about
Toon menu

Iran en Israël, de beste vijanden ter wereld

maandag 28 mei 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Onlangs bereikten de spanningen tussen Israël en Iran een kritiek hoogtepunt, nadat de Joodse staat Iraanse legerbasissen in Syrië bestookte ter vergelding van schoten die de Golanhoogten getroffen hadden. Na de gebeurtenissen in de nacht van woensdag 9 mei laaide de wederzijdse haat- en dreigretoriek van beide landen hoog op, nadat, aldus de Joodse staat, de eerste rechtstreekse confrontatie sinds jaren plaatsvond tussen het Israëlische leger en de Iraanse strijdmacht. De geschiedenis leek Iraniërs en Israëliërs, allebei geïsoleerd in een overwegend soennitische wereld, nochtans een veelbelovende gedeelde toekomst te verzekeren.

Een bondige terugkeer op de woelige verhouding tussen deze twee regionale antagonistische mogendheden.

De al te bekende vijandschap tussen beide landen gaat terug op 1979, toen sjah Mohammed Reza Pahlavi ten val werd gebracht tijdens de Islamitische Revolutie, tijdens dewelke ayatollah Ruhollah Khomeini de theocratische sjiitische Republiek oprichtte. Voordat de sjiitische clerus aan de macht kwam, was de verstandhouding tussen de twee landen nochtans meer dan hartelijk. In 1950 was Iran het tweede islamitische land dat Israël erkende, een jaar na Turkije. Teheran en Tel Aviv onderhielden een innig samenwerkingsverband, gestoeld op een diepe uitwisseling op zowel militaire, technologische, en landbouwkundige vlakken, als op het domein van de olie-industrie.

Bij de val van de sjah verandert deze verhouding echter bruusk van toon. Reeds in zijn eerste toespraken wijst Ruhollah Khomeini, de hoogste leider van de revolutie, Irans twee voornaamste vijanden aan: de Verenigde Staten, de “grote Satan”, en de belangrijkste Amerikaanse bondgenoot in de streek, Israël, “de kleine Satan”. Omdat hij de ambitie koestert de Iraanse Revolutie over de islamitische wereld te verspreiden, en er dus de macht van de geestelijken te bestendigen, werpt de religieuze leider en auteur van talrijke antizionistische geschriften zich op als een verbeten voorvechter van de Palestijnse kwestie en bijgevolg als de gezworen vijand van Israël. Een land dat hij wil zien “verdwijnen”, om “Jeruzalem te verlossen”. Yasser Arafat, toen nog de leider van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), was de eerste buitenlandse bestuurder die na de revolutie Teheran bezocht. Een omvangrijke menigte onthaalde hem roepend op een veelstemmig “dood aan Israël”. In 1982 beveelt Khomeini de oprichting van een islamitische militie in Libanon, waar een talrijke sjiitische gemeenschap leeft. Met de Hezbollah (de Partij van God) hoopte hij het Israëlische leger te bestrijden, dat het zuiden van Libanon tot 2000 bezet hield, sinds ze het in 1982 overrompelde.

Irangate

In het midden van de jaren ’80, terwijl de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988) volop voortwoedde, kwam in de Verenigde Staten, onder het presidentschap van Ronald Reagan, een schandaal aan het licht. Ondanks de anti-Amerikaanse en anti-Israëlische betogen van de Iraanse machthebbers, zou Washington stilzwijgend wapenverkopen aan Teheran hebben toegestaan, met de tussenkomst van Israël, in ruil voor de bevrijding van Amerikaanse gegijzelden die in Libanon door pro-Iraanse milities werden gevangengehouden. Deze beschuldigende verklaringen werden ontkend en als propaganda ontkracht door Khomeini.

Hoogspanning rond het nucleaire programma

In de jaren ’90 stemde de Iraanse herneming, met Russische hulp, van het civiele nucleaire programma, dat na de revolutie van 1979 stilgelegd was, Israël bijzonder wantrouwig. Ondanks de ontkenningen van de Islamitische Republiek, die toen al geleid werd door ayatollah Ali Khamenei, verdacht de Joodse Staat de Iraniërs ervan zich te willen bewapenen met een nucleair arsenaal. Een bedreiging die sindsdien zonder ophouden door de verschillende Israëlische regeringen bezorgd werd aangehaald, terwijl de spanningen met Teheran amper aan hevigheid inboetten.

