about
Toon menu

Het dorp

dinsdag 12 juni 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Gisterenmorgen redde ik een vlieg uit een bodempje regenwater dat in een emmer buiten stilletjes was komen te staan. De daad herstelde mijn geloof in de mensheid. Voor eventjes toch. Tegen ’s avonds was dat geloof ijdel gebleken toen ik verwoed jacht maakte op een gelijkaardig beest omdat het mij horendol aan het maken was tijdens een naar mijn mening welverdiende avondrust. Zoals het gaat in het leven richt je je vaak niet op de werkelijke oorzaak van je woede of ongemak, maar op die- of datgene naast jou in de buurt. Het doet mij denken aan volgend verhaal in de reeks opmerkelijke winkelpanden.

Sedert mijn uitwijking van de stad naar het dorp ben ik genoodzaakt af en toe mijn heil te zoeken in het enige krantenwinkeltje dat het dorp rijk is. Dit om post gerelateerde handelingen uit te voeren, dan wel te laten uitvoeren. Dat gebeurt dan door de daarvoor speciaal opgetrommelde zaakvoerder die naar ik vermoed zelfs een beëdigd postbeambte moet zijn. Ik zeg vermoedelijk en beëdigd omdat zijn medewerker enerzijds pertinent weigert poststukken in ontvangst te nemen dan wel te behandelen en anderzijds mij met een druk op de knop en een strenge terechtwijzing verwijst naar de toonbank van het postkantoor twee meter verderop aan zijn linkerzijde gelegen, en zijn in de mate van het mogelijke alras in aantocht zijnde collega. De drukknop liet immers een beltoon klinken en verwittigde de grijzige zaakvoerder die dan van ergens achteraan de winkel afgesjoffeld kwam om aan het speciaal daartoe voorziene deel van de toonbank de poststukken te behandelen. Het moet gezegd de hele bedoening heeft iets theatraals maar ook eerbiedigs, niettegenstaande de heersende dynamiek die er van een ongeziene vijandigheid tegenover alles en iedereen is. In die mate zelfs dat mensenhaat er van de muren spat en tot diep in het laatste nieuws doordringt dat er ook nog eens te koop wordt aangeboden.

De haat of zachter gezegd, de weerzin heeft zich sinds enige tijd ook tot tegen de winkelruiten van het pand weten te manifesteren. Aanplakborden verkondigen er namelijk een onvrede tegenover elke mogelijke politieke kleur dat zich in het dorp wil laten kennen. Koppen van jut zijn: groen, vlaams belang, vld, en ga zo maar door. Nu wil ik hier geen politiek betoog maken, noch zal ik de aanplakborden aanhalen, zo ik ze al volledig heb gelezen. Een gevoelige radar voor onwelvoeglijk taalgebruik filtert immers al wat wel en niet bij mij binnenkomt. Er is al genoeg onzin in het leven, zo denk ik. Het is een schild van zelfbescherming. Of het zou mijn eigenste weerzin moeten zijn voor haatdragend boodschappen en verongelijkte stellingen. Wat ik er tussen de regels wel uit opmaak is dat het een klacht is van de kleine zelfstandige onderneming tegen het grote geweld. Het grote geweld zoals in: het stadsbestuur, de betonboeren en ja, zelfs zoiets als de democratie.

Ik vermoed dat het te maken heeft met de plannen voor de heraanleg van het dorpsplein wat de gemoederen hier ten velde reeds hoog heeft weten doen oplopen. Als buitenstaander heb ik er niet echt zaken mee, maar ik stel me voor dat er grosso modo drie stellingen zijn: 1) zij die er flamingant tegen zijn omdat ze tegen alles zijn wat vernieuwend overkomt, 2) zij die er op zijn blauwst tegen zijn omdat het niet ver genoeg gaat, en 3) zij die er tegen zijn omdat het op niets trekt. Dat het dorpsplein op doordeweekse dagen als één grote parking wordt gebruikt door de forenzen die vanaf hun private opritten tot diep in het hart van het dorp hun gevoeg komen doen om in de naburige assemblagefabriek te gaan werken, wordt stilletjes veronachtzaamt. Het zijn tevens de hooggeëerde klanten van een tanende neringdoenderij. Aan de wit geschilderde bakstenen gevel met donkerblauwe accenten hangt ondertussen een zwart doek hardnekkig bruin te wezen, net zoals de bewuste verflaag de Vlaamse bouwstijl van het pand niet kan verhinderen lelijk te zijn. De aanplakborden, kleurenprints op A3 formaat, beslaan vrijwel de volledige glaspartijen. Samen goed voor wel veertig vierkante meter. Als je niet weet wat ze er binnen verkopen zal je het aan de buitenzijde ook niet kunnen zien. De aanplakborden hinderen immers elk zicht op wat binnen aan de man of vrouw wordt aangeboden. Maar dit is geen verhaal over de kip of het ei. Al valt ook daar vast iets over te zeggen. Ik vermoed dat de inktpatronen van de kleurenprinter op deze manier ook wel zijn leeg geraakt. Want copy’s, faxen en printen, dat biedt de man eveneens aan. En ook daarvoor kwam ik al eens de winkel binnen. Zij het in mindere mate. Voornamelijk dan vanwege de kostprijs. Printen of faxen kostte mij daar immers al gauw dertig cent per velletje en aangezien mijn fax/printactiviteiten meestal snel enkele tiental bladzijden betrof vond ik dat er wat teveel aan. Bovendien moest je voor het printen samen met de uitbater naar achteren gaan. Waar zijn computer stond. Je kwam er in een kaal ogende woonkamer bij een zwaar uitgevallen Mechelse scheper terecht en pas na de volslanke slijmige snuit opzij te hebben geduwd kon je tot bij het bureau geraken.

