about
Toon menu

Strafzaak tegen Mohammed B/Commentaar op requisitoir Van Straelen

woensdag 19 september 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

STRAFZAAK TEGEN MOHAMMED B/COMMENTAAR OP REQUISITOIR MRVAN STRAALEN

ZIE OOK

https://www.astridessed.nl/2005-strafzaak-tegen-mohammed-b-commentaar-op-requisitoir-van-straalen/



 INLEIDING Lezers!Waarschijnlijk herinnert u zich nog, dat ik recentelijk ben ingegaan opde door media, politie en OM geventileerde mning/verklaring,dat Jawed S, de man, die op 31 augustus jongstleden opAmsterdam Centraal Station heeft ingestoken op twee Amerikaansetoeristen, alvorens door de politie te zijn neergeschoten, zouhebben gehandeld vanuit een ”terroristisch oogmerk”In mijn stuk hierover heb ik dit fel bestreden

Zie noot 1Eveneens heb ik een Ingezonden Stuk hierover naar een aantal kranteredactiestoegestuurd, wat aansluitend op deze website verschijnt. Wat mij verontrust is het gemak, waarmee allerlei misdrijven zoalsdeze, die normaal gesproken aan een verwarde geest zouden zijntoegeschreven, nu ineens ”terroristisch” heten en hoe er sinds2004 een aantal anti terreurwetten in Nederland en wereldwijd inhet leven zijn geroepen, die de rechten van de verdachte ernstigbeperken. [2] Het eerste, verontrustende wat mij betreft Nederland gewaar werdwas het proces tegen Mohammed B, de man, die op 2 november 2004cineast, columnist, Islamofoob en antisemiet T van Gogh om hetleven bracht.Dat dit een ernstige misdaad was, leidt geen twijfel. Echter, dat er ”terrorisme;; van gemaakt werd, was onderdeelvan de ontstane hysterische sfeer, uitmondend in ECHTEterroristische aanslagen op Moskeeen en een op een school. [3] In zo’n klimaat zien terroristenjagers, die ik in een mijns inziensverhelderend stuk wel heb vergeleken met heksenjagers [4]hun kans schoon. Als een van die eerste heksenjagers beschouw ik mr van Straalen,Openbare Aanklager in de strafzaak tegen Mohammed B,die kans zag, mede door het opgefokte klimaat na de doodvan van Gogh, van een zeer ernstig misdrijf, maar in de”gewone” zin des woords, een ”terroristisch” misdrijf te maken,waarbij hij naar mijn mening buitengewoon tendentieus te werkis gegaan.Vanwege de opnieuw oplaaiende terrorisme-obsessie rond Jawed Swil ik mijn commentaar op van Straalen’s rquisitoir hierbij aande vergetelheid onttrekken, waarbij ik een niet onbelangrijk detailniet onvermeld wil laten: Mohammed B werd [naar de eis van van Straalen] inderdaad veroordeeldtot levenslange gevangenisstraf met nogal inhumane kanten [ontzegging van contact met medegevangenen, een vorm van isolatiefolter dus][5], maar dat een van de rechters, die ditvonnis geveld hadden, dit achteraf toch niet lekker zitIk citeer uit Het Parool”Een van de rechters van Mohammed B. heeft nu zijn bedenkingen over de uitgesproken straf. Dat het voor de moordenaar van Theo van Gogh uitdraaide op levenslang, zit Martien Diemer achteraf niet lekker. Hij had na verloop van tijd graag een tweede kans ingebouwd………[6]Dat is natuurlijk mooi, maar zoals ik in eencommentaar hierop opmerk:”Dat een van de rechters van Mohammed B in zijn ziel gekekenheeft en dat het vonnis hem achteraf niet lekker zit, is mooi,maar komt rijkelijk laat. Had hij maar in zijn ziel gekeken, tijdens het proces. Nu is het mosterd na de maaltijd.” [7] De rechters zijn [waren] natuurlijk zelf verantwoordelijkvoor hun vonnis, maar zouden ze tot dit oordeelgekomen zijn zonder het opgefokte ”terreur”klimaat, waarin o.a. een minister opmerkte,dat Nederland ”in oorlog” was [nav de doodvan van Gogh!] [8] en het hysterisch ophitsenderequisitoir van van Straalen? In ieder geval valt de rechtsongelijkheid methet vonnis van Volkert van der G, die de Islamofobepoliticus P Fortuyn [9] gedood had, erg op,zoals schrijver en columnist Mohammed Benzakour terecht opmerkte [10]Maar ja, toen van der G werd veroordeeld, was ernog geen anti terreurwetgeving….. Directhieronder mijn commentaar op het requisitoir vanvan Straalen. [A]Daaronder de tekst van het requisitoir. [B]En geheel onderin, het notenapparaat [C] Astrid Essed

TOELICHTING:
HEEL VERVELEND LEZERS, DAT IK DE HELE TEKST ER NIETOP KRIJG
DAAROM ONDER B , REQUISITOIR VAN STRAELEN, ALLEEN DE LINKZIE VOOR DE GEHELE TEKST 
https://www.astridessed.nl/2005-strafzaak-tegen-mohammed-b-commentaar-op-requisitoir-van-straalen/


ZIE NOTEN BIJ INLEIDING ONDER C [GEHEEL ONDERAAN]




    A COMMENTAAR OP HET REQUISITOIR VAN VAN STRAALENIN DE STRAFZAAK TEGEN MOHAMMED B   UITPERS.BEKRITIEK OP HET REQUISITOIR IN DE ZAAK TEGEN MOHAMMED BASTRID ESSED SEPTEMBER 2005  http://www.uitpers.be/BUP/archief/artikel_view.php?id=1116    TEKST  

Geachte lezer,
Zoals u aan onderstaande kunt zien, heb ik een commentaar geschreven op het requisitoir van de Openbare Aanklager, de heer van Straelen in de zaak tegen Mohammed B, van wie inmiddels door de rechtbank bewezen is, dat hij T van Gogh dd 2-11 2004 om het leven heeft gebracht. Hoogstwaarschijnlijk bent u eveneens op de hoogte van het feit, dat  het vonnis in de rechtszaak  levenslange gevangenisstraf luidt.

In onderstaande aan het Amsterdamse Openbaar Ministerie gerichte kritisch commentaar tav het requisitoir van de heer van Straelen in de rechtszaak tegen Mohammed B plaats ik enkele kanttekeningen bij het mijns inziens in een aantal opzichten demagogische karakter van zijn requisitoir. Ook zet ik uiteen, waarom ik een tegenstander ben van een vonnis van levenslang voor Mohammed B.

Betreffende de tekst van het requisitoir van de heer van Straelen verwijs ik
u naar link
http://www.om.nl/info/document.php?id=717

Zoals u ziet refereer ik  t.a.v. Mohammed B aan de terminologie ”verdachte”, aangezien er op het moment van het schrijven cq verzenden van dit commentaar [dd 25-7] nog geen vonnis door de rechter was uitgesproken

I Inleiding:

In de eerste plaats stel ik bij dezen nadrukkelijk, genendele de pretentie te hebben, een uitputtende analyse in dezen te schrijven. Aan onderstaande zult u zien, dat ik niet op alle door de heer van Straelen genoemde punten cq argumentatie ben ingegaan, maar er de m.i. belangrijkste aspecten heb uitgelicht. Verder probeer ik in mijn tekst zoveel mogelijk de door de heer van Straelen aangehouden volgorde te betrachten behoudens enkele uitzonderingen

I Inleiding

II Vrijheid van meningsuiting

III Misdrijven met een terroristisch oogmerk

IV Demagogische componenten tav het requisitoir van van Straelen

V Tenlastelegging jegens verdachte

VI Strafeis

VII Aanbevelingen

II Vrijheid van meningsuiting:

Voor een adequate behandeling van de inhoudelijke kant van dit hoofdstuk bedien ik mij dienaangaande van enkele door de heer van Straelen gemaakte opmerkingen die ik als citaten zal vermelden bij een eventueel commentaar mijnerzijds

A Citaat van Straelen [tav het proces Mohammed B]
“Dit proces, meneer de voorzitter, edelachtbaar college, gaat over de moord op Theo van Gogh, het schieten op omstanders en politiemensen en de bedreiging van Ayaan Hirsi Ali.”

A1 Mijn commentaar:

Uiteraard is in de tenlastelegging o.a. opgenomen het schieten op omstanders en de bedreiging van Hirsi Ali, maar opvallend in dezen is het feit, dat in dezen geen enkele rangorde in importantie van de gebeurtenissen is aangebracht. Behalve echter de tenlastelegging van bedreiging aan het adres van Hirsi Ali zijn de andere aangevoerde klachten uit de hoofdklacht, de verdenking van Mohammed B van de moord op T van Gogh

B Citaat van Straelen: ”Dit proces gaat over meer. Het gaat over vrijheid van meningsuiting, tolerantie en intolerantie, een manier van godsdienstbeleving die uitmondt in een terroristische actie. En meer dan in andere strafzaken staat de persoon van het slachtoffer, Theo van Gogh, centraal: het slachtoffer, bewust gekozen vanwege zijn al dan niet vermeende ideeën en sympathieën. ”

B1 Mijn commentaar:

Bij het lezen van deze zinsnede kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat de Openbare Aanklager zich niet beperkt tot het feitelijk strafbare karakter van de al dan niet door Mohammed B gepleegde moord op T van Gogh, maar tegelijkertijd gecompliceerde maarschappelijke vraagstukken als tolerantie, intolerantie en religieuze belevingen aan de kaak wil stellen en op het conto van Mohammed B wil schuiven. Met andere woorden: hij veralgemeniseert het bijzondere karakter van de al dan niet bewezen aanklacht van de moord op van Gogh waarvoor Mohammed B terecht staat impliciet tot een verantwoordelijkheid van deze voor algemeen maatschappelijke ontwikkelingen.
Anders gezegd: Mohammed B staat terecht wegens moord, niet vanwege lang voor hem begonnen sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen waarbij een scala van personen en
politiek-historische ontwikkelingen bij betrokken zijn. Hoewel de heer van Straelen nadrukkelijk in zijn requistoir vermeldt, dat niet de Islam en de Marokkanen, maar Mohammed B terecht staat, bedient van Straelen zich, althans bij deze zinsnede, van de demagogische connotatie van een politiek proces, hetgeen ik bedenkelijk en niet vallende binnen de grenzen van de rechtspraak acht.

Uiteraard is het evident, dat de moord op van Gogh niet los gezien kan worden van de discussie tav de echte of vermeende begrenzingen of juist de openheid van de vrijheid van meningsuiting en in zoverre is deze door van Straelen gemaakte opmerking legitiem, maar te suggereren, dat het proces ”meer is dan dat [cq de tenlastelegging] suggereert, dat Mohammed B tevens terecht staat voor en verantwoordelijk is voor bovengenoemde ontwikkelingen,
hetgeen doet suggereren dat een en ander in de strafeis zou worden meegewogen en dat is buiten de daad waarvan hij wordt verdacht. Hooguit kan gesteld worden, dat hij bij het al dan niet plegen van deze daad een exponent geweest is van bepaalde ideeën, maar hij staat in eerste instantie terecht voor de daad, mogelijk ingegeven door bepaalde opvattingen, NIET voor het totaal-spectrum van deze ontwikkelingen.

C Citaat van Straelen
”Het gaat over vrijheid van meningsuiting, tolerantie en intolerantie, een manier van godsdienstbeleving die uitmondt in een terroristische actie. En meer dan in andere strafzaken staat de persoon van het slachtoffer, Theo van Gogh, centraal: het slachtoffer, bewust gekozen vanwege zijn al dan niet vermeende ideeën en sympathieën.”

Mijn commentaar:
Eveneens zal ik middels dit betoog trachten aan te tonen, dat aan deze daad geen terroristische aspecten kleven. Een van de aspecten [hoewel niet onverbrekelijk verbonden aan terrorisme]
het functioneren in een daartoe ingerichte politiekactivistische groep, is naar de Openbare Aanklager zelf heeft moeten toegeven, niet bewezen geacht.

D Citaat van Straelen:
”En meer dan in andere strafzaken staat de persoon van het slachtoffer, Theo van Gogh, centraal: het slachtoffer, bewust gekozen vanwege zijn al dan niet vermeende ideeën en sympathieën.”

Mijn commentaar:
Dienaangaande wil ik er de Openbare Aanklager graag op attent maken, dat in iedere moordzaak, hetzij een zuiver persoonlijk, hetzij een politiek-sociaal kader, de persoon van het slachtoffer centraal staat.Wanneer er sprake is van een moord met als aanleiding, zich te ontdoen van het de moordenaar chanterende slachtoffer, staat het chanterende en mogelijk
sadistische karakter van het slachtoffer centraal, wanneer er sprake is van een afrekening in de onderwereld, staat de hiërarchische positie van het slachtoffer en mogelijk agressief karakter centraal. Wanneer het een moord vanuit hartstochtelijke motieven betreft, staat de eventuele overspel hetzij het provocerende gedrag van het slachtoffer centraal.
Met andere woorden: De eventuele opvattingen van een slachtoffer cq gedrag staan in iedere moordzaak centraal, in deze niet meer dan in een andere. Een en ander [het grotere centraal staan van het slachtoffer dan in andere moordzaken] kan dan ook niet door de Openbare Aanklager afdoende worden aangetoond.

Als tegenargument zal hij aanvoeren, dat het hier mogelijkerwijze om een politieke moord gaat met religieuze connotaties. Zelfs als dat bewezen kan worden, dan nog is er geen sprake van een specifieke rol van de persoon van van Gogh in dezen, maar vergelijkbaar met de rol van ieder ander lachtoffer van een politieke of andere moord.

Wanneer bijvoorbeeld het provocatieve karakter van het functioneren van van Gogh een van de aanleidingen geweest is voor het plegen van deze moord, waarvoor toch grote en duidelijke aanwijzingen zijn, moet derhalve met nadruk gezegd worden, dat in ieder andere moordzaak, waarin het provocatieve karakter van slachtoffer van belang is, het karakter niet minder dan in het geval van van Gogh een rol speelt.

E Tav persoon T van Gogh en de vrijheid van meningsuiting:
Citaat van Straelen
”Verwacht u van mij geen korte biografie en zeker geen hagiografie, want een heilige was hij beslist niet. Beoordeeld alleen aan de hand van zijn columns en televisieoptredens, ontstaat het beeld van een onverbeterlijk criticaster, die beledigen tot kunst heeft verheven. “Functioneel beledigen” noemde hij dit, een onderdeel van zijn boodschap; het waarschuwen tegen de vijfde colonne die probeert in Nederland de vrije manier van leven aan te tasten. Als columnist zocht hij voortdurend de rand van het toelaatbare op.Velen moesten het van hem ontgelden, joods, christelijk of islamitisch, politici en bestuurders. Heilige huisjes bestonden niet voor hem. Hij had een broertje dood aan huichelachtigheid en schroomde niet zich soms grof en beledigend te uiten. Drie keer werd hij aangeklaagd wegens uitlatingen die antisemitisch werden gevonden of beledigend voor christenen en islamieten. Nooit werd hij veroordeeld. Theo van Gogh propageerde de vrijheid van meningsuiting in zijn meest absolute zin. In een column in Vrij Nederland schreef hij dat alleen vrije meningsuiting in de breedste zin van het woord, dus inclusief het recht van discriminerende imams om hun vooroordeel uit te dragen, ons vrije burgers kan redden van de barbarij. Aan de vrijheid van
meningsuiting mochten volgens hem geen grenzen zitten. Eén geboren provocateur, zo wordt hij wel genoemd. Dit is het beeld dat de verdachte voor zich heeft gehad toen hij besloot om Van Gogh tot het doelwit te maken van zijn aanslag. ”

Deelcitaat van Straelen:
” Beoordeeld alleen aan de hand van zijn columns en televisieoptredens, ontstaat het beeld van een onverbeterlijk criticaster, die beledigen tot kunst heeft verheven. “Functioneel beledigen” noemde hij dit, een onderdeel van zijn boodschap;”

Deelcitaat van Straelen:
”Heilige huisjes bestonden niet voor hem. Hij had een broertje dood aan huichelachtigheid en schroomde niet zich soms grof en beledigend te uiten.”

Deelcitaat van Straelen:
” In een column in Vrij Nederland schreef hij dat alleen vrije meningsuiting in de breedste zin van het woord, dus inclusief het recht van discriminerende imams om hun vooroordeel uit te dragen, ons vrije burgers kan redden van de barbarij. Aan de vrijheid van meningsuiting mochten volgens hem geen grenzen zitten. Eén geboren provocateur, zo wordt hij wel genoemd. Dit is het beeld dat de verdachte voor zich heeft gehad toen hij besloot om Van Gogh tot het doelwit te maken van zijn aanslag.”

D1 Mijn commentaar:

In de eerste plaats is het opvallend de manifeste bagatellisering door de heer van Straelen van de impact van de door van Gogh geuite beledigende cq racistische taal aan het adres van moslims in het algemeen en gericht tegen het Marokkaans-islamitische bevolkingsdeel in het bijzonder. Bovendien schijnt hij bij de referentie aan de opvattingen van van Gogh gevoeglijk uit het oog te verliezen, dat nog afgezien van het beledigende en racistische karakter in dezen, er genendele sprake is van een onbeperkte vrijheid van meningsuiting in dezen, maar dat de wetgeving, zowel nationaal als Europees, in dezen aan de vrijheid van meningsuiting wel
degelijk restricties oplegt en terecht.
[Het beledigen van mensen cq groepen op grond van hun ras, nationaliteit cq geloofsovertuiging is namelijk als uitsluitingsmechanisme in strijd met de zowel Nederlandse als internationaal-rechtelijke opvatting, dat ieder mens, ongeacht was, geloof of nationaliteit, gelijkelijk recht heeft op respect.]

