about
Toon menu

Grondwerk voor een totaalbeleving van de sociale stad

zaterdag 19 mei 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.



May 19

Grondwerk voor een totaalbeleving van de sociale stad

Figuur 1. Overgenomen van [Website Klara] (2017), by Klara. Copyright 2017 by Tim Dirven . Geraadpleegd op https://klara.be/250-gram-eten-ruil-voor-drie-dagen-grondwerk


Grondwerk (2017) voor een totaalbeleving van de sociale stad

22/06/18 - 18:00uGRONDWERK Kaaitheater - Brussel
23/06/18 - 15:00uGRONDWERK Kaaitheater - Brussel
24/06/18 - 15:00uGRONDWERK Kaaitheater - Brussel


Inleiding
Als stadsresident in de Gentse Vooruit verzamelde  Lucinda Ra – een collectief van theatermakers, beeldend kunstenaars en jazzmuzikanten – samen met tekenares Sofie Van der Linden de afgelopen jaren heel wat expertise rond armoede, precair wonen, psychiatrie en een sociale stad (Ugent, 2017). Dat alles werd samengebald in een driedaagse, een onderzoek, een atelier: Grondwerk (De Vooruit, 2017). Het collectief omschrijft het zelf als : “ Een favela “ (Klara, 2017). De uitnodiging van professor Griet Roets om aan Grondwerk deel te nemen, aanvaardde ik in dank. Meer dan ‘250 gram eten’ moest er niet worden meegebracht. “Kwestie van het voor iedereen toelaatbaar te maken”, aldus actrice Barbara Claes. De vraag die het collectief zich stelde: “ Wat zou een sociale stad kunnen zijn?” , mondde uit in een totaalbeleving. (Ugent, 2017)

Figuur 2. ' En we zongen vol overtuiging: '


Vrijdag 21 april: Het kind
Het onderwerp van de dag werd luchtig ingeluid met het fantastische kinderkoor van Wim Claeys & De Stemband, en in bittere ernst met een aangrijpende documentaire over de vondelingenschuif.
Koen Baeten legde in zijn presentatie een causaal verband tussen een psychoanalytisch ontwikkelingsmodel en mogelijk afwijkend gedrag. Verstoringen in de fallische fase zouden fatale gevolgen kunnen hebben voor het betrokken kind. Deze denkpiste kwam nogal fatalistisch over. Op mijn vraag of de maatschappelijke context en sociale uitsluitingsmechanismen ook een rol kunnen spelen bij gedrag dat als ‘afwijkend’ wordt gepercipieerd, antwoordde Baeten enigszins afgemeten: “ De maatschappij treft eigenlijk geen schuld, want wij zijn de maatschappij”.


In de Domzaal werden tijdens Grondwerk stadsplattegronden tentoongesteld van Sao Paolo - inclusief favela’s -, dit in het kader van de gezamenlijke master thesis trilogy 'Occupying Central São Paulo' aan de KU Leuven (Bosmans, De Beukelaer, Monteiro & van den Eynde). Ze gaven een mondiale toets aan de totaalvoorstelling en deden me spontaan denken aan de Sustainable Development Goals (SDGs). Die volgden - in 2015 - de Millenium Development Goals (MDGs) op. Ze bieden een raamwerk om wereldwijd te werken aan prangende mondiale vraagstukken. (UN, 2017). De allereerste van de zeventien doelen luidt: “No Poverty” (UN, 2017). Het is eerder onduidelijk van welk ‘schuldverklaringsmodel’ van armoede (zie infra) wordt uitgegaan (Netwerk tegen Armoede, 2015). Het elfde doel luidt “Sustainable cities en communities”, waarbij “Cities are hubs for ideas, commerce, culture, science, productivity, social development and much more. At their best, cities have enabled people to advance socially and economically. (UN, 2017).
De vraag die Grondwerk zich a priori stelde : “ Wat zou een sociale stad kunnen zijn? “, sluit naadloos aan bij dit elfde doel .


