about
Toon menu

Een koolstoftaks of ... de huidige "aanpak" ?

woensdag 2 november 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Als student kreeg ik ooit de opdracht om een software programma te schrijven, om een bezemsteel te laten balanceren boven op een wagentje, het zgn. “inverted pendulum” probleem. Het was best een leuk project, en het resultaat vond ik nogal indrukwekkend: je past enkele principes toe uit de systeemtheorie, en het blijkt nog te werken ook.

Dit filmpje toont een gelijkaardig project: inverted pendulum

Wagentje en bezemsteel vormen een instabiel evenwicht: je kan de bezemsteel rechtop zetten boven op het wagentje, maar elk duwtje, elk zuchtje wind doet de bezemsteel omvallen. Nu kan je aan het wagentje een motor toevoegen, en een software programma om de motor aan te sturen, waardoor het geheel stabiel wordt. Het software programma maakt dat de motor bij elke afwijking het wagentje precies ver en snel genoeg doet rijden om de afwijking ongedaan te maken. Je kan zelfs een duwtje geven tegen de bezemsteel, het wagentje rijdt enkele tientallen cm, en de bezemsteel staat terug perfect rechtop.

Vergelijk dit met een poging om manueel hetzelfde resultaat te behalen: om de bezemsteel te laten balanceren door het wagentje met de hand heen en weer te bewegen. Ik betwijfel zelfs of het mogelijk is.

Dat is het verschil tussen een koolstoftaks en de huidige aanpak om de transitie naar de koolstofneutrale maatschappij te maken. 

Koolstoftaks of ... de huidige “aanpak” ?

Hernieuwbare energie is in veel gevallen niet competitief zonder extra steun, en dit is zo omdat fossiele brandstoffen te goedkoop zijn. In de prijs van fossiele brandstoffen is namelijk de sociale kost niet verrekend (de gevolgen van het verbranden van fossiele brandstoffen voor de samenleving: de vervuiling, de gevolgen van de klimaatverandering ... ). Zolang deze kosten niet gedragen worden door de verbruikers van fossiele brandstoffen, maar door de samenleving als geheel is er dus geen prikkel om het brandstofverbruik te verminderen.

De logische conclusie zou dan ook moeten zijn: voer een koolstoftaks in die deze sociale kost wel verrekent. Als gevolg hiervan zou de energievorm met de hoogste carbon footprint het duurste worden: fossiele brandstoffen zouden duurder worden dan hernieuwbare energie, en de meest vervuilende fossiele brandstoffen – die uit onconventionele winning – zouden zelfs nog duurder zijn, en snel de markt uit geprezen worden. Precies wat we nodig hebben. Een koolstoftaks maakt gebruik van het marktmechanisme om de CO2 emissies zo snel mogelijk te doen dalen. De koolstoftaks is een soort feedback die het hele systeem stabilizeert, net zoals het software programma voor de inverted pendulum.

Jammer genoeg wordt een koolstoftaks politiek niet haalbaar geacht. Men vreest dat bedrijven naar andere continenten zouden uitwijken indien in Europa een koolstoftaks zou worden ingevoerd . In plaats daarvan probeert men een hele resem maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat

  • 1. Hernieuwbare energie wordt gestimuleerd
  • 2. Het verbruik van fossiele brandstoffen afneemt
  • 3. Het totale energieverbruik vermindert

Terwijl een koolstoftaks alledrie deze doelen bereikt, moet in deze aanpak elk van deze doelen apart worden nagestreefd.

Deze maatregelen zijn te vergelijken met een poging om de bezemsteel rechtop te houden door zelf met het wagentje heen en weer te rennen: je verkwist veel geld en moeite, en het staat helemaal niet vast dat je zal slagen in je opzet.