Zo is de vrijheid van meningsuiting [het recht op openbaring van gedachten en gevoelens] weliswaar vastgelegd in artikel 7 van de Nederlandse Grondwet, echter met inachtneming van overige wettelijke bepalingen, hetgeen o.a. verwijst naar de in het Wetboek van Strafrecht geldende discriminatieverboden [met name artikel 137 c t/m g] en uiteraard artikel 1 van de Nederlandse Grondwet, net als artikel 7 een grondrecht.
Eveneens refereert artikel 10 EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, nvdr), dat vrijheid van meningsuiting impliceert aan een restrictie op dit recht in het ruimer verband van wettelijke sancties, die o.a. betrekking kunnen hebben op de ”rechten van anderen”. In die zin is ergo van een ongebreidelde vrijheid van meningsuiting in wettelijke zin geen sprake:

Discriminatieverboden:

Zie dienaangaande internationaal, het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie met name artikel 2d, op Europees niveau artikel 14 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en nationaal, artikel 1 van de Nederlandse Grondwet.

Echter ook komt dit discriminatieverbod voor in o.a. artikel 137 c t/m g, nader gespecificeerd in artikel 137c [het zich mondeling of bij geschrift beledigend uitlaten tav een groep mensen vanwege hun ras of religie]

Gezien tegen het licht van de veelal buitengewone grofheid van de uitlatingen van van Gogh, met name tav de Islam als religie als met name de Marokkaanse islamitische bevolkingsgroep in het algemeen is het in dezen in alle opzichten oneigenlijk, te spreken van vrijheid van meningsuiting.

Tegen Joodse mensen gedane anti-semitische uitlatingen:

”Hij had een broertje dood aan huichelachtigheid en schroomde niet zich soms grof en beledigend te uiten. Drie keer werd hij aangeklaagd wegens uitlatingen die antisemitisch werden gevonden of beledigend voor christenen en islamieten. Nooit werd hij veroordeeld. ”

Nog afgezien van de racistische en derhalve laakbare uitingen van van Gogh tegen de Islam en moslims in het bijzonder, met name Marokkaanse moslims, richtten zijn uitlatingen zich evenzeer tegen Joodse mensen. Zo refereert T. van Gogh in een pamflet tegen schrijver en publicist L de Winter aan een door hemzelf bedacht animatiefilmpje tav twee ”copulerende
gele Davidssterren in de gaskamer”. Een ander schokkend staaltje van anti-semitisme wordt door van Gogh geuit in zijn berucht geworden opmerking ”wat ruikt het hier naar karamel? Vandaag verbranden ze alleen de suikerzieke Joden”

Het zou mij zeer verbazen, wanneer de heer van Straelen uitspraken van een dergelijke signatuur eveneens onder de categorie ”vrijheid van meningsuiting” zou willen rangschikken.

Politiek maatschappelijke impact stellingname T van Gogh:

Nog afgezien echter van het ostentatief-beledigende en racistische karakter tav zijn met name na 11 september voornamelijk betr. moslims gedane uitspraken, die met name in een tijd van verdergaande stigmatisering van de Marokkaanse moslims als kwetsbare minderheidsgroep daarenboven getuigden van morele lafheid, hadden de door hem gedane uitingen met name een gevaarlijke politiek-maatschappelijke impact. Zij bevorderden in belangrijke mate het sinds 11 september in verontrustende mate toegenomen anti-islam-klimaat, hetgeen voor moslims in het algemeen en de Marokkaanse gemeenschap in het bijzonder leidde tot verregaande stigmatisering met alle humanitaire gevolgen van dien, inclusief de toename
van radicaliserende tendenties.

III Misdrijven met een terroristisch oogmerk

A Citaat van de heer van Straelen:
”Het terroristisch oogmerk speelt in deze zaak een grote rol. Met uitzondering van het subsidiair ten laste gelegde in feit 6, wordt B. ervan verdacht dat hij alle misdrijven heeft begaan met een terroristisch oogmerk. Dit oogmerk is in het Wetboek van Strafrecht ingevoerd met de Wet Terroristische Misdrijven. Deze wet is op 10 augustus 2004 in werking
getreden. De Wet terroristische misdrijven geeft uitvoering aan het Europese Kaderbesluit Terrorismebestrijding. De ratio van dit besluit kan worden afgeleid uit de aanhef. Daar wordt vastgesteld dat terrorisme een van de ernstigste schendingen is van de beginselen waarop de Europese Gemeenschap is gegrondvest. Doel is een meer slagvaardig optreden tegen terroristen. In de Wet terroristische misdrijven worden enkele nieuwe strafbare feiten
geïntroduceerd, zoals de rekrutering ten behoeve van de Jihad, de samenspanning tot het plegen van terroristische misdrijven en de deelneming aan een organisatie die het oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Daarnaast wordt in artikel 83 Sr. een definitie gegeven van een terroristisch misdrijf. Hieronder wordt verstaan een groot aantal misdrijven
die worden begaan, ik citeer, met: “Het oogmerk om de bevolking of een deel van de bevolking van een land vrees aan te jagen dan wel een overheid of een internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.” (art. 83a Sr.) Het Openbaar Ministerie moet in deze zaak dus bewijzen dat de verdachte het oogmerk heeft gehad om door middel van de strafbare feiten mensen bang te maken, de overheid tot iets te dwingen of de fundamenten van de Nederlandse maatschappij te ontwrichten of te vernietigen.”

A1 Mijn commentaar
Zoals reeds eerder opgemerkt is het doel van dit commentaar niet, uitputtend in te gaan op iedere door de heer van Straelen in zijn requisitoir gemaakte opmerking, maar wel aan de hand van de belangrijkste door hem aangevoerde punten de belangrijkste delen van zijn betoog te ontkrachten, in dezen het door hem gestelde terroristische karakter van het gepleegde misdrijf

Definitie terrorisme:
Volgens het Internationaal Recht is de definitie van terrorisme, het plegen van militaire aanvallen op burgers of burgerdoelen, met als doel het afdwingen van een zeker politiek doel bij de desbetreffende regeringen. Het is evident, dat een en ander niet-gelegitimeerd is, aangezien volgens het Internationaal Recht [de 4e Conventie van Genève] bij iedere militaire
actie van zowel een leger in oorlogs- of bezettingstijd als gewapende verzetsgroepen of individuen een strikt onderscheid gemaakt dient te worden tussen combattanten [militairen en strijders] en non-combattanten [burgers]. Het hoofddoel van het plegen van een aanslag is in dezen het afdwingen van een politieke eis aan de regering van het land waarin de aanslag is
gepleegd.
Een ander belangrijk doel is de ontwrichting van de betreffende samenleving.Een verder van belang zijnd doel is tevens, dat dergelijke aanslagen vanwege het politieke karakter ervan vrijwel altijd in organisatieverband worden gepleegd. Eveneens is een bijkomend, maar zeker niet onbelangrijk aspect het zaaien van angst onder de bevolking.
Deze internationaal-rechtelijke definitie komt eveneens grotendeels terug in artikel 83A van het Wetboek van Strafrecht, dat als definitie voor terrorisme aanvoert: “Het oogmerk om de bevolking of een deel van de bevolking van een land vrees aan te jagen dan wel een overheid of een internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een
land of internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.”

Het probleem betreffende het criterium van het angst aanjagen van de bevolking is, dat een en ander geen hoofddoel op zich is en evenmin als intentie bewijsbaar, aangezien vanzelfsprekend het effect van een terroristische aanslag per definitie angst bij de bevolking aanjaagt, met name vanwege het willekeurige karakter van de gepleegde daad.

Mijn bezwaar tegen de argumentatie van de heer van Straelen betreffende het terroristisch oogmerk van de gepleegde daad:
Mijn hoofdbezwaar tegen de bewijsvoering van de heer van Straelen betreffende het terroristische karakter van de gepleegde aanslag is tweeledig. Enerzijds legt hij m.i. een oneigenlijk verband tussen de door Mohammed B gepleegde daad en het terroristische karakter ervan, waarbij hij zich bovendien regelmatig beroept op niet nader te controleren
ooggetuigenverslagen. Anderzijds gaat hij voorbij aan het feit, dat bij de vaststelling van de
definitie van terrorisme, de hoofdpunten in het geheel bij de gepleegde daden een rol dienen te spelen. Ik zal hierop aanstonds terugkomen.

Het oneigenlijk verband tussen de door Mohammed B gepleegde daad en het
terroristische karakter ervan.

Het aanjagen van angst aan de Nederlandse bevolking

De heer van Straelen stelt in zijn betoog dat de door Mohammed B gepleegde daad o.a. beantwoordt aan het aspect ”terrorisme” vanwege het aanjagen van angst aan de Nederlandse bevolking. Voor dit argument baseert hij zich op een aantal feiten, waarvan ik de voornaamste in onderstaande in het kort zal weergeven:
1 Het feit, dat de moord op een druk punt van Amsterdam, in de ochtendspits, gepleegd is
2 Het feit, dat slachtoffer een ”bekende Nederlander” was, die met ”opmerkelijke uitspraken” het nieuws haalde
3 Het feit, dat er via de achtergelaten brief aan Hirsi angst aan de Nederlandse bevolking zou zijn aangejaagd

Het is evident, dat het angst aanjagen van de bevolking als zodanig geen voldoende motief is voor de rechtvaardiging van het argument, dat deze misdaad een terroristisch karakter zou hebben. Dienaangaande wil ik nadrukkelijk wijzen op het feit, dat zich, met name in het criminele circuit, wel vaker ernstige beschietingen cq liquidaties hebben voorgedaan, eveneens in drukke straten en op cruciale tijdstippen gepleegd, die eveneens uiteraard de bevolking angst aanjoegen, zonder dat hiervan sprake was van een terroristische aanslag als zodanig.
Evenzeer kan het feit, dat het hier de moord op een ”bekende Nederlander met uitgesproken opvattingen betrof” weliswaar angstaanjagend zijn voor een bepaalde categorie uit de Nederlandse samenleving, maar een en ander is genendele een bewijs voor de aanwezigheid van terrorisme in de zin van het Internationaal Recht cq gedeeltelijk afgeleide artikel 83 SR [Wetboek van Strafrecht].

Evenmin is het waarschijnlijk, dat de Nederlandse bevolking angst is aangejaagd door de specifiek aan Hirsi Ali gerichte brief, die op het lichaam van van Gogh is aangetroffen.
Weliswaar is er een ooggetuigenverklaring dat Mohammed B zou hebben geroepen: ”Dan weten jullie ook wat je te wachten staat”, maar er is geen enkel aanwijsbaar bewijs, dat hij een en ander ook daadwerkelijk heeft gezegd.
Bovendien kan een dergelijke uitspraak gedaan zijn in het overspannen moment na het plegen van een dergelijk ernstig misdrijf. Bewezen is, dat criminelen dan in een buiten-gewone geestestoestand verkeren en althans tijdelijk, ontoerekeningsvatbaar geacht kunnen worden.

Ook zijn verdere in de brief aan Hirsi Ali geschreven uitspraken en de andere door de heer van Straelen aangehaalde door Mohammed B gedane uitspraken en neergeschreven zinsneden in geschriften van hem wijzen weliswaar op uit verwarde alsook rationele argumenten opgebouwde politiek-religieuze stellingnamen, maar echter in algemeen-politieke zin gesteld [refererend aan de politiek-militaire optreden van de VS en West-Europa in het Midden-Oosten en de andere Arabische landen] en geenszins met de bedoeling tot specifieke angstaanjagerij van de Nederlandse bevolking als zodanig.

B Ontwrichting Nederlandse samenleving:

De heer van Straelen acht in zijn betoog geen aanwijzingen aanwezig, dat Mohammed B met het door hem eventueel gepleegde misdrijf een politieke eis van de Nederlandse regering heeft willen afdwingen. Eveneens brengt de heer van Straelen naar voren, dat Mohammed B met de door hem gepleegde daad de ontwrichting van de Nederlandse samenleving voor ogen stond.
Ik verwerp dat. Wel deel ik zijn mening, dat uit de door Mohammed B geschreven en vertaalde literatuur een moslim-fundamentalistisch wereldbeeld naar voren komt, waarin
werd gerefereerd aan een afkeer van de politiek-economische structuur van de Nederlandse samenleving. Een en ander [hiermee refereer ik uiteraard slechts aan het verzet tegen de
politiek-economische structuur in Nederland] is echter, in andere politiek-sociale vorm, eveneens van toepassing op in Nederland actieve links-revolutionnaire stromingen en ressorteert evenals bij genoemde linkse stromingen, onder de vrijheid van meningsuiting, zolang een en ander althans geen aanleiding geeft tot belediging cq het plegen van strafbare feiten.Ik kom hierop terug

Toelichting bij de boeken cq gechriften van Mohammed B:

Bij lezing van enkele door Mohammed B geschreven geschriften gelezen [waaronder de op het lichaam van van Gogh aangetroffen brief aan Hirsi Ali] en nog los van de enigszins verwarde geestestoestand, die hieruit m.i. spreekt, komt met name duidelijk een politiek motief naar voren, namelijk het verzet tegen de politiek-economische structuur van de Nederlandse samenleving, met daaruit voor hem logisch voortvloeiende het politiek-militaire optreden van met name de VS en eveneens de West-Europese bondgenoten in de regio van het Midden-Oosten.
Overigens citeert hij in dezen eveneens uit de Talmoed en blijkt uit de brief niet zozeer een antisemitisch karakter, maar is een en ander gebaseerd op de Talmoedische teksten zelf, waarbij hij en passant eveneens getuigt van kritiek op het Israëlische politiek-militaire optreden in de Palestijnse bezette gebieden.
Deze evident-politieke opstelling is eveneens vermengd met een militant islamitisch fundamentalisme en dient dan ook als zodanig te worden gelezen cq geinterpreteerd.
Nogmaals, zijn gedachtegoed is als zodanig een lichtelijk verward amalgama van verzet tegen de machtspositie van de VS en West-Europa in het algemeen, de politieke rol van Nederland in dezen in het bijzonder, gecombineerd met een militante fundamentalistische opstelling.
Nogmaals, een en ander ressorteert als zodanig onder een weliswaar aan bepaalde politieke stromingen onwenselijke opvatting, maar is als zodanig gelegitimeerd onder het principe van de vrijheid van meningsuiting, zolang er althans geen sprake is van een beledigend, racistisch of anderszins strafbaar karakter

Moord op van Gogh:

Ik ga dan ook van het standpunt uit, dat zijn bovengenoemde stellingname weliswaar heeft bijgedragen tot zijn verdere radicalisering, maar in deze geen enkel verband hoeft te staan tot de gepleegde moord op van Gogh, die volgens de heer van Straelen en eveneens mij in de eerste plaats is ingegeven door de stelselmatige provocatieve cq beledigende taal van de heer
van Gogh tav de Islam. Ik hou staande, dat radicalisering cq aanhang van een militant-islamitische stroming geen voorwaarde behoeft te zijn voor het plegen van dit alleszins verwerpelijke misdrijf.
Eveneens kan een en ander het gevolg zijn van toenemende gevoelens van frustratie tav de straffeloze uiting van dergelijke opvattingen, gecombineerd met een gewelddadig karakter, geradicaliseerd of niet. Ik citeer bij dezen enkele door de heer van Gogh gemaakte opmerkingen, die moslims in het algemeen, die niet radicaal-islamitisch zijn, in ernstige
mate gekwetst hebben:

”Allah is een varken”
”Ik veeg mijn billen af aan de Koran”

Nadrukkelijk stel ik bij dezen, dat een en ander in geen enkel opzicht een bagatellisering is van de gepleegde gruwelijke moord, wel wil ik stellen, dat radicalisering als zodanig geen sluitend motief behoeft te zijn tot het overgaan tot een dergelijk strafbaar feit.

Ontwrichting van de Nederlandse samenleving:

Evenmin acht ik het bewezen, dat deze door Mohammed B gepleegde gruwelijke moord de intentie had tot ontwrichting van de samenleving als zodanig, omdat in dezen als slachtoffer was gekozen een publicist, die zich op uiterst provocerende taal uitliet tav een religieuze groepering in het algemeen en een islamitisch bevolkingsdeel in het bijzonder. Met alle respect voor zijn nagedachtenis bekleedde van Gogh niet een dergelijke belangrijke rol in de samenleving, dat van het beoogde effect van ontwrichting gesproken kan worden, hetgeen bij een politicus als P. Fortuyn, hoewel ook deze misdaad niet terroristisch van opzet was, veeleer het geval is geweest. Bovendien heeft Mohammed B duidelijk gesteld, hetgeen door van Straelen bevestigd, dat het motief tot de moord de belediging van van Gogh tav Allah
gold.

Betreffende het verwerpen van de westerse normen en waarden:

Aansluitende de echte of vermeende ontwrichting van de Nederlandse samenleving door Mohammed B wil ik tenslotte nog nader ingaan op de door de heer van Straelen genoemde ”verwerping door Mohammed B van de westerse normen en waarden”. Enerzijds ben ik het zeker met de heer van Straelen eens, dat een en ander in ernstige mate een rol gespeeld heeft, wanneer hij stelt, dat het in Nederland erkende democratische staatsbestel in strijd is met de Islam.
Anderszijds raad ik de heer van Straelen aan, een voorzichtig gebruik van dergelijke termen de bezigen. Weliswaar is er sprake van sterke Westerse verworvenheden zoals de in het
kader van de Verlichting ontstane democratische staatsbestel en de democratische rechtsprincipes, anderzijds zijn uit de westerse politieke ontwikkelingen evenzeer verwerpelijke politiek-militaire structuren als het kolonialisme en slavernij en slavenhandel voortgekomen.
Met name de kant van het kolonialisme heeft diepe sporen achtergelaten in een groot aantal Derde Wereldlanden, waaronder Marokko, het herkomstland van Mohammed B. Evenzeer richt hij in belangrijke mate zijn verzet tegen hedendaagse westerse machtsstructuren, uitmondend in het westerse politiek-militaire optreden in grote delen van de Derde Wereld, met name voor Marokkanen extra belangrijke gebieden als Irak en Palestina. Het is dan ook van belang, zijn verwerping van de ”westerse normen en waarden” in dat licht te bezien.
Ook stel ik nadrukkelijk, dat zijn verwerping van de westerse normen en waarden m.i. losstaat van de door hem gepleegde gewelddaad tegen van Gogh

C Het terroristisch motief tot het afdwingen van een politiek doel aan de
Nederlandse Overheid:

Overigens deel ik de door de heer van Straelen te berde gebrachte opvatting, dat in geen enkel opzicht bewezen is, dat Mohammed B de intentie gehad heeft de Nederlandse Overheid een politiek doel af te dwingen, hetgeen een van de hoofdcriteria is voor de definitie van het plegen van een terroristische aanslag.