Als afsluiter van de eerste avond werd het publiek uitgenodigd om onder een groot doek te gaan liggen. Daarop was een fictieve, sociale stad afgebeeld, een beetje naar het voorbeeld van Dogville in de gelijknamige film van Lars Von Trier (2003): een set waarbij de huizen worden aangegeven door lijnen op de grond. Een plaats om rustig te mijmeren over de ideale, sociale stad, waar sociale gelijkheid en onderlinge solidariteit vanzelfsprekend zijn. Ook voor kinderen.

Figuur 4. Overgenomen van [Web log post Grondwerk]. Copyright 2017 by Mario Debaene. Geraadpleegd op https://grondwerkblog.wordpress.com/2017/04/28/grondwerk-gent-in-beeld/


Tijdens de totaalvoorstelling werd echter duidelijk dat betekenisconstructies als sociale ongelijkheid en sociale uitsluiting vandaag nog altijd sociale onrechtvaardigheid in stand houden. Dit punt verdient verdere uitwerking. Als specifieke insteek gebruik ik ondermeer precair wonen.


Zaterdag 22 april: Wonen en werken
Zowel het Lucinda Ra collectief als sociologe Isabelle Pannecoucke hadden het op de tweede dag van de voorstelling over precair wonen (Grondwerk, 2017). Doorgaans stellen OCMW’s woningen ter beschikking voor mensen in crisissituaties (Maeseele & De Bruycker, 2017). Wie een laag inkomen heeft of tijdelijk in de knoei zit, kan aanspraak maken op een sociale woning. Pannecoucke (2017) stelt echter dat er discriminatie plaatsvindt bij bepaalde sociale groepen. Sociale ongelijkheid zou in een aantal gevallen leiden tot sociale uitsluiting. Wonen na een verblijf in de bijzondere jeugdzorg, de gevangenis en de psychiatrie zou discriminatie op de sociale woningmarkt in de hand werken. (Grondwerk, 2017). Pannecoucke schreef er samen met collega’s ook een boek over: De Moeilijke Oversteek (De Decker, P., Meeus, B., Pannecoucke, I. & Verstraete, J., 2014) . Bleri Lleshi (2014) stelt eveneens dat sociale ongelijkheid uitsluiting en armoede reproduceert.


Sociale ongelijkheid en sociale uitsluiting zijn twee waardegeladen en dus geconstrueerde concepten. Bouverne-De Bie (2015) poneert dat zowel over- als onderschatting van sociale problemen aangeeft dat de constructie van probleemdefinities ingegeven wordt door de sociale bril van waaruit naar probleemdefinities wordt gekeken. Een uitdaging en tevens valkuil hierbij is dat elke omschrijving van armoede – en ruimer gezien elke constructie van een sociaal probleem – een waardeoordeel impliceert (Bouverne-De Bie). Zich als professional in de social profit sector bewust zijn van deze waardeoordelen dringt zich op.


Historisch intermezzo
Na WO II (heropbouw) wordt de verzorgingsstaat geconcipieerd, gericht op basiswaarden van de democratie: vrijheid, gelijkheid, solidariteit. Pas dan wordt sociale ongelijkheid bij ons geproblematiseerd (Roets, 2017). Vandaag wint volgend discours opnieuw terrein: ‘Voor wat, hoort wat’: geen rechten zonder plichten. Waarbij een terugslag naar sociaal contractdenken niet ondenkbaar is. Filosofen als Hobbes (16de- 17de eeuw), Locke (17de-18de eeuw), Rousseau (18de eeuw) en Rawls (20ste-21ste eeuw) lieten er al hun licht over schijnen. Basis van het sociaal contractdenken is dat alleen het individu  verantwoordelijk wordt geacht voor individueel en collectief welzijn (Roets, 2017). Als je als individu onrechtstreeks verantwoordelijk wordt gesteld voor je armoedesituatie, dan behoor je al snel tot een restgroep van the undeserving poor. Een restgroep die de tegenhanger wordt van the deserving poor, gebaseerd op ‘goed burgerschap’. (Roets, 2017)


