun landen openzetten voor de export. Frankrijk in hoofdzaak haar thuismarkt en Nederland haar overzeese gebieden.

Napoleon met zijn erfenis van de Franse Revolutie inzake haar depreciatie van de Kerk en de clerus, de man die kerkelijke eigendommen in overheidsinstellingen onderbracht alvorens op te treden als de grote verzoener, maar toch… Willem I met zijn calvinisme, wat door de katholieken als bedreigend ervaren werd. De legacy van beide figuren leefde nog in Gent in de vroeg en midden 19e eeuw.

Stadsarchitect de Pauw had zelfs Napoleon als voornaam – hij heette voluit Napoléon-Lievin de Pauw – zijn voornaam herinnerde aan zijn oom Lieven Bauwens, vriend van Bonaparte. Zijn maat heette Hippolyte Metdepenningen, die dan weer een leidende Orangist was. Zelf was de Pauw Orangist tot 1839. In die context ontstond ook de loge La Félicité Bienfaisante, onderdeel van Het Grootoosten der Nederlanden.

Noteer dat ook de Gentse burgemeester voor de periode 1841-1854, Constantin de Kerchove de Denterghem, officier was geweest in het leger van Napoleon Bonaparte en later ook orangist werd.

Met deze combinatie van napoleonisten en orangisten bij de aardse elite moest het instituut Kerk het stellen. Een jaar na het ontslag van architect Roelandt, werd architect en logebroeder Jacques Van Hoecke naar voor geschoven om de Sint-Annakerk te bouwen. Met de Kerk in de tang, konden de Vrijzinnige urbanisten hun gang gaan. Ze hadden nu ook het bijna laatste woord over de architectuur van de Sint-Annakerk.

Dat de Kerk in de tang zat en zich daar allerminst comfortabel bij voelde, zou moeten blijken uit een leugen die ze heeft verspreid over het kerkontwerp. Stel je voor de Kerk die liegt! Zo staat te lezen in Ghendtsche Tydinghen: “Inderdaad, op 16 juni 1852 noteerde, pastoor Victor Hulin in het Resolutieboek van de kerk o.m. ‘Goedkeuring van het Plan der Nieuwe te Maeken Kerk’: “Mr l’Echevin De Pauw, chargé du département des travaux publics de la ville de Gand, s’est ACTIVEMENT OCCUPE DE LA CONCEPTION D’UN PLAN QUI REUNIT LA BEAUTE ET LA SOLIDITÉ A L’UTILITE PRATIQUE DANS LA CONSTRUCTION DE CETTE NATURE, et que ce plan fait sous la direction de Mr ROELANDT architecte de la ville de Gand…”

Ghendtsche Tydinghen vervolgt: “De stijl en de afmetingen werden dus NIET vooropgesteld door pastoor HULIN, zoals dit in 1996 nog gepromulgeerd werd in de geresumeerde versie van de dissertatie van de heer Artuur [Sic; Arthur] SUYS over de Sint-Annakerk. Met het door ons in 1950 reeds ontdekt gewichtig document, durven we stellen dat hierbij, in dit verband, nu iedere twijfel definitief werd opgelost. De Pauw was ontegensprekelijk “DE VADER VAN DE GEDACHTE” die door Roelandt werd gerealiseerd.”

Arthur Suys – gestorven eind 2014 – was Master Kunstwetenschappen en auteur van het boek ‘De Sint-Annakerk te Gent’, gepubliceerd in 1996. Eerder schreef hij ‘De monumentale St-Annakerk te Gent’, een onuitgegeven licentiaatsverhandeling aan Ugent in 1994. Om de verontwaardiging van Gendtsche Tydinghen te begrijpen, moet je weten dat Suys bediende was in de Sint-Pieterskerk in Gent en als dusdanig in zijn boek heel zeker het officiële kerkelijke standpunt zal gebracht hebben – dat dus afwijkt van de waarheid.

Dat hierover toen gelogen werd en vandaag nog geheimzinnig over gedaan wordt, bewijst dat de Kerk nog altijd niet goed weet om te gaan met die episode tijdens dewelke haar dienaars een knieval maakten voor het vrijzinnige liberalisme.

De stempel van de vrijzinnigen in de flanken van de Sint-Annakerk blijft voor eeuwig de boodschap doorgeven van de intimidatie van de vrijdenkers op de katholieken. Hoe ze hun eigendunk van suprematie tot uiting brachten op een katholiek monument. Het humanisme boven het religieuze. De Kerk blijft geheimzinnig over deze materie.

Frank Depreitere

Dit verhaal verscheen eerder op mijn stadsblog