about
Toon menu

Er is maar één Belgische arbeidersbeweging

zaterdag 17 april 2010
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Beweging 103 - Juni 2008
Met dank overgenomen uit {KENTERINGEN]Digit nr 3, mei 2008

Jozef Mampuys

Dit jaar vielen het feest van de christelijke en socialistische arbeidersbeweging, Rerum Novarum en 1 mei op dezelfde dag. De volgende keer zal in 2160 zijn. De kans is groot dat geen van ons er dan nog bij zal zijn. Reden genoeg om stil te staan bij deze uitzonderlijke gebeurtenis. Hoe verdeeld is de Belgische arbeidersbeweging? Of zijn het enkel hun organisaties? En hoe belangrijk is het dat hierin verandering komt?

België behoort samen met de Scandinavische landen tot de top wat de syndicalisatiegraad betreft. Afhankelijk van de gehanteerde criteria zijn in ons land 60 tot 75% van alle werknemers lid van een vakbond. In weinige landen speelt de georganiseerde arbeidersbeweging bovendien zo’n belangrijke rol op het sociaaleconomisch terrein als in ons land. Maar echt uniek is België op het vlak van de arbeidersbeweging om minstens drie redenen: door het bestaan van een liberale vakbond, wat overal ter wereld aangevoeld wordt als een samenstelling die ondenkbaar is; het bestaan van twee heel grote vakbonden, terwijl overal ter wereld waar meerdere vakbonden bestaan, die meestal gedomineerd wordt door één organisatie, en tenslotte en zeker niet in het minst, omdat de met afstand grootste vakbeweging in ons land zichzelf voorstelt als een christelijke vakbeweging. Wie ook maar een beetje contacten heeft met syndicalisten in het buitenland kan er van meespreken hoe moeilijk het is om vooral dit laatste gegeven geloofwaardig te maken.

1 mei en Rerum Novarum

Ieder jaar vieren de socialistische en christelijke arbeidersbeweging in ons land hun bestaan. De socialistische arbeidersbeweging doet dit op 1 mei, de christelijke op Hemelvaartsdag. In het verleden gebeurde dit steevast met grootse en kleurrijke optochten, waarbij het aantal deelnemers uitdrukking moest geven aan de sterkte van de beweging. Onderlinge concurrentie was ook hier nooit ver weg: wie kan het grootst aantal mensen op de been brengen tijdens de talrijke optochten over heel het land? Maar voor beiden geldt dat het massale en feestelijke karakter van beide optochten bijna omgekeerd evenredig was/is aan de feitelijke machtspositie die de beide arbeidersbewegingen doorheen de jaren hadden opgebouwd.

Beide arbeidersbewegingen zijn vandaag niet meer weg te denken uit de Belgische samenleving en spelen een doorslaggevende rol in alle sociale aangelegenheden in ons land. In schril contrast daarmee hebben beide bewegingen het steeds moeilijker om nog behoorlijk wat volk naar hun herdenkingsvieringen te krijgen. Het feestelijk karakter is grotendeels ingeruild voor toespraken die vooral goed beluisterd worden door de politiek en de media. Welke publieke, op de eerste plaats voor de eigen achterban, boodschap willen de arbeidersorganisaties meedelen aan het politiek beleid? Hoe verschillend of gelijklopend zijn die boodschappen? Vooral die laatste vraag is belangrijk. Hoe gelijker de boodschap, hoe dwingender het is voor de politiek om er mee rekening te houden. En hier komt dus weer de vraag naar het waarom van de organisatorische verdeeldheid van de Belgische arbeidersbeweging om de hoek kijken.

1 mei, dag van de arbeid en de internationale solidariteit

Op 1 mei 1886 staakten in de Verenigde Staten 340.000 werkers voor de 8-urige werkdag, een nooit gezien succes! Dat was het resultaat van twee jaar propaganda en mobilisatie door de vakbeweging van die dagen. Op sommige plaatsen werd de eis voor de 8-urige werkdag ingewilligd, maar op andere plaatsen lieten de bazen door de politie stakingbrekers uit de omliggende dorpen aanvoeren. Toen de werkers hiertegen betoogden schoot de politie: 6 doden. Een dag later volgde een bomaanslag op een protestmeeting en die kostte het leven aan 7 politiemensen. 8 arbeidersleiders werden opgepakt en ter dood veroordeeld. Niet omdat bewezen was dat zij het gedaan hadden maar “omwille van de economische en politieke ideeën die ze verspreid hadden”. Na deze gebeurtenissen besloten de Amerikaanse arbeiders dat 1 mei 1890 een strijddag voor de achturige werkdag zou zijn.