 Een sociaal beleid veronderstelt echter een herverdeling van hulpbronnen en macht om armoede en sociale ongelijkheid structureel te bestrijden. (Roets, 2017). Een sociaal contract tussen individu en overheid blijkt doorheen de geschiedenis immers niet te volstaan om armoede in te dijken. Een toename van sociale uitsluiting op basis van sociale ongelijkheid kan dus in de toekomst een belangrijk struikelblok zijn. Of hoe het ‘Eigen schuld, dikke bult’ mantra de betekenis van sociale ongelijkheid en uitsluiting vandaag opnieuw dreigt in te kleuren (Lleshi, 2014).


Sociale grondrechten
Dominique Willaert, coördinator van de sociaal-artistieke organisatie Victoria Deluxe –waar ikzelf ooit mijn eerste stage liep - vroeg Pannecoucke of de sector Samenlevingsopbouw het recht op wonen grondwettelijk kan afdwingen (Grondwerk, 2017). Immers, volgens de Organieke Wet van ’76 van de OCMW’s heeft elke persoon  recht op maatschappelijke dienstverlening. Die heeft tot doel om iedereen de mogelijkheid te geven om een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid, aldus Thomas Maeseele en Trees De Bruycker. In de Grondwet (artikel 23 en 24) is het recht op maatschappelijke dienstverlening opgenomen als sociaal grondrecht (Degerickx, 2017). Net zoals het recht op wonen, energie en water. Of het recht op een menswaardig inkomen (Netwerk tegen Armoede). Pannecoucke stelde dat dit in de praktijk een complexe opdracht is.


De sociale huurmarkt zou soelaas kunnen brengen wanneer het recht op wonen in gevaar is. Helaas is er al jaren een tekort aan sociale woningen. (Samenlevingsopbouw, 2016). In ieder geval gaat sociale uitsluiting gepaard met een aaneenschakeling van uitsluitingen: de éne brengt de andere met zich mee. Een kind dat in een krot woont, heeft vaak geen plaats om zijn huiswerk te maken. Wie niet meekan in het onderwijs vindt moeilijk de weg naar werk. Werkloosheid geeft stress en zorgt voor een laag zelfbeeld. Dat is dan weer niet bevorderlijk voor de gezondheid… Die verwevenheid van uitsluitingen maakt dat mensen er maar moeilijk kunnen aan ontsnappen. (Netwerk tegen Armoede). Of zoals Vranken (2004) stelt: “Armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt de arme van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.” (Vranken, 2004).


Armoede als sociaal probleem
  Armoede als sociaal probleem kan vanuit twee verschillende uitgangspunten worden bekeken. Er is het maatschappelijk ongevalmodel (Netwerk tegen Armoede), dat tijdelijke problemen in de samenleving als oorzaak van armoede ziet. Het kan daarbij gaan om een economische crisis. Anderzijds kan men uitgaan van het maatschappelijk schuldmodel. Dit model ziet armoede als een structureel probleem (Netwerk tegen Armoede). De samenleving zelf draagt er structureel mee verantwoordelijkheid voor armoedesituaties. Geen van beide modellen kan buiten beschouwing blijven als het gaat om het duiden van de institutionele aanpak van armoede als sociaal probleem. Bovendien kunnen instituties en voorzieningen mensen ongewild in een afhankelijke positie dwingen. En dreigen ze door hun ontoegankelijkheid of bureaucratische procedures mensen verder in de armoede te duwen.
In de voorstelling  van Pannecoucke  kwam naar voren dat de oversteek naar een zelfstandige woonsituatie in het beste geval het resultaat is van het beëindigen van een lang of kort verblijf in een residentiële instelling. Dit gebeurt vandaag nochtans in een context waarin deze instellingen meer en meer ‘de‐institutionaliseren’: sommige gedetineerden zitten met een enkelband een gedeelte van hun straf uit in hun eigen woning, bepaalde psychiatrische patiënten krijgen psychiatrische zorg thuis en een grote groep jongeren dient op zeer jonge leeftijd zelfstandig te gaan wonen waarbij de hulp van ‘begeleid zelfstandig wonen’ wordt ingeroepen. (Grondwerk, 2017).


