about
Toon menu

For2Nite

zaterdag 23 juni 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Sedert een tweetal weken ben ik verslingerd aan een interactief, peer versus peer, computerspel.

Het principe is eenvoudig: honderd spelers worden op een eiland gedropt en de laatste die het overleeft is de winnaar. Op het eiland zijn o.a. wapens, munitie en bouwmaterialen te vinden en het doel is – nog eenvoudiger gezegd- elkaar zo snel mogelijk af te knallen.

Het is niet nieuw. Zowel het principe als het spel. Denk bijvoorbeeld maar aan the Hunger Games-trilogie. Het is echter recent dat het aantal spelers enorm is toegenomen. En dat is niet zonder zorgen. Ouderen waarschuwen tegen de verslavende aspecten van het spel en krijgen hun toch al zo moeilijk te motiveren kroost nog moeilijk vanachter het computerscherm vandaan getrokken. Het zal de jongeren worst wezen. En daar hebben ze gelijk in. Het spel is overigens een perfecte aftekening van het dagelijkse leven, waarin men graait wat er te graaien valt en zonder al te veel scrupules elkaar naar de andere wereld helpt.

Maar het spel heeft ook positieve kanten. Je kan het solo spelen of in teams. Zo bevond ik mij onlangs nog in het gezelschap van een Zuid-Afrikaan, een Noor en een Duitser. Hoe weet ik dat? Je kan via de ingebouwde microfoon communiceren met je team. Dat is handig om tactische besprekingen te voeren of directe waarschuwingen mee te delen. Het antwoordknopje op mijn laptop heb ik weliswaar nog niet gevonden, maar het is aangenaam meeluisteren. Al wordt het moeilijk wanneer dat team bestaat uit Koreanen, Saoudi’s of Kroaten. Gelukkig is de voertaal doorgaans Engels. Of iets wat daarop lijkt. “Hellooow guys, weir U from?”, klinkt het dan steevast bij aanvang. Je zou denken dat het spel iets is waar meisjes hoegenaamd niet aan deelnemen. Dat is maar schijn. Ze zijn er. Zeker. Maar ze vermommen zich achter jongensachtige schuilnamen zoals ‘KillerRabbit’ of ‘MyNameIsNobody’. En bovendien vermommen ook de jongens zich. Ze meten zich een skin aan van een of andere hippe skategirl of een Wonderwoman en kunnen dan even buiten hun gedirigeerde zelf treden. Het zijn echte genderbenders. Ik zei het toch, er zijn ook positieve kanten aan het spel. En op de koop toe er is geen spatje bloed te zien.

Persoonlijk hou ik het meest van de 50vs50 modus, waarin alle 100 deelnemers in twee kampen worden verdeeld en er naar het einde toe één grote veldslag geleverd wordt. Het geeft me in eerste instantie de tijd om de nodige wapens en materialen te verzamelen. Daar ben ik namelijk goed in. En in tweede instantie kan ik mij in de groep beter verstoppen. Dan valt mijn geklungel niet zo op. Zie, het spel leert je jezelf ook kennen. Want het schieten zelf, dat is een ander paar mouwen. Dat lukt mij voor geen meter. En in de veertien dagen dat ik het speel ben ik er ook niet beter op geworden. Dat ligt aan mijzelf natuurlijk. Ik weiger nog iets bij te leren en zeker geen toetsenbordenbehendigheid. Tot mijn eigen scha en schande. Zoonlief lacht mij stilletjes uit. Hij beschouwd mij als een nietsnut in het spel. Een loser. Een noob, zoals hij dat met veel kennis van zaken noemt. En dat klinkt als een juiste omschrijving. Want bij elke confrontatie met een tegenstander ga ik roemloos ten onder. Game over. Op naar het volgende.

Enkel per toeval lijk ik wel in staat iemand neer te knallen. En dat is het aangename van het spel. Het knalt er aardig op los. Ik vraag me soms af hoe die computer het allemaal bijhoudt, al dat knallen. Soms heb ik de indruk dat hij maar wat lukraak de scores en hits bijhoudt, want ik ben geen techneut en het gaat allemaal zeer snel voorbij. Zoals ook in het echte leven, er is geen tijd om stil te staan. En was daar onlangs niet ook nog een of andere minister die ons verzekerde dat we dringend nood hebben aan meer concurrentie in het kabelnetwerk om een goedkoper en beter internet te kunnen realiseren? Gelukkig verklaarde hij er in al zijn enthousiasme nog net niet bij dat we hem daar later eventueel zouden kunnen op afrekenen mocht hij daar niet in slagen. Maar zelfs dat is geen zekerheid meer. Want een markt, die reguleert zichzelf niet zomaar natuurlijk. Tenzij dan in de richting van het grote geld of van het grote gelijk. Maar geen vuiltje aan de lucht hoor. En over lucht gesproken, het begint hier aardig te schemeren. Het moet zijn dat de ochtend reeds in aantocht is. Ik hou het maar voor bekeken deze nacht.
Cheers.