D De ondersteunende terroristische organisatie

Zoals ik reeds in bovenstaande heb aangegeven, is een van de andere definitiecriteria bij het plegen van een terroristische aanslag een al dan niet op de achtergrond aanwezige organisatie, hetgeen met name veelal noodzakelijk is voor de nodige organisatie, voorbereiding en de veelal noodzakelijke logistieke middelen
De heer van Straelen heeft echter in zijn requisitoir toegegeven, dat hij onvoldoende bewezen acht, dat er bij de moord op van Gogh medeplichtigen betrokken waren cq een organisatie hierbij betrokken was.Aangezien een en ander eveneens een duidelijke aanwijzing is voor het plegen van een terroristische aanslag, is wederom een van de belangrijkste definitiecriteria tot het plegen van een terroristische aanslag afgevallen.

E De selectie van de heer van Straelen uit de definitie-criteria voor het plegen van een terroristische aanslag

Ik heb reeds in bovenstaande bezwaar gemaakt tegen het feit, dat de heer van Straelen in zijn beschouwing tav het terroristische karakter van het gepleegde misdrijf niet alle belangrijke componenten van de definitie in het geheel heeft kunnen bevestigen, maar slechts deelaspecten, waardoor zijn betoog aan geloofwaardigheid in ernstige mate inboet

Zo acht hij weliswaar bewezen, dat aan de belangrijke voorwaarden, namelijk het bewust aanjagen van angst aan de Nederlandse bevolking en het ontwrichten van de samenleving is voldaan, maar acht hij niet bewezen de andere zeer belangrijke voorwaarde, namelijk het opdringen aan de Nederlandse regering van een politiek doel. Evenmin heeft hij de andere voorwaarde, de ondersteuning door een organisatie cq het hebben van medeplichtigen, hard kunnen maken. Een en ander ondersteunt mijn theorie, dat er ook vanuit zijn standpunt, van
het plegen van een moord met terroristisch motief, genendele sprake is.
Voor het plegen van een terroristische moet namelijk voldaan worden aan alle hierboven vermelde belangrijke componenten, niet aan enkele aspecten hiervan. Naar mijn mening echter is zoals reeds vermeld, aan geen enkel hierbovenstaand criterium voldaan, waardoor er geen sprake is van een moord met een terroristisch motief.

Een en ander betekent uiteraard genendele, dat de moord in dezen aan gruwelijkheid zou inboeten, integendeel. Echter acht ik het terroristisch oogmerk, dat een aanzienlijke
strafverzwaring tot levenslang zou inhouden, genendele bewezen

IV De demagogische componenten in het requisitoir van de heer van Straelen

1 De bagatellisering door van Straelen van de impact van de uitlatingen van van Gogh

2 Commentaar door de heer van Straelen tav de moord op van Gogh en de hierop volgende gebeurtenissen, met name met betrekking tot de beschoten omstanders en politiemensen

3 Het oneigenlijke argument van de belemmering in de uitoefening van de functie van Hirsi Ali als kamerlid

4 De bagatellisering door van S van de extreemrechtse aanslagen door de impliciete debetstelling door Mohammed B

Bij dezen wil ik graag ingaan op enkele belangrijke aspecten uit het requisitoir van de heer van Straelen, die ik niet alleen inhoudelijk wil doorlichten, maar met name wil focussen op de m.i. onacceptabele denagogische kant, die de heer van Straelen hieraan verbindt

Reeds in de inleiding heb ik gewezen op de ostentatieve bagatellisering van de heer van Straelen van de impact van de door van Gogh gebezigde provocerende cq beledigende uitlatingen op de moslims in het algemeen en de Marokkaanse bevolkingsgroep in het bijzonder. Nadrukkelijk heb ik erop gewezen, dat een en ander uiteraard onder geen enkele omstandigheid mag leiden tot een vergoelijking cq bagatellisering van een dergelijke moord, wel echter dient een en ander niet alleen als een verklaringsgrond voor het gepleegde gruwelijke misdrijf.
Zoals bekend staat een en ander niet op zichzelf, maar moet eveneens afgemeten worden aan de sinds 11 september toegenomen anti-islamhetze, die zich in allerlei vormen, waaronder o.a. selectieve berichtgeving door de media en provocerende publicaties van o.a. van Gogh

2 Commentaar door de heer van Straelen tav de moord op van Gogh en de hierop volgende gebeurtenissen, met name met betrekking tot de beschoten omstanders en politiemensen
Ik wil nu vervolgen met een commentaar op de weergave door de heer van Straelen van de moord op van Gogh en de direct hierop volgende gebeurtenissen.
Nadrukkelijk wil ik stellen, geenszins een volledige analyse te willen geven van zijn rapportage, maar slechts stil te willen staan door enkele door mij niet alleen opmerkelijk geconstateerde feitelijkheden, maar tevens het betreffende bedenkelijke demagogische karakter in dezen. Vooraf dient gesteld te worden, dat hij uiteraard als Openbare Aanklager de
verantwoordelijkheid heeft, de schuld van verdachte vast te stellen met wettelijke en overtuigende bewijzen
Betreffende een aantal aspecten in dit requisitoir heeft de heer van Straelen zich daarvan ook op uitstekende wijze gekweten, nog los van het feit, of ik zijn standpunt in dezen deel, hetgeen betreffende het verloop van de rechtszaak uiteraard secundair is. Het is mij echter tevens opgevallen, dat de heer van Straelen in een aantal opzichten zich in zijn requisitoir te buiten is gegaan aan demagogische argumentatie, zijn functie ten enenmale onwaardig. Met name gezien tegen het licht van het reeds door het proces en de moord zeer beladen klimaat is een en ander niet alleen betreurenswaardig te noemen, maar leidt het m.i. eveneens tot de omkering van de feitelijke realiteit.
Uiteraard zal ik eveneens de aandacht vestigen op de m.i. zakelijke en overtuigende aspecten in dit verslag
In de eerste plaats wil ik nadrukkelijk stellen, dat ik het standpunt van de heer van Straelen geheel deel, dat er in het geval van van Gogh sprake is van moord met voorbedachten rade, gelet op de diverse getuigenverklaringen, de meegedragen wapens en de meegenomen aan Hirsi Ali gerichte brief.
Bij zijn standpunt echter, dat er tav de door Mohammed B tevens beschoten omstanders [2 in getal] en de betrokken politieagenten sprake zou zijn van poging tot moord met voorbedachten rade, maak ik de nodige kanttekeningen maak, waarop ik later in mijn betoog terug zal komen. Eveneens zal ik later terugkomen op de gehele tegen Mohammed B te berde
gebrachte tenlastelegging.

”’Burgerslachtoffers”

Een van de eerste aspecten van de demagogische aspecten in het betoog van de heer van Straelen acht ik de mi zeer overtrokken term ”burgerslachtoffers”. Een en ander wijst op de bij de schietpartij door Mohammed B eveneens geraakte omstanders, twee in het getal. Hoewel ik genendele de ernst van de gebeurtenissen in dezen wens te bagatelliseren en volkomen begrip heb voor de begrijpelijke post-traumatische gevoelens van de slachtoffers, verwijst de term
burgerslachtoffers naar een oorlogssituatie cq terroristische aanslag, waarvan naar mijn mening geen sprake is.
Eveneens suggereert een en ander, dat hij bewust het vuur heeft geopend op deze omstanders, hetgeen niet het geval is. Betreffende omstanders werden geraakt ten gevolge van zijn schietpartij op van Gogh, niet vanuit een onafhankelijke behoefte van verdachte, zijn wapens
op hen te richten. In dezen ben ik dan ook van mening, dat deze woordkeuze afbreuk doet aan de aan een juridisch requisitoir te stellen eisen van zakelijkheid en soberheid,
Gezien het klimaat rond de moord op van Gogh en de hierbij ontstane emoties acht ik bovendien het woordgebruik ”burgerslachtoffers” niet alleenonjuist, maar met name ook overtrokken en tendentieus.

De door van Straelen aan de 11 politieagenten toegemeten ”traumatische
slachtofferrol”

Eveneens acht ik de door de heer van Straelen geschetste slachtofferrol van de 11 politieagenten betreffende de beschieting van hen door Mohammed B niet alleen in hoge mate demagogisch, maar daarenboven niet in overeenstemming met de realiteit van de logistieke functionaliteit van de politie in het algemeen en betreffende deze situatie in het bijzonder.

Ik citeer de heer van Straelen:
”Ook alle politieagenten die door verdachte zijn beschoten en bedreigd hebben een vordering ingebracht: G. en G05 voor € 3500 en de overige negen politieagenten voor € 3000. Alle vorderingen zijn van immateriële aard en ze zijn overtuigend onderbouwd. Niet alleen door de ingediende schriftelijke slachtofferverklaringen, maar ook nog nader gemotiveerd door een medewerker slachtofferhulp van de Regiopolitie Amsterdam-Amstelland. Voor de politiemensen gaat het vooral om de enorme doodsangst die de verdachte bij hen heeft teweeggebracht. Ik vind alle vorderingen voor toewijzing vatbaar.”

Mijn commentaar

Tentoongespreide feiten:
Na de moord op van Gogh heeft verdachte een aantal keren het vuur geopend op 11 politieagenten. Hierbij dient te worden aangetekend, dat deze agenten gezeten waren in
respectievelijk een politieauto, een bus-wijkteam hondenbrigade en een surveillerende politieauto. In de eerste plaats blijkt hieruit duidelijk het strategische voordeel tav de verdachte [zittende in een auto, terwijl de verdachte zich op straat bevond]
In de tweede plaats dient nadrukkelijk melding gemaakt te worden van het feit, dat de betreffende politieagenten, die daarenboven door het publiek attent gemaakt waren op de moord en derhalve reeds in de gelegenheid geweest waren tot het nemen van voorzorgsmaatregelen, allen een kogelvrij vest droegen, waardoor het voor hen te nemen risico grotendeels werd beperkt. Bovendien is uit de politierapporten komen vast te staan, dat Mohammed B laag richtte en dienaangaande eventuele vitale lichaamsdelen van de agenten in mindere mate risico liepen.
Betreffende het slachtofferbeeld tav de door de politieagenten ondergane traumatische ervaringen het volgende: Hoewel het evident is, dat het beschoten worden, ook voor een politieman, aanleiding kan geven tot posttraumatische stress dient nadrukkelijk niet uit het oog te worden verloren, dat politieagenten in hun politieopleiding worden getraind op de meest extreme situaties. Bovendien zijn de meeste politiemensen in hun carrière meerdere malen geconfronteerd geweest met genoemde extreme cq gevaarlijke situaties en is een en ander, hoe onaangenaam veelal ook, onderdeel van hun werk. Eveneens zijn politiemensen doorgaans niet alleen zwaar bewapend, maar beschikken zij ook over de logistieke mogelijkheden, zo snel mogelijk een overmaat aan politieassistentie in te roepen. Duidelijk was daarenboven, dat de politieagenten tav verdachte verre in de meerderheid waren.
Verder dient daarenboven vastgesteld te worden, dat het enige werkelijke slachtoffer in dezen Mohammed B zelf was, aangezien hij door politieschoten in zijn been zwaar gewond raakte door een ernstige gecompliceerde beenbreuk en derhalve werd overgebracht naar het penitentiaire ziekenhuis in Scheveningen.
Hoewel een en ander helaas de resultante was van de door hem gestarte schietpartij, hoe onaangenaam voor hemzelf ook, is het derhalve, de training, ballistische en logistieke middelen van de politie in aanmerking genomen, oneigenlijk en demagogisch de politie als slachtoffer af te schilderen, hoe onaangenaam een schietpartij ook mag zijn.

3 Hirsi Ali:

Zoals bekend heeft Mohammed B een aan het VVD-Tweede Kamerlid Hirsi Ali gerichte brief achtergelaten, die m.i. een combinatie vormt van rationele argumentatie enerzijds, een verwarde combinatie van uit de Talmoed en de Koran geciteerde teksten anderzijds en zijn door de heer van Straelen genoemde ”afscheidsbrief”, die hoewel het midden houdend tussen een Sinterklaasgedicht [een door Prof Peters gedane uitspraak] en een schrijfsel van een wezenlijk bedreigend karakter.
Het is echter evident, dat een dergelijke brief, bevestigd op het lichaam van van Gogh, van de kant van Mohammed B getuigt van een duidelijk bedreigend karakter. Ik verwerp echter het door de heer van Straelen geponeerde standpunt, dat Mohammed B beschuldigd zou kunnen worden van bedreiging met geweld tegen een lid van de tweede kamer, Hirsi Ali, waardoor zij verhinderd werd haar werk te doen, met terroristisch oogmerk. Evenzeer verwerp ik ten enenmale de door de heer van Straelen gedane suggestie, dat het leven van Hirsi Ali gevaar zou lopen.

Motivatie:

Men moet zich namelijk terdege realiseren, dat op het moment van de bekendmaking van de door Mohammed B geschreven brief aan mevrouw Hirsi Ali, verdachte reeds gearresteerd was en daarenboven door een schotwond in zijn been aan een ziekenhuisbed lag gekluisterd.
Derhalve was het voor hem praktisch gezien onmogelijk, enige bedreigende actie richting Hirsi Ali te ondernemen.Wel kan ik mij voorstellen dat Hirsi Ali, met name gezien tegen het licht van de moord op van Gogh, tijdelijk de voorkeur gaf aan een onderduikadres.
Uiteraard is dat betreurenswaardig, maar niet het gevolg van een daadwerkelijk door Mohammed B te plegen actie. In dezen ben ik dan ook van mening, dat Mohammed B genendele schuldig is aan het verhinderen van het werk van Hirsi Ali als Tweede Kamerlid.
In de eerste plaats werd zij reeds goed beveiligd en kon deze beveiliging mogelijk verder worden uitgebreid. In de tweede plaats was het, zelfs vanuit haar onderduikadres voor haar
mogelijk, tot in hoge mate adequaat te kunnen functioneren, gezien de hoogtechnologische communicatiemiddelen als elektronisch vergaderen, e-mailen, het versturen van rapporten per fax en e-mail, telefonisch vergaderen en SMS-en.
De eeuw waaruit het wetsartikel tot de belemmering van een Tweede Kamerlid in functie afkomstig is [de negentiende eeuw] voorzag niet in dergelijke logistieke middelen, waardoor de afwezigheid in de Tweede Kamer inderdaad de activiteiten in ernstige mate bemoeilijkte.

4 De bagatellisering door van S van de extreemrechtse aanslagen door de impliciete debetstelling door Mohammed B

Een ernstig voorbeeld van demagogie en tevens getuigend van een elementair gebrek aan respect van de gedupeerden en slachtoffers vind ik de bagatellisering van de verantwoordelijkheid van extreemrechtse jongeren voor de sinds de op van Gogh dd 2-11 gepleegde moord gepleegde aanslagen op Kerken, moskeen en islamitische scholen.

Ik citeer de heer van Straelen:
”De straf zal ook moeten meewerken aan het voorkomen van eigenrichting. In de eerste twee weken na de moord op Theo van Gogh is er in twaalf moskeeën brand gesticht, of zijn ze beklad, besmeurd of zijn vernielingen aangericht. Brandstichting vond plaats bij twee Islamitische en één katholieke school. Ook zijn er vernielingen aangericht bij vijf kerken en het Marokkaanse consulaat is besmeurd. Een dieptepunt in ons land. Een onaanvaardbare
aantasting van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienstuitoefening. Natuurlijk is de verdachte hiervoor niet in zijn eentje verantwoordelijk. Met zijn terroristische aanslag heeft hij wel de aanzet hiertoe gegeven.”

Mijn commentaar:

In de eerste plaats is opvallend aan het betoog van de heer van Straelen, dat hij weliswaar, in een aantal gevallen niet gehinderd door het juiste gebruik van de terminologie ´´terrorisme´´ in zijn tenlastelegging de term te pas en te onpas gebruik maakt van de terminologie ´´terroristisch oogmerk´´ (zie bijvoorbeeld `´poging tot moord op omstanders met een
terroristisch oogmerk´´ ´´poging tot moord op politiemensen met een terroristisch oogmerk`´ etc, etc), maar in het geval van bovengenoemde brandstichtingen in Kerken, moskeen en islamitische scholen, waarvan trouwens sprake is geweest van 174 in totaal in drie weken, volgende op de moord op van Gogh, geen gewag maakt van de term ´´terroristische
aanslagen´´, terwijl hier wel degelijk aan de hoofdcriteria is voldaan:

A Het aanjagen van angst aan de bevolking, zowel de Marokkaanse, andere allochtone cq autochtoon/Nederlandse bevolking
B Het plegen van ,militaire aanvallen op burgers of burgerdoelen
C Het nastreven van een bepaald politiek doel (namelijk verdergaande discriminatie en isolatie minderheden, in casu islamitische Marokkanen), dat eventueel aan de regering kan worden afgedwongen (het nemen van discriminerende cq uitsluitende maatregelen tegen met name islamitische Marokkanen)
D Het ontwrichten van het democratische staatsbestel

Verder acht ik het ronduit schokkend, dat de gedeeltelijke verantwoordelijkheid van deze aanslagen door van Straelen bij Mohammed B gelegd wordt.
Niet alleen bagatelliseert hij hiermee de enige en hoofdverantwoordelijkheid voor deze aanslagen, die ligt bij de daders cq plegers, daarenboven verwijst hij op oneigenlijke en demagogische wijze naar een verdachte van een ander misdrijf, hiermee de verdachte willens en wetens impliciet criminaliserend.
In extremis doorgetrokken is dan eveneens de Joodse jongeman Herzel Grynspan, die in 1938 een dodelijke aanslag pleegde op de Duitse diplomaat in Parijs, de heet von Rath, met als motief de deportatie van zijn ouders, verantwoordelijk voor de door de nazi/machthebbers geïnitieerde Kristallnacht, als represaille vanwege die aanslag. Uit dit voorbeeld bliijkt hopelijk de oneigenlijke redenering van de heer van Straelen in dezen.