Van de weeromstuit, voor de aanplakborden wel te verstaan, post ik nu mijn brieven liever in het nabijgelegen warenhuis dat recentelijk ook een postpunt heeft geopend. Ter vervanging van, denk ik dan, want de krantenwinkel staat nu ook te koop. En dan mag je weten dat de rode postbus nog uit gewoonte aan de gevel van het bewuste pand hangt. Het baat niet. En het is geen verbetering. Het duurt nu vaak een eeuwigheid vooraleer de reeds druk bezette dames van achter de kassa in het warenhuis het postpunt kunnen komen bemannen. En ik gebruik hier bewust het woord bevrouwen niet, want dat klinkt mij teveel als bezwangeren in de oren. Maar het gebeurt tenminste met een glimlach. En zo zal ook de wereld vergaan denk ik dan. Al vermoed ik ook dat de Mechelse scheper nu verder in eenzaamheid wegteert.

Met Watteeuw terug naar de vorige eeuw. Zo staat er op een van de aanplakborden te lezen. Ik zie het in een ooghoek aan mij passeren wanneer ik mij voorneem iets over markante winkelpanden te gaan schrijven. En voor zover ik kan beoordelen is het meteen een van de meer geslaagde quotes op de aanplakborden. Onder de tekst staat nog een afbeelding van een paard met kar. Het had zo in het Pallieterke kunnen staan denk ik gauw. Al is het voor de bewuste auteur vast ook daarvoor te laat. De misnoegden zijn inmiddels gekraakt. Binnenkort laat het stadsbestuur de werken van start gaan.  Ze claimt immers alle rechtsregels en voorbeelden van goed bestuur, met momenten van inspraak en inlichtingen te hebben nageleefd en nu mag het dorpsvolk eindelijk best wel eens blij zijn dat er wat beton -euh sorry- geld gepompt wordt in hun achterhaald biotoop waar nog niet eens zo lang geleden zelfs nog kippen en eenden rondliepen. Het moet tevens gepaard gaan met andere nutsvoorzieningen zoals gescheiden rioolstelsels en dergelijke. Iets waarover ze in stadsmilieus al lang geen vragen meer bij stellen.

Maar over openbare werken valt natuurlijk heel wat te klagen. Zo kan je er zeker van zijn dat ze zonder veel omzien of planning worden georganiseerd op plaatsen waar er liefst zo veel mogelijk hinder mag verwacht worden. Zeker met verkiezingen in aantocht. Als mensen dan klagen, dan kan het alvast niet zijn omdat er niets gebeurd! Zo gaat de redenering. Dat het dorp pas sinds kort ontsloten is geworden na een lange periode waarin het slechts bereikbaar was via om- en andere sluipwegen, is een reden te meer om aan te nemen dat het het stadsbestuur menens is. Zo neem ik nu nog steeds uit gewoonte de bewuste omweg richting stad. Ofwel is het uit ongeloof en een onderhuids hardnekkig aanwezige tegendraadsheid dat de werken aan de verbindingsstraat meer dan twee jaar in beslag hebben moeten nemen.

Zie het is nooit goed. Ofwel duurt het te lang ofwel kan het niet rap genoeg gaan, maar naar mensen luisteren wordt niet gedaan in de politiek. De verhoudingen zijn scheefgetrokken. Waar had ik dat nu weeral geschreven?