about
Toon menu

Grootgebracht met geweld, misbruik en seksisme

donderdag 13 april 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Getuigenis-Fernanda-Maxime Degroote-IMG 3982-1680x894

Getuigenis

Fernanda, een veertienjarig meisje uit een kleine gemeenschap in het noorden van Nicaragua, lijdt als vrouw in een land vol seksisme al jaren aan depressie. Naar aanleiding van de Wereldgezondheidsdag op vrijdag 7 april doet ze haar verhaal.

"Kijk", zegt Fernanda, terwijl ze haar armen onder mijn neus duwt. Haar rechterarm staat vol krassen. "Ik heb al vijftien keer gesneden." Ze zegt het niet meelijwekkend, niet verdrietig, niet trots. Alsof ze vertelt wat ze bij het ontbijt gegeten heeft. "De laatste keer was vier maanden geleden."

Fernanda is pas veertien, maar kind is ze al lang niet meer. Al haar hele leven krijgt ze te maken met geweld, misbruik, pesterijen en discriminatie, zowel op school als op het werk, zowel thuis als op straat.

Ik ben niet gelukkig. Al lang niet meer, en ik denk niet dat ik dat ooit weer zal zijn. Het is niet gemakkelijk om hier als meisje op te groeien. Iedere keer wanneer ik de bus naar school neem, roept de buschauffeur naar me dat ik dom ben. Waarom ga ik als meisje naar school? Denk ik dat ik daar recht op heb?

"School is niet voor meisjes, je zou beter thuis blijven en iets nuttigs doen", zegt hij steeds. Meestal kan ik me groot houden. Soms moet ik te hard huilen. Op een dag kon ik het niet meer aanhoren. Ik ben uitgestapt, waardoor ik het hele eind te voet heb moeten afleggen. En ik ga al amper naar school. Vier dagen per week werk ik in een koekjesfabriek. Van 1 uur 's nachts tot ongeveer 4 uur 's middags. Om 7 uur 's avonds ga ik slapen. En een paar uur later begint het opnieuw. Dat vind ik het zwaarst, dat ik geen tijd heb voor mezelf. Dat is de belangrijkste reden geweest voor de eerste kras op mijn arm.

Verkracht en vermoord

Ik wil af en toe kunnen ontspannen, maar ik mag mijn werk niet kwijtraken. Dus bijt ik op mijn tanden wanneer mijn baas naar me roept, wanneer hij me onmogelijke taken geeft. Ik bijt op mijn tanden wanneer hij me aanraakt. Hij raakt ieder meisje aan. De enige manier om daaraan te ontkomen, is door op te stappen en iets nieuws te zoeken. Genoeg wanhopige meisjes nemen je plaats zo in, maar ik moet mijn werk houden om mijn school te kunnen blijven betalen. Ik wil dierenarts worden, al weet ik dat dat een droom zal blijven.

En zo leef ik altijd in angst. Op het werk, maar ook thuis en in de gemeenschap. Ik woon ver van mijn school en werk vandaan, en moet steeds alleen over straat. Niet lang geleden is er vlakbij mijn huis nog een meisje van negen verkracht en vermoord. Ook zijn er veel problemen door overmatig gebruik van drugs en alcohol in mijn gemeenschap, en zijn er erg veel verkeersongelukken. Bijna dagelijks zijn er aanrijdingen, vooral met kinderen. Automobilisten laten het aangereden kind zo achter. Ze laten het sterven.

Zestien en zwanger

Maar hoewel mijn leven nooit gemakkelijk is geweest, heb ik niet altijd gesneden. Vroeger vocht ik met mijn zus om mijn gedachten te verzetten. Gewoon, zoals broers of zussen doen. Maar toen ze zwanger raakte, had ik niemand meer. Dus moest ik me op mijn armen afreageren.

Mijn zus is pas zestien, en ze is zwanger van iemand die tien jaar ouder is. Hij zit nu in de gevangenis, maar mijn zus blijft natuurlijk zwanger. Ze zal een alleenstaande moeder zijn. Mijn ouders schamen zich, vooral mijn vader. Hij was woest toen hij er achter kwam, en laat haar het huis niet meer uit. Ik word gepest op school, op straat. Iedereen weet dat mijn zus zwanger is van een oudere man. Iedereen roddelt over ons en roept me na.

Stiekem

Omdat ik niet wil dat mij overkomt wat mijn zus is overkomen, neem ik deel een project voor tienermeisjes uit de gemeenschappen. Daardoor gaat het nu iets beter met me. Beetje bij beetje leer ik voor mezelf op te komen. Ik leer dat ik zelf mag beslissen over mijn lichaam. Soms draag ik nu zelfs een short of een rokje. Ik moet me niet laten tegenhouden door de reacties van anderen. Ik moet me niet bedekken uit angst.

Ook leer ik dat het ook geweld is wanneer mensen je bijnamen geven of nare dingen naar je roepen. Ik had nog nooit van verbaal geweld gehoord. Nu durf ik daarop te reageren. Ik zeg dat ik respect verdien en het moet ophouden. Er staat nog maar één workshop op het programma en dan is het project afgelopen. Van mijn vader mag ik niet naar de workshops komen. Hij is een erg bazige man. Gelukkig slaat hij ons amper, maar met hem valt er niet te praten. Ik spreek hem nooit. Dus kom ik nu stiekem naar de workshops. Maar ik moet ze meemaken, allemaal. Ik heb recht op een beter leven.

- Fernanda, een veertienjarige Nicaraguaanse

'Adolescentes Exitosas y Protegidas'

Fernanda is één van de honderd tienermeisjes uit Somoto die deelnemen aan het project 'Adolescentes Exitosas y Protegidas', oftewel 'Succesvolle en Beschermde Jongeren'. Overal in het land heeft Movimiento Comunal Nicaragüense, de lokale partner van FOS in Nicaragua, soortgelijke programma's lopen.

Via allerlei workshops leren de tienermeisjes in de projecten over seksuele en reproductieve rechten, gendergelijkheid en geweld. Ze leren opkomen voor zichzelf, leren over economie, leren zelfs over affectie. Ze krijgen liefde, iets wat ze thuis vaak niet krijgen. Veel vrouwen en meisjes sterven aan depressies in de gemeenschappen en erg verwonderlijk is dat helaas niet. Van kleins af aan krijgen meisjes te horen dat ze niet naar school mogen, geen toekomst hebben, beter maar zo min mogelijk het huis verlaten. Dat het niet nodig is dat ze leren lezen of schrijven. Ze worden de grond in geboord door buschauffeurs, betast op het werk, mishandeld thuis. Stap voor stap hopen FOS en MCN via de projecten het seksisme in Nicaragua aan te pakken.

Dit artikel is geschreven door Maxime Degroote, die stage loopt bij MCN, de Movimiento Comunal Nicaraguense.