V De tenlastelegging jegens verdachte, te weten o.a. terroristische oogmerken betreffende de door Mohammed B verrichte daden, die geen betrekking hebben op de moord op van Gogh

Op het m.i. ontbreken van een terroristisch oogmerk betr. de moord op van Gogh ben ik reeds uitgebreid ingegaan. Wel acht ik moord met voorbedachten rade bewezen. Ik laat echter nog eens in het kort de andere aspecten van de tenlastelegging tegen verdachte de revu passeren:

2 poging tot moord met terroristisch oogmerk op een tweetal omstanders (dit zijn personen die door kogels van verdachte op de Linnaeusstraat zijn geraakt);
3 poging tot moord met terroristisch oogmerk op politieagenten;
4 verboden wapen- en munitiebezit begaan met terroristisch oogmerk;
5 bedreiging met geweld tegen een lid van de tweede kamer, Hirsi Ali, waardoor zij verhinderd werd haar werk te doen, met terroristisch oogmerk;

6 bedreiging van Hirsi Ali met een terroristisch misdrijf.

2 In de eerste plaats ben ik van mening, dat er geen sprake is van poging tot moord op en tweetal omstanders, aangezien deze intentie niet alleen nergens uit blijkt, maar de betreffende schietpartij niet tegen hen, maar tegen van Gogh gericht was en zij daarvan slachtoffer waren, aangezien zij toevallig in de buurt waren. Hooguit kan gesteld worden, dat Mohammed B hun risico van te voren had kunnen inschatten en als zodanig schuldig zou bevonden kunnen worden aan het nemen van een onverantwoord risico met hun leven en veilighheid.
Eveneens acht ik een terroristisch oogmerk oneigenlijk, gelet op het feit, dat het schietincident in geen enkel opzicht beantwoordt aan een terroristisch criterium
3 Evenzeer ongerijmd vind ik de aanklacht tot poging tot moord op de politieagenten, aangezien door de politie nadrukkelijk is gesteld, dat hij laag schoot, waardoor geen vitale lichaamsdelen konden worden geraakt.
Het terroristisch oogmerk verwerp ik, aangezien een en ander m.i. in het geheel niet aan de desbetreffende bovenstaande criteria voldoet. Het is namelijk ongerijmd en overtrokken om te stellen, dat door het schieten op een of meer politieagenten [die bovendien terugschoten, waardoor er sprake is van een wederzijds vuurgevecht]de overheid of de samenleving
zou worden ontwricht [argument van Straelen], met name gezien tegen het licht van de afloop van het vuurgevecht, waarbij Mohammed B een ernstige beenwond opliep en naar het penitentiair ziekenhuis moest worden overgebracht]
4 Uiteraard stem ik in met de eis tegen verboden wapenbezit, maar verwerp het terroristisch oogmerk op grond van reeds aangehaalde bovenstaande argumentatie
5 Ik verwerp de klacht van bedreiging met geweld tegen een lid van de Tweede Kamer, aangezien Mohammed B op het moment van de bekendmaking van de brief reeds met een gecompliceerde beenbreuk in het penitentiaire ziekenhuis lag, hetgeen een mogelijk te plegen misdrijf van zijn kant uitsloot. Ik verwerp het terroristisch oogmerk op grond van reeds aangehaalde bovenstaande argumentatie
6 Het argument van de bedreiging verwerp ik vanwege motivering onder 5, alsmede het terroristisch oogmerk .

VI Strafeis

De heer van Straelen houdt, voorafgaande aan zijn strafeis, een uitputtend en m.i. in een aantal opzichten demagogisch betoog, waarbij feitelijke gegevens met regelmaat gecombineerd worden met nog niet bewezen speculaties, hetgeen het professionele karakter van zijn betoog mi geen goed doet. Ik zal hierop niet uitgebreid ingaan, maar toch wil ik dienaangaande enkele voorbeelden noemen
Ik citeer de heer van Straelen: “Maar de weg van Mohammed B. en zijn vrienden van de Hofstadgroep bieden geen oplossing. Integendeel.” Ik beschouw een dergelijke opmerking als hoogst onprofessioneel, aangezien in geen enkel opzicht bewezen is, dat er een Hofstadtgroep (of een feitelijke vergelijkbare ´´terreurcel´´) bestaat. Een en ander dient immers nog door de rechtbank bewezen te worden. Daarenboven is evenmin met hard bewijs komen vast te staan, dat Mohammed B deel uitmaakt van een dergelijke organisatie, mocht deze bestaan.
De heer van Straelen stelt immers zelf in zijn requisitoir, dat Mohammed B niet wordt aangeklaagd op grond van zijn echte of vermeend lidmaatschap van deze al dan niet bestaande Hofstafdtgroep, vanwege gebrek aan bewijs in dezen. Het getuigt dan ook mi van ongeoorloofde demagogie en gebrek aan professionaliteit, over te gaan tot het maken van een dergelijke opmerking.

Feitelijke strafeis

De heer van Straelen voert een aantal argumenten aan, waarom hij in dezen is overgegaan tot het eisen van de hoogste straf, namelijk levenslang tav criteria voor bepaling strafmaat voert de heer van Straelen in de eerste plaats het element vergelding aan in de zin van boete/doening voor het gepleegde misdrijf, uiteraard volgens de principes van het Nederlandse rechtssysteem. Hoewel ik het in dezen uiteraard met hem eens ben, kan ik mij genendele vinden in zijn onderstaande, mi eveneens demagogisch/getinte overwegingen

Ik citeer de heer van Straelen: ” De straf moet tegemoet komen aan de gevoelens van intens verdriet en boosheid. Van de slachtoffers, maar ook van de maatschappij. De verdachte
heeft niet alleen Theo van Gogh willen treffen. Ook zijn nabestaanden, zijn vrienden en bewonderaars, de politiemensen die tegen hun wil bij het schietincident betrokken waren, Ayaan Hirsi Ali, onze volksvertegenwoordigers, de hele Nederlandse maatschappij. Hij heeft zoveel mogelijk mensen willen schokken, bang willen maken en is daarin ook deels
geslaagd.´´
Mijn commentaar:
Niet alleen ben ik van mening, dat van Straelen van verdachte in dezen een overtrokken beeld schetst, evenals de impact van de door hem gepleegde daad (nogmaals, van Gogh had niet de hiervoor vereiste politiek/maatschappelijke impact), eveneens acht ik het ernstig verwijtbaar, dat gevoelens van samenleving en nabestaanden een rol zouden spelen bij de toekenning van de strafmaat.
Gevaar hiervan is, dat de rechten van de verdachte in dezen worden uitgehold, hetgeen en aantasting is van de elementaire principes van de Nederlandse rechtsstaat. Evenmin dienen de opvattingen van verdachte m.b.t. het Nederlandse staatsbestel bij de vaststelling van zijn strafmaat een rol te spelen. Het enige juridische criterium dient dienaangaande te zijn het afmeten van het gepleegde misdrijf tegen de hiervoor in het Wetboek van Strafrecht
bepaalde strafmaat.
Verder voert van Straelen terecht aan, dat een ander criterium bij de vaststelling van de strafmaat is de mogelijkheid tot correctie. In zijn betoog meent van Straelen, afdoende te hebben aangetoond, dat verdachte een gevaar voor de samenleving blijft en derhalve levenslang verdient. In de eerste plaats is een en ander ongerijmd en tegen de rechtstatelijke
principes, een straf op te leggen voor eventueel nog te plegen misdrijven.(Zie woorden van Straelen ´´Komt hij ooit vrij, dan zal hij verder gaan.) Bovendien is het merkwaardig, dat van Straelen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan stellen, dat verdachte gedurende zijn hele leven niet aan verandering onderhevig zal zijn.
Maar een van de belangrijkste overwegingen acht ik het feit, dat de heer van Straelen met het stellen van zijn strafeis in bedenkelijke zin afwijkt van het algemene patroon in de Nederlandse Strafwetgeving, dat levenslang over het algemeen slechts wordt opgelegd bij meervoudige moorden. Het ergo opleggen van deze strafeis in het geval van een enkelvoudige moord vormt mi een breuk met de bestaande traditie in het strafwezen dienaangaande en tast het gelijkheidsprincipe in dezen aan, hetgeen ik een bedenkelijke ontwikkeling in dezen acht.
Ook ben ik van mening, dat het gruwelijke karakter van deze moord bij de strafeis geen rol mag spelen.
Tenslotte is iedere fysieke geweldsdaad, die tot moord leidt, gruwelijk, deze moord niet meer dan een andere Derhalve concluderende zou ik het een aan billijkheidseisen tegemoetkomende strafmaat achten, wanneer de rechter in dezen zou besluiten tot 18 jaar
gevangenisstraf.
Zoals de heer van Straelen reeds terecht heeft gesteld, staat niet de Islam of de Marokkaanse gemeenschap terecht, maar een verdachte, die bij het plegen van zijn geweldsdaad de Islam, die evenals christendom en Jodendom, is gebaseerd op naastenliefde en vergeving, heeft misbruikt.Derhalve zou het getuigen van een gevaarlijke rechtsongelijkheid, wanneer
verdachten, die zich bij hun geweldsdaden beroepen op de Islam bij het plegen van een enkelvoudige moord, strenger worden gestraft dan anderen.

VII Aanbevelingen

Tenslotte wil ik dit opmerken. Ik waardeer ten zeerste het feit, dat de heer van Straelen zo nadrukkelijk gewezen heeft op het feit, dat hij zich in dit requisitoir genendele generaliserend heeft willen opstellen naar de Islam toe en de Marokkaanse gemeenschap. Ook waardeer ik zijn onderkenning van de problemen van Marokkaanse jongeren en de gedeeltelijke verantwoordelijkheid van de Nederlandse samenleving in dezen. Over het algemeen vind ik dan ook zijn bovengeschetst betoog helder en terzake doend.
Wel zijn er echter in meer dan in incidentele gevallen een aantal demagogische aspecten in zijn betoog geslopen, waarvan ik er in bovenstaande enkele heb genoemd. Hierdoor en zijn somtijds overtrokken aandacht voor iedere door verdachte gemaakte opmerking heeft somtijds de impliciete indruk gewekt, niet alleen van een buitenproportionele criminalisering van de verdachte ¨(getuige zijn ten onrechte gestelde verantwoordelijkheid voor extreem/rechse aanslagen, het beeld van een seriemoordende religieze fanaticus, die in zijn eentje het hele Nederlandse staatsbestel ontwricht etc), maar tevens van zijn doel voorbijschietende Openbare Aanklager, die niet slechts verdachte aanklaagt, maar een en ander wil transponeren tot een politiek proces.
Het gevaar voor grootinquisiteur/achtig gedrag is hierbij groot, evenals de neiging tot misplaatst ´´moraalridderschap´´, waarbij de te verdedigen zaken (de westerse normen en waarden) vanwege de eveneens door mij genoemde negatieve componenten als hypocrisie de beoogde boodschap niet overbrengen, maar juist afstoten.
Ik denk daarenboven, dat juist in een dergelijk beladen proces als dit het van belang is, een zo groot mogelijke zakelijkheid te betrachten. De Openbare Aanklager moet er in dezen voor waken, in zijn betoog iedere vorm van onbedoeld als heksenjacht overkomende opmerkingen achterwege te laten.
Ik spreek de hoop uit, dat de heer van Straelen zich dienaangaande in een mogelijk volgend proces van een dergelijke strekking mag bedienen van een zakelijker en objectiever taalgebruik en een bescheidener attitude in dezen mag uitstralen zonder uiteraard als aanklager aan overtuigingskracht in te boeten

(Uitpers, nr. 67, 7de jg., september 2005)



B

ZIE HET REQUISITOIR, DAT IK FEL BEKRITISEER


RECHT.NLREQUISITOIR IN DE STRAFZAAK TEGEN MOHAMMED B
  https://www.recht.nl/proxycache.html?cid=38928

ZIE VOOR GEHELE TEKST
https://www.astridessed.nl/2005-strafzaak-tegen-mohammed-b-commentaar-op-requisitoir-van-straalen/



C

NOTEN BIJ INLEIDING
ZIE
https://www.astridessed.nl/2005-strafzaak-tegen-mohammed-b-commentaar-op-requisitoir-van-straalen/


OF

NOTEN   

[1]

  VERDACHTE STEEKPARTIJ AMSTERDAM HAD TERRORISTISCHMOTIEF/TERRORISME?/ENKELE IMPRESSIESASTRID ESSED17 SEPTEMBER 2018 https://www.astridessed.nl/verdachte-steekpartij-amsterdam-had-terroristisch-motief-terrorisme-enkele-impressies/  [2] 

 KRITIEK OP ANTI TERREURMAATREGELEN NEDERLAND AMNESTY INTERNATIONALDANGEROUSLY DISPROPORTIONATE: THE EVER-EXPANDINGNATIONAL SECURITY STATE IN EUROPE17 JANUARY 2017  https://www.amnesty.org/en/documents/eur01/5342/2017/en/   NETHERLANDS, PAGE 33  ” 3.6 NETHERLANDS On 2 July 2015, the Dutch government introduced a bill for public consultation that proposed an overhaul of the Dutch Intelligence and Security Act of 2002.152 The July 2015 draft Law on the Intelligence and Security Services,153 if enacted, would legitimize sweeping surveillance and interception powers for the General Intelligence and Security Service and the Military Intelligence and Security Service. An amended version of the bill, which was widely debated, was sent to the Dutch House of Representatives in October 2016.154 The proposed law would grant the security services the power to intercept the electronic communications of unspecified groups of individuals as long as the interception is “case-specific”. This limitation is not defined in the draft law or in the explanatory memorandum that accompanies it, raising concerns that such interception will occur outside the bounds of a formal criminal investigation where surveillance measures should be trained on specific individuals for whom the state has a reasonable suspicion of criminal activity. This broadly drawn provision –combined with the absence of an express requirement for prior individual reasonable suspicion — risks arbitrary interpretation and application, signalling a disproportionate interference with private communications. The draft law also lacks sufficient safeguards against abuse. It proposes the establishment of a Review Board,155 tasked with reviewing the lawfulness of the relevant Minister’s156 decision to approve the use of these surveillance powers; however, it does not include adequate guarantees to ensure the Board’s independence. In addition, the recommendations of the currently sitting Oversight Board for the Intelligence and Security Services,157 about the lawfulness of the activities of the security services, are not binding and can be overruled by the relevant Minister. The Oversight Board cannot end surveillance operations, nor provide for redress. The draft law does not provide sufficient guarantees that cooperation with foreign intelligence and security agencies will not involve the sharing of information resulting from or leading to serious human rights violations. Amnesty International has expressed concern that the government would be able to share private communications with the authorities of other states engaged in human rights violations.158 Moreover, the provisions of the draft law relating to human rights safeguards on the use, retention and destruction of communications data are also not sufficient.159   AMNESTY REPORT   https://www.amnesty.org/download/Documents/EUR0153422017ENGLISH.PDF   ANTI TERREURMAATREGELEN NEDERLANDSE OVERHEIDVANAF 2004 T/M EERSTE HELFT 2007ASTRID ESSED2008GEPUBLICEERD DOOR BURO JANSEN EN JANSSEN   https://www.burojansen.nl/observant/anti-terreur-maatregelen-nederlandse-overheid-vana/     TEKST   

Anti-terreur maatregelen Nederlandse Overheid vanaf 2004 t/m eerste helft 2007

March 23, 2008 – bron: Astrid Essed

”De beschaving van een Staat laat zich afmeten aan de manier, waarop tegenstanders worden behandeld”

Anoniem

States must ensure that any measures taken to combat terrorism comply with all their obligations under international law, and should adopt such measures in accordance with international law, in particular international human rights, refugee, and humanitarian law.

United Nations Security Council Resolution 1566

Hieronder treft u een overzicht aan van enkele belangrijke en in het oogspringende anti-terreur maatregelen die door de Nederlandse Overheid, in het leven zijn geroepen. Zoals uit onderstaande moge blijken, vormen deze maatregelen een fundamentele breuk met de beginselen van de rechtsstaat. Met name zal aan de orde gesteld worden de schending van de in EVRM en andere humanitaire rechtsverdragen vastgelegde rechtsregels , zoals het recht op privacy, het recht op een eerlijk proces, alsmede het recht, te worden gevrijwaard van foltering. [1]

Ook zal in het kort, aandacht worden geschonken aan de rol van informatie van Inlichtingendiensten bij het terreurstrafproces, alsmede aan de bedenkelijke verruiming van de opsporingsbevoegdheden van de politie, waardoor er reeds in een vroeg stadium tot arrestatie kan worden overgegaan.
Met nadruk dient gesteld te worden, dat dit overzicht van maatregelen bij lange na niet uitputtend is. Hiervoor zijn twee redenen. In de eerste plaats is de terreurwetgeving in Nederland een zich snel ontwikkelend rechtsgebied, waarbij regelmatig sprake is van nieuw-toegevoegde wetgeving. In de tweede plaats is een groot aantal anti-terreur maatregelen niet zozeer als aparte wetgeving vastgelegd, maar is de component ”terrorisme”, toegevoegd aan bijvoorbeeld het vreemdelingenrecht of de burgerluchtvaart.

Tenslottte wil ik eveneens stilstaan bij de toename van het aantal uitzettingen van terreurverdachten cq veroordeelden naar landen en gebieden, waar sprake is van een gerede kans op foltering. [2] Aan dit gevaarlijke fenomeen wordt door de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch in haar rapportage, bijzondere aandacht besteed .[3]

Inleiding

Aan de wieg van de Nederlandse anti-terreurwetgeving
Europees kaderbesluit inzake terrorismebestrijding

In het kader van het genoemde Europees Kaderbesluit dd 2002, dat de EU lidstaten de bindende verplichting oplegde, wettelijke anti-terreur maatregelen te nemen, kwam in Nederland een reeks wetten en maatregelen tot stand, die mogelijkerwijs in de nabije toekomst nog verder wordt aangevuld en uitgebreid.

De essentie van dit Kaderbesluit is de kwalificatie van een aantal reeds bestaande misdrijven [o.a. moord, ontvoering en brandstichting], als ”strafbare feiten van terroristische aard”, wanneer er sprake is van een ”terroristisch doel” De definitie van ”terroristisch doel” komt vrijwel geheel overeen in die van de Amerikaanse ”Patriot Act”.

