about
Toon menu

Hart boven Hard – Verkiezingsdebat Aalst – 25 september 2018 (deel1)

zondag 30 september 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Voor alle duidelijkheid, dit is niet het standpunt van de organisatie Hart boven Hard maar mijn persoonlijke interpretatie als onafhankelijk burger van Aalst.

Ik probeer punt per punt mijn bedenkingen en vragen mee te geven die ik tijdens het debat niet heb kunnen stellen of waarbij ik als leek veel te traag was om mijn redenering te kunnen opbouwen en als het momentum voorbij is moet u weten blijft alleen nog frustratie. Vernoemde politici die aan het debat deelnamen zullen gevraagd worden desgewenst alsnog hun mening neer te pennen op www.jijkiest.be.

Het debat werd bij aanvang ingenomen door een discussie inzake autonome gemeentebedrijven, vermeende belangenvermenging hieromtrent en toch wel platte verwijten die het niveau naar beneden haalt van deze die ze aanwend. Jan De Waele, advocaat van beroep, hield dit als moderator op een schitterende wijze in toom en plaatste de accenten van de discussie regelmatig terug daar waar ze hoorden.

Aanzet was de vraag aan burgemeester D’Haese (N-­VA) die ook verantwoordelijk is voor financiën binnen de stad en tevens naast een tiental mandaten ook nog een parlementaire functie uitoefent of dit alles niet wat veel is voor één man? Het antwoord van de burgemeester was simpel, niemand wou dat laatste nemen. De moderator probeert hier uiteraard meer algemeen het cumuleren van bevoegdheden in vraag te stellen.

Daar waar de intercommunales, door Peter Reekmans trouwens behoorlijk uit de doeken gedaan in zijn boek ‘De Vlaamse Ziekte’, hier duidelijk in het vizier werden genomen kwamen ook de autonome gemeentebedrijven in beeld. ‘Sam Van De Putte’ (SP.a) merkte op dat hier een duidelijk gebrek aan democratische controle was en het was deze opmerking die nog even zou nazinderen. ‘Ann Van steen’ (lijst-­A) sloot aan door op te merken dat men tenslotte enig vertrouwen moet hebben in de politici. Zij gaat er vanuit dat zij tenslotte een mandaat heeft van de burger want het is de burger die haar gekozen heeft.

Ik had haar willen vragen of burgerdemocratie dan ophoudt bij het verlenen van een mandaat?

Oppositie partij Open-­VLD bij monde van ‘Jean-­Jacques De Gucht’ slaat de tafelgenoten met verstomming en enige blush op de wangen door op te werpen dat de intercommunales vaak bemand worden door mensen die geen postje hebben kunnen bemachtigen en is daar geen voorstander van zegt hij. Hier wil hij meer mensen inzetten met minstens enige kennis van zaken. Niet eens zo een slecht voorstel vind ik persoonlijk zou het niet zo zijn dat er gewoon wat teveel mandaten worden uitgeoefend door mensen die geen enkele toegevoegde waarde hebben omdat er nu net geen toegevoegde waarde verreist is in sommige bestuursraden. Dit uiteraard los van het feit dat ik het nut en de zin van bepaalde mandaten niet in twijfel wil trekken. Het is tenslotte ‘PVDA’er Van Ransbeeck Alexander’ die heel concreet verwijst naar AGSA (Autonoom Gemeentebedrijf Stadsontwikkeling Aalst) en de bedenkingen die men rond de bezetting van de raad van bestuur in deze kan hebben. Meer concreet het feit dat ‘Frans Penne’ Open-­VLD zowel als gemeenteraadslid, lid van de raad van bestuur bij AGSA en ondernemer vastgoedadviseur o.a. FRANS PENNE Invest NV, PENNE International NV, PENNE Building invest (activiteitscode verhuur en exploitatie van eigen of geleased niet-­residentieel onroerend goed, exclusief terreinen, verhuur en expolitatie van eigen of geleased residentieel onroerend goed, exclusief sociale woningen e.a.) met meerdere petjes zou oplopen doet bij PVDA de wenkbrauwen fronsen. Er is hier volgens Van Ransbeeck een duidelijk gebrek aan transparantie voor de gewone burger en een mogelijkheid tot belangenvermenging is volgens hem dan ook niet uitgesloten.