De donderpreken van Ahmadinejad

In het begin van de jaren 2000 verhevigt de onrust nog wat omwille van de vooruitgang die Iran boekt in de ontwikkeling van ballistische langeafstandsraketten, die geladen kunnen worden met nucleaire springkoppen. De verkiezing tot president van de ultraconservatieve Mahmoud Ahmadinejad in 2005, die trouw blijft aan de logica van vijandschap tegenover het Westen en de Joodse Staat, verergert het onderlinge wantrouwen. Zijn herhaalde diatriben tegen Israël, “een kunstmatig creatuur dat voorbestemd is te verdwijnen”, vallen samen met de vorderingen die het Iraanse nucleaire programma maakt, alsook met de openlijke ambitie van Teheran om de uraniumverrijking verder te zetten.

Sindsdien gaf Benjamin Netanyahu meermaals te kennen dat Israël in Iran zou toeslaan indien de internationale gemeenschap haar verantwoordelijkheid niet nam. Daarop verzekerde Iran, dat toen al gebukt ging onder internationale economische sancties, telkens weer even strijdvaardig dat het bij de minste Israëlische slag hardhandig zou optreden.

“Fix it or nix it”

Nadat hij als overwinnaar uit de verkiezingen van 2013 gekomen is, herneemt Hassan Rohani, een “gematigde conservatief” die zich bereid toont te onderhandelen met het Westen, de gesprekken tussen Teheran en de grote mogendheden. Tezelfdertijd zet Iran zijn pionnen uit in het Midden-Oosten. De Islamitische Republiek mengt zich, vooral indirect via milities die ze financiert, in de oorlog tegen Daesh die woedt in buurland Irak, en ze komt eveneens tussen bij bondgenoot Syrië, waar ze de zijde van het regime kiest, dat een bittere strijd voert tegen de rebellen en de jihadisten. Aan de andere kant van het toneel voert de Israëlische regering enkele offensieven tegen het regime van Bachar al-Assad, de Libanese Hezbollah en de Iraanse strijdkrachten. Tel Aviv bevestigt meermaals haar categorische weigering Iraanse basissen post te zien vatten aan haar grenzen.

De ondertekening van het Akkoord van Wenen, in juli 2015, waarin Iran ertoe wordt aangezet af te zien van een atoomwapen, in ruil voor de opheffing van de internationale economische sancties, draagt de goedkeuring weg van de gehele internationale gemeenschap, op Israël na. Benjamin Netanyahu, die een bijzonder kille verstandhouding onderhield met de belangrijkste voortrekker van het akkoord, president Obama, hekelde van in het begin een tekst die de Iraniërs er niet van zou kunnen weerhouden een atoomwapen te ontwikkelen. “Fix it or nix it”, herhaalde de Israëlische Premier steevast bij elke publieke verschijning.

En hij werd aanhoord door een republikeinse kandidaat die, tegen de grootste verwachtingen in, afstevende op het Witte Huis, een zekere Donald Trump. Deze laatste was alle pronostieken te slim af en won de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016. Zijn hele campagne lang beloofde de miljardair, die zijn Israëlische sympathieën altijd zonder omwegen te kennen heeft gegeven, de Verenigde Staten van het “ergste akkoord ooit” af te helpen.

Enkele dagen nadat een conferentie had plaatsgevonden waarin Benjamin Netanyahu beweerde nieuwe “sluitende bewijzen” over een geheim Iraans nucleair project vast te houden, kwam Donald Trump op 8 mei zijn oude belofte na, en trok hij zich terug uit het Iraans akkoord. In de loop van dezelfde avond nog troffen schoten die aan Israël werden toegeschreven militaire posities “van de Iraanse milities of van de Libanese Hezbollah”. Dit was de aanzet tot de huidige koortsige verwikkelingen, waarin beide landen halsreikend blijven uitkijken naar een nieuwe gelegenheid om elkaar een overtuigende slag toe te dienen.


Dit artikel werd vertaald en overgenomen uit

http://www.france24.com/fr/20180510-iran-israel-histoire-relations-iraniens-israeliens-partenariat-conflit-netanayahou-khamenei