Dit Europees Kaderbesluit is van meet af aan voorwerp van ernstige kritiek geweest.
Zo heeft de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, met name het ruime kader van de definitie ”terrorisme” bekritiseerd. [4]
Een ander voorwerp van Human Rights Watch’s kritiek is geweest het Europese Arrestatiebevel, dat o.a. de opheffing inhoudt van de tussen Europese landen bestaande uitleveringsverdragen, gebaseerd op de acceptatie van de betrouwbaarheid van elkaars rechtssysteem.
In de praktijk impliceert dit dat uitlevering aan een ander Europees land niet meer kan worden getoetst aan bewijsvoering, rechtsgang en justitieel onderzoek. Het gevaar hierbij is dat dit kan leiden tot schending van de mensenrechten van uitgeleverde personen wanneer er sprake is van een Europees land met een bedenkelijke mensenrechtensituatie. [5] Een voorbeeld is de uitlevering van echte of vermeende ETA activisten aan Spanje, dat een niet-onbetwistbare reputatie heeft op het gebied van mensenrechten. [6]

Kritiek op ”anti-terreur wetgeving”

Zoals reeds vermeld is de Human Rights Watch kritiek op het Europees Kaderbesluit met name gebaseerd op de ruime formulering van het begrip ”terrorisme”, dat eveneens zijn weerslag heeft gekregen in de Nederlandse definitie.

Een andere kritiek is de invoering van een speciale anti-terreur wetgeving, gericht op de bestraffing van ”terroristische misdrijven”. Hierbij wordt de onjuiste suggestie gewekt dat voor het tot stand komen van die wetgeving, terroristische misdrijven niet vervolgbaar zouden zijn.
Aangezien er echter bij het daadwerkelijk plegen van terroristische misdrijven, sprake zal zijn van in het reguliere Strafrecht vervolgbare misdrijven [zoals moord met voorbedachte rade of ontvoering], volstonden de reeds bestaande strafbepalingen.
Om een voorbeeld te noemen:
Bij een hypothetische situatie van een gepleegde terreuraanslag, waarbij doden te betreuren zijn, zou, ook zonder de speciale anti-terreur wetgeving, bij bewezenverklaring van de schuld van verdachten, sprake zijn van een levenslange gevangenisstraf.
Een andere argumentatie voor de invoering van speciale anti-terreur wetgeving bestaat uit het ”ernstige karakter” van terroristische misdrijven, alsmede de veroorzaakte ”angst” bij de bevolking of een deel daarvan. Van het ernstige karakter van misdrijven is echter ook sprake bij ”niet terroristische misdrijven” zoals bijvoorbeeld ”reguliere” moord, seriemoord, [kinder]verkrachting of serieverkrachting, ontvoering [om een losgeld], en incest.
Ook in dergelijke gevallen kan de maatschappelijke onrust zeer groot zijn, en wordt ”de bevolking” of een deel daarvan, angst aangejaagd.

Een andere valkuil schuilt in het feit, dat met het nemen van speciale anti-terreur maatregelen de impliciete indruk gewekt wordt dat hier sprake is van een ”uitzonderingswetgeving” met als aanklevend risico, de echte of vermeende veronachtzaming van de mensenrechten van verdachten en veroordeelden.

Dat hier geen sprake is van loze veronderstellingen, blijkt wel uit de in Nederland aanwezige aparte ”terroristengevangenissen” [TA Vught en de Schie’], waar sprake is van bijzondere en strengere detentieomstandigheden dan in ”reguliere” gevangenissen. [7] Deze zogenaamde ”terroristengevangenissen of afdelingen” zijn bestemd voor zowel terreurverdachten als veroordeelden, alsmede mensen, die een ”radicale boodschap” zouden verspreiden.

Terrorisme definitie volgens de Nederlandse wetgeving
Consequenties voor het rechtsproces

Met enige aanpassingen heeft de Nederlandse Overheid de Europese definitie overgenomen, als ”terroristisch oogmerk”, die ten grondslag ligt aan de aanstonds te beschouwen ”Wet Terroristische Misdrijven” .

De definitie luidt:

”het oogmerk om de bevolking of een deel van de bevolking ernstige vrees aan te jagen, dan wel een Overheid of internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen” .

Het is van belang dat de verschillende categorieën (het aanjagen van vrees, het dwingen van een Overheid of internationale organisatie iets al dan niet te doen, en het ontwrichten of vernietigen van structuren) niet in elkaars samenhang als ´´terroristisch´´ behoeven te worden bestempeld, maar eveneens als afzonderlijke categorieën kunnen functioneren.

Het gevaar van deze definitie schuilt niet alleen in de loskoppeling van deze categorieën, maar vooral ook in het zeer ruime definitiekarakter, hetgeen eveneens het kritiekpunt is geweest op het genoemde Europese Kaderbesluit.

Door een dergelijke brede definiëring namelijk kan iedere kritische groepering of politieke organisatie, die principieel tegenstander is van het huidige economisch/kapitalistisch staatsmodel, en daartegen op vreedzame wijze ijvert, als ´´terroristisch´´ worden aangemerkt
Eveneens kunnen grote algemene stakingen, die immers tijdelijk economische structuren als de Rotterdamse haven, ´´ontwrichten´´ onder de noemer ´´terrorisme´´ worden geschaard.

In extenso toegepast, kan een dergelijke definiëring dus leiden tot een ernstige inperking van het recht op vrijheid van meningsuiting, het stakings- en demonstratierecht. Eveneens kan geraakt worden aan het recht op religievrijheid, aangezien moslimorthodoxe groeperingen, die kritisch staan tegenover de internationale machtsverhoudingen, gevat kunnen worden onder de component ´´terroristisch´´, zonder dat er sprake is van enig terroristisch misdrijf .[8]

In de zaak van Hofstadgroep is bijvoorbeeld gebleken, dat afgezien van de door drie veroordeelden gepleegde misdrijven, die overigens niet als terroristisch werden aangemerkt, de andere verdachten in wezen waren veroordeeld vanwege het hebben van een bepaald, tot ”haatzaaiend” bestempeld, gedachtegoed. De veroordeling was gebaseerd op deelname aan een ”criminele en terroristische organisatie” en op het ”in bezit hebben en verspreiden van opruiende en/of haatzaaiende en/of bedreigende geschriften/documenten en/of beeld- en/of geluidsmateriaal”. [9]

De rechter stelde nadrukkelijk, dat van voorbereidingshandelingen tot terroristische misdrijven, geen sprake was. Het feit, dat de rechter eveneens in de uitspraak beargumenteerde, dat het gedachtegoed van betrokkenen zich wellicht ´´in radicale zin´´ zou kunnen ontwikkelen, bewijst des te meer de vaagheid van de strafwetgeving en riekt naar het geven van een ´´preventieve straf´´. Zo stelde een bekende Nederlandse rechtsgeleerde, [prof. Y. Buruma], dat de rechters ”de toekomst hadden voorspeld”. Het is evident, dat met een dergelijk vonnis, de vrijheid van meningsuiting onder druk is komen te staan .

Met name t.a.v. dit aspect van de vrijheid van meningsuiting, hebben verschillende rechtsgeleerden en auteurs, waaronder prof. J. Peters, zich dan ook over deze vonnissen, in kritische zin, uitgelaten. [10]

Meten met twee maten
Selectieve toepassing van de anti-terreur wetgeving:

Hierop aansluitend is het van belang te vermelden, dat er op selectieve wijze gebruik wordt gemaakt van de anti-terreur wetgeving. Was er sprake van toepassing in het zogenaamde Hofstadproces, alsmede in het Piranhaproces, waarbij Samir A. en medeverdachten terecht stonden, dezelfde criteria werden gebruikt noch getoetst na de moord op de heer T. van Gogh, dd 2-11, ten tijde van de veelal door extreem-rechtse jongeren verrichte talloze brandstichtingen in moskeeën en islamitische scholen. [11]
Dit wekt verbazing, gezien de aanwezigheid van de eerste categorie, namelijk het angst aanjagen van een deel van de bevolking [namelijk de allochtonen in Nederland in het algemeen en het islamitische bevolkingsdeel, met name de Marokkanen, in het bijzonder].
Merkwaardig genoeg werd ditzelfde argument [het angst aanjagen van ”de Nederlandse bevolking”] weer wel gebruikt in het proces tegen de pleger van de moord op de heer Van Gogh, de heer Mohammed B en is hij o.a. om die reden veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. [12]

Uit bovenstaande zou een pleidooi af te leiden kunnen zijn om de anti-terreur wetgeving ook op door extreemrechtse groeperingen gepleegde echte of vermeende misdrijven toe te passen. Dat is echter geenszins de bedoeling. In de hieronder aan de orde gestelde terreurwetgeving zal naar voren komen dat deze haaks staat op een aantal Europese en internationale humanitaire rechtsbeginselen die t.a.v. iedere verdachte dienen te worden gehandhaafd, ongeacht politieke of religieuze overtuiging.

Anti terreur maatregelen overzicht

De te beschouwen anti-terreur maatregelen zijn:

De Wet terroristische misdrijven [Inwerkingtreding: dd 10-8-2004]
De Wet afgeschermde getuigen [Inwerkingtreding dd 1-11-2006]
Wet ter Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven [in werking getreden dd 1-2-2007]

Maatregelen tegen personen die niet van een strafbaar feit worden verdacht:

Maatregel persoonsgericht verstoren
Wet Bestuurlijke Maatregelen en Nationale Veiligheid [aangenomen dd 20-3-2007]

1 Wet terroristische misdrijven

Met deze op het Europees Kaderbesluit dd 2002 gebaseerde wet werd, zoals reeds vermeld, niet alleen een definitie van het begrip ”terrorisme” vastgelegd, maar eveneens een aantal reeds strafbare misdrijven, waaraan het verzwarende element ”van terroristische aard” werd toegevoegd, voorzien van een hogere strafmaat.

Hier een overzicht van de belangrijkste elementen van deze nieuwe wetgeving:

Definitiestelling ”terroristisch doel”

Voor de definitie van ”terroristisch oogmerk” verwijs ik naar onderdeel C.
Het gevaar van het zeer ruime begrippenlader is reeds de revu gepasseerd.

Kwalificatie van misdrijven, als ”strafbare feiten van terroristische aard”

Zoals reeds vermeld betreft het hier reeds strafbare misdrijven zoals o.a. moord, ontvoering en brandstichting

Verzwaring strafmaat van ”terroristische” misdrijven

Wanneer er sprake is van een ”terroristisch misdrijf” is er een verhoging van de strafmaat met de helft. Bij een straf met een maximumstraf van vijftien jaar [zoals doodslag], wordt de straf verhoogd tot twintig jaar of maximaal levenslang. Behalve de rechtsongelijkheid in strafmaat vergeleken met misdrijven van niet-terroristische aard is met deze strafverzwaring eveneens verbonden het hierboven aan de orde gestelde gevaar van een impliciete ”uitzonderingswetgeving”.

Selectief-politieke keuzes:
Strafbaarstelling rekrutering voor de ”Jihad”

Deze strafbaarstelling gebeurt door de uitbreiding van een reeds bestaand wetsartikel, namelijk het ”aanwerven voor de vreemde krijgsdienst”. Uitgebreid luidt het artikel ”werven voor de vreemde krijgsdienst of de gewapende strijd”, waarbij in de toelichting op het wetsvoorstel werd duidelijk gemaakt, dat met ”werven voor de gewapende strijd”, rekrutering ten behoeve van de ”Jihad” werd bedoeld.

Opvallend is het feit, dat slechts de rekruteur strafbaar is, niet de gerekruteerde. Een ander opmerkelijk feit is de in vergelijking met de terroristische misdrijven, lichte strafmaat [maximale straf, 4 jaar gevangenisstraf], hetgeen doet vermoeden, dat dit verschijnsel door de wetgever niet als een ernstig maatschappelijk probleem wordt beschouwd.
Het gevaar van deze strafbaarstelling is evident.
In de regeringstoelichting wordt gesteld dat onder ”werven voor de gewapende strijd” dient te worden verstaan: ”rekrutering voor de Jihad” hetgeen een selectief-politieke keuze is, die niet beantwoordt aan de wettelijke eis van juridische objectiviteit.

e Van grootspraak tot ”terroristisch misdrijf”
Strafbaarstelling samenspanning bij terroristische misdrijven

Samenspanning behelst het voornemen van twee of meer personen een misdrijf te plegen zonder dat er evenwel enige verdere stap is gezet in die richting. Aangezien de strafwetgeving slechts die handelingen strafbaar stelt, waarbij sprake is van een ”begin van een uitvoering”, is samenspanning altijd slechts strafbaar geweest in uitzonderlijke gevallen, waarbij het voortbestaan van de Nederlandse Staat in het geding was. [13]
Gezien echter de ruime definitie van het begrip ”terroristisch oogmerk” zal dat bij de meeste terroristische misdrijven niet het geval zijn, waardoor er sprake is van een bedenkelijke verruiming van dit wetsartikel.

Zo kan het zijn, dat twee mensen, die grote onvrede hebben met de bezuinigingen van de Nederlandse Overheid, het voornemen te kennen geven het Ministerie van Financiën te bezetten, zonder dat er verdere concrete stappen gezet zijn, noch sprake is van voorbereidingshandelingen. In de huidige anti-terreur wetgeving kan dit reeds als ”terroristisch misdrijf” [de ontwrichting van Overheidsstructuren] worden uitgelegd en is deze ”samenspanning”, die nog in geen enkel uitvoeringsstadium verkeert, strafbaar.

Een ander gevaar van deze ”samenspannings”wetgeving, is het feit dat er geen rekening mee gehouden wordt dat een dergelijk voornemen, wellicht niet in ernst is bedoeld, grootspraak geweest is of dat men er mogelijk op terug kan komen.
Hoe verruimend de politiek kennelijk over dit wetsartikel denkt blijkt uit het feit, dat de toenmalige verantwoordelijke minister van Justitie, de heer Donner, opmerkte dat een tussen twee personen gemaakte afspraak reeds zou kunnen blijken uit een ”hand of een hoofdgebaar” [14 ]

Veroordeling op grond van geheim bewijsmateriaal
Wet Afgeschermde Getuigen

Een andere uitbreiding van het Strafrecht is de dd 1-11-2006 in werking getreden ”Wet Afgeschermde Getuigen”.

Hoewel het volgens de wetgeving mogelijk is afgeschermde getuigen te horen moeten in een dergelijk geval voldoende compensaties aan de verdediging gegeven worden om het recht op een eerlijk proces te blijven garanderen. [15]
Bij de Wet Afgeschermde Getuigen is daarvan echter geen sprake.

Kort samengevat komt deze wet erop neer dat ambtsberichten van de Nederlandse Inlichtingendienst [AIVD of MIVD, de militaire tak] als bewijs in een proces kunnen worden toegelaten zonder dat de verdediging te weten komt van wie de informatie afkomstig is en wat de informatie precies inhoudt. [16]
Duidelijk is, dat hier sprake is van een ernstige schending van de rechten van een verdachte op een eerlijk proces aangezien niet alleen iedere verdachte het recht heeft getuigen a charge te horen [17], maar er bovenal geen adequate verdediging kan worden gevoerd wanneer het bewijsmateriaal niet bekend is.

Om een en ander een schijn van mensenrechtenhandhaving te verlenen, heeft de wetgever bepaald dat de rechter de AIVD informatie wel op betrouwbaarheid mag toetsen
Reeds in een eerder artikel is de oncontroleerbaarheid van AIVD informatie door politie en justitie bekritiseerd. Daarin werd aangetoond dat controle door de rechter maar in beperkte mate kan plaatsvinden. [18]
Bovendien is er, ook bij controle door de rechter, sprake van een ernstige inperking van de rechten van de verdachte, aangezien eventueel belastend bewijsmateriaal op deze wijze niet kan worden ontkracht door de verdediging.
Door de aanname van deze wet is het heden ten dage in Nederland mogelijk verdachten te veroordelen op grond van geheim bewijsmateriaal.

Uitspraken Politiek:

Zorgwekkend is bovendien het gemak, waarmee de politiek omspringt met de ontkrachting van de fundamentele rechten van de verdachte. Zo verklaarde de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, de heer Remkes, in een interview met het Parool dd 9-4-2004, het volgende: ”Als het gaat om mensen, die zich bezighouden met de voorbereiding van dat soort acties, ben ik daar minder coulant mee”. [19]

Tekenend voor de politieke teneur is niet alleen het feit dat het recht op een eerlijk proces geen kwestie is van ”coulance” t.a.v. verdachten maar een onvervreemdbaar recht.
Bovendien gaat de minister met een dergelijke uitspraak reeds uit van de schuld van de verdachten, een ernstige schending van het rechtsprincipe dat iedereen onschuldig is tot schuld is bewezen.

Bekentenissen onder foltering:

Tenslotte is het gebruik van dit AIVD materiaal gevaarlijk omdat de AIVD bij de totstandkoming van haar ambtsberichten veelvuldig samenwerkt met buitenlandse inlichtingendiensten. Met name in terreurzaken, waarbij mogelijkerwijs inlichtingendiensten uit landen als Marokko, Saoedi-Arabië en Algerije betrokken zijn, is het risico groot dat eventuele ”bekentenissen” via marteling zijn verkregen en dus illegaal zijn.

Het zal dan ook geen verwondering wekken, dat de aanname van deze wetgeving tot grote maatschappelijke kritiek heeft geleid, met name van de kant van mensenrechtenorganisaties en rechtsgeleerden. [20]

”Schuldig tot onschuld bewezen”
Maatregelen tegen onverdachte personen

Voorafgaande aan de laatste en wellicht meest draconische anti-terreur maatregel tot nu toe passeren hier twee maatregelen de revue, die worden genomen t.a.v. mensen die niet van strafbare feiten worden verdacht of beschuldigd.
Hiermee hebben deze maatregelen de kwalijke reuk van een preventieve en dus illegale strafmaatregel.