Die evolutie wordt omschreven als de ‘vermaatschappelijking’ van de zorg (De Decker, P., Meeus, B., Pannecoucke, I. & Verstraete, J., 2014). Men kan ervan uitgaan dat in een eerder innovatieve benadering vermaatschappelijking staat voor het streven naar een nieuwe politieke en bestuurlijke cultuur waarin het niet gaat om het betrekken van burgers bij het bestuur, wel omgekeerd: het scherper betrekken van het bestuur bij wat maatschappelijk leeft en bij de wijze waarop burgers zelf met elkaar vorm geven aan de samenleving (De Rynck & Suykens, 2008). In ieder geval leidt de vermaatschappelijking van de zorg vandaag nog niet altijd tot het wegwerken van sociale ongelijkheid en sociale uitsluiting als het bijvoorbeeld gaat om sociale huisvesting. Bovendien stelden Grondwerk-sprekers Saskia Van Nieuwenhove (2017) en straathoekwerker Hans Bodyn (2017) dat de vermaatschappelijking van de zorg als valkuil heeft dat jongeren die uit de Bijzondere Jeugdzorg komen en meerderjarig worden, te snel op eigen benen moeten staan. En dat jongeren zoals Jordy (De Standaard, 2/09/16) - die overleed in zijn tentje op de Blaarmeersen nadat hij meerderjarig werd en niet meer welkom was in de instelling waar hij als minderjarige verbleef - niet altijd een netwerk hebben dat hen kan opvangen. (Grondwerk, 2017)


Even een - wellicht - gegronde zijsprong : Stel dat we twee sociale groepen op microniveau tegenover elkaar plaatsen. Een Belgisch gezin waarbij beide ouders werkloos zijn en een leefloon ontvangen van 1.156,53 euro netto per maand (Maeseele & De Bruycker) versus een gezin met twee inkomens dat per maand 4000 euro netto ter beschikking heeft. Hier definiëren we armoede inkomensgerelateerd, maar als we weten dat de armoedegrens voor een gezin met kinderen 2.256 euro netto per maand bedraagt (Netwerk tegen armoede), dan kunnen we ons voorstellen dat sociale ongelijkheid leidt tot sociale uitsluiting, waarbij de kans op een ondermaatse behuizing reëel wordt.
Er zijn bovendien ellenlange wachtlijsten voor sociale woningen. In een grootstad als Brussel – waar ik voltijds tewerk gesteld ben in het Onderwijscentrum Brussel - stonden er in 2013 41.000 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning (Lleshi, 2014). Hopelijk kan deze zijsprong mijn overtuiging dat ‘sociale ongelijkheid sociale uitsluiting in de hand werkt’, kracht bijzetten. Een bezoeker van Grondwerk vertelde me dat de mate waarin je van positie kan veranderen in de samenleving afhangt van sociale mobiliteit.Griet Roets stelt dan ook dat het bestrijden van sociale ongelijkheid nood heeft aan “ een beleid waarin mediërend gewerkt wordt om de mobiliteit te realiseren uit de armoede, van mensen die in armoede verzeilen  “ (Roets, 2017).


