about
Toon menu

‘Wie zal dat betalen, wie heeft zoveel geld’

zaterdag 17 april 2010
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

BEWEGING 108 - November 2009

De redactie

Als jullie dit lezen, kennen jullie het antwoord reeds op de vraag uit het populaire deuntje. Tenminste op het eerste deel ervan: wie zal dat betalen? Of wie dat zal betalen ook zoveel geld heeft, is een andere kwestie.
Op 13 oktober houdt premier Van Rompuy zijn State of the Union, de jaarlijkse beleidsverklaring van de zittende regering. Voor de letterlijke tekst is het dus nog even afwachten, want terwijl ik dit schrijf is het 8 oktober. Maar het kader en de ingrediënten van zijn beleidsverklaring zijn nog nauwelijks een geheim. Een terugblik

Na de verkiezingen: stilte voor de storm

Op 7 juni waren er regionale en Europese verkiezingen. Lang genoeg geleden om de eerste resultaten van het wetenschappelijk onderzoek van de verkiezingsuitslagen te kennen. En wat blijkt? In tegenstelling tot wat de enorme winst van de N-VA in de eerste weken na de verkiezingen deed vermoeden, liet gemiddeld slechts 8,1% van de Vlaamse kiezers zijn keuze bepalen door het communautaire thema. Zelfs bij de kiezers van de N-VA was het communautaire maar voor 23,5% richtinggevend. Voor gemiddeld 70% van alle Vlamingen waren de financiële crisis, de sociale zekerheid of de werkloosheid, bepalend bij het uitbrengen van hun stem.
Maar na de verkiezingen waren er gelukkig de mooie zomermaanden en de vakantie. Iedereen wist wel dat na die mooie zomer er ander nieuws zou wachten. De federale regering had reeds voor de regionale verkiezingen aangekondigd dat het in oktober ineens met een begrotingsplan voor twee jaar, 2010 en 2011, zou komen en dat er aan besparingen en nieuwe lasten niet te ontkomen viel. Maar eerst nog in volle onschuld wat genieten. Niet zo voor alle mogelijke technische werkgroepen en studiediensten. Die waren achter de schermen van de politieke vakantie volop bezig met de catastrofale situatie van het land in kaart te brengen en alle mogelijk pistes aan het onderzoeken waar geld uit besparingen en nieuwe lasten kon worden gevonden. Stilte voor de storm.
Wie zal dat betalen, wie heeft zoveel geld?_

De eerste die zijn nek uitstak was ACV-voorzitter Luc Cortebeeck in een uitgebreid interview in De Standaard van 22 augustus: “Je moet de realiteit onder ogen durven zien: het is nog niet gedaan”. Voor Cortebeeck is het vanzelfsprekend dat “de sterkste schouders de grootste lasten moet dragen, dus ook bij de terugbetaling van de kosten van de crisis” en daarom pleit hij “voor hogere belastingen op kapitaal en vermogens”, voor het herstellen van “de progressiviteit in de belastingen”. Verder stelt hij vragen bij de fiscale aftrek van het pensioensparen en de dienstencheques. Vooral die laatste vragen haalden in de dagen daarop alle media. De andere, veel belangrijkere eisen werden stilzwijgend weggemoffeld. Begin september was het dan de beurt aan zijn ABVV-collega Rudy De Leeuw. “ Het is toch het moment om van de banken een crisisbelasting te vragen, na alle schade die ze het land en de economie hebben aangedaan? Dat is toch een zaak van elementair politiek fatsoen? (…) en waarom geen fiscaliteit op puur speculatieve geldbewegingen? Als je de Tobintaks nu nog niet invoert, moet je hem nooit invoeren. Ja, ik val de banken aan. Omdat ze onbeschaamd bezig zijn.” (De Morgen 2 september 2009)
Hiermee hadden de twee grote vakbonden de toon gezet. Het regende reacties en talrijke andere suggesties over waar men het geld voor de komende begroting het best zou kunnen halen. Maar over hoeveel geld gaat het eigenlijk?

Hoe diep is de put?