Persoonsgericht verstoren [bestuurlijke maatregel] of politiestalking

Het persoonsgericht verstoren is een maatregel die door de burgemeester van een gemeente kan worden toegepast tegen personen die niet worden verdacht van een strafbaar feit maar volgens de Overheid ”op enigerlei wijze in verband kunnen worden gebracht met terrorisme ”.
Eenvoudiger gezegd, wordt er gerefereerd aan mensen, die zijn ”geradicaliseerd”, of dreigen te ”radicaliseren”.
Wanneer men dan bedenkt dat ”radicalisering” al neerkomt op het hebben van contact met potentiële terreurverdachten, hetzij het overgaan van ”gematigd” islamitisch naar de ”orthodoxe Islam”, behoeft aan dit inkaderen door de Overheid niets meer te worden toegevoegd.

Evident is dat zowel het recht op het aangaan van contacten en vriendschapsbanden met ieder mens als het recht op religieuze vrijheid wordt geschonden.

De betreffende ”verstorings”maatregelen kunnen bestaan uit o.a. de volgende door de politie te verrichten handelingen:

Het ongevraagd afleggen van (huis)bezoeken aan de betrokkene en/of diens buren, familie, werk of school
Het voortdurend patrouilleren langs het huis van betrokkene en naar binnen gluren
Het hinderlijk aanspreken van betrokkene
Het aanspreken van bezoekers van betrokkene en het controleren van hun identiteitskaarten
Het verspreiden van meld-misdaad-anoniemkaartjes in de directe woonomgeving van betrokkene

Bovendien komt de burgemeester tot het toepassen van een dergelijke maatregel op basis van AIVD informatie, die noch door hemzelf te controleren is noch door betrokkene kan worden betwist.

Tot nu toe is deze maatregel op15 personentoegepast.

Het meest bekende geval is dat van een tot de Islam bekeerde Nederlandse vrouw, die ”verstoord” werd, met als opgegeven reden[en], dat zij ”een lang gewaad” droeg, ”mannen geen hand wilde geven”, ”een strengere moskee dan voorheen” bezocht en ”contact had met iemand, die een bekende was van een lid van de echte of vermeende Hofstadgroep”.

De ten koste van haar genomen maatregelen namen dusdanige vormen aan dat de rechtbank Amsterdam op 1-12-2005 de Gemeente Amsterdam verbood de verstoringsmaatregelen nog langer voort te zetten. [21]

Het zal geen verwondering wekken dat deze maatregelen zowel van de kant van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten als van diverse rechtsgeleerden ernstig zijn bekritiseerd o.a. op grond van de ernstige schending van artikel 8, EVRM [het privacyrecht]. [22]

Wet Bestuurlijke Maatregelen Nationale Veiligheid

Ook bij de dd 20-3-2007 aangenomen Wet Bestuurlijke Maatregelen Nationale Veiligheid betreft het mensen die niet worden verdacht van enig strafbaar feit maar toch maatregelen krijgen opgelegd die nog verder gaan dan het genoemde ”verstoren”.
Was er daarbij sprake van een verregaande vorm van politiestalking, bij deze wet worden daadwerkelijke strafmaatregelen opgelegd aan, let wel, ”mensen, die door hun ”gedragingen” ‘in verband gebracht kunnen worden met terroristische activiteiten of de ondersteuning ervan”.

Ook hier is er sprake van een zeer vage formulering en wordt overigens door de Overheid zelf toegegeven dat het niet om concrete verdenking gaat.

Evenals bij de verstoringsmaatregelen speelt het hebben van contacten met echte of vermeende terreurverdachten, danwel met kennisssen van hen, een belangrijke rol, alsmede echte of vermeende ”radicalisering” van betrokkene. De vaagheid van die terminologie is reeds aan de orde gesteld.

De te nemen maatregelen kunnen neerkomen op een verbod zich te bevinden in ”risicogebieden” als het vliegveld Schiphol, alsmede een verbod zich in de buurt van bepaalde personen op te houden. Verder kan er sprake zijn van een wekelijkse ”meldingsplicht” bij een aan te wijzen politiebureau..

Niet voldoende kan benadrukt worden dat bovenstaande aan onverdachte personen opgelegde maatregelen een ernstige schending zijn op het vrije bewegingsrecht en het recht op privacy. [23]

Op weg naar administratieve detentie?

Wet Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven [in werking getreden dd 1-2-2007].

Zoals bekend is de definitie van ”administratieve detentie”, het zonder vorm van proces detineren van verdachten. Bekend is ook, dat deze detentie in feite onbeperkt kan zijn, getuige de vele in Israëlische gevangenissen aanwezige Palestijnen, van wie sommigen, zonder tussenkomst van de rechter, reeds langer dan 10 jaar zijn gedetineerd. Een ander voorbeeld is de detentie, zonder vorm van proces, van de ruim 330 overgebleven Guantanamo Bay-gevangenen. Ook in China komen vormen van administratieve detentie voor.

Hoewel een dergelijke wetgeving in Nederland gelukkig nog niet van kracht is, baart de in deze wet opgenomen langdurige verlenging van de voorlopige hechtenis, grote zorgen.

Er zijn echter meer verruimingen van het Strafrecht, in het nadeel van de verdachte.

Zo is voor de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden, bij terrorisme, niet langer ”een redelijk vermoeden van een strafbaar feit” nodig. Aanwijzingen zijn voldoende. [24]
Niet alleen wordt in het geheel niet duidelijk, wat onder ”aanwijzingen” dient te worden verstaan, door het wegvallen van ”redelijk vermoeden van schuld” kunnen mensen op vage en niet nader definieerbare criteria worden aangehouden, met machtswillekeur als groot risico.

Een andere maatregel, die het recht op een eerlijk proces ernstig kan ondergraven is het feit dat processtukken aan terreurverdachten voor lange tijd kunnen worden onthouden waardoor de voorbereiding voor een adequate verdediging in het gedrang kan houden. Hieruit vloeit voort dat een langere duur van de voorlopige hechtenis gangbaar is en dat er na 90 dagen voorlopige inhechtenisneming hetzij een inhoudelijke behandeling van de zaak, hetzij een pro forma-zitting dient plaats te vinden.

Gezien echter de langere onthouding van de processtukken aan de verdachte heeft de wetgever dit ”opgelost”, door de voorlopige hechtenis, na 90 dagen, met maximaal twee jaar te verlengen. [25]

Bij deze tegen de internationale rechtsregels ingaande constructie worden er dus twee belangrijke rechten geschonden: het recht, ”te beschikken over voldoende tijd en faciliteiten, nodig voor de voorbereiding van zijn verdediging” [26] en het recht, zonder onredelijke vertraging, te worden berecht. [27]

Bovendien is gevaar van het verlengen van een eventuele voorlopige hechtenisperiode, bij toekomstige anti-terreur wetgevingen, niet denkbeeldig.

Uitzetting van terreurverdachten naar landen met een gerede kans op foltering

Een met bovenstaande maatregelen samenhangend aspect is de uitzetting van terreurverdachten cq veroordeelden naar landen en gebieden met gerede kans op foltering hetgeen niet alleen inhumaan is maar eveneens internationaal rechtelijk verboden. [28]
Hiervan is in Nederland, evenals in andere Europese landen, alsmede de VS, reeds in een aantal gevallen, sprake geweest.

Zo werd in januari 2006 de toen nog Hofstadverdachte, de heer Zine L.A., na een ongewenst verklaring, naar Marokko teruggestuurd. [29] Van Marokko is bekend de slechte mensenrechtensituatie in het algemeen en de inhumane behandeling cq foltering van mensen met een terreurstempel in het bijzonder.
Behalve de heer Zine L.A. heeft ex-minister Verdonk vanaf de periode 2004 tot eind 2005, 30 echte of vermeende terreurverdachten ongewenst verklaard, van wie 16 daadwerkelijk zijn uitgezet. [30]

Gezien de populatie van de uitgezette ongewenste personen [Algerijnen, Marokkanen, andere Afrikanen, Aziaten,], kan worden aangenomen, dat er zeker sprake is geweest van een aantal uitzettingen naar landen met een folterrisico.

Een zeer zorgwekkende ontwikkeling, gezien de in de politieke kast liggende plannen Nederlanders van allochtone komaf met een echt of vermeend terreurstempel hun nationaliteit te ontnemen om hen alsnog te kunnen uitzetten.

Epiloog

Resumerend mag gesteld worden, dat Nederland, vanaf de aanname van de eerste anti-terreur wet, op onrustbarende wijze is afgegleden van het pad, dat een democratische rechtsstaat dient te bewandelen.

Vrijwel zonder enige inhoudelijke politieke discussie werden fundamentele rechten als de rechten van een verdachte op een eerlijk proces, het recht van onverdachte personen gevrijwaard te worden van strafmaatregelen, het privacyrecht en vrijwaring van foltering, wanneer het terreurverdachten betrof, overboord gezet. [31] Wie had gedacht, dat in Nederland het moment zou aanbreken waarop mensen op grond van geheim bewijsmateriaal veroordeeld zouden kunnen worden?

Helaas is echter het einde nog niet in zicht gezien de sneltreinvaart waarmee steeds meer nieuwe anti-terreur wetten worden aangenomen. Zo onderzoekt het kabinet de mogelijkheid ”het verheerlijken of goedpraten van ernstige misdrijven” strafbaar te stellen. Ook wordt overwogen personen ”die aanzetten tot haat of geweld” makkelijker uit hun beroep te kunnen zetten.

Duidelijk is, dat met de aanname van een dergelijke Wet, ieder kritisch artikel over de oorzaken van terrorisme, of andere de regering onwelgevallige standpunten, strafbaar kunnen zijn. Hiermee sneuvelt niet alleen het recht op de vrijheid van meningsuiting, maar komt het risico van een politiek gelijkgeschakelde samenleving steeds dichterbij .

Dit, gevoegd bij de nog aan te nemen ”anti-terreur maatregelen” zou er weleens toe kunnen leiden, dat de nu nog bestaande Nederlandse democratische rechtsstaat zal plaatsmaken voor een door inlichtingendiensten, anti-terreur coördinatoren en machiavellistische regeerders bestuurde controlestaat waarin steeds minder plaats zal zijn voor de ”anderen” [allochtonen en vluchtelingen] en de van kritische actie, dierenrechten en milieugroeperingen, afkomstige ”dissidente” geluiden.

Te laat zullen de instemmers met de ”veiligheidsmaatregelen” zich dan realiseren, dat met de veiligheidssamenleving, de fundamentele principes van vrijheid, gelijkheid en broederschap in de kast zijn gestopt met weggooien van de sleutel.

Astrid Essed

Noten

[1] EVRM
Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden
Zie
http://users.skynet.be/historia/EVRM.htm

BuPo

Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten
Zie
http://www.diversiteit.be/CNTR/NL/discrimination/legislation/BUPO/

Het Anti-folterverdrag
Volgens artikel 3 van dit eveneens door Nederland ondertekende verdrag mogen mensen niet worden uitgezet naar landen, waar sprake is van foltering
Zie
http://www1.umn.edu/humanrts/instree/h2catoc.htm

Bovendien valt foltering onder de niet-opschortbare rechten, hetgeen impliceert dat hiervan niet mag worden afgeweken, ook niet in een noodtoestand
Zie
http://www.amnesty.nl/encyclopedie_lemma/1410

Het folterverbod is eveneens te vinden in artikel 3, EVRM

[2]

bij uitzetting van terreurverdachten cq veroordeelden naar mensenrechtenschendende landen dient artikel 3 EVRM ook aan de orde te worden gesteld

[3]

Zie Human Rights Watch rapport ”Still at risk”

http://hrw.org/reports/2005/eca0405/

[4]

Zie Human Rights Watch-rapportage

http://www.hrw.org/press/2001/11/eusecurity-memo.htm

[5]

Zie Human Rights Watch-rapportage

http://www.hrw.org/press/2001/11/eusecurity-memo.htm

[6]

http://hrw.org/un/chr59/counter-terrorism-bck4.htm#P306_71146

[7] Bij ”terroristengevangenissen” of afdelingen is dus sprake van detentie naar de kwalificatie categorie van het soort misdrijf [”terroristisch”]
Eveneens is er sprake van de oplegging van bijzondere detentieomstandigheden, die geen verband houden met specifieke omstandigheden van de dader of zijn/haar karakter, zoals gebruikelijk, maar met de ”aard” van het misdrijf
Zie ook:
http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=1554

[8] mede gelet op de onder ”terroristisch oogmerk” vallende definitie ”internationale organisatie”, zou hieronder eveneens bijvoorbeeld het Amerikaanse militaire ingrijpen in Irak, cq de daarop volgende bezetting, kunnen worden verstaan

[9]

Zie rechtbankuitspraak in Hofstadproces

http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/s-Gravenhage/Actualiteiten/Rechtbank+heeft+uitspraak+gedaan+in+zaken+verdachten+Hofstadgroep.htm

[10]

http://freeflowofinformation.blogspot.com/2006_03_01_archive.html

http://intel.web-log.nl/intel/2006/03/hofstadvonnis_t.html

http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=1345

[11]

Zie

http://www.annefrank.org/upload/downloads/AnnexMonitor6.doc

[12]

Zie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AU0025

[13] Blz 248, B Bohler, Crisis in de rechtsstaat

[14] Blz 255, B Bohler, Crisis in de rechtsstaat

[15] Zie

Zie artikel IX, lid 3 en 4, Guidelines of the Committee of Ministers of the Council of Europe on human rights and the fight against terrorism

Zie

http://www.coe.int/t/E/Human_Rights/Lignes_dir_compendium_en.asp#TopOfPage

[16]

https://www.burojansen.nl/terrorismewetgevinginnederland.htm#29743
http://www.eerstekamer.nl/9324000/1f/j9vvgh5ihkk7kof/vgzkqajzzlvy

[17] O.a. houdt een eerlijk proces in, het recht van de verdachte, getuigen a charge te doen horen
Zie BuPoverdrag, artikel 14, lid 3, sub c

http://www.diversiteit.be/CNTR/NL/discrimination/legislation/BUPO/

[18]

Zie

http://www.uitpers.be/artikel_view.php?id=1293

Zie ook: B Bohler, blz 239 t/m 241

[19]

Zie B Bohler, blz 239

[20]

Kritiek op Wet Afgeschermde Getuigen

Zie

http://www.hom.nl/publicaties/rechtsbescherming_op_de_helling.pdf

Zie ook: B Bohler, blz 239 t/m 241

[21] verstoringsmaatregelen, gerechtelijke uitspraak

Zie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AU7314&u_ljn=AU7314

[22]

Kritiek op verstoringsmaatregelen

http://www.njcm.nl/index.php?page=persberichten&&id=13

http://rechtennieuws.nl/8573/‘persoonsgericht-verstoren-ongrondwettig’.html

Visie Overheid

http://www.postbus51.nl/index.cfm/t/Wat_is_persoonsgericht_verstoren_/vid/55054058-CAC2-B229-B483E8AEB1E097AE/containerid/517415FF-C09F-296A-61FF669427684C44/objectid/CA0470E6-1635-38D4-CF71F06E6DDFABE8/displaymethod/displaydefaultintro

http://www.terrorismebestrijding.nl/Images/21-07-2006%20Artikel%20Binnenlands%20Bestuur%20persoonsgericht%20verstoren_tcm111-125870.pdf

[23]

Schending van het recht op privacy [bij verstoring]
Artikel 8, lid 1, EVRM

Schending van het recht op de bewegingsvrijheid [Wet Bestuurlijke Maatregelen Nationale Veiligheid]
Artikel 12, lid 1, BuPo
http://www.diversiteit.be/CNTR/NL/discrimination/legislation/BUPO/

Schending van het recht op privacy
Artikel 8, lid 1, EVRM

[24]

Zie

https://www.burojansen.nl/terrorismewetgevinginnederland.htm#30164

[25]

http://www.eur.nl/perskamer/persberichten/samenvattingen/2006/februari/winterlezingfrg

[26]

Artikel 14,lid 3, sub b, BuPo
http://www.diversiteit.be/CNTR/NL/discrimination/legislation/BUPO/
Artikel 6, lid 3, sub b, EVRM
http://users.skynet.be/historia/EVRM.htm

[27]

Artikel 14, lid 3, sub c, BuPo
http://www.diversiteit.be/CNTR/NL/discrimination/legislation/BUPO/

[28]

Volgens artikel 3, VN Antifolterverdrag, is de uitzetting van mensen naar landen met een gerede kans op foltering, verboden
Zie
http://www1.umn.edu/humanrts/instree/h2catoc.htm

[29] Veroordeling, tot tien maanden gevangenisstraf vond plaats dd 10-3-2006
Zie het Hofstadvonnis

Zie ook:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Zine_Labidine_Aourghe

[30]

Zie
http://www.novatv.nl/index.cfm?ln=nl&fuseaction=artikelen.details&achtergrond_id=8427

[31]

Kanttekening dient gemaakt te worden dat de anti-terreurwetten niet zonder enig protest zijn aangenomen.
Fundamentele kritiek was wel van de Groen-Links en SP fracties te horen, die niet voor alle anti-terreurwetten gestemd hebben
Eveneens is tegenstand geweest bij D’66, tav de Wet Bestuursmaatregelen Nationale Veiligheid en is er in een aantal gevallen sprake geweest van PvdA tegenstemmers

EINDE TEKST NOOT 2

[3]


” Na de moord op Van Gogh in november 2004 vond opnieuw een opleving van geweldacties tegen moskeeën plaats. Er vonden in twee maanden tijds 45 geweldsincidenten tegen moskeeën plaats waarvan 18 gevallen van brandstichting of pogingen daartoe.”BLADZIJDE 78 ISLAMOFOBIE EN DISCRIMINATIEINEKE VAN DER VALKUNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM2012 http://arno.uva.nl/cgi/arno/show.cgi?fid=454215     OMROEP BRABANTISLAMITISCHE SCHOOL UDEN VERWOEST NA BRANDSTICHTING  http://www.omroepbrabant.nl/?news/35493762/Islamitische+basisschool+Uden+verwoest+na+brandstichting.aspx  TEKST  

UDEN – De brand in de islamitische school Bedir in Uden is dinsdagavond is aangestoken. De Bedir Islamitische Basisschool is door het vuur volledig verwoest. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor.

De daders van de brand zijn nog steeds spoorloos. De politie onderzoekt de zaak met twintig rechercheurs. Woensdagavond is er een aangepaste raadsvergadering in het gemeentehuis van Uden.