Zondag 23 april
Op zondag gaf socioloog Pascal De Decker aan dat de vergrijzing zorgt voor een nood aan aangepaste woningen waar zorg binnen handbereik is. Als je geen volledig pensioen bekomt, is het niet denkbeeldig dat je het prijskaartje van een aangepaste huurwoning inclusief zorg op maat niet kan betalen.
De uitvoering van een authentieke derwisjdans kwam als een verrassing. Het bijna eindeloze rond zichzelf draaien associeerde ik spontaan met de natuurlijke cyclus van leven en dood, en de driedaagse met de titel van de roman De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (Milan Kundera, 1984).
Samen met enkelen onder de ‘Tien getuigen” – die het geheel mee geobserveerd hadden – reflecteerde ik over de driedaagse. Zo vroeg ik me af of de kunstzinnige insteek van Grondwerk de behandelde, complexe thematieken draaglijker, ‘lichter’ maakte, in plaats van ondraaglijk licht. Door de kunstzinnige insteek wordt de pijn die je ervaart door het sociale onrecht waarmee je wordt geconfronteerd inderdaad draaglijker, vind ik. Zo ook bracht het opzetten van een soort Waarheidscommissie omtrent Jordy – ook al ontbraken vrienden of familie van Jordy zelf - met onder anderen Saskia Van Nieuwenhove (journaliste), Karel De Vos (jongerencentrum CIDAR) en Rudy Coddens (voorzitter OCMW Gent) enigszins een soort herstel. Ongemakkelijke waarheden werden er openlijk met het publiek besproken.




Enkele slotbeschouwingen
Even een terugblik op vakinhouden binnen de Master Sociaal Werk. In de sessie van 13 februari 2017 van dit keuzevak haalt Griet Roets Hartley Dean (2015) aan. Dean stelt immers: “ Armoede en sociale ongelijkheid impliceren dat mensen in armoede weliswaar formeel en politiek erkend zijn als burgers (politiek burgerschap), maar zich niet erkend voelen in praktijken van samenleven (sociaal burgerschap, cf. tweedeklasseburgers). Een inzicht dat ik graag meeneem naar mijn werkpraktijk waar ik actief ben als onderwijsondersteuner van jaartrajecten wereldburgerschap op school. Het problematiseren van deze discrepantie is weliswaar een zeer complexe en ambigue activiteit (Roets, 2017). Desalniettemin is het een gepriviligeerde positie voor het sociaal werk (Roets, 2017).
Hoe dan ook, bij een teruggrijpen naar een sociaal contractdenken waarbij het individu verantwoordelijk wordt geacht voor individueel en collectief welzijn (Roets, 2017), komen sociale grondrechten onder druk te staan. Het individueel schuldmodel (Netwerk tegen Armoede) loert om de hoek. Wie ervan overtuigd is dat de betekenisconstructies van sociale ongelijkheid en uitsluiting uit de periode van de Nachtwakersstaat (19de eeuw) – waar ordehandhaving het kernwoord was van het sociaal beleid en sociale ongelijkheid eerder niet geproblematiseerd werd -  achterhaald zijn, kan vandaag aan het denken worden gezet. Er zijn, bijvoorbeeld, de ambities van Staatssecretaris voor Armoedebestrijding Zuhal Demir om een armoedebeleid te installeren dat mikt op het veranderen van het gedrag van ‘de arme’, naar het voorbeeld van Angelsaksische landen (Het Nieuwsblad, 2017).


In ieder geval zou inzicht in deze historische constructies van sociale ongelijkheid en uitsluiting net kunnen aanzetten tot een sociale én gepolitiseerde armoedebestrijding. Waarbij een rechtenkader de belangrijkste referentie is (Roets, 2017); Willaert (DM, 26/05) omschrijft dit rechtenkader als: “Onze grondwet leert ons welke rechten – en dus niet alleen plichten – er als fundament van deze samenleving staan gebeiteld.” Binnen dit rechtenkader zouden oorzaken van de reproductie van armoede – zoals sociale ongelijkheid en sociale uitsluiting – terecht als sociaal probleem worden beschouwd. Grondwettelijk verankerde sociale grondrechten dienen immers serieus te worden genomen. Wat betreft precair wonen ijvert Samenlevingsopbouw Vlaanderen vzw voor een substantiële uitbreiding van het aanbod aan betaalbare, kwaliteitsvolle woningen op de private en de sociale woonmarkt (Samenlevingsopbouw, 2016). Als deze voorwaarde vervuld is, vermindert hopelijk ook de uitsluiting van kansengroepen op de woningmarkt. En staan we een stap dichter bij een sociale stad. Niettemin blijven onderzoekers zoals Pannecoucke, naar mijn mening terecht,  wijzen op de systematische uitsluitingsmechanismen van bepaalde kansengroepen op (de private én) de sociale huurwoningmarkt.


