about
Toon menu

Zwarte Piet, schijnbaar non-debat?

zondag 2 december 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Menselijke dierentuin. Expo '58. Copyright Koninklijk Museum voor Midden-Afrika

In deze blogpost tracht ik aan te tonen dat de argumentatie van de publieke opinie in een actueel debat zoals over ‘Zwarte Piet’ vaak een eerder krampachtige poging bevat om het ‘ behoud van de eigen culturele identiteit ’ te garanderen. Zo blijkt dat de argumentatie veelal eng wordt opgebouwd, met eerder cultureel en identitair geörienteerde componenten. Rutten (2018) noemt dit fenomeen  ‘ de culturalisering van actuele debatten ’. Daarbij dreigt de structurele sociale uitsluiting van burgers met meer zichtbare etnisch-cultureel diverse roots onderbelicht te geraken.

In deze post verbind ik dit fenomeen met ons koloniaal verleden en heb ik oog voor het vraagstuk ‘ hoe kunnen we stereotypen in beweging brengen? ‘, zoals Chokri Ben Chikha deed in zijn Doctoraatsonderzoek over les Zoos humains. Als leidraad benut ik een analyse van het perspectief op identiteit vanuit meerdere artikels, uit diverse kranten, tijdschriften en kwaliteitsvolle websites.

Invloed koloniaal verleden op identiteit

Actuele debatten zoals dat over Zwarte Piet, kunnen een bepaald perspectief bieden op onze identiteit, met inbegrip van ons koloniale verleden. Ik zou de enigszins gedurfde stelling willen poneren dat ‘ zolang België niet in het reine komt met zijn koloniale verleden, de invloed van het koloniale verleden op identiteit een actueel thema zal blijven ’. Immers, hoe kunnen wij als samenleving verklaren dat burgers met minder zichtbare etnisch-cultureel diverse roots veelal geen onderdrukkende post-koloniale elementen in Zwarte Piet bespeuren, terwijl diezelfde groep burgers veelal eerder weigerachtig staat tegenover het dragen van de hoofddoek in publieke functies? (het publiek dragen van een hoofddoek zie ik als een sociaal recht van vrouwen)

 In opniestukken en artikels van mensen met etnisch-diverse, bijvoorbeeld Congolese, roots worden vaak verbanden gelegd met actuele thema’s. Op die manier blijft de omgang met ‘ dat koloniale verleden ‘ en de instandhouding van bepaalde stereotypen actueel. Dat is onder meer het geval in een artikel van Dr. Bambi Ceuppens, verbonden aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, in de krant De Standaard. Het verscheen onder de titel ‘ Wit en zwart zijn geen kleuren ‘ (DS,26/11/05). Daarin stelt de auteur dat ‘in de meeste maatschappijen sociale conventies, en niet biologische of fysieke feiten, sociale identiteiten bepalen.’ Daarnaast beoogt Ceuppens dat ‘Europeanen doorgaans wit niet en zwart wel als een kleur beschouwen (optisch zijn ze het geen van beide). 'Blank' vervangen door 'wit' verandert daar niets aan; toegeven dat alle mensen een kleur hebben mogelijk wel (optisch zijn 'blanken' immers niet echt wit en 'zwarten' niet echt zwart).’

Impliciet komt het actuele Zwarte Pieten-debat hier aan bod. Ogenschijnlijke details zoals Ceuppens’ beschrijving van de perceptie van ‘ de kleur ‘ door gewoonlijk Europese burgers, verwijzen mogelijk naar dieper verankerde stereotypen. Immers, ‘ De oorsprong van woorden zoals 'negers', 'zwart' en 'blank' zijn al even onlosmakelijk verbonden met het koloniale verleden als monumenten ter ere van Leopold II en zijn pioniers in Congo ‘, aldus Ceuppens. Volgens mij wijst de auteur op een fundamentele ongelijkheid die de kijk van burgers met minder zichtbare etnisch-culturele diverse roots op hun medeburgers met meer zichtbare etnisch-cultureel diverse roots dreigt te kleuren.

Hoewel dit perceptie-vraagstuk eerder culturele en identitaire elementen bevat , betoogt Ceuppens dat een onderzoek van het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding uit 2011 aantoont dat burgers met Congolese roots in België – als  derde grootste niet-Europese minderheid van het land – er de hoogste opleidingsgraad met de hoogste werkloosheidsgraad combineren. ‘ Er is verder onderzoek nodig om die paradox te analyseren ’ , aldus Ceuppens, ‘ maar vele Congolezen stellen dat ze geen baan in overeenstemming met hun kwalificaties zouden kunnen krijgen, omdat ‘oude’ Belgen liever geen Congolese baas zouden willen en Congolese werknemers alleen zouden kunnen aanvaarden in een ondergeschikte positie. Zoals knechten. Zoals Zwarte Pieten. (Kif Kif, 2013). Kunnen we stellen dat een krampachtig vasthouden aan de eigen identiteit de sociale uitsluiting van bepaalde groepen burgers in de hand werkt? En dat opiniemakers die Zwarte Piet een non-issue vinden, zichzelf in slaap dreigen te wiegen? (Kif Kif, 2013).