Volgens de politie zijn op de achterkant van de school leuzen gekalkt als R.I.P. Theo. Volgens ooggetuigen zou bij de tekst een ‘white power’-teken staan, het wereldwijde symbool van blanke racisten. Op de school aan de Landschrijversveld zitten 113 leerlingen, van wie er negentig uit Oss afkomstig zijn.

De kinderen van de school zullen zeker tot woensdag geen les krijgen. Ze zouden toch al een lang weekend hebben vanwege het Suikerfeest. Mogelijk kunnen ze vanaf woensdag op andere scholen terecht.

Scholen uit de buurt bieden van alle kanten opvangmogelijkheden aan. Omdat een groot deel van de 113 Bedir-scholieren uit Oss komt, gaat de voorkeur uit naar tijdelijke opvang in die stad.

De politie gaat een buurtonderzoek houden om aanwijzingen te krijgen over de eventuele daders.

Bewaking
Naar aanleiding van de aanslag op een islamitische school in Eindhoven in de nacht van zondag op maandag had de politie de beveiliging van islamitische gebouwen geïntensiveerd. In Uden en omgeving gaat het om 22 objecten. Met de geringe mankracht is het volgens de politie niet te doen om al deze gebouwen 24 uur per dag te bewaken. De surveillance zal naar aanleiding van de brand van dinsdag worden opgevoerd. Dinsdagavond is besloten deze controles verder uit te breiden.

In Eindhoven werd maandagochtend een aanslag gepleegd op een islamistische basisschool. Burgemeester Sakkers van Eindhoven legde een verband tussen de aanslag en de moord op Van Gogh.

Ruim twee maanden geleden is een moskee in Uden beklad met racistische teksten en in het nabijgelegen Veghel is vorige week eveneens een moskee beklad met racistische teksten.

[4]

UITPERS.BE

HEKSENJACHTEN IN NEDERLAND/ANTI TERREURPROCESSENEN WETGEVINGASTRID ESSEDMEI 2006UITPERS NUMMER 75  http://www.uitpers.be/BUP/archief/printartikel.php?id=1326  

door Astrid Essed

What evil spirit have you familiarity with?
None.

Have you made no contract with the devil?
No.

Why do you hurt these children?
I do not hurt them. I scorn it.

Who do you imploy then to do it?
I imploy no body.

What creature do you imploy then?
No creature. I am falsely accused.

Bovenstaande passage is een extract uit de ondervraging door de rechtbank van Sarah Good, een in Salem wonende bedelares, die onschuldig pleitte, voordat zij samen 18 andere mensen, die evenals zij van hekserij werden beschuldigd, in 1692 om het leven werd gebracht door ophanging.
Eveneens zouden er gedurende deze periode in het puriteinse Salem, gelegen in de Staat Massasuchetts, meer dan 20 mensen in de gevangenis overlijden, voordat een einde kwam aan deze korte periode van massahysterie.

Hierbij dient aangetekend te worden, dat het de enige heksenprocessen betreffen, die ooit in de Verenigde Staten zijn gehouden. De aanleiding hiertoe was gelegen in een plotselinge golf van waarschijnlijk psycho-somatische aanvallen van hysterie onder een aantal in Salem aanwezige tienermeisjes, waaronder de dochter van de plaatselijke religieus-fanatieke
dominee, die vervolgens een aantal meest vrouwelijke inwoners van het stadje, waaronder Sarah Good, aanwezen als oorzaak van hun ziekte, hetgeen volstond om de betreffende schuldig te verklaren aan hekserij en over te gaan tot hun terechtstelling

Opvallend echter was eveneens, dat een deel van de meisjes, die deze beschuldigingen uitten, de dochters waren van vooraanstaande landeigenaren, die tevergeefs getracht hadden, land te kopen van de mannen van een aantal van de beschuldigde vrouwen, hetgeen een machtsmotief en eventuele beïnvloeding door de ouders niet uitsloot.

Van enige poging tot bewijsvoering, alsmede een advocaat voor de verdachten, was geen sprake, aangezien de beschuldiging als zodanig volstond. Pas toen de meisjes, waarschijnlijk machtsdronken geworden door hun succes, eveneens vooraanstaande mensen, zoals de vrouw van de toenmalige gouverneur van de Staat, Lady Phillips, van hekserij beschuldigden, ontbond de betreffende gouverneur de heksenrechtbank, waarna aan de collectieve hysterie een einde kwam

Hoewel een en ander zich, evenals de in de 17e eeuw in Frankrijk en met name Duitsland veelvuldig voorkomende heksenprocessen, in latere tijden niet in deze vorm heeft voorgedaan, is het tekenend, dat er ook in latere historische perioden sprake is geweest van op de kenmerken van een heksenjacht lijkende vervolging van een specifieke groep mensen.

In dit verband wil ik met name wijzen op de McCarthyiaanse heksenjacht op echte of vermeende communisten in het Amerika van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, alsmede de hedendaagse door een groot aantal zowel Westerse als niet-westerse landen genomen anti-terreurmaatregelen, die in belangrijke mate in strijd zijn met de rechten van verdachten beginselen van de democratische rechtsstaat.Ook laat de behandeling van terreurverdachten in een aantal gevallen zeer te wensen over

Ik zal in onderstaande met name wijzen op het mi verontrustende verband tussen deze historische heksenvervolgingen en de hedendaagse anti-terreurmaatregelen cq procesvoeringen, toegelicht aan de hand van de hedendaagse situatie in Nederland

Heksen en heksenprocessen:

Van belang is in dezen, dat hoewel het verschijnsel hekserij reeds vanaf de vroege Middeleeuwen in Europa zeer gevreesd was en er strafmaatregelen tegen de van hekserij beschuldigde, meest vrouw, genomen werden, dergelijke maatregelen geen uitzonderlijk karakter droegen binnen de toenmalige strafwetgeving. Zo was er in dergelijke gevallen veelal sprake van de betaling van een geldboete of verbanning. De grote kentering betreffende grootscheepse vervolgingen had niet plaats in de Middeleeuwen, maar in het begin van de Renaissance-periode, met name in de tweede helft van de zestiende eeuw en de eerste helft van de zeventiende  eeuw
Hoewel er aanvankelijk ook heksenvervolgingen plaatshadden in de toenmalige Noordelijke Nederlanden [de latere Republiek der Nederlanden, die toen nog onder Spaans bewind stond], hebben de hevigste heksenvervolgingen plaatsgehad in de eerste helft van de zeventiende eeuw, in Frankrijk en Zwitserland, maar met name in Duitsland tijdens de dertigjarige oorlog
[1618-1648].

De basis voor deze verhevigde vervolging vormde, nog afgezien van het door oorlog en slechte sociaal-economische omstandigheden en het op bijgelovige angst gebaseerde zondebokprincipe, het door twee middeleeuwse monniken, Heinrich Kramer en Jacob Sprenger geschreven boek Malleus maleficarum of te wel de heksenhamer, dat in 1486 verscheen. Hun denkbeelden, die pas ruim een eeuw later grote invloed zouden krijgen,
waren voor duizenden mensen van desastreuze betekenis.
Zij vertrokken namelijk, in tegenstelling tot de hieraan voorafgaande weliswaar veroordelende, maar nog redelijk gematigde opvatting tav heksen vanuit het standpunt,
dat zij een heel nieuw kwaad ontdekt hadden, namelijk dat van de duivel die door middel van heksen de wereldheerschappij wilde overnemen. Aangezien de aanklacht van hekserij uiteraard  niet of nauwelijks te bewijzen was volgens de normale bewijsregels, was voor deze unieke misdaad reeds een bekentenis van de beklaagde voldoende om hem of haar schuldig te
bevinden. Deze bekentenis mocht op de pijnbank worden afgedwongen.
Het behoeft geen betoog, dat de aldus ondervraagden bereid waren, alles te bekennen wat van hen gevraagd werd en eveneens anderen te beschuldigen, waardoor een sneeuwbaleffect ontstond en met name in het Duitsland van de eerste helft van de zeventiende eeuw, soms een derde van de dorpsbevolking slachtoffer werd van de heksenvervolgingen

Overeenkomsten met de huidige anti-terreurmaatregelen:

Uiteraard is het evident, dat, in tegenstelling tot het terrorisme, de heksenvervolgingen gebaseerd waren op angst voor niet-bestaande misdrijven. Wel dient aangevoerd te worden, dat hekserij voor de Middeleeuwse en post-middeleeuwse machthebbers en bewoners als een reëel en ernstig gevaar werd beschouwd. Cruciaal is echter het feit, dat er een aantal belangrijke overeenkomsten kunnen worden vastgesteld tussen de toenmalige heksenvervolgingen en de huidige terrorismebestrijding, zowel in Nederland als internationaal.

A Doel heiligt de middelen en het nemen van ”bijzondere maatregelen”

Opvallend is de sterke overeenkomst tussen de door de Middeleeuwse monnikenauteurs in hun boek opgebouwde redenatie tav heksen en hekserij enerzijds en de na de aanslagen van 11 september 2001 ontwikkelde politiek-maatschappelijke attitude tav terreurbestrijding alsmede de rechten van terreurverdachten en veroordeelden, anderszijds.
Deze attitude namelijk impliceerde in beide gevallen, dat er hier sprake was van een ”nieuw kwaad”, dat dermate bedreigend was voor de veiligheid van burgers en Overheden, dat ”bijzondere maatregelen” waren gerechtvaardigd.
Ten aanzien van de heksenjacht leidde een en ander tot een geheel nieuwe procesvoering, speciaal voor hekserij, waarbij martelingen als gangbare ”ondervragingstechniek” werden ingevoerd en meegenomen als bewijsmateriaal.

Betreffende de huidige antiterreurbestriijding is er sprake van de in vele landen in de wereld speciaal op echte of vermeende terroristen geënte ”antiterreurwetgeving”, die in belangrijke mate de rechten van terreurverdachten inperkt en kan leiden tot de schending van de principes
van de rechtsstaat. Eveneens is er in een aantal landen met reeds een slechte mensenrechtenreputatie sprake van marteling en mishandeling van terreurverdachten, waarbij eveneens een aldus verkregen bekentenis wordt meegenomen als bewijsmatertiaal. Beruchte voorbeelden zijn dienaangaande kanden als Syrie, Jordanie, Egypte, Pakistan, Marokko, Algerije en Yemen. Eveneens maken de Amerikaanse ondervragers zich met name in een aantal Afghaanse en Iraakse gevangenissen schuldig aan martelingen van gevangenen, waaronder terreurverdachten

Uitzetting/uitlevering van terreurverdachten aan mensenrechtenschendende
landen:

Hoewel er in de meeste West-Europese landen, met uitzondering van Frankrijk en Spanje, geen sprake is van systematische en structurele ernstige mensenrechtenschendingen, zoals foltering, worden door Europese en de Amerikaanse regeringen, waaronder Nederland, met enige regelmaat terreurverdachten teruggestuurd naar landen, waaronder bovengenoemde, met een slechte tot zeer slechte mensenrechtensituatie, hetgeen niet alleen inhumaan is, maar eveneens in strijd met artikel 3, VN-Antifolterverdrag, dat terugzending van mensen naar landen met een martelingsrisico verbiedt.

Een voorbeeld van schending van dit Verdrag door Nederland is o.a. de uitzetting van toenmalige Hofstadverdachte Zine L.A. naar Marokko, waarbij niet alleen zijn aanwezigheidsrecht betr het nog te voeren Hofstadproces werd geschonden, maar eveneens zijn mensenrechten, gezien zijn terreurstempel en de slechte mensenrechtensituatie in Marokko, met name betreffende de behandeling van terreurverdachten

Het bijzondere karakter van de anti-terreurwetgeving in de Lage Landen:

Was er bij de heksenvervolgingen sprake van algehele rechteloosheid bij de procesgang, waarbij geen sprake was van recht op een advocaat, laat staan bewijsvoering,  eveneens is er in de hedendaagse antiterreurwetgeving in Nederland sprake van een ernstige inperking van de rechten van de verdachte. Zo kan in de huidige dd 10-8-2004 antiterreurwetgeving met name AIVD-bewijsmateriaal gebruikt worden bij een strafproces zonder dat de verdachte cq verdediging op de hoogte is van inhoud en herkomst van het materiaal. Het is evident, dat een en ander een ernstige schending is van de rechten van de verdachte, aangezien hij zich noch hiertegen kan verdedigen, noch de onjuistheid cq onrechtmatigheid van het bewijs kan aantonen. Wel dient de rechter in de gelegenheid te zijn, dit bewijsmateriaal te kunnen toetsen

Aangezien echter de rechter niet in het belang van verdachte een en ander kan toelichten en rechtzetten, kan iemand tegenwoordig in Nederland veroordeeld worden op grond van ”geheime informatie”.

B Bewijsvoering:

Een andere overeenkomst tussen heksenjachten en antiterreurmaatregelen is het geheel of gedeeltelijk ontbrekende sluitende bewijs in de procesgang. Ontbrak dat, evenals het recht op een advocaat, geheel bij de heksenjachten, ook in Nederlandse terreurprocessen is er sprake geweest van zowel ontbrekend bewijs, alsmede veroordelingen, die in sommige gevallen
gedeeltelijk berusten op onjuiste of onduidelijke bewijsgrond. Hierop kom ik aansluitend terug.

Niet altijd echter is een en ander ten nadele geweest van de betreffende verdachten:
Zo heeft het gebruik door de AIVD van gebrekkig en niet sluitend te maken bewijs zowel in de eerste Rotterdamse terreurprocessen dd 2002 en 2003, alsmede in de twee eerder tegen terreurverdachte Samir A gevoerde processen, tot vrijspraak geleid.

Eveneens dient vermeld te worden, dat in het pas gevoerde Hofstadproces,  het via het AIVD-ambstbericht aangevoerde bewijsmateriaal, niet als zodanig door de rechter is toegelaten als bewijsmateriaal vanwege het gebrek aan toelichting op het ambtsbericht door  de heren van Hulst [hoofd AIVD], zijn plaatsvervanger Bot en de toenmalige landelijke officier terreurbestrijding.

De Hofstadveroordelingen:

Bij het recentelijk tegen 14 Hofstadverdachten gehouden strafproces is er sprake geweest van 5 vrijspraken en 9 veroordelingen, waarbij de straffen varieerden van 18 maanden gevangenisstraf tot 15 jaar. 4 Veroordeelden stonden direct op vrije voeten, aangezien hun pre-detentie hetzij langer, hetzij even lang geweest was als de veroordeelde straf.

Zonder en detail op alle door de rechtbank genoemde vonnisoverwegingen in te gaan, springt in de eerste plaats in het oog het feit, dat geen enkele verdachte is veroordeeld op grond van planning cq voorbereiding tot het beramen van een terroristische aanslag. Hoewel drie hunner zijn veroordeeld vanwege niet als terroristisch aangemerkte strafbare feiten, is de rest hunner veroordeeld vanwege lidmaatschap van een criminele en terroristische organisatie en het
verspreiden van ”haatzaaiende geschriften”

Criminele en terroristische organisatie:

Nergens is door de rechtbank afdoende bewezen, dat de door haar als organisatie aangemerkte huiskamerbijeenkomsten inderdaad de voorbereiding cq intentie tot het daadwerkelijk plegen van een aanslag ten doel had.In de compilatie van de veroordelingen werden door de rechtbank slechts bijeenkomsten beschreven, waarop door een wisselend aantal bezoekers, die al evenmin regelmatig aanwezig waren, werd gesproken over een diversiteit aan religieuze geschriften en eveneens religieuze studies, onder leiding van een leraar of een van de aanwezigen plaats hadden.
Eveneens werd er uiting gegeven aan frustraties mbt het Amerikaans-Brits politiek-militair optreden in het Midden-Oosten en stevige kritiek geuit op Nederlandse politici als de heer Wilders en Hirsi Ali, wier politieke uitspraken en gedachtengoed in meerdere of mindere mate een sterk anti-islamitisch karakter droeg.

Aangezien op geen enkele wijze aantoonbaar gemaakt kon worden, dat er op deze bijeenkomsten, waarop een diversiteit van streng religieuze opvattingen en bovengenoemde frustraties werd geuit, ook daadwerkelijk gewelddaden werden gepland, hetzij er sprake was van een bewijsbare intentie, acht ik het uiterst dubieus, dat de rechtbank, die zich bij haar bewijsvoering daarenboven ook heeft bediend van fragmentarische chatgesprekken, waarvan de zwaarte genendele bewezen kon worden, op grond van dergelijke uiteenlopende uitspraken, geschriften en documenten, tot de conclusie is gekomen, dat hier sprake zou zijn van een criminele en terroristische organisatie.

Een ander de rechtbank te verwijten punt acht ik eveneens het feit, dat zij bij haar gebruik van de terminologie Jihad, hetgeen meestal wordt gebruikt voor de militaire strijd tegen de Amerikaanse bezettingsleger in Irak, geen verschil heeft aangebracht tegen het gelegitimeerde verzet tegen een bezettingsleger en de illegale aanslagen op burgers en burgerdoelen.

Extreme geschriften

Zeer kwalijk acht ik eveneens de veroordelingsgrond op de verspreiding van ”haatzaaiende” geschriften. In de eerste plaats ontbreekt ook hier weer ieder aan te brengen onderscheid
tussen streng-religieuze geschriften, video’s met beelden van de gewapende strijd tegen het Russische of Amerikaanse bezettingsleger in respectievelijk Tsjetsjenië en Irak cq Afghanistan en inderdaad schokkende beelden van de onthoofding van gijzelaars
In de tweede plaats wordt door de rechtbank gevoeglijk uit het oog verloren, dat zowel het in bezit hebben, alsmede de verspreiding van dergelijk materiaal, ressorteert onder de vrijheid van meningsuiting, die wel degelijk kan worden beperkt door de wet, maar mi slechts kan leiden tot een boete of een verspreidingsverbod, maar niet tot celstraf

Omstreden bewijsmateriaal:

Zorgwekkend acht ik eveneens het feit, dat de rechtbank tenminste in het geval van Malika C, die voor de rechtbank en de rechter-commissaris weigerde haar eerdere aan de politie afgelegde verklaring te bevestigen, toch gebruik gemaakt heeft van haar eerder afgelegde verklaring, waarmee zij zich mijns inziens, ten nadele van verdachten, heeft bediend van omstreden bewijsmateriaal ”

Eveneens heeft de rechtbank zich een aantal keren bij haar bewijsvoering bediend van eigen interpretatie, die niet alleen in hoge mate populistisch was, maar al evenmin nader werd gemotiveerd.

