about
Toon menu

‘Oem(ma)’, Waarom leven wij? Over radicalisering in Noord-Afrika en de link met het neoliberalisme

zondag 12 februari 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Het is 10 juli 1973 in de toenmalige Tsjecho-Slowaakse Socialistische Republiek (CSSR). Olga Hepnarova neemt op deze dag de beslissing om met haar truck verschillende mensen aan te rijden op de stoep in Praag. De balans is zwaar, acht doden en twaalf gewonden. Regisseurs Thomas Weinreb en Petr Kazda brachten deze gebeurtenis terug onder de aandacht, onder meer op het filmfestival van Gent, met hun nieuwe film ‘Ja, Olga Hepnarova’ (2016). Hierin wilden ze duidelijk maken dat Olga psychische problemen had en zich niet op haar plaats voelde in de samenleving. Zelfmoord plegen kon ze niet. Daarom aanvaardde ze liever de doodstraf, aangezien haar daad haar enige vorm van voldoening schonk. Haar actie was een vorm van wraak tegenover de samenleving die haar, naar haar gevoel, zo enorm haatte. Ze liet dit allemaal weten in de twee brieven die ze net voor de aanslag verzond naar twee verschillende kranten.

Dit verhaal zal de meeste mensen ook aan andere, recentere gebeurtenissen doen denken. Het is niet alleen de toevallige overeenkomst in uitvoering, namelijk het gebruik van een vrachtwagen zoals in Nice of Berlijn, waardoor de link wordt gelegd met de recentere aanslagen van geradicaliseerde jongeren. Doorheen het verhaal van Olga zijn de linken subtiel, maar duidelijk aanwezig.

We horen vaak in de media na een aanslag dat de persoon in kwestie psychische problemen had, teruggetrokken leefde of geen affectie met het leven had. Denk hierbij aan de man die op 14 juli in Nice inreed op een groep mensen of aan de asielzoeker die een paar dagen later in Duitsland op de trein tekeerging met een bijl.

Onthechting in Noord-Afrika

Het debat hierover woedt enorm in heel West-Europa, maar ook daarbuiten. Na de recentere aanslagen in Tunesië zie je dat daar eenzelfde debat opwelt als hier. De onthechting van de samenleving kent tijd noch plaats.

In maart en juni van 2015 werden twee aanslagen gepleegd door IS op Tunesisch grondgebied. Eén op het Bardomuseum in de voorstad van de stad Tunis en de andere in de badplaats Sousse waarbij voornamelijk toeristen omkwamen. Deze twee aanslagen hebben ook daar de gemoederen verontrust. Daarbij staat Tunesië ook nog eens met stip op de eerste plaats wat betreft het absolute aantal Syriëstrijders.

Deze cijfers zijn natuurlijk geen echte, betrouwbare bronnen in welke mate een land geradicaliseerd is, maar in dit artikel wordt er voornamelijk gefocust op radicalisering binnen een verder functionerende samenleving. Dit is dan ook een belangrijk verschil met landen als Libië en Syrië waar IS een machtsvacuüm probeert op te vullen. Dit cijfer kan slechts een indicator zijn voor het probleem dat zich momenteel in de Tunesische samenleving bevindt. Het is ook zo dat aanslagen meestal gepleegd worden door ‘lokale’ personen, binnen wat zij als hun samenleving percipiëren. Zo was de dader in Sousse een drieëntwintigjarige student die Tunesië nog niet verlaten had.

De vraag is daarom waarom dit net in Tunesië zo een groot probleem lijkt te vormen. Eerst en vooral, Tunesië is niet het enige land  in Noord-Afrika dat met deze problemen te kampen heeft, ook Marokko staat in de top drie van meeste Syriëstrijders en had reeds in 2003 een Islamistische aanslag te verwerken.

Toch lijkt het vreemd aangezien Tunesië het land is dat het ‘beste’ uit de Arabische Lente is gekomen en waar zich enige vormen van democratische ontwikkeling hebben plaatsgevonden. Tunesië heeft een functionerend parlement en een civil society waar meningsverschillen en ideologische breuklijnen niet met wapens worden uitgevochten.

De vraag is of dit wel zo een grote rol speelt. Wanneer het tegenwoordig over Noord-Afrika of het Midden-Oosten gaat in de media dan wordt er maar al te snel een link gezocht met de Arabische Lente. Deze reflex is niet abnormaal, maar het is belangrijk om deze in verband te brengen met diepere en structurele problemen die de landen kenmerken.

