about
Toon menu

De verdwaalde filosoof

dinsdag 31 oktober 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • foto auteur (B. Mergaerts)

Het is de week van de boekenbeurs en er mag al eens een boek besproken worden. Dit is een boekbespreking voor Verdwaalde stad door J.P. Van Bendegem (2017) en daar kan ik vrij kort over zijn: lees dit niet. Dat is een harde stelling voor wat op het eerste zicht wel een interessant boek lijkt van een zonder twijfel aangenaam man (want filosoof). Interessant, jawel, vanwege de opzet te filosoferen langsheen straten en pleinen, zoals tevens de ondertitel luidt. Het boek vloeit voort uit een filosofische wandeling die de auteur (i.s.m. Vormingplus) maakt of maakte doorheen de stad Gent. Uiteraard doet hij dat bij de minder voor de hand liggende plaatsen en bespreekt hij de minder voor de hand liggende items, om maar te zeggen dat het geen standaard toeristenwandelingetje is. Tot dusver niets aan de hand. Mijn bezwaren betreffen voornamelijk de schrijfstijl en de leesbaarheid. Wie echter verder wil lezen, ga je gang, maar kom achteraf niet zeggen dat je tijd verloren hebt.

Verloren tijd? Het zou zowaar een titel kunnen zijn van een filosofisch traktaat. Want is tijd niet het kostbaarste goed waarover een mens beschikt? Een filosoof zal al gauw oordelen dat er niet zoiets bestaat als verloren tijd, dat dat eerder iets is wat vanuit economisch standpunt aangehaald wordt en meer nog, dat verloren tijd, mocht het dan toch bestaan, juist nodig is om ..te kunnen filosoferen bijvoorbeeld. Zo las ik laatst nog een artikel van Jan Blommaert dat daaraan gelinkt kan worden, zie https://jmeblommaert.wordpress.com/2017/10/21/actieve-versus-niet-actieve-mensen-hoe-zit-dat-nu-juist/
Dit gezegd zijnde, terug naar het boek. Verdwaalde stad haalt de inspiratie voor haar titel bij P. Van Ostaijen (Bezette Stad), en zeker de ritmische typografie van deze dichtbundel, hier in correcte spelling weergegeven, tekent zich m.i. in het boek ook af in de door de auteur aangehaalde gedachten. Dit om te zeggen dat de voorkomende gedachtesprongen en beschouwingen al eens met haken en ogen aan elkaar hangen waardoor niet alleen een allesbehalve vlot lezend geheel wordt gevormd maar dat het bij mij bovendien overkomt alsof de auteur al eens lijkt vergeten te zijn waarover hij initieel iets wou zeggen. De auteur is zich terdege bewust van zijn capaciteiten om uit te weiden en waarschuwt de lezer daar ook bij aanvang voor. Wat niet verkeerd is natuurlijk, en dan bedoel ik het uitweiden, al lijkt het mij toch noodzakelijk om na die uitweiding even te recapituleren, duidelijk de stelling te poneren dan wel de argumentatie hard te maken alvorens verder te gaan, zoals een goede leerkracht/docent ook wel zal kunnen beamen denk ik. Maar niets daarvan in het boek. De auteur dwaalt langsheen gedachten en mist dan de pointe. Verdwalen is dan inderdaad een juiste beschrijving, maar verdwalen is niet flaneren om de vergelijking met W. Benjamin in het boek te ontkrachten. De flaneur komt na diens wandeling gewoon terug thuis, de verdwaalde, nu ja, niet. De auteur gebruikt zelf graag de term netwerkdenken voor zijn state of mind, een mooi initiatief dat echter snel een kluwen nalaat voor wie graag een duidelijkere boodschap meekrijgt. In thema 3 bijvoorbeeld luidt de ondertitel: musea, het selectieve geheugen van een stad. Een mooi en interessant thema. Ik zei het reeds, aan invalshoeken en ideeën geen gebrek. Het is bij de uitwerking daarvan dat het hapert. En ja, we krijgen een leuke opsomming van mogelijke op te richten musea waaraan nog kan worden voldaan. Tussen haakjes: het vermelde Illuseum (museum van het gezichtsbedrog) is sedert juli 2016 op non-actief, een eenvoudige factcheck zou dat hebben uitgeklaard, maar de hamvraag omtrent dat selectieve geheugen, waarom nu juist dit en waarom niet dat, wordt niet echt gesteld. Misschien verwacht ik teveel dat de filosoof zijn denkwereld ook opentrekt naar bijvoorbeeld de sociologie en ja, zelfs de politiek. Het ontstaan van een collectie van een museum mag dan in oorsprong al vaak gebaseerd zijn op toevalligheden, de subjectiviteit en zelfs de ontoereikendheid van de verzamelaar, wat we heden zien in musea is een sterk geregisseerd wetenschappelijk geheel met een hardnekkige uitsluiting van de rest. Ik zou opnieuw het Illuseum kunnen geven als voorbeeld. Dat museum, of beter de gehele collectie staat namelijk over te nemen, maar er is (bijvoorbeeld vanuit het stadsbestuur) duidelijk geen interesse. Het aanvullen van mogelijke ideeën voor nieuwe musea is een leuke, speelse denkoefening maar het ontbreekt aan ernstige kritiek op de bestaande situatie, en ja, misschien is dat wel wat mij het meeste stoort. Alsof de verdwaalde filosoof angstvallig kritiek op de (eigen) wetenschappelijke discipline ontwijkt.

Verder is er het volgens mij nogal storend gebruik van het tussen haakjes plaatsen (..), wat eveneens bij het veelvuldig gebruik het lezen nogal hindert. En misschien is dit met opzet gedaan, want opnieuw vanuit filosofisch oogpunt is het hinderen, het haperen, het stotteren, of wat dan ook, een waardevolle eigenschap, maar het vraagt extra geduld van de lezer. En eigenlijk kan dit een vrijgeleide zijn voor de filosoof om het meest ontoegankelijke schrift  op punt te stellen, dan wel er op los te lullen. Een idee dat vast niet nieuw is, maar kan of wil de lezer dit geduld wel opbrengen? In een van de uitweidingen berekent de auteur voor ons zelf even uit hoeveel boeken een mens in zijn leven kan lezen: met een bovengrens van één boek per week kom je aan goed vijftig boeken per jaar, maal bijvoorbeeld zestig jaar = 3250 boeken. Raad eens hoeveel boeken er in Vlaanderen verschenen in 2014? Inderdaad, elfduizend. Dat zijn dan wel alle titels bijeen (kookboeken, stripverhalen, romans,..), maar dan nog. Het blijft hallucinant. De taak van de lezer komt er dus in eerste instantie op aan te selecteren. Streng te selecteren. Vandaar ook dit schrijven.

Het boek Verdwaalde stad biedt een ruim caleidoscopisch zicht met interessante beschouwingen die echter nogal onsamenhangend en vaak buiten proportie bij elkaar gebracht zijn. Dat kan een filosofische meerwaarde hebben, maar de leesbaarheid is een stuk minder. Net zoals het ontbreken van conclusies of zelfs recapitulaties. De vele beschouwingen kunnen bovendien nogal pedant overkomen. Alsof de auteur vooral de aandacht op zichzelf wil vestigen. En kijk, daar is ie weer met zijn verwijzing naar de vrijmetselarij of zijn vrijzinnigheid. Ik wil echter je tijd niet langer ophouden, er is nog zoveel te lezen.

https://www.vormingplusgent-eeklo.be/
http://www.illuseum.be/