Hoewel in dezen niet terechtstaand, had de rechtbank bij haar procesconclusie eveneens in aanmerking dienen te nemen de eveneens op Internet verschenen xenofobe uitspraken cq geschriften, hetzij artikelen uit extreem-rechtse hoek, niet met de bedoeling deze eveneens te onderwerpen aan haar mi onjuiste veroordelingscategorieen van geschriften, maar slechts ter
relativering van haar eindoordeel tav de aard en het karakter van bovengenoemde geschriften uit islamitische hoek.

In dezen acht ik dus een aantal door de rechtbank gemaakte bovengenoemde keuzen, die tot bovengenoemde veroordelingen hebben geleid, op gespannen voet staan met de rechten van verdachten op een eerlijk en onafhankelijk proces

C Behandeling gedetineerden

Een andere overeenkomst tussen de heksenjachten en deze antiterreurmaatregelen is de al dan niet openlijk geventileerde opvatting, dat de betreffende verdachten minder of in het geheel geen rechten zouden hebben. Expliciet werd dit tot uiting gebracht door de openlijk-slechte
behandelingen van heksenverdachten, met name door marteling als openlijke verhoormethode. In de hedendaagse strijd tegen het terrorisme heeft een en ander een meer
impliciet karakter, aangezien zelfs de landen met de meest beruchte mensenrechtenreputatie, zelden martelingen zullen toegeven.
In Nederland is er eveneens een aantal keren sprake geweest van mensenrechtenschendingen tav terreurverdachten. Zo meldt de EORG-Nederland, de belangenorganisatie voor gedetineerden, dat er sprake is geweest van mishandeling van terreurverdachte Samir A bij zijn arrestatie in oktober 2005. Eveneens zouden hem zowel in december als januari medicijnen zijn onthouden, hetgeen heeft geleid tot verhoogde ziekteverschijnselen, waarna hij in december 2005, onder druk van de EORG is opgenomen in het penitentiair
ziekenhuis in Scheveningen.

Verder is er eveneens op grond van aan de EORG verstrekte informatie, sprake geweest van slechte behandeling van een aantal Hofstadverdachten tijdens hun voorarrest, waarbij bladzijden uit de Koran zouden zijn gescheurd en verdachten urenlang gedwongen waren, op een koude vloer op de grond te zitten.

D Isolatie in detentie en sociaal-maatschappelijke isolatie

Een ander door de middeleeuwse maatschappijen beproefd middel was de isolatie van de betreffende heksenverdachte, hetgeen eveneens overeenkomsten heeft met de huidige situatie in Nederland.

Isolatie Mohammed B

Zo is er sprake van de detentie van Mohammed B in de Extra Beveiligde Inrichting te Vught, waarbij hij in afzondering van andere gedetineerden verblijft. In feite is er zelfs een vleugel voor hem vrijgemaakt om het contact met anderen tegen te gaan. Hoewel deze maatregel om de zes weken wordt herbeoordeeld, is deze maatregel de facto sinds zijn veroordeling dd augustus 2005 van kracht. Nog afgezien van de inhumaniteit in dezen, is een dergelijke langdurige en vrijwel automatisch verlengde isolatie in strijd met de internationale
mensenrechtenregels.

Bank en verzekeringsverbod van de ministers Bot en Zalm:

Tenslotte wil ik in dit verband nog wijzen op het recentelijk door de ministers Bot en Zalm ingestelde bank en verzekeringsverbod tav de Hofstadveroordeelden. Diegenen, die zijn vrijgesproken, ressorteren niet onder deze maatregel. Deze dd 27-4 ingegane maatregel houdt in, dat de banken en verzekeringsbedrijven geen financiële dienstverlening meer mogen verlenen tav de reeds eerder genoemde 9 veroordeelden. In de praktijk komt het erop neer, dat zij niet meer in staat zijn financiële transacties te verrichten zoals het lenen van geld, noch zichzelf kunnen verzekeren. Eveneens zijn hun reeds aanwezige banktegoeden bij dezen bevroren, hetgeen het verlies van de hen ter beschikking staande huidige financiële middelen
impliceert.

Ik acht een dergelijk verbod ten enenmale onacceptabel. In de eerste plaats is er sprake van rechtsongelijkheid tav andere veroordeelden in Nederland. In de tweede plaats is een en ander in strijd met artikel 1, Ned Grondwet, dat discriminatie van welke categorie ook verbiedt.
Ten derde is mi de referentie van de minister aan VN Veiligheidsraadsresolutie 1373, die oproept tot bevriezing van banktegoeden van met name terroristische organisaties en personen, hier niet van toepassing, aangezien de resolutie met name verwijst naar reeds gepleegde of aantoonbaar te plegen aanslagen, waarvan in hun veroordeling geen sprake is.

Het belangrijkste acht ik echter het feit, dat deze zeer drastische maatregel in strijd is met het recht van iedere Nederlandse burger op de opbouw van een behoorlijke levensstandaard, hetgeen hiermee onmogelijk gemaakt wordt en indruist tegen de internationale mensenrechtenregels.

Met name het bovenstaande bank en verzekeringsverbod toont aan, hoe ver een Overheid kan gaan in haar heksenjacht tegen echte of vermeende terroristen. Wanneer hieraan geen paal en perk wordt gesteld door kritische protesten vanuit de samenleving, zullen de fundamenten van de Nederlandse rechtsstaat steeds meer worden ondergraven

Waartoe dat kan leiden, wordt aanstaande week op 4 mei, Dodenherdenking, herdacht.

(Uitpers, nr. 75, 7de jg., mei 2006)

Bronnen:

Britta Bohler: Crisis in de rechtsstaat

Rechtbankuitspraken inzake Hofstadproces:

Zie
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/Rechtbanken/s-Gravenhage/Actualiteiten/Rechtbank+heeft+uitspraak+gedaan+in+zaken+verdachten+Hofstadgroep.htm

Sanctieregeling terrorisme 2006 [tav bank en verzekeringsverbod minister
Bot]
Zie
http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/sessioned/browsercheck/continuation=23440-002/session=315342230955064/action=javascript-result/javascript=yes

VN-Veiligheidsresolutie nr 1373 tav bevriezing tegoeden terroristische
organisaties en personen
Zie
http://www.un.org/Docs/scres/2001/sc2001.htm

Rapport Human Rights Watch tav uitzetting terreurverdachten naar landen met
een slechte mensenrechtenreputatie
Zie
Still at risk:
http://hrw.org/reports/2005/eca0405/

Tav heksenjachten en heksenprocessen:

http://www.salemweb.com/memorial/

http://nl.wikipedia.org/wiki/Heksenjacht

http://nl.wikipedia.org/wiki/Heksenvervolging

   [5]   ”Het was niet voldoende om Mohammed B tot de fysieke doodhier op aarde te veroordelen, want dat is levenslang, in Nederland. [11]Hem is ook contact met medegevangenen ontzegd, wat neerkomt opeen isolatie,  isolatiefolter welteverstaan. [12]Weliswaar mag dit niet onbeperkt en wordt om de zoveel tijd[het AD schrijft, om het half jaar, elders heb ik gelezen, omde zes weken] de situatie opnieuw overwogen [13],Feit is, dat hij zeker tot 2007, ruim 2,5 jaar, geen contact gehad heeftmet medegevangenen. [14]Volgens informatie zou dat ook in 2011 nog zo zijn” KIJKEN IN DE ZIEL/HET VONNIS VAN MOHAMMED B/INHUMANEDETENTIE/METEN MET TWEE MATENASTRID ESSED1 AUGUSTUS 2015 https://www.astridessed.nl/kijken-in-de-zielhet-vonnis-van-mohammed-binhumane-detentiemeten-met-twee-maten/   [6] ´´Een van de rechters van Mohammed B. heeft nu zijn bedenkingen over de uitgesproken straf. Dat het voor de moordenaar van Theo van Gogh uitdraaide op levenslang, zit Martien Diemer achteraf niet lekker.Hij had na verloop van tijd graag een tweede kans ingebouwd, vooral nu hij in de krant leest dat de kompanen van B. inmiddels afstand hebben genomen van het radicaal-islamitische gedachtegoed dat hem dreef tot de gruwelmoord.´´     HET PAROOLWAAROM BEVALT DE ENE REEKS KIJKEN IN DE ZIELZOVEEL BETER DAN DE ANDERE28 JULI 2015  https://www.parool.nl/parool/nl/31000/HAN-LIPS/article/detail/4109214/2015/07/28/Waarom-bevalt-de-ene-reeks-Kijken-in-de-Ziel-zoveel-beter-dan-de-andere.dhtml  TEKST 

Han LipsHan Lips is tv-recensent van Het Parool. Doordeweeks schrijft hij hier over wat hem is opgevallen op televisie. Vandaag: Kijken in de Ziel.

Lips breekt zich het hoofd, wikt en weegt, ja, als een rechter. Waarom bevalt de ene reeks van Kijken in de Ziel nou zoveel beter dan de andere?

Waarom leiden de interviews van Coen Verbraak bij de ene beroepsgroep – de psychotherapeuten, de artsen – tot veel nieuwe inzichten, terwijl in de series rond journalisten en voetbaltrainers een winkelpromenade aan open deuren werd ingetrapt?

De nieuwe reeks over rechters hoort in het eerste rijtje. Misschien omdat de rechters, psychiaters en artsen minder in de openbaarheid treden?

Met de rechters ging het gisteren over hun oordeelsvorming. Wat zegt hun intuïtie? Maakt het uit of de verdachte onderuit hangt, of berouw toont? Levensgroot is het verschil tussen wat rechters tolereren in hun rechtszaal. Kauwgom, niet opstaan voor de rechter, een boerka of een petje: de ene staat het toe om de dialoog niet te verstoren, de andere dreigt de zaak zonder verdachte voort te zetten.

Een van de rechters van Mohammed B. heeft nu zijn bedenkingen over de uitgesproken straf. Dat het voor de moordenaar van Theo van Gogh uitdraaide op levenslang, zit Martien Diemer achteraf niet lekker. Hij had na verloop van tijd graag een tweede kans ingebouwd, vooral nu hij in de krant leest dat de kompanen van B. inmiddels afstand hebben genomen van het radicaal-islamitische gedachtegoed dat hem dreef tot de gruwelmoord.

Kijken in de Ziel brengt het werk van de rechterlijke macht terug tot mensenwerk. En dat is mooi.

   [7]  ”Dat een van de rechters van Mohammed B in zijn ziel gekekenheeft en dat het vonnis hem achteraf niet lekker zit, is mooi,maar komt rijkelijk laat. Had hij maar in zijn ziel gekeken, tijdens het proces. Nu is het mosterd na de maaltijd.”  KIJKEN IN DE ZIEL/HET VONNIS VAN MOHAMMED B/INHUMANEDETENTIE/METEN MET TWEE MATENASTRID ESSED1 AUGUSTUS 2015 https://www.astridessed.nl/kijken-in-de-zielhet-vonnis-van-mohammed-binhumane-detentiemeten-met-twee-maten/ [8]  ”Onverantwoorde paniekreacties:

Niet gehinderd door enig relativisme cq gevoel voor de reële verhoudingen werd er met name door de VVD vice premier Zalm gerefereerd aan een ”oorlogstoestand” in Nederland. ”

 UITPERS.BEHET NEDERLANDSE ANTI ISLAMVIRUSASTRID ESSEDNOVEMBER 2005  http://www.uitpers.be/BUP/archief/artikel_view.php?id=1164    [9]  GEBLADERTE/DOORBRAAK.EUHET RECHTS-POPULISME VAN FORTUYNJANUARI-FEBRUARI 2002 https://www.doorbraak.eu/gebladerte/10804f49.htm  GEBLADERTE/DOORBRAAK.EUGEEN TRANEN OM DOOD FORTYUNZOMER 2002 https://www.doorbraak.eu/gebladerte/10839f52.htm  WIKIPEDIAVOLKERT VAN DER GRAAF  https://nl.wikipedia.org/wiki/Volkert_van_der_Graaf    [10]  WIKIPEDIAMOHAMMED BOUYERI  https://nl.wikipedia.org/wiki/Mohammed_Bouyeri  DE PECH VAN MOHAMMED B.MOHAMMED BENZAKOUR  http://www.benzakour.nl/materiaal/html/Contrast52.html  TEKST  

We voorzagen het Salomonsoordeel: Levenslang. Ergo, weinigen hebben de wenkbrauwen gefronst. Reden? Omdat ‘het klimaat’ ernaar was. Men zei: de rechter kon eigenlijk niet anders, want de ‘publieke opinie’ eiste dat. Pardon? Tijdens mijn studie werd mij geleerd dat de rechter recht doet gelden, en niet dat hij een vertolker is van de vox populi. In Amerika wordt de jury maandenlang geïsoleerd van de buitenwereld (geen tv, krant, radio of telefoon) om het vonnis zo zuiver mogelijk te houden.

Niettemin, zowel de Officier van Justitie als de rechter waren van mening dat Mohammed B. ‘terrorisme’ heeft bedreven. Van meet af aan heb ik in (radio)debatten gesteld dat Mohammed B. een van lotje getikte godsdienstwaanzinnige is die een gruwelijke maar geenszins terreurdaad heeft begaan. Ik werd met scheve ogen bekeken. Columnist Anil Ramdas zei hetzelfde en prompt werd hij door leden van de ‘intelligentsia’ waaronder de ex-minnaar van Hirsi Ali, Herman Philipse, bij Buitenhof afgeserveerd als een soort afgezant van het islamitische kalifaat.

Gelijk hebben betekende nooit dat je gelijk hebt. Het betekent gelijk krijgen.

Nu, vorige week werd ons land geëerd met hoog bezoek: Zeyno Baran. Deze charmante Amerikaanse is als terrorisme-expert een van de topadviseurs van de regering Bush. Wat zei deze expert (die op Europees tournee is) in alle interviews? Dat de moord op van Gogh géén terroristische aanslag was. “Dat was één man die een ander vermoordde, met een ideologisch doel weliswaar, maar geen willekeurige slachtoffers zoals in New York, Madrid en Londen.” (De Telegraaf, 6 augustus)
Maar niemand die het in zijn hoofd haalde te roepen: ziet, een afgezant van het islamitische kalifaat!

Nog iets. Het heeft mondjesmaat aandacht gekregen, maar wist u dat de moord op Van Gogh drie maanden later een herhaling beleefde volgens een scenario die de horrorfilm Texas Chainsaw Massacre doet verbleken. Op carnavalsnacht van 5-6 februari 2005 werd in Vlaardingen een bejaarde vrouw vermoord. Dader: zoonlief. Met een moersleutel sloeg hij haar eerst de schedel in. Daarna heeft hij haar de keel doorgesneden en vervolgens haar armen afgehakt. Ten slotte heeft hij haar gevild. De afgestroopte huid trok hij als een jas over zich heen zodat passanten een ‘carnavalspak’ vermoedden. Getooid in het bloederige pak begon hij op een kruispunt het verkeer te regelen, onderwijl allerlei bijbelteksten (!) luid predikend. Bij huiszoeking bleken deze teksten afkomstig van het apocalyptische bijbelboek Openbaring van Johannes.

Tegenover de recherche verklaarde de man dat hij in opdracht van God handelde. Zelf is hij ervan overtuigd psychisch in orde te zijn: ‘Jezus staat achter mij’. De verminkingen en het rondsjouwen in de huid verklaarde hij als ‘door het slijk gaan en zichzelf vernederen voor God’.
Van Mohammed B. is bekend dat zijn ontsporing aanving bij de dood van zijn moeder, twee jaar geleden. Bekenden kenden hem als een rustige, intelligente en goed opgeleide jongeman. In de rechtszaal verklaarde hij ‘ik handelde uit geloof’.

De geradicaliseerde levenswandel van de Vlaardinger (Roland Sylvester Z.) kent evenzeer een traumatisch moment. De krant meldde: ‘met de sympathieke, intelligente en voorheen redelijk succesvolle Z. ging het na de dood van zijn vader, een aantal jaren geleden, snel bergafwaarts. Z. raakte steeds meer bezeten door de bijbel.’

Zoek de tien verschillen.

Maar mijn geachte opponenten zijn voorspelbaar: Ja maar Mohammed B. schoot daarna op agenten met de bedoeling hen te doden. Ik zeg: Dat klopt. Maar wat telt zijn de droge feiten: hij heeft er niet een dodelijk getroffen. Dus moeten we precies zijn: ‘poging tot moord’ is iets anders dan moord en dus geldt een mindere strafmaat.
Opponenten: en de dreigbrief aan het kamerlid Hirsi Ali dan? Zij moest onderduiken en heeft daardoor drie maanden haar werk niet kunnen doen. Ik zeg: dit is een zwak verweer. Allereerst was het de keuze van haar beveiliging om te onderduiken. Het had niet gehoeven. Immers, welke concrete bedreiging kon Mohammed B. nu werkelijk uitoefenen als hij al in de boeien was geslagen? Temeer we kort erna vaststelden dat hij ‘individueel’ opereerde. Bovendien, welke dreiging kan er van een man uitgaan die van plan was om zélf dood te gaan? De dreigbrief (een soort koranisch sinterklaasgedichtje) had in dit kader dus meer een symbolische, ideologische betekenis van een hoog apocalyptische gehalte (vergelijk de Johannes-teksten van de Vlaardinger) dan een reële dreigpotentie.

Blijft over: Theo van Gogh was een publiek figuur in tegenstelling tot de bejaarde moeder. Dit gegeven rechtvaardigt enkel de versterkte media-aandacht, maar niet een strenger vonnis. Vrouwe Justitia is geblinddoekt: het ene mensenleven is niet ondergeschikt aan het andere.

Thans is Roland Z. onder curatele bij het Pieter Baan Centrum. Over enkele maanden komt zijn zaak voor. Ik bezit geen glazen bol, but mark my words: Z. krijgt TBS, want ‘godsdienstwaanzinnig’. Maar geen levenslang.

Mohammed Benzakour