Ondertussen waren de socialistische partijen van heel de wereld in Parijs bijeen gekomen in een poging om een nieuwe internationale organisatie op te richten. Op het einde van die bijeenkomst werd door eensgezind volgende resolutie aangenomen. “Er zal een grote internationale manifestatie op een vaste datum georganiseerd worden, zodat, in alle landen en in alle steden tegelijkertijd, op dezelfde overeengekomen dag, de arbeiders de overheid ertoe aanmanen de arbeidsdag wettelijk tot acht uur te beperken. Vermits tot een gelijkaardige manifestatie reeds besloten is voor 1 mei 1890 door de American Federation of Labor, wordt deze datum aangenomen voor de internationale manifestatie.”

Zo werd 1 mei de dag van de arbeid en de dag van de internationale solidariteit.

Rerum Novarum (15 mei 1891): ideologisch fundament van de christelijke arbeidersbeweging

Op 15 mei 1891 verschijnt - met de beginwoorden ‘rerum novarum’ [nieuwe zaken, toestanden] - de eerste pauselijke tekst of encycliek die volledig gewijd is aan het ‘sociale vraagstuk’ zoals het zich in die tijd stelde. Aan het ontstaan van die encycliek gaat een hele voorgeschiedenis van interne discussie vooraf over de vraag welke houding de katholieke kerk moest aannemen tegenover de alsmaar erger wordende sociale gevolgen van het kapitalisme. Die vraag was des te dringender geworden door het toenemende succes van de socialistische beweging en haar antwoord om een einde te stellen aan deze situatie door klassenstrijd. Rerum Novarum had dan ook een drievoudige boodschap: een scherpe veroordeling van de excessen van het kapitalisme en dan vooral van de sociale gevolgen hiervan; een afwijzing van het socialisme dat tot maatschappelijke wanorde leidde en het katholieke geloof ondermijnde en tenslotte de boodschap dat niet klassenstrijd maar veeleer klassensamenwerking de enige goede strategie kon zijn om tot een oplossing van het sociale vraagstuk te komen. Met deze encycliek had de pas opgerichte antisocialistische, later christelijke vakbeweging, meteen een stevige ideologische basis voor de strijd tegen de steeds meer in socialistisch vaarwater terechtgekomen arbeidersbeweging in ons land. De herdenking van Rerum Novarum, aanvankelijk op de verschijningsdatum van 15 mei en later op Hemelvaartsdag, groeide vooral na de Eerste Wereldoorlog uit als de tegenhanger voor de christelijke arbeidersbeweging in ons land van de 1 meiviering van de socialistische arbeidersbeweging.

Voor de groep ‘Beweging voor een strijdbare en politiek zelfstandige christelijke arbeidersbeweging’ was het samenvallen van 1 mei en Rerum Novarum dit jaar ook aanleiding haar visie rond deze kwestie te formuleren.

Van de ‘tijdelijke eenheid’ van Rerum Novarum en 1 mei in 2008 naar een (h)echte eenheid van de Belgische arbeidersbeweging

‘Ons sociaal model, waardevol en niet te koop’

Niets is zo moeilijk te veranderen als symbolen. Het was dus al vrij vlug duidelijk dat geen van beide arbeidersbewegingen in ons land hun symbolische herdenkingsfeesten zouden willen opgeven voor een gezamenlijke feestviering. En met daar bovenop de wel zeer nabije sociale verkiezingen van 5 tot 18 mei, is het bijna een klein wonder dat beide grote arbeidersbewegingen samen een colloquium organiseerden op 28 april. Op dit colloquium hebben de kopstukken uit beide arbeidersbewegingen bovendien een gemeenschappelijke verklaring ondertekent ter verdediging van ons sociaal model. In zekere zin brachten zij hiermee tot uiting dat ondanks de organisatorische verscheidenheid beide bewegingen zich maar al te goed bewust zijn van het feit dat zij samen de belangen verdedigen van alle Belgische werknemers en hun gezinnen. De gemeenschappelijke verklaring laat daarover geen twijfel bestaan: “Als sociale bewegingen hebben wij een duidelijke gemeenschappelijk visie op de samenleving. We willen daartoe vandaag, aan de vooravond van 1 mei en Rerum Novarum, een belangrijk en eensgezind signaal geven. We bundelen onze krachten om ons sociaal model te behouden, te versterken en te vernieuwen. We bundelen onze krachten om de troeven van ons systeem uit te dragen. We bundelen onze krachten om neen te zeggen tegen een verdere vermarkting ervan. We scharen ons achter een gemeenschappelijke verklaring die onze tien prioriteiten verwoordt.”