Dit is de druppel voor Jean‐Jacques De Gucht

die PVDA verwijt een jaloeziemaatschappij te willen installeren en zich hierbij bedient van een populistische communistische redenering.

Ook hier ontbrak mij de professionaliteit van een redenaar om tijdig mijn vragen te ventileren. De eerste bedenking die ik maak is dat de gevestigde waarden nog net zoals 50 jaar en langer geleden ‘het communisme als rode gevaar’ aanwenden voor eigen gebruik. Dat wijst anno 2018 op een zwaktebod. Anno 2018 komen we bovendien stilaan tot de vaststelling dat de ‘neoliberale onzichtbare hand’ ook niet heeft gewerkt en dat Open-­‐VLD voorzitster Gwendolyn Rutten dan ook haar light versie van Margaret Thatcher beter achterwege kan laten.

Jean‐Jacques De Gucht, die geen graten ziet in de petjeswinkel van zijn collega vraagt, overigens terecht, welke zaken Frans Penne al heeft ontwikkeld op gronden van AGSA? Wel, voor zover ik weet geen enkele. Alleen volstaat dit argument niet om deze situatie te vergoelijken.

We kunnen in deze toch niet anders dan vaststellen dat iemand met uitgesproken commerciële belangen heel hard tegen de grens van de verleiding aanschurkt

om met een ander petje op zichzelf te (laten) bedienen en louter het feit dat dit mogelijk is geeft aan dat belangenvermenging slechts om te hoek loert terwijl we niet weten wanneer en of het zal toeslaan?

Moeten we ons niet wapenen tegen deze mogelijkheid, werpt de moderator op?

De vraag is volgens mij ook of iemand met zoveel petjes op in de raad van bestuur van in dit geval AGSA moet zetelen? Als zijn expertise zo schitterend is kan je deze man toch via de normale marktkanalen inhuren. Precies daarom durf ik te hopen heeft hij zijn bedrijvigheid opgericht en op die manier is de stad ook nog eens juridisch ingedekt tegen eventuele fratsen.

Persoonlijk vond ik dus de opmerkingen van PVDA, zij het niet echt diplomatisch aangebracht, behoorlijk terecht

en

vond ik de opmerkingen van Jean-­‐Jacques De Gucht, zij het kortzichtig aangebracht minstens niet van het te verwachten niveau en bovendien onvolledig.

Laat mij die opmerkingen eens in een ander perspectief stellen en ik citeer professor Michel Maus uit zijn boek ‘Onterf de fiscus’:

“Verhuizen naar het buitenland kan dus aardig wat fiscale voordelen bieden. Indien ‘Karel De Gucht’ en ‘Guy Verhofstadt’ bijvoorbeeld op hun oude dag beslissen om hun woonplaats naar Italië over te brengen, dan zullen hun respectievelijke partners en kinderen per erfgenaam kunnen genieten van een vrijstelling van 1.000.000 EUR en dus de facto eigenlijk van successierechten worden vrijgesteld.”

Ik zou nu zoals Jean‐Jacques de Gucht dat doet de vraag kunnen opwerpen “heeft Karel De Gucht zijn woonplaats naar Italië al overgebracht?” Dan is het antwoord, en ook dat weer voor zover ik weet, neen. Maar ook dat volstaat uiteraard niet om de situatie te vergoelijken. De opmerking is dat die mogelijkheid wel degelijk bestaat en net zoals het verhaal met de petjes ook volkomen legaal is.

Ik mag dus hoegenaamd vandaag niet gaan vertellen dat Karel De Gucht ten voordelen van zijn zoon Jean‐Jacques de Gucht deze constructie zou hebben opgezet. Bovendien kan ik vandaag ook niet stellen dat J.J. De Gucht als toekomstig erfgenaam de successierechten van het land dat hem heeft grootgebracht en waarvan hij als politicus de regels en de waarden zou moeten respecteren heeft ontweken ingevolge de beslissing van zijn vader.

Ik kan daarentegen niet vermijden dat hij dat ooit wel nog zou doen. Ik mag dus meen ik wel de vraag stellen of we ons hier binnen Europa niet moeten tegen wapenen?