about
Toon menu

Voorwaarts, en avant !

vrijdag 27 juli 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

a.k.a. Food for ducks

Eerder op de dag woonde ik de uitvaart bij van mijn moeder. Vijfentachtig was ze geworden. Een mooie leeftijd. Althans voor het leven vol miserie dat ze geleden heeft.

Maar het is hier niet de plaats om daar dieper op in gaan. Vandaag was louter een afscheidsherdenking en het uitstrooien op de strooiweide. (De crematie zelf vond eerder plaats.) Ik vond het eerlijk gezegd een nogal bedenkelijke bedoening om niet te zeggen een nogal slecht ogend stukje theater. En dan heb ik het inzonderheid over de manier waarop buitenstaanders zoals de uitvaartbegeleiders het gebeuren benaderden. Al moet ik er meteen bij zeggen dat ik begot niet weet hoe het wel beter zou kunnen. Maar ik heb het over de buitenissige vorm van eerbied verpakt in een tergende traagheid die bij leven en welzijn niet echt paste bij de persoon in kwestie.

De strooiweide was gelegen in romantisch aangelegd park(je) met een vijver, eendjes, bomen, struiken en een glooiend graslandschap. Het had heel wat diepte in vergelijking met de kort bemeten afstand die het in werkelijkheid overspande en was zeker een knap staaltje van landschapsarchitectuur te noemen. Al bestaan er betere voorbeelden in de wereld. Dat weet ik wel zeker.

Het familiegezelschap werd na de herdenking stapvoets tot aan de rand van het landschap geleid waar de urne op een sokkel werd geplaatst. Naast een ruiker bloemen. Een naambordje was reeds provisoir in de grond geprikt als betrof het de kennisgeving in een botanische tuin. Naast anderen. Menige soorten en telgen uit het mensdom, zowel eerder als verder op die dag te weten te zijn gestorven. En voor een tijdje gebeurde er niets daar aan het terrein van de doden. Want die bordjes markeerden tevens een duidelijke grens. Tussen de levenden en de doden. Enkel de man van het uitvaartcentrum zelf bleek gemachtigd het dodenrijk te betreden. Als ware hij Charon bij de Styx. Want hij nam tenslotte de urne beet en startte een wandeling over het glooiende graslandschap. Opnieuw leek het een eeuwigheid te duren. En ofschoon ik niet gespeend was van enige haast begon ik mij toch danig te ergeren. De man leek ook niet in een rechte lijn te gaan naar de plaats waar de as uiteindelijk zou worden uitgestrooid. Het had vast een diepere betekenis. En misschien lag daarin wel mijn ergernis. Alsof ze het er nog eens goed wou inwrijven. Mijn moeder. Want ook daaraan kon ze een puntje zuigen. Maar ook het verstrooien zelf gebeurde op een nogal beschrijvenswaardige wijze. Niet alleen omdat ook dit wel een eeuwigheid leek te duren en ik mij ondertussen ongewild de vraag begon te stellen uit hoeveel as een persoon wel niet bestond? En of die hoeveelheid dan hetzelfde is bij iedereen? En of -tenslotte- de uitvoering van de lijkkist wel niet het aanzienlijkste deel van de as is in zo een urne?

Onzinnige vragen van een weerbarstig en miskend jong dat zijn gevoelens nooit naar behoren heeft leren uiten natuurlijk. Maar de persoon maakte bij die handeling nog wat zachte zwaaibewegingen, heen en weer, en liep op de voor hem aangewezen plek plots ook stapsgewijs wat achteruit alsof hij rekening hield met het briesje dat toen net kwam aanzetten. Zo leek het toch. Dat briesje. Tenzij as een wispelturige richting aanneemt bij het verstrooien en het een hele kunst is om jezelf niet te besmeuren. Omdat het te licht is bijvoorbeeld. Ik weet het niet. Ik liet mijn gedachten de vrije loop. Later, tijdens de koffietafel in het nabij gelegen etablissement, zal ik op het terras even met mijn hand over een tafeltje strijken en met eenzelfde soort afstandelijkheid een grijszwarte aanslag op mijn vingertoppen bekijken. Maar toen was de verstrooiing en de handeling nog niet ten einde.

Wanneer de urne uiteindelijk geledigd was zagen we de man verder het graslandschap inwandelen. Tot op de heuvelrug en zelfs nog verder, totdat hij helemaal uit het zicht verdwenen was. Opnieuw een diepere betekenis. Ongetwijfeld. Al stapelden ook de vragen zich verder op. Waar gaat dié nu heen? Bijvoorbeeld. Of nog: komt hier ooit een eind aan?

Wel ja, natuurlijk. Dat einde was er toen het al te gortig werd en de gedachte aan food for ducks me te binnen schoot. Zomaar. Om de taal. Om de eenden en om de amechtigheid.

Toen ik thuis kwam waren de buren net begonnen de kleine woestenij van begroeiingen in hun tuin met veel amok tegen de vlakte aan het werken. Gedaan het hoog opgeschoten gras. Gedaan de sterk uitgebreide struiken. Gedaan het schuiloord voor menig gedierte. En toen schoot het me te binnen. Cultivatie begint steevast met een flinke snoeibeurt. En ongewild moest ik weer denken aan mijn moeder die vroeger steeds met een kordate: “Voorwaarts, en avant!”, uiting placht te geven aan haar verlangens. Tenminste hoe die verlangens moesten worden uitgevoerd. Dat dit nogal nietsontziend was hoeft geen betoog.