Heen en weer rennen om de bezemsteel rechtop te houden

Dat heen en weer rennen ziet er ongeveer als volgt uit:

  • Je wil, als overheid, hernieuwbare energie promoten, maar zonder de fossiele brandstofsector pijn te doen. Dus voorzie je subsidies voor hernieuwbare energie.
  • Als gevolg van deze subsidies wordt energie goedkoper, en beginnen de mensen dus meer energie te verbruiken, maar dat wil je natuurlijk niet: je wil dat ze hun energieverbruik net beperken.
  • Als gevolg van de subsidies zijn producenten ook minder geïnteresseerd in het energiezuinig maken van hun producten. Energie is immers goedkoop.
  • Dus moet je energienormen beginnen opleggen aan de producten die in Europa verkocht worden. Maar je hebt geen idee wat er mogelijk is. Dus de norm kan veel te hoog – of veel te laag – liggen. Wiens advies moet je volgen bij het bepalen van de norm ? Die van de industrie ? Onvermijdelijk is ook dat deze energienormen voortdurend moeten worden aangepast naarmate de technologie vordert.
  • Het opleggen van een grotere energiezuinigheid van toestellen zorgt niet automatisch voor een lager totaal energieverbruik. Als mensen minder elektriciteit verbruiken door energiezuinige toestellen houden ze namelijk meer geld over. Dat geld zullen ze aan iets anders uitgeven (een vliegreis bijvoorbeeld ?). Wat het ook is, meestal zal het een product of dienst zijn waar energie bij verbruikt wordt. Een grotere energiezuinigheid kan het totale energieverbruik zelfs doen toenemen (Jevon’s paradox).
  • Je voorziet subsidies per hernieuwbare energiesector, omdat sommige sectoren nu eenmaal meer subsidies nodig hebben dan andere om winstgevend te zijn. Maar dit schakelt de marktwerking uit – de eerlijke concurrentie tussen de sectoren. En je creëert een enorme opportuniteit voor lobbyisten. Hoeveel subsidies heeft een bepaalde energiesector nodig, en wiens advies zal je volgen ? Lobbyen wordt zo belangrijker dan technologisch innovatief zijn.
  • Vervolgens worden er kemels geschoten zoals het zwaar oversubsidiëren van zonnepanelen. Of het promoten van biomassa-energie, terwijl dit een “hernieuwbare” energievorm is waarvan het hernieuwbare gehalte zeer twijfelachtig is – worden er inderdaad aan hetzelfde tempo nieuwe bossen geplant als ze worden omgehakt ? - en die bovendien ook nog eens een hoge carbon footprint heeft – biomassa wordt met schepen naar Europa vervoerd.
  • De bevolking krijgt een degout tegenover de hele hernieuwbare energiesector, aangezien daar blijkbaar voortdurend geld wordt verkwist aan de verkeerde zaken.
  • De verschillende regels interageren met elkaar, en kunnen elkaar zelfs tegenwerken. Denk bijvoorbeeld aan het promoten van energiezuinige dieselwagens enerzijds en het stimuleren van elektrische wagens anderzijds.
  • Bedrijven vinden geen weg meer in de kluwen van regels, en zijn ook terughoudend om te investeren vanuit het besef dat deze regels elk moment kunnen veranderen.
  • ...

Conclusie

In plaats van één automatische stabilizerende feedback kiest het huidige beleid voor een hele reeks ad hoc maatregelen die voortdurend moeten worden gewijzigd en aangevuld. In plaats van een automatisch software programma verkiest men zelf heen en weer te rennen om de bezemsteel in evenwicht te houden. Ik geloof niet in deze aanpak. De gaten in het systeem zijn te groot, de complexiteit van het geheel maakt dat niet alle gevolgen kunnen voorzien worden,  er is teveel kans voor lobbyisten om de wetgeving uit te hollen tot ze niets meer voorstelt, en natuurlijk: er is een grote kans dat de overheid geheel op eigen houtje de verkeerde keuzes maakt. Het wordt hoog tijd om deze aanpak te evalueren en indien de resultaten uitblijven een andere richting in te slaan: die van de koolstoftaks.

Een slotbemerking: De theorie van de macro-economie vertelt ons dat overheidsinmenging in de economie tot een minimum beperkt moet worden, aangezien het de marktwerking verstoort en de welvaart doet afnemen. De grootste welvaart wordt bereikt door de markt vrij spel te geven.  Daarom verwondert het mij zeer: Waarom kiest de overheid dan voor de weg met veruit de meeste overheidsinmenging ?