De Arabische Lente heeft bijvoorbeeld weinig weerklank gekregen in Marokko, waar slechts enkele (kleinere) democratiserende maatregelen doorgevoerd zijn op bevel van koning Mohammed VI.

Beide landen hebben hierin een totaal ander proces doorlopen, maar kampen toch met hetzelfde probleem. Wanneer we even de ooglappen afzetten en in een andere richting kijken, merk je snel een trend op die zich al verschillende decennia in de Noord-Afrikaanse regio doorzet: het neoliberaliseren van de economie en de samenleving. Hierbij wordt de economie geprivatiseerd, sociale ondersteuning langzaam afgezwakt en groeit zo de kloof tussen arm en rijk.

De Arabische lente betekende een nieuw begin voor Tunesië, maar ondertussen is de oude elite terug aan de macht en zijn de beloftes tot economische hervormingen door de partijen grotendeels niet nagekomen. In zo goed als alle landen is de Arabische Lente in eerste instantie echter ontstaan uit economische grieven en dat mag niet zomaar vergeten worden. Het creëerde een desillusie bij een deel van de bevolking.

Sinds de opstanden is Tunesië namelijk in een economische crisis beland met een werkloosheidsgehalte dat rond de vijftien procent schommelde (en zoals je zo vaak ziet, waren de cijfers voor de jeugd nog schrikbarender) en de overheidsschuld scheerde hoge toppen. Op dat moment was het de gebruikelijke groep van het IMF en de Wereldbank, samen met de Verenigde Staten, die een programma op tafel hebben gelegd voor goedkope leningen in ruil voor economische liberaliseringen. Dit terwijl het net deze neoliberale logica is geweest die de laatste vijfentwintig jaar onder, de toen nog door het IMF geprezen, Ben Ali de staatsschuld zo enorm heeft laten oplopen. Op het einde van zijn mandaat liet Ben Ali een land achter met een gigantische overheidsschuld, werkloosheid en vernauwde en slecht functionerende sociale overheidsdiensten, zoals onderwijs en gezondheidszorg.[1]

Dit vergroot enerzijds de kloof tussen arm en rijk in het land, maar zorgt er anderzijds ook voor dat er geen vangnet meer bestaat voor de mensen die tussen de mazen van het neoliberale net vallen.

De radicale verliezer

Om de link nog verder te verduidelijken tussen neoliberalisering en radicalisering, gaan we te rade bij de Duitse schrijver Hans Magnus Enzensberger. Hij legde reeds in 2005 de link tussen deze twee onderwerpen in zijn essay in Der Spiegel, ‘The Terrorist Mindset: The Radical Loser’[2].

De radicale verliezer vindt zijn oorsprong in grote veranderingen of ontwikkelingen binnen de samenleving, waarbij er winnaars en verliezers zijn. In het kamp van de verliezers ontstaat een soort haat ten opzichte van de wereld en zij voelen deze als wederzijds aan. Wanneer blijkt dat de samenleving hem niet wil helpen, zondert hij zich af van de gemeenschap en keert hij in zichzelf. Aangezien hij geen zin meer ziet in de samenleving, die hem de rug heeft toegekeerd, gaat hij op zoek naar een nieuw doel in zijn leven. Op dat moment is men vatbaarder voor extremere ideeën die de samenleving, net zoals hem, verwerpen. Enzensberger haalt in zijn artikel onder andere het Nationaal Socialisme, het Zionisme en de Klu Klux Klan aan. Ook Olga past hier in het rijtje, als radicale verliezer wegens haar seksuele voorkeur binnen een kille en asociale omgeving. De huidige toestand van de wereld in acht genomen, vinden we de radicale verliezer momenteel vooral terug bij de extremistische Islamitische groeperingen.

Op basis van Enzensbergers idee is de link met radicalisering in de Noord-Afrikaanse regio duidelijk. De neoliberale ontwikkelingen en de afbrokkeling van het sociale stelsel zijn hiermee een uitgangspunt voor de radicalisering van een bepaald deel van de samenleving.
Zoals vele economen en politieke wetenschappers beweren, wordt er hierdoor ongelijkheid gecreëerd binnen de samenleving. Wanneer deze dan ook nog eens fysiek duidelijk wordt, krijg je een onthechte samenleving (als je nog van samenleven kan spreken). Dit zie je in Marokko waar mensen uit hun huis worden gezet en naar de buitenwijken verbannen worden om plaats te maken voor megaprojecten voor de rijken waar zij niet eens mogen komen.