Heel diep becijferde de Hoge Raad voor Financiën (HRF) midden september en hij zette alle cijfertjes voor de toekomst mooi op een rijtje.
Bij de opmaak van de begroting 2009 in oktober 2008 ging de regering nog uit van een overschot van 0,5% van het BBP of zowat 1,5 miljard euro. Bij de begrotingscontrole in februari berekende men voor heel 2009 reeds een begrotingstekort van 3,4% en in september was dit cijfer opgelopen tot 5,5% of zowat 20 miljard euro. De HRF berekende dat bij ongewijzigd beleid dit tekort verder zou oplopen tot 7,4% van het BBP of 26 miljard in 2015. De totale overheidsschuld bedroeg in 2007 nog 280 miljard of 84% van het BBP en was toen ononderbroken gedaald sinds ze in 1993 137% van het BBP bedroeg. Vooral als gevolg van de crisis en de enorme steun aan de banken berekende de HRF dat de overheidsschuld in 2009 zal oplopen tot 328 miljard en opnieuw 97% van het BBP zal bedragen. Bij ongewijzigd beleid zal de overheidsschuld toenemen tot 430 miljard of 107% van het BBP in 2014. Sommige economisten spreken van een overheidsschuld van meer dan 140% van het BBP in 2020. Met zulke prognoses is ‘ongewijzigd beleid’ geen optie.
De HRF stelde voor om, gezien de slechte economische situatie, niet overhaast te werk te gaan bij het terugdringen van het begrotingstekort. Hij stelde een zacht scenario voor de eerste twee jaar voor en een versterking vanaf 2012 mede in de veronderstelling dat de economische conjunctuur ondertussen een heel stuk beter zou zijn.. Voor 2010 wil men 0,5% en in 2011 1% van het BBP besparen, samen goed voor 5,25 miljard euro. Vanaf 2012 tot en met 2015 wil men dan jaarlijks 1,3% of zowat 5 miljard euro per jaar besparen. Twee derde van die besparingen moeten door de federale overheid en de sociale zekerheid worden opgebracht, een derde door de regio’s en de gemeenten.
De cijfers zijn zo gigantisch dat gewone stervelingen zoals jij en ik, dat nog moeilijk kunnen vatten. Misschien helpt het met wat vergelijkingen. De totale uitgaven van de gezondheidszorg in 2009 bedraagt 22 miljard. Het totale onderwijsbudget in Vlaanderen 9,5 miljard. De totale BTW-inkomsten ongeveer 25 miljard.

Hoe wil de regering die put vullen?

Sinds begin september duiken allerlei pistes en voorstellen op. Het is daarbij niet altijd even duidelijk hoe ernstig die ‘voorstellen’ zijn. Liggen ze wel echt op de regeringstafel? Dienen ze enkel als proefballonnetjes om te zien hoe er gereageerd wordt om ze dan meteen te ontkennen? Of overdrijft men met opzet om later de maatregel wel te behouden maar iets minder erg, zoals bij het gerucht dat de accijns op diesel met 20 eurocent per liter zou stijgen? Alles bij elkaar zou de federale regering over 2010 en 2011 samen zowat 3,3 miljard euro willen/moeten besparen. Vast staat dat alle departementen zullen moeten inleveren op hun werkingsmiddelen. Wat de ambtenaren betreft wil men 100 miljoen euro besparen door in de komende jaren slechts 1 op 3 ambtenaren die met pensioen gaan te vervangen. Na tien jaar zouden er zo 15.000 ambtenaren minder aan de slag zijn. Een deel van het geld dat binnen de groeinorm van 4,5% in de ziekte- en invaliditeitsverzekering niet wordt uitgegeven zal zeker voor de begroting gebruikt worden. In totaal gaat het om bijna 800 miljoen euro. Bedrijfswagens zullen op een of andere manier zwaarder worden belast en de accijns op diesel zal wellicht stijgen met enkel eurocenten. Wat er gebeurt met het optrekken van de roerende voorheffing op spaarboekjes, kasbons en termijnrekeningen valt af te wachten. Nu is die 15% en het gerucht circuleerde om dat op te trekken naar 25%. Extra inkomsten worden ook verwacht van de elektriciteitsfirma’s in ruil voor het uitstel met 10 jaar van de uitstap uit kernenergie. Eerst was er spraken van 1 miljard jaarlijks maar als hiervan 250 miljoen overblijft zal het veel zijn. Even onduidelijk is wat er overblijft van de eenmalige crisisbelasting of de jaarlijkse risicopremie die de banken zouden moeten betalen. En voor hoeveel de strijd tegen de fiscale fraude deze keer weer zal moeten opdraaien valt ook af te wachten.
Feit is dat deze besparingsronde nog relatief onschuldig is met wat we vanaf 2012 mogen verwachten. Dan zou de sociale zekerheid volop in het vizier van de besparingen komen. In een commentaar in Knack (23 september 2009) wordt gesteld dat het voortbestaan van de sociale zekerheid de echte inzet wordt van de federale verkiezingen in 2011. En in een interview in datzelfde nummer stelt oud-gouverneur van de Nationale Bank Fons Verplaetse dat sommige politici de ‘sociale zekerheid om zeep willen helpen”.