Zowel het maatschappelijk als het institutioneel schuldmodel – die armoede als een structureel probleem zien – bieden professionals enige aangrijpingspunten om sociaalpedagogische antwoorden te bieden op sociale vraagstukken (Netwerk tegen Armoede). “Een solidaire en rechtvaardige samenleving is mogelijk. Maar dan moet er wel voor gekozen worden door het beleid en door de samenleving. Dat betekent dat we de spelregels van onze samenleving moeten veranderen en werk maken van alternatieven” (Samenlevingsopbouw, 2016).
Het wordt alvast uitkijken naar het Naslagwerk dat Grondwerk zal opstellen na haar tournee.






Literatuurlijst

Allemeersch, S. & Ra, L. (2017). Les Armoede en duurzame ontwikkeling 27 maart 2017. UGent Allemeersch, S., Ra, L. & Van der Linden, S. (2017). Grondwerk. Vooruit Gent Bosmans, C., De Beukelaer, K., Monteiro, R. & van den Eynde, T. (2016). Occupying Central São Paulo - The Proto-Urbanisms of Urban Movements. (Masterproef trilogie, KU Leuven, België)

Bouverne-De Bie, M. (2015). Sociale agogiek: Een sociaal-pedagogisch perspectief op Sociaal Werk. België: Academia Press De Decker, P., Meeus, B., Pannecoucke, I. & Verstraete, J. (2014). De moeilijke oversteek. België: Garant Degerickx, H. (2017). Les Armoede en duurzame ontwikkeling 27 februari 2017. UGent De Rynck, F., & Suykens, M. (2008). Bestuurlijke vernieuwing in lokale besturen. In Desmet, A., Baert, H., Bouverne-De Bie, M., Verbeke, L. (ed), Handboek samenlevingsopbouw in Vlaanderen (pp. 143-166). België: die Keure Grondwerk. (2017). Programma Grondwerk Gent. [Blog post]. Geraadpleegd op https://grondwerkblog.wordpress.com/programma-grondwerk-gent/ Het Nieuwsblad. (2017). Zuhal Demir wil armoede aanpakken door “gedrag te veranderen”. [Persbericht].Geraadpleegd op http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170419_02841308 Klara (2017, April 21).

250 gram eten in ruil voor drie dagen GRONDWERK [Web log post]. Geraadpleegd op https://klara.be/250-gram-eten-ruil-voor-drie-dagen-grondwerk Lleshi, B. (2014). De neoliberale strafstaat. België: Epo uitgeverij Maeseele, T. & De Bruycker, T. (2017). Les Armoede en duurzame ontwikkeling 27 maart 2017. UGent Netwerk tegen Armoede (2015). Kleur in het armoededebat. Voor een sterkere stem van mensen in armoede met een migratieachtergrond. België: Netwerk tegen Armoede Roets, G. (2017). Les Armoede en duurzame ontwikkeling 13 februari 2017. UGent Samenlevingsopbouw Vlaanderen vzw (2016). Jaaroverzicht 2016 – 2020. Geraadpleegd op http://www.samenlevingsopbouw.be/images/sov/pdf/jaaroverzichten/gezonde_dosis_verontwaardiging_jaaroverzicht2016-2020.pdf United Nations. (2017). Sustainable Development Goals. Geraadpleegd op http://www.un.org/sustainabledevelopment/sustainable-development-goals/ Vranken, J. (2004). Algemene inleiding: Jaarboek (13 jaar) kijkt terug op Verslag (10 jaar). In Vranken, J. , De Boyser & Dierckx, D. (ed). Armoede en Sociale Uitsluiting: Jaarboek 2004. België: Acco



Een bezorgde & toegewijde Wereldburger, Ellen Braet
Gent. 2018