about
Toon menu

Wetenschap, Marx, Darwin en sociaaldarwinisme

donderdag 30 oktober 2014
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Nieuwe ontdekkingen in neurowetenschappen, evolutionaire psychologie en in diergedragsonderzoek geven empirische ondersteuning voor wat de mens uniek maakt. De mens heeft het vermogen om een supersociaal en superverstandig breindier te zijn.

Zijn evolutionair ontwikkeld empathisch vermogen leidt mede tot taal en tot (zelf)bewustzijn. Taal én (zelf) bewustzijn leiden tot het vermogen voor wetenschappelijk denken en doen. Terzelfdertijd ontwikkelt de homo sapiens vermogens tot een supersociaal instinct. Dit alles zijn grondvermogens die sociaal leren en de cumulatieve culturele adaptatie van de homo sapiens hebben mogelijk gemaakt. Deze menselijke cultuur en intelligentie vormen de meest succesvolle eigenschappen in de Darwinistische natuurlijke selectie, en dus in het reproductief succes.  Daarmee is de paradox tussen het onvoorwaardelijk altruïsme waartoe de mens in staat is en de natuurlijke selectie opgelost.

Dat werd in een eerste bijdrage ontwikkeld: Crisis, sociaal-darwinisme en wetenschappelijke ontdekkingen over menselijke natuur

De cumulatieve culturele adaptatie en evolutie van de homo sapiens en van zijn werktuigen waarmee hij de natuur omvormt naar zijn behoeften en die van zijn medemensen zou Karl Marx destijds de start van het historisch materialisme genoemd hebben. Karl Marx en Friedrich Engels droegen het Darwinisme op handen. Maar tegelijkertijd waren zij bezorgd voor het misbruik van wat zij toen noemden 'het bourgeois Darwinisme', het latere sociaaldarwinisme, dat diende als morele legitimatie van de strijd van de bourgeoisie tegen de toenmalige armenwetten en sociale bescherming. Varianten van een sociaal-Darwinisme steken terug de kop op. Ze dienen vandaag als morele legitimatie van een toenemende afbraak van arbeidsprotectie en van sociale bescherming, volgens Duits model. Het laat ons zien dat moraal niet alleen voortkomt uit evolutionair ingeslepen sjablonen bij groepsdieren, maar ook door de mens bewust kan ge- of misbruikt worden ter verdediging van belangen, ter legitimatie van mistoestanden of omgekeerd ter rechtvaardiging van de strijd om deze ongedaan te maken. Dit beschreven we in een tweede bijdrage: Het sociaal-darwinisme toen en nu 

Nu argumenteren we in deze derde bijdrage in tien concrete stellingen dat het niet de hebzucht van de mens is die de crisissen veroorzaakt, maar wel het kapitalistisch economisch systeem en haar inherente tegenstellingen.  Het eerste argument van de  hebzucht speelt hoogstens een proximale rol, het tweede van het systeem vormt de ultieme verklaring.

Concrete stellingen

 De bewering dat de crisis een gevolg is van de hebzucht als natuurlijk instinct bij de mens is fout om tien redenen:

  1. Niet de hebzucht, maar altruïsme en gerichtheid op samenwerking kenmerken in eerste instantie de menselijke natuur  én onderscheiden de mens wezenlijk van andere primaten. Dankzij die kenmerken ontwikkelde de homo sapiens haar vermogen tot cumulatieve culturele adaptatie. Wat ons wezenlijk onderscheidt van de ander primaten is ons vermogen tot supersociaal zijn en daardoor ook supercoöperatief te zijn. Die vermogens zijn noodzakelijk voor de menselijke taalontwikkeling, voor social learning en dus tenslotte onze intelligentie. Die vermogens zijn geselecteerd doordat de mens als meest kwetsbare, hulpeloze en, van andere mensen afhankelijke  breindier ter wereld komt en het langst en meest intensief wordt opgevoed met cultuur.  De mens is hardwired om die langdurige en intensieve opvoeding te absorberen. De mens is hardwired om andere soortgenoten  te onderwijzen. Kortom de mens komt als het meest onvolwassen dier ter aarde en is daardoor omwille van de wetten van evolutie het meest sociale breindier. Dat is de dialectiek van deze evolutie. Wat de mens mens maakt is dus zijn supersociale, supercoöperatieve , superintelligente, collectieve cumulatieve culturele  adaptatie & evolutie.
  2. De maatschappelijke omstandigheden en de plaats die men daarbinnen inneemt kunnen wel concreet bepalen welke van de twee strategieën domineert, egoïstische competitie of altruïstische coöperatie. Onder het kapitalisme wordt hebzucht tot norm verheven.
  3. De cumulatieve culturele adaptatie van de homo sapiens is de start van het historisch materialisme. Vanaf dan wordt de Darwinistische ‘strijd om het bestaan’, de strijd om de productie en verdeling van bestaansmiddelen = menselijke economie.
  4. Daardoor moet je om de menselijke moraal te bestuderen vertrekken vanuit die economische onderbouw en niet omgekeerd, vanuit de moraal zelf.
  5. Vanaf de landbouwrevolutie (-12.000 jaar) lukt het de homo sapiens méér te produceren dan nodig is voor overleven en reproduceren (= surplus of meerwaarde) én dit surplus te accumuleren. Vanaf dan is de drijfveer voor maatschappelijke ontwikkeling de strijd om de productie en de verdeling van de meerwaarde = klassenstrijd.
  6. De bezitters van de productiemiddelen bezitten ook de middelen voor productie van de heersende ideologie. De heersende moraal is daardoor deze van de heersende klasse.
  7. De crisis is een overproductiecrisis en niet een overbevolkingscrisis (Malthus – sociaal-darwinisme). Overproductie volgt uit de concurrentie voor winstmaximalisering met als doel maximale  kapitaalaccumulatie als drijfveer voor de kapitalistische economie =>  ↑produceren met ↓volk en ↓ loonkost => basiscontradictie: ↑productie (capaciteit) >< ↓koopkracht => overproductie
  8. Het is ‘ultimate’ een systeemcrisis en niet een psychologische of morele crisis, dewelke alleen ‘proximate’ een rol kan spelen
  9. Coöperatie is een derde fundamentele pijler van evolutie (Nowac, Gould, Kropotkin, Engels)
  10. Creationisme en sociaal-darwinisme zijn twee ogenschijnlijk tegengestelde ideologieën die opgroeien uit dezelfde grond: deze van de heersende bourgeoisie. Deze klasse  gebruikt op flexibele wijze beide ideologieën ter justificatie van hun uitbuiting en onderdrukking.