Wat als de Congolese onafhankelijkheid nooit had plaatsgevonden? Waren wij dan allen Belgo-congolees , of Congo-belg? Deze vraag zou een voorbeeld kunnen zijn van het verengen van een eerder politieke discussie tot een veeleer culturele of identitaire discussie. Postdoctoraal onderzoeker (FWO) aan de Universiteit Antwerpen, Matthias De Groof schreef een opiniestuk in De Morgen van 30 juni 2017 onder de titel ‘Was de Congolese onafhankelijkheid een goed idee?’ Hij stelt:  ‘De strijd van Lumumba was er een van gelijke rechten, tot het moment dat hij begreep dat deze rechten de Congolese bevolking nooit gegund zouden worden bínnen het koloniale systeem. Hij moest er dus wel buiten’.

Gaandeweg het artikel wordt duidelijk dat De Groof met zijn opiniestuk een appèl wil doen aan onze samenleving om stil te staan bij de behandeling van burgers van wie de aanwezigheid rechtstreeks of onrechtstreeks een voortvloeisel is van onze Europese koloniale geschiedenis. Hij is voorstander van gelijkheid in de praxis. Hij fantaseert erover dat indien de Congolese onafhankelijkheid nooit had plaatsgevonden, de Congolese regering meer zeggenschap had gehad over pakweg ons asielzoekersbeleid. De Groof stelt verder dat racisme zowel vandaag als ten tijde van de kolonisering de norm is. (Een slotbeschouwing die ook Dr. Ceuppens in haar analyses maakt.) We beschouwen Congolezen – op identitair vlak - nog altijd niet als onze gelijken, aldus de auteur. Of hoe een schijnbaar identitaire kwestie – waartoe we de Zwarte Pieten-discussie wellicht mogen rekenen -  structurele uitsluiting in de hand dreigt te werken, en mogelijk post-koloniale elementen bevat.

Bovendien is er – bijna zestig jaar na de onafhankelijkheid van Congo – misschien nog nood aan een Waarheidscommissie zoals die in Zuid-Afrika werd ingesteld na de afschaffing van Apartheid. Dit, bij wijze van poging tot genezing van het trauma als gevolg van de miljoenen Congolezen die onder het koloniale bewind het leven lieten. Meteen zou ook deze gruwelijke misdaad tegen de mensheid kunnen doordringen tot het collectieve geheugen van ‘ de Belg ‘.

Jinnih Beels stelt in het artikel ‘Identiteit met een kleurtje’ (DS, 13/10) dat “Zwarte Piet, cartooneske afbeeldingen van zwarten als apen, culturele toe-eigening, antiracisme …” allemaal zaken zijn die door een minderheid worden aangekaart, hopend op een stukje menswaardigheid, en die worden afgedaan als onzin, als een uit de hand gelopen identiteitspolitiek. Ze worden beschouwd als ondergeschikt aan andere, ‘echte’ maatschappelijke problemen.”

 Volgens Chokri Ben Chikha is het van fundamenteel belang om via diverse kunstvormen en via ‘ het speelbaar maken van de samenleving ‘ (de samenleving inclusief actuele debatten) stereotypen in beweging te zetten. Via het spelen met de grens tussen fictie en realiteit worden bepaalde machtsverhoudingen aan de kaak gesteld. ‘ Eerder politiek conservatief geïnspireerden zullen een bepaald soort humor veelal niet smaken ‘, aldus Ben Chikha.

Slotbeschouwing

Sociale uitsluiting, zoals aantoonbare discriminatie op de arbeidsmarkt, overstijgt cultureel en identitair geladen debatten, zoals dat omtrent Zwarte Piet. Laten we diverse auteurs aan het woord, inclusief auteurs met diverse etnisch-culturele roots, dan merken we dat onder die geculturaliseerde debatten veelal structurele uitsluitingsmechanismen schuilgaan. Die dreigen bepaalde groepen burgers – inclusief burgers met Congolese roots – systematisch te kort te doen in onze samenleving. De gevoeligheid van burgers met diverse etnisch-culturele roots voor schijnbare non-debatten (zoals het Zwart-Pieten-debat), blijkt een veel diepere lading te dekken dan dat de publieke opinie voor lief neemt.

 Sociaal-culturele werkers moeten volgens mij mee aan de kar trekken, en deze schijnbare non-debatten zoals dat over Zwarte Piet, mee op de politieke agenda zetten. Via sensibilisatie gekoppeld aan het al dan niet gebruik van kunst-methodieken. Een debat zoals dat over Zwarte Piet gaat inderdaad eveneens wel over identiteit, maar dan in het bijzonder over een gekwetste identiteit. Een identiteit van een specifieke groep burgers die nog altijd met fundamentele ongelijkheidsmechanismen te maken krijgt.


https://www.canvas.be/kinderen-van-de-kolonie

Literatuurlijst

Bourgonjon, J., & Rutten, K. (2017). Debat Identiteit 2017. UGent

Bourgonjon, J. & Ben Chikha, C. (2017). Debat Identiteit 2017. UGent

De Morgen (2017). Was de Congolese onafhankelijkheid een goed idee? [Persartikel]. Geraadpleegd op https://www.demorgen.be/opinie/was-de-congolese-onafhankelijkheid-een-goed-idee-b5d7fe80/

De Standaard (2017). Identiteit met een kleurtje. [Persartikel]. Geraadpleegd op http://www.standaard.be/cnt/dmf20171013_03129533

De Standaard (2005). Wit en zwart zijn geen kleuren. [Persartikel]. Geraadpleegd op http://www.standaard.be/cnt/ge8kqmpt

Kif kif (2013). Opiniemakers die Zwarte Piet een non-issue vinden, wiegen zichzelf in slaap. [Artikel]. Geraadpleegd op http://www.kifkif.be/actua/opiniemakers-die-zwarte-piet-een-non-issue-vinden-wiegen-zichzelf-in-slaap