De ‘loser-home’ uit het artikel is hier een belangrijke volgende stap naar radicalisering. In de kwetsbare positie van radicale verliezer vindt hij een zogenaamd ‘loser-home’ in extreme ideologieën. Op dat punt wordt hij gesocialiseerd door de radicale prediker en zal hij hier een nieuwe thuis vinden en deze in zich beginnen opnemen als een manier om zijn loser-zijn te verantwoorden aan anderen en te accepteren naar zichzelf toe. Dit kan een gevaarlijke cocktail creëren.

Het gevolg hiervan, stelt Thomas Decreus, wanneer we van deze theorie uit gaan, is dat het niet de radicale ideologieën zijn die haat opwekken, maar het mensen met haat in zich zijn die zich tot deze theorieën aangetrokken zullen voelen. Dit zien we niet alleen bij zulke extremisten, maar ook bijvoorbeeld bij lonewolf schutters in Amerika. [3] Radicale verliezers en loser-homes zijn dus overal te vinden, het is niet gebonden aan een bepaalde tijd noch aan een bepaalde samenleving. Zowel Olga als extremisten waren het slachtoffer van een onoplettende samenleving.

 Hoe moeten we nu verder?

Net zoals Olga, in het begin van het artikel contact met de samenleving verloor, zie je dat ook hier de sleutelelementen een gebrek aan communicatie, mentale isolatie en haat zijn.

Eerst en vooral is het natuurlijk belangrijk om te benadrukken dat er nog zeer veel andere factoren zijn die radicalisering gaan beïnvloeden en verklaren waarom Tunesië en Marokko zo hoog op de lijst van Syrië-strijders staat. Maar deze sociale onthechting die in de hand wordt gewerkt door de neoliberale ontwikkelingen, zijn de vruchtbare bodem waaruit radicalisering groeit.  Als we er even van uit gaan dat de globalisering die momenteel reeds gecreëerd is niet zomaar omkeerbaar is, kunnen er nog steeds verschillende maatregelen genomen worden. Een bepaalde vorm van sociale isolatie of vervreemding zal altijd aanwezig zijn binnen een samenleving. Het is dan ook voor een samenleving (en zeker die in Marokko of Tunesië) belangrijk dat er naar het volk geluisterd wordt en ook naar bepaalde minderheidsgroepen hierbinnen.

Radicalisering wordt te vaak pas achteraf en repressief aangepakt. Er wordt te weinig nagedacht over een oplossing die het probleem bij de wortel aanpakt. De reden hiervoor is dat er een grondige mentaliteitswissel zal moeten plaatsvinden. De neoliberale ontwikkelingen moeten gestopt worden en plaatsmaken voor een inclusiever project. Er moet komaf gemaakt worden met de kloof tussen arm en rijk die ze creëert en de ontwikkeling van een verpauperd proletariaat moet tegengegaan worden. De verliezers van de globalisering moeten in een samenleving terechtkomen waar ze worden opgevangen door middel van ziektezorg, educatie en werk. Zeker in de Noord-Afrikaanse landen, zoals Marokko en Tunesië, is het belangrijk dat er ontwikkeling gecreëerd wordt op mensenmaat en deze niet enkel ten goede komt van één bepaalde klasse zoals de laatste paar decennia gebeurd is.

Hiermee rijst al snel de gekende uitspraak van Lode Zielens: ‘Moeder, waarom leven wij?’. De radicale verliezer zal die vraag stellen aan zijn familie zowel als aan de samenleving. Vaak blijft het antwoord hem schuldig, laten we hem helpen om deze te vinden.


[1] Martinez, K. S. (19 maart 2015). New Beginnings with the Same Old Economic Reforms. Muftah. Geraadpleegd op http://muftah.org/new-beginnings-with-the-same-old-economic-reforms-in-tunisia/#.WEKLwKLhDfZ op 27 november 2016.

[2] Enzensberger, H. M. (20 december 2006). The Terrorist Mindset: The Radical Loser. Der Spiegel. Geraadpleegd op  http://www.spiegel.de/international/spiegel/the-terrorist-mindset-the-radical-loser-a-451379.html op 12 november 2016.

[3] Decreus, T. (13 juni 2016). Bloedbad Orlando: de Terreur van de Radicale Verliezer. De Wereld Morgen. Geraadpleegd op http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2016/06/13/bloedbad-orlando-de-terreur-van-radicale-verliezers op 12 november 2016.