Tien prioriteiten ter verdediging van ons sociaal model

   1. Ons sociaal model is té waardevol voor een uitverkoop. We moeten de troeven in de verf zetten en internationale bondgenoten zoeken die onze waarden onderschrijven. Ons sociaal model is geen rem, maar een opportuniteit voor stabiele economische groei.
   2. Solidariteit tussen personen, dé hoeksteen van ons sociaal model. De federale solidariteitsmechanismen, waaronder de sociale zekerheid, moeten op federaal niveau georganiseerd blijven.
   3. De sociale zekerheid mag niet verglijden tot een armoedig bijstandsstelsel. Ze moet voldoende sociale bescherming bieden aan iedereen, zodat er een breed maatschappelijk draagvlak voor behouden blijft en zodat extra private verzekeringen geen noodzaak zijn. De overheid moet zorgen voor een solidaire, stabiele en voldoende financiering.
   4. De welvaartsgroei moet rechtvaardig worden verdeeld. De koopkracht van werknemers en niet-actieven moet gevrijwaard en verhoogd worden.
   5. Armoede hoort niet thuis in een sociale welvaartsstaat. Armoedebestrijding vergt een geïntegreerd beleid, zowel inzake inkomen, arbeid, huisvesting, onderwijs en samenleven.
   6. De sociale zekerheid en de sociale diensten mogen niet ondermijnd worden door de commerciële markt. De waarden van ons model staan haaks op de uitgangspunten van winstgerichte organisaties.
   7. De overheid moet een sterke rol blijven spelen, bij uitstek in sectoren waar de vermarkting al zijn intrede heeft gedaan, zoals bij een deel van de nutsvoorzieningen.
   8. Sociaal middenveld: nodig en springlevend. De overheid moet de rol van het sociale middenveld versterken in plaats van uithollen.
   9. Europa moet ook een sociaal en fiscaal Europa worden, dat niet enkel intern meer recht doet aan sociale doelstellingen, maar ook mee de bakens uitzet voor een sociale globalisering.
  10. De globalisering moet een duurzaam en sociaal karakter krijgen.

De volledige tekst van de gemeenschappelijke verklaring is te vinden op http://www.acw.be/content/view/1395/405/

Deze gezamenlijke verklaring is des te belangrijker omdat in de huidige economische en sociale situatie een rechtvaardige verdeling van de welvaart steeds sterker onder druk komt te staan. Het aandeel van de inkomsten uit arbeid in de totale rijkdom van ons land wordt steeds kleiner. De koopkracht van bijna alle inkomenscategorieën gaat achteruit. Op de arbeidsmarkt lijkt de flexibiliteit op alle terreinen aan een onstuitbare opmars begonnen. En de armoede blijft met 15% in ons land onaanvaardbaar hoog. Wij kunnen daarom alleen maar hopen dat de gemeenschappelijke verklaring ter verdediging van ons sociaal model op 28 april door de kopstukken van beide grote arbeidersbewegingen in ons land, niet beperkt blijft tot een eenmalig initiatief naar aanleiding van het toevallig samenvallen van 1 mei en Rerum Novarum. Waarom kan dit niet de eerste stap zijn naar een verdere samenwerking ook op het politieke terrein om ooit te komen tot een partij die echt opkomt voor de belangen van alle werkenden, sociale uitkeringstrekkers en hun families? Wie weet vieren we dan ooit met zijn allen samen zowel 1 mei als Rerum Novarum, ook wanneer beiden niet op eenzelfde dag vallen.