De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen

Er bestaan een hele reeks alternatieven voor de regeringsplannen die voor het grootste deel weer de werkenden en de sociale uitkeringstrekkers zullen treffen. Uitgangspunt voor deze alternatieven is dat zij die verantwoordelijk zijn voor de crisis, ze ook moeten betalen en op langere termijn een rechtvaardige fiscaliteit waarbij de hoge inkomens en de vermogens veel sterker en progressiever belast worden.

1.Vermogensbelasting
Sinds vele jaren is de vermogensbelasting een van de eisen van de arbeidersbeweging. Afhankelijk van de gekozen formule en rekening houdend met fraude en kapitaalvlucht kan een vermogensbelasting tussen 3 en 10 miljard per jaar opbrengen.
Een belasting van 1% op het gemiddeld vermogen van 8 miljoen euro (en met vrijstelling op het eerste miljoen) van de 43.000 rijkste families ( = 1% van alle Belgische families) levert ongeveer 3 miljard op.
Een progressief stijgende belasting van 2 tot 5% op het vermogen van de 43.000 rijkste Belgische families kan theoretisch tot 15 miljard euro opleveren.
Als gevolg van de financiële crisis is er waarschijnlijk nooit een groter draagvlak voor een vermogensbelasting geweest dan vandaag. Als we ze nu niet invoeren, zal het misschien wel nooit lukken.

2.Strijd tegen de fiscale fraude
Volgens professor Maus (VUB) bedraagt de fiscale fraude in ons land zowat 30 miljard euro per jaar. Door opheffing van het bankgeheim, de opstelling van een vermogenskadaster, de uitbreiding van de fiscale controles (door meer personeel aan te werven) kan de strijd tegen de fiscale fraude jaarlijks tot 10 miljard euro opbrengen.

3.Inperking of afschaffing van de notionele intrest
Deze maatregel zou de overheid tussen 1 en 3 miljard meer inkomsten opleveren. De notionele intrest enkel voor de banksector afschaffen zou ook reeds 300 miljoen opbrengen.

4.Versterking van de progressiviteit in het belastingsstelsel.
Reeds een herinvoering van een belastingstarief van 55% op belastbare inkomens boven de 50.000 euro zou jaarlijks een kleine 250 miljoen euro kunnen opbrengen. Hier zijn heel wat varianten te bedenken.

5.Belasting op beursverrichtingen
Een van de vele varianten van de Tobintaks. Op dit ogenblik wordt in ons land bij de aankoop en verkoop van aandelen een gemiddelde beurstaks geheven van 0,168% die de laatste tien jaar gemiddeld 236 miljoen opbracht. Het optrekken van die beurstaks tot gemiddeld 0,5% zou een jaarlijkse meerinkomst opleveren van 472 miljoen euro.

6.Het kiwimodel
De toepassing van de openbare aanbesteding voor het bepalen welke medicamenten zullen worden terugbetaald of voor het aanschaffen van medisch materiaal kan voor de sociale zekerheid een besparing opleveren van 1,5 tot 2 miljard. In een recente studie die was besteld door minister Onkelinx werd duidelijk aangetoond dat er juridisch geen enkel probleem is met de toepassing van het kiwimodel. Waarop wacht de overheid?

De vraag is en blijft of de arbeidersbeweging met op kop de vakbeweging bereid is om voluit te gaan voor haar voorstellen. Want in tegenstelling tot wat velen denken worden de hierboven geschetste alternatieven allemaal op een of andere manier gesteund en gepromoot door de arbeidersbeweging, socialisten en christenen, in ons land.